Zaterdag 21/09/2019

door bart steenhaut ‘Ik krijg het liefst mensen voor de lens die niet graag gefotografeerd worden’ eva vermandel

De antiglamourfoto’s van een Belgische topfotografe: voor het eerst te zien in eigen land, maar al jaren een begrip in Groot-Brittannië

Willem Dafoe Acteur

PJ Harvey

Singer-songwriter

Jeremy irons

Acteur

James McAvoy

Acteur

ian mckellen

Acteur

michael pitt

Acteur

va Vermandel woont en werkt sinds 1996 in Londen, en dat is eraan te merken. Ze praat honderduit over fotografie, maar naarmate het gesprek vordert sluipen er almaar meer Engelse woorden in haar zinnen. En daar excuseert ze zich achteraf dan weer voor. Voor we ons gesprek beginnen neemt ze een foto van mezelf en fotograaf Alex Vanhee. “Voor mijn plakboek”, legt ze uit. “Ik ben in 1998 begonnen met mijn leven vast te leggen in snapshots. Ik heb al 82 boeken gevuld. Moments of life. Niet dat ik van plan ben om daar ooit iets mee te doen, want het laatste wat ik wil, is mensen exploiteren. Misschien over veertig jaar of zo, als iedereen op die foto’s oud of dood zal zijn. Als ik voor mijn werk een shoot met iemand doe, neem ik achteraf ook altijd een foto met degene die ik net voor de camera heb gehad.

“Ik maak zo veel mee, het gaat allemaal zo snel en die ontmoetingen zijn zo intens. Maar toch heb ik het al meegemaakt dat ik iemand ging fotograferen van wie ik vergeten was dat ik er al eerder mee had gewerkt. Beetje gênant, toch wel. Soms voelt mijn leven aan als ‘Coffee & TV’, dat nummer van Blur. ‘I’ve seen so much I’m goin’ blind /And I’m braindead virtually.’ Dat is heel herkenbaar. Soms is het zo druk dat ik even wat gas terug moet nemen omdat mijn hoofd vol zit met indrukken en ervaringen. Anderzijds ben ik blij dat ik in Londen woon. Daar is de competitie zo enorm dat je het je niet kunt veroorloven om je scherpte te verliezen.”

Het is de eerste keer dat je werk in België tentoon wordt gesteld. Waarom nu?

Vermandel: “Omdat ik nu op een punt gekomen ben waarop ik met een heel sterk body of work naar buiten kan komen. Toen ik in 1996 begon, moest ik mijn stijl nog wat vinden, maar sinds een jaar of vijf, zes is er toch een eigen visuele identiteit ontstaan, heb ik grip op wat ik doe. Ik weet dat ik geen laagdrempelige beelden maak. Je moet er even naar kijken voor ze openbloeien. Dat is soms een nadeel, omdat we in een tijd leven waarin alles altijd snel, sneller, snelst moet.”

Wat voor relatie heb je met je beelden?

“Eerlijk? Mijn grootste angst is dat er ooit iets zou gebeuren met mijn negatieven. Mocht morgen mijn huis afbranden, dan denk ik dat je me in de psychiatrie mag steken. In mijn vorig appartement had ik nog veel foto’s ophangen. Dat heb ik steeds minder. Ik heb geleerd dat je af en toe ook de knop moet omdraaien en het beter is om wat afstand te nemen.”

Wat is volgens jou een goed portret?

“Een beeld moet ruimte laten voor interpretatie. Daarom houd ik niet zo van iconische foto’s. Die drukken de mensen een stempel op het hoofd waar je op den duur geen abstractie meer van kunt maken. Neem die bekende foto van Kurt Cobain, waarbij hij eyeliner onder zijn ogen heeft zitten. Dat beeld ademt niet meer. Het zegt ook zo weinig over wat voor een man hij was. Ik kijk enorm op naar Richard Avedon. Hij is een van de beste portretfotografen aller tijden. Op die foto’s kun je na jaren nog altijd nieuwe details ontdekken.”

Goed, maar hoe máák je zo’n beeld?

“Door in iemands hoofd te kruipen. Soms is de intensiteit van zo’n shoot te vergelijken met seks, of met een diepgaand gesprek. Mensen vergeten soms hoe diep je je met een ander verbonden kunt voelen. Die sensualiteit, die lichamelijkheid ook, probeer ik in mijn werk te leggen.”

Bestaan er kunstgrepen om die intensiteit uit te lokken? Gezien de korte tijd die je krijgt om foto’s te nemen kun je je onderwerp onmogelijk echt leren kennen.

“Dat is waar, maar vaak is het ook een voordeel als ik maar een kwartier krijg. Want dan hebben de mensen hun afweermechanisme nog niet in werking gezet. Dan zien ze er rauw uit, als een pasgeboren baby. Ik zal nooit zeuren over tijdsgebrek. Soms kun je in één minuut veel goede beelden maken. Het komt er gewoon op aan om degene die je voor je hebt snel te kunnen inschatten. James McAvoy, de acteur, was bijvoorbeeld heel erg op zijn hoede. De foto die het toen geworden is, was de laatste van acht films. Maar doorgaans verkrijg ik veel sneller wat ik hebben moet.”

Je hebt ooit verteld dat je een zwak hebt voor mensen die er een hekel aan hebben om op de foto te staan. Daarmee maak je het jezelf niet gemakkelijk.

“Niet mee eens. Het probleem met mensen die graag gefotografeerd worden is dat je altijd hetzelfde beeld krijgt: I love the camera and the camera loves me. Daar heb ik niets aan. Het boeiendst zijn degenen die bekend zijn om iets wat ze goed kunnen en daardoor noodgedwongen ook wel eens voor de camera terechtkomen. Zodra zulke mensen op hun gemak zijn, worden ze ook heel open. Bij iemand die kickt op roem komt er altijd te veel imago bij kijken. Ik vind het zelfs wat bizar als iemand zich graag laat fotograferen.”

Je geeft niet om uiterlijkheden.

“Nee, ik wil weten wat er onder de schelp zit. Natuurlijk kom ik ook graag goed voor de dag, maar ik zou bijvoorbeeld nooit plastische chirurgie overwegen. Ik snap mensen niet die zich te veel om hun uiterlijk bekommeren. Uit gesprekken blijkt ook vaak dat die nogal oppervlakkig zijn. Bij fotomodellen ligt dat anders. Voor hen is hun lichaam hun broodwinning. Maar dat zijn eigenlijk actrices wanneer ze voor de camera staan, dus dat is niet te vergelijken.”

Heb je een specialiteit?

“Ja. Ik krijg meestal de moeilijke gevallen doorgeschoven. Politici, verlegen muzikanten, mensen die iets zwaars hebben meegemaakt. Maar dat is niet erg, want ik kan doorgaans goed opschieten met moeilijke karakters. Het overkomt me zelden dat ik niet door hun pantser raak. Lara Flynn Boyle (bekend van Twin Peaks, The Practice en Men in Black II, BS) was de moeilijkste. Ik had uiteindelijk mijn beeld wel, maar het was niettemin een verschrikkelijk mens. Iemand die heel graag tot de A-list van Hollywood wil behoren, maar dat duidelijk niet in zich heeft en die frustratie dan maar uitwerkt op de vrouwen in haar omgeving. Na acht keer afdrukken is ze het afgetrapt.”

Hoe reageer je dan?

“Niet. Dan sta ik machteloos. En onmacht is een enorm frustrerend gevoel. Ik zal niet zeggen dat ik toen dolgelukkig naar huis ben gegaan. Maar geen nood: ik had wel het beeld dat ik moest hebben. Kijk, ik heb nog al samengewerkt met mensen die niet goed in hun vel zaten. Elliott Smith, bijvoorbeeld, maar die werkte zijn verbittering op anderen af. David Attenborough was ook heel moeilijk. Dat verraste me wel, omdat ik een heel lieve heer had verwacht. Maar hij bleek een grumpy old man. In dat geval is de beste oplossing: de shoot zo kort mogelijk houden en zorgen dat je heel snel je foto hebt.”

Maak je betere foto’s naarmate je de mensen in kwestie ook beter kent?

“Dat verschilt. Van vrienden die ik al sinds mijn tienerjaren ken, vind ik het enorm moeilijk om een goed beeld te maken. Mijn moeder en mijn broer zijn de moeilijkste. Maar van Sigur Rós, PJ Harvey of Beth Gibbons van Portishead, muzikanten die ik goed ken en met wie ik ook vaak beroepsmatig heb gewerkt, denk ik toch dat je aan de foto’s kunt zien dat ik er een hechte band mee heb. Al merk ik wel dat het plezier tijdens zo’n sessie een beetje afleidt van de diepgang.”

Leg je je beelden voor aan de mensen die u gefotografeerd hebt alvorens ze in de openbaarheid te brengen?

“In principe wel, maar het gebeurt zelden dat er foto’s worden afgekeurd die ik zelf goed vind. Eigenlijk zou elk beeld dat ik met mijn mediumformatcamera maak voor de openbaarheid bestemd kunnen zijn. Maar mijn snapshots houd ik meestal voor mezelf.”

Zou het als overspel aanvoelen mocht een groep als Portishead morgen beslissen om eens met een andere fotograaf samen te werken?

“Dat is hun goed recht, natuurlijk. Maar ik geef toe dat ik me in dit specifieke geval toch wat op het hart getrapt zou voelen. De hoesfoto’s voor de soloplaat van Sigur Rószanger Jónsi zijn gemaakt door zijn zus. Daar heb ik geen probleem mee. Ik zou niet zoals Anton Corbijn willen samenhangen met U2 en Depeche Mode. Ik wil mezelf zijn en mijn beelden moeten op zichzelf kunnen staan.

“Bovendien heb ik de ambitie om me mettertijd almaar meer op kunstfotografie toe te leggen. Ik wil niet verbonden zijn aan muzikanten of acteurs. Als ik in een relatie zit, ben ik ook niet het type dat meteen haar hele vriendenkring opgeeft om alleen nog bij mijn lief te zijn. Ik ben ook totaal niet jaloers of bezitterig. Op de tentoonstelling in Hasselt hangt maar één beeld van Sigur Rós. Ik wil niet alleen als de fotografe van die groep worden gezien. Relaties komen en gaan.”

Doe je veel research voor je iemand fotografeert?

“Alleen als ik echt niets afweet van degene die ik voor de lens krijg. Anders ga ik ervan uit dat ik altijd wel een link vind. Zelfs als het, bij wijze van spreken, over een psychopathische massamoordenaar zou gaan.”

Als je iemand fotografeert van wie je zelf fan bent, merk je dan dat die bewondering kan hinderen bij het maken van een goed beeld?

“Nee. Ik ben bijvoorbeeld helemaal weg van Tom Waits en toch heb ik een foto van hem kunnen maken waar ik erg tevreden over ben. Hij gaf interviews in een restaurantje dat werd uitgebaat door een oude Nederlandse schipper en de fotosessie zou pas op het einde van de dag plaatsvinden. Geloof me, als je de hele dag op restaurant hebt gezeten, zijn de zenuwen wel weg. Toen het zover was, bleef er maar weinig tijd over, want Tom moest ’s avonds nog met zijn vrouw naar een voorstelling van hun dochter. Maar het klikte meteen. We hadden het over zijn vrouw en hoezeer hij het getroffen had met haar. Toen hij hoorde dat ik op dat moment geen relatie had, kreeg ik meteen een goede raad mee: ‘Don’t go out with boys in bands in their twenties.’ Wijze woorden. (lacht) We hebben twintig minuten lang foto’s gemaakt en ik voelde dat hij er plezier in had. Op dat moment denk ik ook niet meer aan al die prachtige platen die hij gemaakt heeft of aan de concerten die ik van hem heb gezien. Tijdens de fotosessie is hij gewoon een mens die voor me staat.”

Zelfs sterren portretteer je als gewone mensen.

“Dat is ook de bedoeling. Celebrity’s op zich interesseren me niet. We zijn allemaal mensen die naar het toilet moeten en ons zowel gelukkig als ellendig kunnen voelen. Bij filmsterren is het soms wel wat moeilijker om ze in alle eenvoud vast te leggen, omdat zij meer bezig zijn met hun imago. Ik merk de jongste jaren ook dat ze hoe langer hoe minder fotosessies toestaan. Tegenwoordig laten ze één shoot doen door een fotograaf die ze kennen en die beelden worden dan wereldwijd verspreid. Onlangs heb ik Ben Kingsley nog gefotografeerd, maar dat worden stilaan zeldzaamheden. Jammer, want acteurs zijn ook vaak fysiek heel mooie mensen.”

Daarnet zei je nog dat uiterlijk er niet zo toedoet.

“Het is zeker niet essentieel, maar ik ben ook maar een mens, hé. Af en toe vind ik het gewoon plezierig om eens een aantrekkelijke, jonge man te fotograferen. Al blijf ik erbij: wat iemand mooi maakt, zit voor 70 procent binnenin. Het zou saai zijn om dag in dag uit uitsluitend prachtige mannen te fotograferen. Ik zat ooit in een bar in Stockholm waar alleen maar van die knappe Scandinaven zaten. Toen was de magie snel over, hoor. (lacht) In een klap vond ik fysieke schoonheid helemaal niet meer interessant.”

In België spreekt haar naam voorlopig nog niet echt tot de verbeelding, maar in Groot-Brittannië is Eva Vermandel (36) intussen een begrip. Haar van alle glamour gestripte foto’s hangen in de prestigieuze National Portrait Gallery en ze publiceert in bladen als The Observer, The Independent Magazine, The Wire, Mojo en de Britse Vogue. Vanaf dit weekend stelt ze haar werk voor het eerst tentoon in België. ‘Een beeld moet ademen.’

Eva Vermandel Photographs 2001-2009

van 1 tot 30 mei in Kunstencentrum België, Huis Hoste, Koningin Astridlaan 83, Hasselt. Elke woensdag, zaterdag en zondag tussen 13 en 17 uur of op afspraak. Op 1 mei geeft Vermandel een lezing om 17 uur, om 21 uur is er een afterparty.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234