Dinsdag 20/10/2020

Vluchtelingencrisis

Doodvriezen of in de vergeetput: vluchtelingen in Oost-Europa vallen ten prooi aan sneeuwstorm

Vluchtelingen in het Bulgaarse kamp Harmanli, een voormalige legerbasis. Het kamp huist momenteel 2.150 mensen.

Koning winter houdt stevig huis in Oost-Europa. En dat treft vooral de vluchtelingen. In Bulgarije, Servië en Griekenland sterven ze in de sneeuw. Als ze gevat worden, worden ze vergeten in bevroren kampen, zoals het Bulgaarse Harmanli.

De sneeuw stuift rond de zwoegende lijven van twee Koerdische mannen. Talaat Abdulhamid (36) en Hardi Ghafour (29) zijn gevlucht uit de stad Erbil in het noorden van Irak, op weg naar West-Europa, maar ze komen terecht in een Bulgaarse sneeuwstorm. Hun bevroren broekspijpen trekken een spoor door het metersdikke witte tapijt tussen de sparren. Ze kunnen geen pauze nemen, de Bulgaarse grenspolitie zit hen op de hielen.

Maar het is te koud, hun ledematen vertragen. Het wordt steeds moeilijker om een voet te verzetten. Na 48 uur haakt Hardi af, hij zakt ineen. Zijn vriend Talaat gaat naast hem zitten. Ze bevriezen en sterven ter plaatse, op 6 kilometer van het nabije dorpje Izvor, in het Strandzha-natuurreservaat aan de Bulgaarse grens met Turkije.

Vorige week werden ze gevonden door de politie. De burgemeester van Izvor zegt dat ze er duidelijk al meer dan tien dagen lagen. Hun lichamen waren half ondergesneeuwd. Talaat en Hardi zijn niet de eerste migranten die deze week gevonden werden in Bulgarije. Op nieuwjaarsdag stierf een Somalische vrouw, haar vrienden werden opgenomen met bevroren ledematen.

Ook in andere landen in de Balkan is de Europese sneeuwstorm van de afgelopen dagen dodelijk voor vluchtelingen. In Servië stierf vorige week een man die door de Hongaarse grenspolitie was tegengehouden en teruggestuurd. Aan de Turks-Griekse grens stierf een twintigjarige Afghaanse man nadat de temperaturen onverwacht kelderden tot min veertien.

Twee paar longen

Slechts zes procent van 390.000 vluchtelingen die in 2016 Europa bereikten, kwam te voet. Bulgarije geeft geen officiële cijfers van hoeveel mensen daarbij om het leven kwamen. In de vorige winter werd er over een tiental sterfgevallen bericht, maar bronnen binnen de grenspolitie bevestigen dat de werkelijkheid een veelvoud moet zijn. "Meestal kunnen we hen trouwens toch niet meer identificeren als we hen vinden", zegt een officier van de grenspolitie die anoniem wil blijven.

De 15-jarige Afghaan Sohrab Ghanezada leeft al een paar maanden in Harmanli, en dan nog in de slecht uitgeruste delen van het kamp.

In een opgenomen telefoongesprek van december, dat De Morgen kon beluisteren, vertelt een Bulgaarse officier dat de grens met Turkije zo lek is als een zeef. "Het is een ramp, we krijgen de vluchtelingen niet te pakken. Het lijkt wel alsof ze twee paar longen hebben. Ze komen 's nachts en lopen dertig kilometer. Wanneer de zon opkomt, zijn hun sporen alweer ondergesneeuwd."

"Vluchtelingen in Bulgarije zijn als een roedel wolven", zegt Majd Algafari die werkt als vertaler Arabisch voor de Bulgaarse grenspolitie. "De zwaksten blijven achter. De groep heeft meestal maar een paar kilometer voorsprong op de politie. Als ze een halfuur te lang rusten, worden ze ingehaald."

Er is een reden dat de vluchters niet in de handen van Bulgaarse politie willen vallen. Als ze nog te dicht bij de grens zijn, bestaat de kans dat ze worden teruggestuurd naar Turkije - de zogenaamde illegale pushbacks. Honderden vluchtelingen vertellen dat ze daarbij in elkaar werden geslagen en dat hun gsm en geld werden gestolen.

Als de procedure officieel verloopt, zijn migranten niet veel beter af. Ze worden geregistreerd en moeten in Bulgarije blijven. Hun hoop op Duitsland vervalt en ze komen terecht in kampen met slechte voorzieningen. Het grootste, in de voormalige legerbasis Harmanli, huist 2.150 mensen.

Slavcho Yanev, de directeur van Harmanli, zegt dat zijn kamp in goede staat is. "Iedereen heeft verwarming op zijn kamer. Er zijn geen problemen met de kou. De badkamers zijn ook in orde. Ik zou er zelf een douche nemen", lacht hij vanuit zijn bureau aan de rand van de kazerne.

Als een slagveld

Lydia Gall van Human Rights Watch, was erbij toen het kamp drie jaar geleden in december werd geopend. "Er heerste totale chaos." Ze vertelt hoe ze met eigen ogen zag hoe de Bulgaarse regering mensen bij vrieskou aan hun lot overliet, in vervallen barakken zonder vensters. "Ze stookten vuurtjes om zich te warmen. Het was schokkend."

De omstandigheden in het kamp zijn drie jaar later nog steeds erbarmelijk. De 16-jarige Dildar Khan uit Afghanistan is klein van stuk, maar spreekt het luidst van iedereen in zijn kamer. Hij heeft zeker vier truien aan en staat te trappelen in de kou. Hij vertelt met gejaagde stem hoe hij en zijn vrienden de ontberingen niet meer kunnen verdragen.

Het kwik zakt op dit moment tot min vijftien en de sneeuw kruipt omhoog tegen de muren, maar Dildar slaapt met andere minderjarigen in een kamer zonder verwarming. De matrassen, zonder hoeslakens, zitten onder zwarte vegen. Hun slaapzakken staan stijf van het oude zweet. De jongens smeren zich iedere avond in met zalf, hopend dat de vlooien hen één avond met rust laten.

De betonbarakken van de Afghanen zien eruit als een slagveld. In de gangen weerspiegelen neonlampen in vuile plassen. Geel isolatieschuim puilt uit de gaten in de muren, de goedkope plafondplaten hangen scheef uit het plastieken rooster.

Op honderd kilometer van Harmanli, in het natuurreservaat, trekken iedere dag nieuwe vluchtelingen de Turks-Bulgaarse grens over. De gelukkigen vinden een smokkelauto, verder richting Duitsland. De rest eindigt in een koud kamp of in een graf. Het is onvermijdelijk dat de weergoden slachtoffers blijven maken.

Dit stuk kwam tot stand met steun van de journalistieke Karl Gerold Stiftung.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234