Zondag 26/09/2021

Doodskist als eerste prijs

Aan prestigieuze prijzen ontbreekt het de Colombiaanse journalist Hollman Morris niet. Aan garanties op lijfsbehoud des te meer. Sinds president Uribe hem 'per vergissing' van banden met de FARC-guerrilla beschuldigde, wordt Morris met de dood bedreigd.

DOOR LODE DELPUTTE

BRUSSEL l Morris, die op 's lands openbare omroep een programma over mensenrechten heeft, kreeg een dodenkrans opgestuurd en berichten dat hij een doodskist had gewonnen. Amnesty International neemt het nu voor hem op.

Op het eerste gezicht gaat het de goede kant op met de Colombiaanse persvrijheid. Volgens het wereldklassement 2007 van journalistenrechtengroep Reporters sans Frontières (RSF) ging Colombia erop vooruit. Goed, het Andesland staat nog altijd op een bedenkelijke 126ste plaats op 169, maar voor het eerst sinds mensenheugenis had RSF geen moorden meer opgetekend. "Een première", aldus de vereniging. Colombia, zo geeft de ranking nog aan, blijkt een van de weinige landen in Latijns-Amerika waar vooruitgang vastgesteld wordt.

"Maar rankings zijn relatief, enkele signalementen van intimidaties meer of minder en het plaatje oogt anders", zo vreest Hollman Morris. "Bovendien doen heel wat Colombiaanse journalisten aan zelfcensuur."

Al klopt het wel, licht hij toe, dat zonder het cruciale journalistieke werk bij de weekbladen Semana en El Espectador, en zonder een aantal degelijke berichten in de krant El Tiempo, het 'Parapolítica'-schandaal - tientallen rechtse, tegen Álvaro Uribe aanleunende parlementsleden en politici die twee handen op een buik waren met extreem rechtse paramilitaire mensenrechtenschenders - de Colombiaanse politiek en regering nooit op hun grondvesten had kunnen doen daveren.

Ook Morris doet die funderingen trillen. In het actuaprogramma Contravía ('Tegenstroom'), dat behalve op Colombia's enige (maar armlastige) openbare zender ook op tal van regionale stations te zien is, geeft Morris sinds 2003 een stem aan de slachtoffers van het decennia oude conflict in het land: boeren, Afro-Colombianen, inheemse volkeren, ontheemden en andere minderheidsgroepen die dorsten naar gerechtigheid - maar helemaal vergeten worden in tijden van zapcultuur, soapseries, economische boom en een straffeloosheid waar velen berustend de schouders bij ophalen.

"Contravía werd in het leven geroepen met steun van de Europese Unie, die zo de bescherming van democratie en mensenrechten wou promoten", zegt Morris. Voor zijn programma kreeg hij diverse hoge onderscheidingen, onder meer van Human Rights Watch, van de Ibero-Amerikaanse Journalistenstichting, van de Canadian Journalists For A Free Press enzovoort.

Maar hem fysiek beschermen doen die prijzen niet. "De problemen begonnen in mei 2005, toen we in opdracht van de BBC in het zuidelijke departement Putumayo filmden en daar een offensief van de (marxistisch-leninistische, LD) FARC-guerrilla opnamen. President Uribe noemde me toen niet met naam, maar suggereerde wel dat ik het met de rebellen op een akkoordje had gegooid. Later excuseerde hij zich, maar op erg discrete wijze. Het kwaad was geschied. Mijn naam was aan de FARC gelinkt. Sindsdien krijg ik met doodsbedreigingen te maken, wordt mijn telefoon afgeluisterd enzovoort."

Oogde Uribe's uitschuiver aanvankelijk nog als een pijnlijke vergissing, ingegeven door de rabiaatheid die het staatshoofd volgens vriend en vijand schetst, dan ziet Morris het vandaag anders. "Dat eerst beschuldigen, om de beschuldigingen vervolgens stilletjes in te trekken, zie ik met journalisten gebeuren, met oppositieleden, met mensenrechtenverdedigers. Dit is een beleid, hier zit een systeem achter, dat ons extra kwetsbaar maakt."

Hollman Morris kreeg dodenkransen opgestuurd, berichten dat hij een doodskist had gewonnen omdat hij zogezegd lid was van de FARC, dreigtelefoontjes ook, of nog, een e-mail met daarin een doorgekruiste foto van zichzelf en de boodschap 'vier, drie, twee... bijna!'

Wie achter de intimidaties zit, daar heeft Morris geen idee van. Maar in een land waar de paramilitairen zoals talloze feiten bewijzen nog steeds tegen de macht aanschurken, en waar het staatshoofd zo behept is met de strijd tegen de FARC dat zijn aandacht voor de paramilitaire gruwel erbij verbleekt, moeten kritische journalisten bepaald op hun tellen passen.

Morris, die in het protectieprogramma gestapt is dat de Colombiaanse regering voor journalisten opgezet heeft, is intussen door Amnesty International 'geadopteerd'. Zijn werk doen, het terrein optrekken, een leven leiden zonder lijfwachten, kan hij voorlopig niet. "Dus ben ik naar het buitenland vertrokken."

Alleen staat Morris daarmee zeker niet. Hijzelf vertrok op 21 oktober, twee dagen eerder was radiojournalist Giovanni Álvarez na doodsbedreigingen al op de vlucht geslagen.

Ook zijn koffers gepakt heeft Gonzalo Guillén, een journalist van de Spaanstalige krant El Heraldo, uit Miami, die met de dood bedreigd wordt sinds de president hem ervan beschuldigde de hand te hebben in een boek dat van contacten tussen Uribe zelve en wijlen kartelbaas Pablo Escobar gewaagt. Guillén heeft een klacht tegen het staatshoofd ingediend, maar zijn advocate heeft na doodsbedreigingen - ook zij - afgehaakt.

Hollman Morris:

Heel wat Colombiaanse journalisten doen aan zelfcensuur

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234