Zaterdag 24/10/2020

Doodsbang voor de Albanese maffia

Drie jaar lang leefde Véronique F. tussen de Albanese maffia. Ze leende haar naam aan adressen waar mensen en wapens werden verhandeld. Ze zag hoe een meisje van 22 als slavin werd verkocht. Ze stapte in 1999 naar de politie, maar die had geen interesse. 'Nu staat er een doodsvonnis op mijn hoofd. Ik leef al twee jaar als een vluchtelinge.' Douglas De Coninck sprak met Véronique F.

Dinsdag kondigde de Europese Commissie aan dat ze slachtoffers van mensenhandel voortaan een tijdelijke verblijfsvergunning wil geven op voorwaarde dat ze meewerken aan gerechtelijke onderzoeken. Met een richtlijn in die zin wil EU-commissaris voor Justitie Antonio Vitorino de lidstaten beter wapenen in de strijd tegen de mensenhandel.

Het voorstel ligt in de lijn van de veelbesproken spijtoptantenwet van justitieminister Marc Verwilghen: wil je zicht krijgen op de interne keuken van de georganiseerde misdaad, dan haal je de informatie bij voorkeur daar. Door het, bijvoorbeeld, op een akkoordje te gooien met maffiosi en hen - of slachtoffers - de mogelijkheid tot bescherming en eventueel een nieuwe identiteit aan te bieden. Soms gebeurt het ook dat mensen uit het milieu zonder ingewikkelde voorwaarden naar het gerecht stappen met het aanbod om te praten.

Véronique F. is zo iemand. Wie tot een jaar of twee geleden aan een cafétoog in de rosse buurt aan de Brusselse Noordwijk over haar sprak, zei niet Véronique F., maar queen of the cabaret. "Die bijnaam is een beetje overdreven", zegt de 33-jarige Brusselse, die je vandaag overigens veeleer 53 zou geven. "Ik denk dat ik gewoon goed was in het scheiden van zaken en vermaak." Het is niet zo gebruikelijk dat een prostituee of stripteaseuse zaakvoerder wordt. F. kreeg dat wel voor elkaar. "Omdat ik al van vrij jonge leeftijd in het milieu zat, en heel veel mensen mij kenden en respecteerden."

Na eerst zelf jarenlang te hebben gedanst en gestript, stopte F. in 1994 haar spaargeld in de overname van 'haar' cabaret op de Emile Jacqmainlaan. Ze had twee meisjes in vaste dienst en de zaken gingen goed - zo goed dat ze zich een villa in de residentiële rand rond Brussel en twee Mercedessen kon veroorloven. Het feest zou vijf jaar duren. De zaak is sinds eind 1999 failliet en F. ontmoeten blijkt een hele onderneming. Ze is naar eigen zeggen op de vlucht voor de Albanese maffia.

Véronique F.: "Ik moet zien te vermijden dat die lui achter mijn verblijfplaats komen en elke dag permanent om me heen kijken om te zien of iemand me herkent. Dat is nu al meer dan twee jaar zo. Ik ben een vluchtelinge in eigen land. Het is fout beginnen lopen vanaf 1996, door mijn relatie met A., een Marokkaanse Belg. Hij zat aan mijn centen. We kregen ruzie. Hij werd steeds gewelddadiger. Ik kom uit een milieu waar je niet snel geneigd bent om naar de politie te stappen, maar in die tijd heb ik dat vaak gedaan, om hem uit mijn huis te krijgen. In die periode zocht ik toenadering tot Shaban A., een Albanees en al jarenlang vaste klant in de zaak. Ik hoopte dat hij me zou beschermen en dat mijn samenzijn met hem die Marokkaan zou afschrikken."

Dat gebeurde ook. In het milieu is Shaban A. bekend als 'Sasha'. Het uitspreken van die bijnaam heeft bij een aantal Brusselse barexploitanten tot vandaag het effect van een tikkende tijdbom. "Mag ik u vriendelijk vragen nooit ofte nimmer tegenover wie dan ook te laten blijken dat u met mij hebt gesproken", zegt een van hen. Van spreken komt overigens weinig in huis: "Ik zeg niks over Sasha. Ik zou wel gek zijn."

Eerst, zegt Véronique F., bezigde Shaban A. voor al zijn handelingen het excuus van 'bescherming'. Na een poos werd het F. duidelijk dat hij haar vooral zag als een kip vol gouden eieren. "Hij heeft mij volledig gepluimd. Hij nam mijn hele leven over, regelde alle financiële kwesties, deed mij allerlei documenten ondertekenen en stopte mij vol pillen. Als dat niet hielp, kreeg ik een pak slaag, hetzij van hem hetzij van zijn Albanese vrienden. Ik leefde als een zombie, was zowat permanent gedrogeerd. U zult zeggen: eigen schuld, dikke bult, en dat is ook zo. Op de documenten over alle transacties uit die tijd - bijvoorbeeld de verkoop van mijn huis of de Mercedessen - staat mijn handtekening. Hetzelfde geldt voor de appartementen die hij huurde, één in Knokke en één in het Europacentrum in Oostende. Ik ben groot en wijs genoeg om te weten dat te laat is, en dat ik niet het recht heb om daarover te klagen."

Waarover dan wel?

"Na de verkoop van mijn tweede Mercedes liep Shaban rond met 250.000 frank cash. 'Daarmee ga ik een meisje kopen', zei hij. Gewoon, een meisje kopen. Alsof het om een koffiezetapparaat ging. Hij ging iets drinken met Giorgio, een van zijn Albanese vrienden, in Brussel. Die deed in meisjes. Giorgio zei dat hij 'iets' in voorraad had, een Tsjechische van 22 jaar oud die Jana heette."

Wat was hij met haar van plan?

"Als ik het goed begreep, moest ze het huishouden doen, opdraven voor seks en af en toe een paar meppen incasseren als hij daar zin in had. Dat was het zowat: zijn persoonlijke slavinnetje. Hij speelde ook met het idee om Jana in een bar te plaatsen. Ik hoor hem nog zijn rekensommetje maken: 'Ze vertegenwoordigt een potentiële omzet van 2 miljoen frank per maand.' Giorgio, de verkoper dus, had Jana 'afgericht'. Hij had haar een maand lang in een donkere kamer opgesloten. Af en toe ging hij haar opzoeken. Richtte ze de ogen naar hem op, dan gaf hij haar een pak slaag. Zo wou hij haar dociel maken. Jana was erg mooi. Giorgio wou haar aanvankelijk voor zichzelf. Maar, zei hij, het wou niet goed vlotten met dat africhten en dus zette hij haar te koop. Ik heb één keer met eigen ogen gezien van hoe hij dat kind verrot sloeg. Verschrikkelijk. Zodra ze verkocht was aan Shaban - met mijn geld nota bene - heb ik Jana beter leren kennen. Ze keek naar mij op. Ze beschouwde mij als de enige die haar ooit uit deze hele ellende zou kunnen bevrijden."

U vond dat soort zaken gewoon?

"Ik zat permanent onder de pillen, ik vond alles goed. Er is toen een punt gekomen waarop ik besloot dat het moest stoppen - dat ik nog liever stierf dan in dat milieu vast te blijven zitten. Op zekere dag vond ik in de jas van Shaban een briefje. Het bleek te gaan om een 'verkoopovereenkomst'. Echt waar: een contract waarin stond dat Jana voor het bedrag van 200.000 frank was verkocht aan Shaban. Bij mij sloegen de stoppen door. In een opwelling heb ik besloten om Jana mee te nemen en alles achter te laten. Nadat ik haar eerst gedurende enkele weken op verschillende schuiladressen had verborgen - tot op een camping in Londerzeel toe - ben ik met Jana naar Pagasa getrokken (opvangcentrum voor jonge slachtoffers van vrouwenhandel in Brussel, DDC). Die mensen hebben ervoor gezorgd dat ze terug kon naar haar familie in Tsjechië, die tot dan toe dacht dat Jana in Brussel furore aan het maken was als danseres. Jana is nu, godzijdank, nog steeds bij haar familie."

Hoe reageerde Shaban A.?

"Hij had eerst geen idee waar Jana naartoe was. Dat werd hem pas na een tijdje duidelijk. Hij heeft me een paar keer bedreigd: 'Si tu ne me rends pas la file, tu auras des problèmes.' In zijn optiek had ik hem bestolen. Jana was zijn 'bezit'. Ofwel bracht ik haar terug - wat al niet meer kon - ofwel moest ik 'tweehonderdduizend frank plus interest' ophoesten. Als ik het geld had gehad, had ik zeker betaald. Een doodsbedreiging van de Albo's neem je beter ernstig. Ik heb in die hele periode één keer een revolver op mijn keel gekregen. Vanwege een stom misverstand over een of andere transactie. Die vent knalde me bijna neer. Laat ons zeggen dat een mensenleven in hun ogen niet dezelfde waarde heeft als in de onze."

Op 27 december 1999 meldt Véronique F. zich aan bij de 2KOS, de sectie zeden van het op dat ogenblik nog BOB hetende onderdeel van de federale politie. In haar verhoor, vervat in het proces-verbaal 111.128/99, vertelt ze enkel het verhaal van Jana en overhandigt ze ook het origineel van de 'verkoopovereenkomst'. Ze is van oordeel dat dat "als bewijsstuk toch moet kunnen tellen". Ze weet nog veel méér over Shaban A., maar daarover wil ze enkel op papier getuigen, als justitie haar op de een of andere manier bescherming kan bieden.

Véronique F.: "Als het gerecht op basis van mijn verklaring Shaban en zijn kameraden oppakt en zij inzage krijgen in hun strafdossier, zien ze meteen mijn naam staan. Dan krijg ik niet twee maar tientallen razende Albo's achter mij aan. Ik vroeg niet om een andere identiteit of zo. Ik heb geschetst wat voor een figuur hij is en gevraagd wat er eventueel te regelen viel opdat ik in leven kon blijven. Er kwam niet echt veel respons. Ze wilden de zaak eens rustig bekijken."

Wat voor onthullingen had u dan in petto?

"Ik heb een jaar of drie pal middenin dat zware Albanese milieu gezeten. Shaban was tussenpersoon in de verkoop van wapens aan het UCK. Meer dan één keer per week ging ik met hem mee naar een van de cafés in Koekelberg, waar hij zakendeed, eentje op het gemeenteplein en het andere in de Eeuwfeestlaan. Hij ging ook soms oorlogswapens ophalen in Keulen. Ik herinner mij ook plaatsen in Antwerpen waar hij allerlei zaakjes regelde met Georgiërs. Het was vanwege die wapenhandel dat hij nood had aan die adressen in Knokke en Oostende. Dat waren blijkbaar ideale locaties om wapens te verbergen en door te verkopen. Het was me ook vrij duidelijk hoe de hele handel in elkaar zat. De opbrengst van de meisjes diende om wapens mee aan te kopen. Daar werd ook vrij openlijk over gesproken. Er ging geen week voorbij of er was wel ergens een handeltje: een partijtje wapens hier, een paar Oekraïense of Albanese meisjes daar. Ik heb geen perfect geheugen, maar ik kon justitie aan een hoop namen en adressen helpen. En aan documenten die ik op het laatst stiekem mee griste."

Volgens u is Shaban A. een kopstuk van de Albanese maffia?

"Ik heb wel de indruk dat hij dat in enkele jaren tijd geworden is. Op de duur deed hij in van alles: mensensmokkel, hier in Brussel UCK-strijders ronselen en ze aan geld en wapens helpen... Op een keer is bij hem, tijdens een huiszoeking in zijn appartement in Knokke, buiten enkele wapens, ook een partij maskers ontdekt, waarvan het voor de rijkswacht vaststond dat die moesten dienen bij gewapende overvallen."

Een huiszoeking? Justitie zat dan toch niet stil?

"Aan de kust niet nee. En dat is mijn grote geluk geweest. Shaban heeft anderhalve maand in voorarrest gezeten in Brugge. Dat was in de periode nadat ik Jana had bevrijd. Zijn arrestatie gaf mij de mogelijkheid om een vals adres te vinden, van gsm-nummer te veranderen en mijn nieuwe leven als vluchtelinge in te richten."

Bij het parket van Brugge is Shaban A. beslist geen onbekende. In 1998 maakt hij deel uit van een groep van negentien verdachten die worden gevat na een van de grote politieacties tegen mensenhandel aan de beruchte parking langs de E40 in Jabbeke. Het gaat om een hoofdzakelijk Albanese bende die Oost-Europeanen tegen betaling van 20.000 frank in vrachtwagens met bestemming Groot-Brittannië verstopt. De bende, zo leren krantenberichten uit die tijd, "verdiende zo miljoenen". Ze beschikte over een heel netwerk, met appartementen aan de kust, waar vluchtelingen konden worden verborgen, in afwachting van een enkele reis per container.

Wanneer de zaak op 23 maart 2000 haar beslag krijgt voor de correctionele rechtbank in Brugge, wordt Shaban als verdachte nummer negen veroordeeld tot twee jaar cel (waarvan één effectief), een geldboete en vijf jaar ontzetting uit zijn burgerrechten. Hij gaat in beroep. In februari 2001 wordt Shaban A. effectief opgepakt, deze keer in het kader van "een dossier-vrouwenhandel". Het is dan dat de rijkswacht van Knokke zijn flat doorzoekt. In de pv's daarover valt over Shaban A. te lezen: "Woonachtig in Koekelberg, maar verblijvend in Knokke-Heist." Verder blijkt ook dat de man al sinds jaar en dag zo'n 50.000 frank per maand verwerft omdat hij deels invalide zou zijn en uitkeringsgerechtigd is.

"Wij kennen het heerschap inderdaad", zegt de Brugse procureur Jean-Marie Berkvens. "Over het laatste dossier, dat van de vrouwenhandel, kan ik u echter niet veel vertellen. Wij hebben dat dossier toen overgemaakt aan het parket van Brussel, waar blijkbaar ook nog een zaak tegen hem lopende is."

In Brussel is de zaak in handen gegeven van onderzoeksrechter Jacques Pignolet. Jaja, zegt hij: "Die Shaban A. is hier geweest. Dat was zo'n zaak van vrouwenhandel. Volgens mij is die zaak zelfs al door de correctionele rechtbank afgehandeld. Ik heb toen in elk geval zijn vervolging gevraagd." De naam Véronique A. zegt de magistraat overigens niets. "Nooit gezien, nooit mee gesproken."

Véronique F. kan in omgekeerde richting beamen: "Ik laat af en toe een vriend naar de speurders bellen om te vragen wat ze denken te doen met mijn verklaring. Er komt nooit een antwoord."

De vriend: "Ze lachen me uit. 'Die madam van u heeft gewoon ruzie met haar ex en wil dat wij haar zaken even regelen', zeggen ze. Ik vraag me af hoe ze dat kunnen opmaken uit dat korte eenmalige verhoor."

Procureur Berkvens, voorzichtig: "Tja, het is al een poosje zo dat wij hier in Brugge blijkbaar meer aandacht schenken aan de problematiek van mensenhandel dan sommige andere parketten."

Of ligt de ware reden voor het veronachtzamen van de getuigenis elders? De speurders met wie de gewezen queen of the cabaret eind 1999 te maken krijgt, zitten op dat ogenblik volop verwikkeld in een tuchtrechtelijk onderzoek van de rijkswacht, waarin aan het licht is gekomen dat hun chef d'enquête vrolijk stukken heeft zitten vervalsen bij de herlezing van het X1-dossier en meer tijd lijkt te stoppen in zijn verweer dan in zijn politiewerk. "Daar komt bij", zegt een speurder, "dat iedereen hier in die tijd nog volop aan het gissen was naar de verdeling van de nieuwe functies bij de eenheidspolitie. De motivatie was zo'n beetje zéro toen."

Véronique F.: "Hoe langer dit duurt hoe kleiner de kans dat ik dit overleef. Ik durf geen stap meer buiten te zetten, want ik weet dat de tijdslimiet waarbinnen ik de 'diefstal' van Jana eventueel had kunnen goedmaken door te betalen allang is verstreken. Ik heb nog altijd enkele contacten in de rosse buurt. Iedereen zeg daar hetzelfde: 'Blijf uit de buurt, ze zoeken je nog altijd.'"

Nu, ruim twee jaar na de feiten, zou de 'diefstal' van Jana nog niet zijn vergeten? Een van de barexploitanten die we in een zijstraat van de Jacqmainlaan kortstondig aan de praat krijgen, zit wel zo'n beetje met dat gevoel: "Af en toe komt Sasha of een van zijn vrienden navraag doen: 'Waar zit die trut?' Een paar maanden geleden is Sasha zelf hier geweest om heel expliciet naar haar te zitten rondvragen. Ik ben blij dat ik haar gsm-nummer niet heb. Ik wil het ook niet hebben."

Het is niet geheel duidelijk waar Shaban A. dezer dagen uithangt, zoals ook Véronique F. en haar enige contact met de buitenwereld zich onbereikbaar maken. "Je kunt toch niet twee jaar aan een stuk blijven smeken of justitie alstublieft wil luisteren naar een getuigenis over de Albanese maffia", zegt Véronique F. op het laatst.

Het is anders moeilijk te geloven dat de 'pakkans' van Albanese mensenhandelaars klein zou zijn. Echt discreet gaat het er in deze kringen blijkbaar niet toe. Tussen de enkele documenten die Véronique F. buit maakte bij Shaban A. - en aanbood aan justitie - zit onder meer een brief van Ibrahim F. alias Giorgio, de man die de jonge Jana 'africhtte' en verkocht. De brief dateert van 19 september 1999. Ibrahim F. zit op dat ogenblik in de gevangenis van Vorst en zit kennelijk in geldnood. Hij schrijft Shaban A. met een pathetisch verzoek om wat centen te sturen:

"Shaban, ik zweer op het hoofd van mijn kinderen dat zodra ik uit de gevangenis geraak, ik je je geld zal teruggeven of je een meisje uit Albanië zal brengen."

Véronique F.: "Ik heb nog wel een paar van die briefjes. Ik denk dat ik ze maar eens in de vuilnisbak gooi."

Véronique F. is - hoe kan het anders - een gefingeerde naam.

Shaban A. werd al eens veroordeeld voor mensensmokkel langs de E40 in Jabbeke, in zijn flat werden wapens aangetroffen, in Brussel wordt hij verdacht van vrouwenhandel. Maar toen zijn Belgische ex naar justitie stapte met het aanbod om te praten, werd ze weggelachen. 'Nu ben ik al twee jaar vluchtelinge in eigen land''Op zekere dag vond ik in de jas van Shaban een briefje. Het ging om een 'verkoopovereenkomst'. Echt waar: een contract waarin stond dat Jana voor het bedrag van 200.000 frank was verkocht. Ze werd zijn persoonlijke slavin'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234