Maandag 03/08/2020

'Doodgaan is even verwarrend als leven'

In Het uur van het violet duikt de Amerikaanse essayiste Katie Roiphe onder in de laatste levensdagen van zes beroemde schrijvers. Toch zet ze geen lugubere verhalen neer. Ook de dood kan glorieus zijn, meent ze.

In de epiloog van Als adem lucht wordt, pende de terminaal zieke en intussen overleden Amerikaanse neurochirurg Paul Kalanithi een citaat van de Franse filosoof Michel de Montaigne neer: 'Als ik een schrijver was, dan zou ik een register samenstellen van de dood van verschillende mensen. Wie mensen kan leren hoe ze moeten sterven, zou hen op hetzelfde moment leren hoe ze moeten leven.'

Dat is precies wat Katie Roiphe doet in Het uur van het violet. Het boek is een doortrokken infusie van memoires, journalistiek, biografie en literaire kritiek, waarin ze het sterven van zes auteurs probeert te doorgronden: Sigmund Freud, John Updike, Dylan Thomas, Maurice Sendak, Susan Sontag en James Salter. Roiphe stelt vragen als: wat betekent het om te sterven? Hoe kijk je de dood in de ogen? Bestaat er een goede manier om ermee om te gaan, of moeten we er ons tegen verzetten?

Het is overigens opmerkelijk hoe sterk de dood vertegenwoordigd is in de boekhandel. Alleen al vorig jaar verschenen er meerdere titels over sterven. Het meest beklijvende was misschien wel Als adem lucht wordt, de autobiografie van de bovengenoemde arts Paul Kalanithi. Niet in het Nederlands vertaald, maar minstens zo interessant zijn The Good Death van journaliste Ann Neumann en The Iceberg van Marion Coutts, waarin de auteurs persoonlijke reflecties neerpennen over het verlies van geliefden. Is de dood populair geworden?

"De behoefte om erover te praten neemt toe", zegt Katie Roiphe, terwijl ze haar benen onder zich trekt. We zitten op de bank in haar huis in Brooklyn. Het is vreemd om over de dood te praten in een huis dat gonst van het leven. Haar kinderen hebben vriendjes op bezoek, haar hond blaft nerveus telkens als er een stel tienerbenen de trap op- of afdendert, de telefoon zoemt voortdurend. Roiphe lijkt het amper te merken.

"Schietpartijen, terroristische aanslagen, losgeslagen trucks... En wat met de kans op een nucleaire oorlog? Ik denk dat deze gewelddadige tijden mensen bewuster maken van hun sterfelijkheid. Het lijkt me niet meer dan normaal dat mensen aan de dood denken. Alleen weten ze niet meer hoe ze erover moeten praten."

Waarom bent u ermee bezig?

Katie Roiphe: "Toen ik mijn onderzoek startte, wist ik zelf niet goed waarom ik dit boek wilde schrijven. Er was een onbenoembare drang, wat meestal een interessant uitgangspunt is. Maar mijn fascinatie voor het sterven dateert uit mijn jeugd. Als kind van 12 overleefde ik een zware longontsteking. Op een bepaald moment kreeg ik acuut longoedeem. Ik kon amper ademen, alsof ik aan het verdrinken was. Meer dood dan levend belandde ik op de spoeddienst. Ik heb nog viscerale herinneringen aan hoe ik naar adem snakte, de paniek die ik toen voelde. Af en toe kan die paniek nog toeslaan.

"Ik vroeg me af of alle stervende mensen die paniek en angst voelen. Voelde mijn vader het toen een hartaanval hem fataal werd? Voelde de schrijver James Salter het toen hij een jaar na ons gesprek overleed? Beiden waren zulke sterke WO II-mannen, ogenschijnlijk onverwoestbaar. Uiteindelijk werd het boek mijn eigen strijd met die angst en die paniek."

U wilt het taboe rond de dood doorbreken.

"Ik realiseer me dat het een ongewoon project is. De dood is zelden aanwezig in de levensverhalen van mensen. De meeste biografen slaan het sterven gewoon over, of ze gaan er niet diep op in. Maar sterven is een heel bijzonder moment in het leven. Alles komt plots samen: de mensen van wie je hield, je passies, je werk, je successen en verwezenlijkingen...

"In Amerika verbloemt men alles, ook de dood. We wijzen de dood af, weigeren ernaar te kijken omdat we er bang voor zijn. Ook ik vind het een vreselijke gedachte, maar tegelijk voel ik me ertoe aangetrokken. Ik wil die muur neerhalen die tussen het leven en de dood staat, het sterven beschrijven als een proces dat bij het leven hoort.

"Daarom ging ik ook zo gedetailleerd te werk. Ik wilde de rauwe werkelijkheid. Ik heb met familieleden en verwanten van de auteurs gepraat, met bijstanders en hulpverleners, om toch maar een zo treffend mogelijke reconstructie te kunnen maken van die laatste weken."

Waarom koos u precies voor de laatste levensdagen van deze auteurs?

"Omdat ze zelf erg zinvolle dingen hebben geschreven over de dood. Als Rabbit, het personage van John Updike in Rabbit, Run, een hartaanval krijgt, beschrijft Updike bijvoorbeeld uitvoerig, tot in de diepste details, hoe dat gevoel zich manifesteerde. Literatuur en poëzie kunnen zo mooi in woorden vatten wat gewone stervelingen wel voelen, maar niet altijd kunnen uitdrukken."

James Salter leefde nog toen u met hem ging praten over de dood. Was dat niet een beetje voorbarig van u?

"Dat hij positief antwoordde op mijn vraag of hij me kon helpen met mijn onderzoek en me bij hem thuis uitnodigde, verraste mij ook. Het werd een van de belangrijkste gesprekken uit mijn leven. Hij zei dat hij nooit aan de dood dacht. Om daarna het sterven te beschrijven als een crashend vliegtuig, waarbij de inzittenden weten wat er zal gebeuren.

"Uiteraard had hij er al duizend keer over nagedacht, zijn eigen dochter overleed in zijn armen nadat ze was uitgegleden in de douche. Maar zoals Freud ooit schreef: we zijn niet in staat om onze eigen dood te verbeelden. Dus zeggen we dat we er niet mee bezig zijn."

Kreeg u tijdens uw onderzoek nooit het deksel op de neus?

"De grote paradox is dat mensen niet over de dood praten, maar dat wel graag willen. Na een lezing komen wildvreemden me vertellen over de dood van hun eigen geliefden. Een vreemde luistert, vult niets in met eigen angsten of gedachten over de overledene. Je vervalt vanzelf in een intiem gesprek dat met je zus of een andere verwant soms onmogelijk is.

"Dat verklaart meteen waarom de verwanten en vrienden van de schrijvers wier sterven ik in kaart probeerde te brengen, zo gemakkelijk hun verhaal vertelden. Zelfs wie in eerste instantie een afwijzende houding had, bleek uiteindelijk een spraakwaterval. Dat had ik niet verwacht. De kleinste details vertrouwden ze me toe.

"Die gesprekken waren zo intiem dat ik me er ongemakkelijk bij voelde. Wat ik als opdringerig gedrag ervoer, was voor hen interesse in een onderwerp waar ze vaak aan denken, dat ze vaak opnieuw beleven, maar waar ze slechts zelden over kunnen praten."

Uw onderzoek duurde zeven jaar. Omdat het zwaar was?

"Verrassend genoeg was het geen deprimerend werk. De waarheid is dat ik gebiologeerd raakte door alle verhalen die ik aangereikt kreeg. Hoe meer ik me verdiepte in de dood van die auteurs, hoe meer ik zag hoe die laatste weken en dagen ondanks hun lijden en de tragiek van een bizarre schoonheid kunnen zijn. Het was een verheffende en opwindende ervaring."

De levenslust raast inderdaad door het boek.

"Het leven is op z'n intenst op het moment dat het bijna voorbij is. Vandaar de titel van het boek: het violette uur is dat moment waarop de schemer en de duisternis met elkaar flirten. De dag is bijna voorbij, maar alles oogt zo mooi en opwindend.

"Voelen mensen die op het nippertje aan de dood ontsnapten dit nog extremer dan anderen? Bij mij is dat in elk geval zo. Misschien dat ik er daarom zo obsessief aan heb gewerkt. Ik kon het niet loslaten. Zelfs toen ik zwanger was, en iedereen me aanraadde me op het leven te concentreren in plaats van op de dood, kon ik niet stoppen met lezen, zoeken en graven."

Men vond uw interesse alarmerend?

"Ik geef toe dat het nogal gothic en emo oogt. Maar in het victoriaanse tijdperk was deze fascinatie heel gewoon. Men maakte memento mori, foto's van de doden tussen de levenden en dodenmaskers van het gezicht van de overledenen.

"De victorianen waren natuurlijk meer vertrouwd met de dood dan wij. Mensen overleden thuis, vrouwen stierven tijdens de bevalling, kinderen lieten het leven door een griepje. Nu kun je gemakkelijk 40, 50 worden zonder dat je ooit een lijk ziet. Het hedendaagse cleane sterven achter een gordijntje in het ziekenhuis laat dat amper toe. Hoe wij reageren op een foto van een overledene werpt vooral een licht op het taboe dat wij ervaren.

"In mijn boek Uncommon Arrangements schreef ik over bijzondere seksuele voorkeuren, toch ook niet vanzelfsprekend. Ik moet vaststellen dat de dood mensen meer van slag brengt dan een seksuele fetisj."

Ongemakkelijke waarheden lijken wel een rode draad door uw werk.

"Ik hou van oncomfortabele onderwerpen. Er zijn twee constanten in mijn werk: ofwel maak ik mensen boos, ofwel keren ze zich ervan af omdat ze er liever niet aan denken. Met dit dodenboek is het niet anders. Maar de dood maakt ook de voyeur in ons wakker. Dat klinkt bijna pornografisch, maar toch is het een natuurlijk verlangen. Ondanks het feit dat we er amper over praten, zijn we gebiologeerd door de dood. Geobsedeerd zelfs."

Over de dood van uw vader schrijft u dat hij de weken ervoor stiller was dan anders. Alsof zijn lichaam op celniveau al wist dat er iets op komst was. Denkt u dat mensen hun dood kunnen voorvoelen?

"Als je terminaal ziek bent, weet je wat er komt. Bij mijn vader was het onverwacht. Ik weet niet of hij voelde dat hij zou sterven. Misschien interpreteer ik die signalen verkeerd, zijn ze een product van mijn verbeelding? Ik was zo wanhopig op zoek naar een antwoord op de vraag of hij had geleden, en of hij zich bewust was van dat moment. Ik maakte mezelf wijs dat hij geen pijn had geleden, geen angst of paniek had gevoeld. James Salter haalde me nogal brutaal uit die droom. Hij verzekerde me dat een hartaanval extreem pijnlijk is, maar dat ook dat voorbijgaat. Ik had het nodig om dat te horen."

Wat hebt u nog geleerd?

"We koesteren allemaal de ultieme fantasie van afronding, denken dat het ideale sterven een soort van apotheose is, een moment waarop alle losse eindjes samenkomen. We verwachten een laatste gesprek, vergiffenis, eerlijkheid, een moment van inzicht over het mysterie van ons leven. Dat is een illusie. Doodgaan is even verwarrend als leven. Er wordt zelden iets opgelost op het sterfbed.

"Maar we kunnen amper om met de onvoorspelbaarheid van het leven, laat staan de schokkende lichamelijkheid van de dood. Dat maakt dat we niet echt weten hoe we met die dood moeten omgaan.

"Wat ik nu ook weet, is dat mensen niet veranderen als ze stervende zijn. Wie tijdens het leven kort van stof was, zal als stervende niet in een spraakwaterval veranderen. Ik vermoed eerder het tegendeel: je wordt geen andere mens, maar exact wie je bent in de allerpuurste vorm. Dat zie je zowel bij Susan Sontag, die vreselijk heeft geleden en een extreme versie van zichzelf werd, als bij Maurice Sendak."

Ook Sendak, een kinderauteur en illustrator (Where the Wild Things Are) bleek gefascineerd door de dood.

"Maurice Sendak bezocht mensen op hun sterfbed en tekende hen. Hij probeerde het moment te vatten waarop het leven verstilt. Hij bezat ook een originele kopie van het dodenmasker van de dichter John Keats.

"Maar van Sendak leerde ik vooral hoe sterk de kracht van verbeelding kan zijn. Hij wilde sterven als William Blake, zei hij altijd. Op de dag van zijn dood was Blake nog aan het werk. Hij tekende het portret van zijn vrouw, zong hymnes en sliep tegen de avond rustig in. Sendak noemde dat een 'lekkere' dood.

"Ook hij was vastbesloten om de dood op een mooie manier te begroeten, en dat is hem nog gelukt ook. Al kon hij niet meer tekenen en schrijven, toch bleef hij verhalen verzinnen waarin hij zijn ergste angsten transformeerde in schoonheid en troost. Dat je zelfs tijdens die laatste momenten je eigen wereld kunt scheppen, is zo inspirerend."

Verhelderend is ook dat iemand als Sigmund Freud, die zijn hele leven wijdde aan de studie van de menselijke natuur, zelf ook een destructieve kant had.

"Freud leed aan een agressieve mondkanker, maar weigerde te stoppen met roken. Qua zelfdestructie en doodsdrift kan dat tellen. Uiteindelijk zou hij euthanasie plegen door een overdosis morfine.

"Het idee dat je je eigen overlijden in handen kunt nemen, spreekt me enorm aan. Niet iedereen heeft de luxe om die beslissing te nemen op een helder moment. Ik ben er nog niet helemaal uit of ik het zelf zou willen als ik voorbij het punt ben dat ik nog kan lezen of nadenken. Maar dat idee van controle vind ik aantrekkelijk."

Mag ik even advocaat van de duivel spelen? In uw vorig boek, Lof van het rommelige leven, pleitte u voor het omarmen van het onoverkomelijke en het onvoorspelbare in het leven. Staat de controle van de aftakeling niet haaks op dat pleidooi? Misschien verliezen we net daardoor die voeling met het sterven waar u het in het begin over had?

"Ik zie wat je bedoelt, maar het lijden van een alzheimerpatiënt is niet te vergelijken met het leven dat soms vreemde wendingen neemt.

"Susan Sontag heeft jaren gevochten tegen de kanker in haar lichaam, onderging experimentele behandelingen omdat ze zich niet kon voorstellen dat ze zou sterven. Ze heeft erg veel geleden. Had ze dat lijden kunnen vermijden? Ik kan die beslissing niet voor anderen nemen, maar te veel lijden lijkt me zinloos. De vraag is eerder of het zin heeft om alles te proberen als je weet dat je uiteindelijk toch zult sterven."

Sontag genas twee keer van kanker en was ervan overtuigd dat ze ook de derde zou overleven.

"Dat klopt. Ik denk dat iedereen die hoop of fantasie koestert."

Tot slot: behalve John Updike waren de schrijvers die u koos atheïst. In de middeleeuwen bestond er iets als een ars moriendi, een christelijke tekst over de kunst van het sterven. Maakt het gelovig zijn een verschil uit op het ultieme moment?

"Als dit boek al iets bevestigt, dan is het dat je doodgaan niet kunt leren. De dood is moeilijk te accepteren. Maar eens het zover is, heb je geen keuze. Ik denk wel dat je kunt leren om er minder bang voor te zijn."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234