Woensdag 16/06/2021

Dood van een groot volksschrijver

'Reves ironie is de motor van een bijzondere soort humor. Geen lolbroekerij maar humor uit wanhoop, die hem tot een van de geestigste Nederlandstalige auteurs aller tijden maakt'De veelgehoorde kritiek 'Reve herhaalt zich' pareerde de schrijver met 'Wie moet ik anders herhalen?'

Reves weg naar het Einde

De Nederlandse schrijver Gerard Reve is zaterdag in een verpleeghuis in Zulte overleden. Hij was 82. Reve, die al geruime tijd aan de ziekte van Alzheimer leed en vorige week enige tijd in een coma raakte, stierf aan de gevolgen van dementie. Reve was een populaire maar door zijn rebelse karakter ook controversiële auteur, wiens werk uit proza, poëzie, toneel, essays en brieven bestond. In zijn boeken koketteerde hij met thema's als zwaarmoedigheid, homoseksualiteit, geloofsbeleving en drankgebruik. door Armand Plottier

Met een welgemikte vuistslag op tafel zou Gerard Reve, toen nog Simon van het Reve, in 1947 zijn entree in de Nederlandse letteren forceren. Vandaag lijkt het misschien vreemd dat zijn inmiddels tot cultboek uitgegroeide debuut De avonden niet onmiddellijk op kritische bijval mocht rekenen, maar in die eerste naoorlogse jaren viel een boek waarin 'de 23-jarige hoofdpersoon Frits van Egters op een pijnlijke nauwkeurige, niets en niemand ontziende manier de dagen tussen en kerst en nieuwjaar observeert' bij tal van critici ronduit slecht. Zo kon de communistische schrijver Jef Last toen nog zonder enige gêne schrijven dat 'een jong arbeider na lezing van het boek de behoefte zal voelen om (zonder tandpasta) de mond te spoelen'. Ook Godfried Bomans schaarde zich in het antikamp: "Wanneer we aan onze kinderjaren terugdenken, geschiedt dit met vertedering", oordeelde de keurige publiekslieveling onbeschroomd apodictisch. Ondanks alle heisa zou Reve met het boek wel de Reina Prinsen Geerligsprijs voor debuten winnen. "Het is een boek dat uitbeeldt wat de tijd, die alle illusies vermoordde, de jeugd heeft aangedaan", besloot de jury wijs.

De eerste jaren na De avonden kunnen, achteraf bekeken en ondanks een meesterwerk als Werther Nieland (1949), als intermezzo worden beschouwd. Na zijn huwelijk met de dichteres Hanny Michaelis vestigde Reve zich in 1951 in Engeland, weg van de Nederlandse bekrompenheid, maar zijn poging om meteen een groter taalgebied te veroveren eindigde op een debacle als blijkt dat de Engelsen geen boodschap hebben aan het Hollandse realisme dat hij in de verhalenbundel The Acrobat and other Stories (1956) etaleert. Ook zijn huwelijk liep op de klippen. "Gerard wilde eigenlijk niet weg, hij was bang, waarschijnlijk omdat homoseksualiteit in de tijd nog niet zo geaccepteerd was. Hij wilde allebei, maar mijn psychiater heeft me gezegd dat het beter was toch te scheiden. Het was ook beter, anders waren we gefrustreerd geraakt. Maar de genegenheid is gebleven", blikte Michaelis in 1996 liefdevol terug.

Pas in 1963 zou de auteur opnieuw zijn plaats opeisen met opmerkelijke reisbrieven die hij bundelde in Op weg naar het einde. "Vooral de manier waarop hij over zichzelf schreef, had een moeilijk te overschatten impact", stelt Revebiograaf in spe Nop Maas. "Niemand schreef zoals hij dat deed, zo expliciet over zijn homoseksualiteit, alcoholisme, depressies en religieuze gevoelens. Stilistisch beïnvloedde Reve generaties schrijvers van Jeroen Brouwers tot Christophe Vekeman en inhoudelijk leverde hij een belangrijke bijdrage tot de emancipatie van de Nederlandse maatschappij." Maas: "Op weg naar het einde was ook zijn eerste grote verkoopsucces: eind 1963 verkocht hij er 3.000 à 4.000 exemplaren van en in 1964 gingen er nog eens 31.000 over de toonbank. Vanaf dat moment behoorde Reve definitief tot de spraakmakende auteurs."

Niet enkel Reves boeken trokken de aandacht, ook zijn extraliteraire activiteiten bleken danig in de smaak te vallen. Of het nu om een proces voor blasfemie ('de Allerhoogste had zich aan hem geopenbaard in de gedaante van een ezel'), een fel opgemerkt doopsel of een zeer aparte huldiging als P.C Hooftprijswinnaar (met een klinkende zoen als onverwachte bonus voor mevrouw Klompé, minister van Cultuur) ging, Nederland liet zich in hoog tempo door hem verbazen.

Toch begonnen ook bondgenoten uit de beginperiode zich langzamerhand vragen te stellen. Vooral Reves bekering tot het katholicisme stemde niet iedereen onverdeeld gelukkig. "Zijn bijzondere intellectuele prestatie is dat hij het onderscheid tussen schijnheiligheid en ironie bijna volledig heeft weten uit te wissen", aldus pater Anastase Prudhomme s.j. in het Hollands Maandblad. En dat achter dat welluidende pseudoniem niemand minder dan Willem Frederik Hermans schuilging, kon het verwijt alleen maar pikanter maken. Dat de 'Grote Volksschrijver' nog meer troeven in de mouw had, bewees hij met de publicatie van De taal der liefde (1972). Na eerdere aanvaringen met het progressieve volksdeel der natie trapte de auteur pas echt goed op het gaspedaal met passages als "Nu moeten we enkel nog van die Surinaamse en Curaçaose & Antilliaanse troep af. Ik ben er erg voor, dat die prachtvolken zo gauw mogelijk geheel onafhankelijk worden en ons niks meer kosten, zodat we ze allemaal met een zak vol spiegeltjes en kralen op de tjoeki tsjoeki stoomboot kunnen zetten, enkele reis Takki Takki Oerwoud, meneer!" "Onversneden racisme", oordeelde een ziedende Harry Mulisch. Een zuivere vorm van 'romantische ironie' nuanceerden geleerden als Sjaak Hubregtse en Ton Anbeek. Volgens hen probeerde Reve hooguit twijfel te zaaien bij de lezer. Meent hij het of meent hij het niet? Die vraag was cruciaal, wilde je de inzet van zijn hoogst serieuze spel begrijpen. "Ironie is essentieel voor de schrijver Reve, het was het wapen waarmee hij greep op de chaotische werkelijkheid probeerde te krijgen. Die ironie was ook de motor van een heel bijzonder soort van humor. Geen lolbroekerij maar humor uit wanhoop, die hem tot een van de geestigste Nederlandstalige auteurs aller tijden maakte", beaamt Nop Maas.

Achteraf beschouwd blijkt De taal der liefde een keerpunt in Reves carrière. Wat hij daarna ook publiceerde, Lieve jongens (1973), Het lieve leven (1974), Ik had hem lief (1975) of Een circusjongen (1975), telkens weer reageerden de recensenten verdeeld. Het credo 'Reve herhaalt zich' werd de mode van de dag, en 's schrijvers mooie repliek "Wie moet ik anders herhalen?", mocht dan wel een kern van waarheid bevatten, het tij was niet meer te keren: romans als Oud en eenzaam (1978), Moeder en zoon (1980) kregen niet meer de bijval die ze verdienden.

Maas: "Bezorgde ouders uit 1988 beschouw ik zelfs als zijn allergrootste roman. Het is de combinatie van James Joyces Ulysses - alle gebeurtenissen spelen zich af in één dag - en Malcolm Lowry's Under the Volcano - vanwege de prominente rol die dronkenschap krijgt toebedeeld. En ook de talrijke brievenboeken, die vaak pareltjes bevatten, waren een schot in de roos."

Uiteindelijk streek de getormenteerde schrijver - grote minnaars toeven in de hel - na een jarenlang verblijf in Frankrijk in Vlaanderen neer. De laatste twaalf jaar van zijn leven zou hij samen met Joop Schafthuizen (levenspartner en zaakwaarnemer sinds 1975) zijn levensavond in een voormalige dokterswoning in het Oost-Vlaamse Machelen aan de Leie slijten. Het verhaal wil dat de keuze van de schrijver werd beïnvloed door een - helaas nergens terug te vinden - uitspraak van kardinaal Danneels, die ooit zou hebben verklaard "dat het in Vlaanderen altijd goed weer was omdat de Moedermaagd een grote voorkeur voor het Vlaamse luchtruim aan de dag legde".

In Machelen zou Gerard Reve met 'veel pijn en moeite' Het hijgend hert voltooien. Die in 1998 gepubliceerde roman werd het sluitstuk van een rijkgevulde schrijversloopbaan. Enkele jaren later, toen het gehele oeuvre van Reve met de Grote Prijs der Nederlandse Letteren werd bekroond (2001), bleek hij al enkele jaren aan de ziekte van Alzheimer te lijden. De prijsuitreiking gaf overigens aanleiding tot een allerlaatste Reverel. Omdat tegen Joop Schafthuizen een gerechtelijk onderzoek liep wegens aanranding van een minderjarige weigerden zowel koning Albert als cultuurminister Anciaux de prijs te overhandigen.

Fel protest van collega-schrijvers mocht niet baten en uiteindelijk werd de prijs dan maar door de algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie overhandigd. Reve zelf wilde over de koning der Belgen geen kwaad woord horen. Een allerlaatste keer kwam hij aan het woord: "Dit heeft de man niet zelf besloten. Zo'n koning wordt helemaal afgeschermd, die zit opgesloten in zijn paleis."

De jongste jaren werd er namens 'de Revehuishouding' enkel nog door Joop Schafthuizen gecommuniceerd. Vorige week kondigde hij aan dat 'vriend Gerard' kort geleden een longontsteking had gehad en dat zijn gezondheidssituatie in snel tempo aftakelde. Schafthuizen had zich voorgekomen de laatste wens van Gerard Reve te respecteren. Die wilde in Machelen begraven worden, "omdat Vlaanderen de oude katholieke liturgie nog respecteerde en pastoor Desmaele inmiddels een goede vriend was geworden".

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234