Maandag 27/01/2020

Dond., 19 januari 1989: 'Morgen ben ik president af'

Of het zijn intiemste gedachten waren, zullen we

nooit weten, maar de dagboeken die Ronald Reagan achterliet, geven een uniek beeld van 's mans leven in het Witte Huis. Van de Israëlische inval in Libanon tot de gêne met een theezakje tijdens een bezoek van prins Charles: Reagan noteerde alles. De president uit de dagboeken, die op 22 mei worden gepubliceerd, is een ongecompliceerde man die zijn ambt haast spelenderwijs leek te klaren. Een optimisme dat de Republikeinen van nu meer inspireert dan hun huidige en immens onpopulaire president Bush.

Door Ayfer Erkul

"Getting shot hurts." Slechts drie woorden, een bijna kinderlijke zin, maar ze vatten de dag dat er een aanslag werd gepleegd op Ronald Reagan perfect samen. Het was 30 maart 1981 en John Hinckley jr. vuurde vijf kogels in de richting van de president toen die het Hilton in Washington verliet. Een daarvan trof Reagan in de borst. Die dacht dat hij een gebroken rib had, veroorzaakt toen hij door een geheim agent in de auto werd getrokken en naar beneden werd geduwd. "Ik zat op het puntje van de zetel, bijna verlamd door de pijn. Toen begon ik bloed op te hoesten, waardoor wij meteen hetzelfde dachten: ja, ik had een gebroken rib die een long had doorboord... Ik liep de spoedafdeling binnen en werd op een brancard gehesen waar ze mijn kleren uittrokken. Pas toen vernamen we dat ik was beschoten en een kogel in mijn long had." Hinckley, die een obsessie had voor actrice Jodie Foster en dacht haar met deze daad te imponeren, werd ter plekke gearresteerd.

Tijdens zijn herstelperiode schreef Reagan niets, maar dat was uitzonderlijk. Gedurende de acht jaar dat hij president was, pende de man iedere dag wel iets in zijn dagboeken, soms een enkele opmerking, soms hele epistels. Het resultaat is een verzameling van vijf schriften, twintig bij zevenentwintig centimeter groot, waarvan iedere pagina tot helemaal beneden is volgeschreven in een net, rond geschrift. Zelden zijn woorden doorstreept, af en toe heeft Reagan de schrijfsels aangevuld met een komische foto of een uitgeknipt krantenartikel. "Urenlang zat Ronald soms te schrijven in het presidentiële vliegtuig als hij een of ander staatsbezoek moest afleggen", verklaarde Nancy Reagan onlangs aan de Amerikaanse pers over haar in 2004 overleden echtgenoot.

The Reagan Diaries zullen op 22 mei worden gepubliceerd, maar in het juninummer van het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair werden al grote uittreksels meegegeven. Daaruit blijken de frustratie van Reagan toen Israël Libanon binnenviel, het historische belang van zijn ontmoetingen met de toenmalige Sovjetpresident Michail Gorbatsjov en zijn vreemde relatie met de Libische leider Moammar Kadhafi die hij 'that mad clown' noemt. Zoals die dag dat hij een speech gaf in de National Press Club, waarin hij de Sovjet-Unie vroeg om samen met de VS middellangeafstandsraketten in Europa te elimineren. "Grappig, ik sprak over vrede, maar droeg een kogelvrij vest. Het schijnt dat Kadhafi een prijs op mijn hoofd heeft gezet en dat iemand met de naam Jack iets ging proberen tijdens de toespraak", schrijft Reagan. "De veiligheid was zeer strikt."

Af en toe schemert, tussen de politiek van de dag, wat heimwee door naar zijn eerste liefde, de film. "We hebben een duidelijk bewijs dat Nicaragua honderden tonnen wapens van Cuba naar El Salvador verscheept. Een film gezien, Tribute, Jack Lemmon is waarlijk een groot artiest", schreef hij in januari 1981.

Over het Midden-Oosten doet Reagan soms opvallend anti-Israëlische uitspraken: "Op dit moment heeft Israël een wereld van sympathie verloren", schreef hij op 6 februari 1982, vlak voordat de Israëli's Zuid-Libanon binnenvielen. "Ik vraag me soms af of we voorbestemd zijn voor armageddon", schreef hij op 15 mei 1981. Op 7 juni werd dat: "Vernomen dat Israël Irak bombardeert - een nucleaire reactor. Ik zweer dat ik geloof dat armageddon nabij is."

Een van die Israëlische bombardementen was zo hevig dat hij een telefoontje kreeg van de Saoedische koning Fahd, die "mij smeekte iets te doen". "Ik vertelde hem dat ik de p.m. (premier, destijds Menachim Begin) aan het bellen was.... En die vertelde ik - ik was heel boos - dat dit moest stoppen of dat onze hele toekomstige relatie in gevaar was. Ik gebruikte het woord Holocaust met opzet en zei dat het symbool van de oorlog een foto was van een zeven maanden oude baby waarvan de armen afgeblazen waren."

Maar hoe ernstig politiek ook, een kwinkslag is nooit veraf bij Reagan. "Inlichtingendiensten vertellen mij dat Castro zich zorgen maakt om mij", schrijft hij op 11 februari 1981. "Ik maak me zorgen dat we niets kunnen verzinnen om zijn zorgen te rechtvaardigen."

Heeft hij bij leven en welzijn zoals ieder normaal mens wel eens een krachtterm geuit, in zijn dagboeken vloekte Ronald Reagan nooit. Of eigenlijk half: als hij boos was, schreef hij h--l in plaats van hell en d--- in plaats van damn. "Ron gave both of us h--l", schrijft hij wanneer hij weer eens ruzie heeft met zijn zoon. "Hij kan zo koppig zijn over bepaalde onderwerpen en wil dan niet naar rede luisteren."

Behalve over de politicus Ronald Reagan leren de dagboeken veel over de vader en de echtgenoot Ronald Reagan. Hij schrijft vaak hoe jammer hij de moeizame relatie vindt die hij heeft met Ron, die hij vaak gemeen en nukkig noemt, vooral tegen zijn moeder Nancy. "Ik spreek niet meer tegen hem tot hij zich verontschuldigt omdat hij de telefoon op de haak heeft gegooid", schrijft Reagan.

In de dagboeken is er een grote constante: zijn liefde voor Nancy. Enkele weken voor de aanslag op hem werd gepleegd, schrijft hij: "Onze huwelijksverjaardag. Negenentwintig jaar van meer geluk dan om het even welke man terecht verdient."

Na de aanslag schrijft hij: "Ik opende mijn ogen en zag Nancy. Ik bid dat ik nooit een dag moet doorbrengen dat zij er niet is."

'Lichtere' momenten zijn er ook in zijn dagboeken. Zoals die keer dat prins Charles - "een zeer aangenaam persoon" - op bezoek kwam in het Witte Huis. "De bedienden brachten hem thee - horror of horrors, die werd geserveerd op onze manier, met een theezakje in het kopje. Pas na een tijd merkte ik op dat hij het kopje gewoon vasthield en daarna weer op tafel zette. Ik wist niet wat te doen."

Ronald Reagan is geen man van grote beschouwingen of diepere analyses. Op 19 januari 1989 vatte hij in zijn laatste dagboek zijn presidentschap samen met de eenvoudige woorden: "Morgen ben ik president af."

De dagboeken schetsen het portret van een ongecompliceerde en aimabele man die ondanks perioden met zorgen en woede-uitbarstingen zijn acht jaar in het Witte Huis spelenderwijs klaarde. In de wereld van Ronald Reagan leek de toast altijd met de beboterde zijde omhoog te vallen. Dat optimisme was typerend voor het Reagantijdperk. In 1980, toen hij aan de macht kwam, benadrukte hij hoe slecht het land had gevaren onder Democraat Jimmy Carter, maar verklaarde hij ook hoe hij de dingen beter wilde maken. "Een recessie heb je als je buur zonder werk is, een depressie wanneer je zelf zonder werk zit en een herstel als Jimmy Carter zonder werk zit", monkelde hij.

Vier jaar later kon hij cijfers voorleggen van een betere economische situatie en leidde zijn 'Morning in America'-campagne tot zijn herkiezing. Toen hij president werd, leek een oorlog met de Sovjet-Unie bijna onvermijdelijk; toen hij het Witte Huis verliet was er van een nucleaire dreiging bijna geen sprake meer.

Maar zo optimistisch als de man zelf was, zo omstreden is zijn politieke erfenis. Zijn beleid leidde tot sterke bezuinigingen waarvan de zwakkeren in de maatschappij het slachtoffer werden en de kloof tussen arm en rijk groeide enorm.

Toch weerhoudt dat de Republikeinen van nu niet om een voorbeeld te nemen aan een van de populairste presidenten in de Amerikaanse geschiedenis. Eerder dan te verwijzen naar de huidige, bijzonder impopulaire, president George W. Bush, is voor hen Ronald Reagan de maatstaf. Niet verwonderlijk: Bush heeft de Amerikaanse conservatieven in een neerwaartse spiraal gedompeld. Een pessimisme dat niet alleen werd veroorzaakt door de uitzichtloze oorlog in Irak, maar ook door het jammerlijke verlies van de tussentijdse Congresverkiezingen in november.

De afgelopen maanden hebben de belangrijkste Republikeinse presidentskandidaten, Rudolph Giuliani, John McCain en Mitt Romney, geprobeerd om de Republikeinse partij los te koppelen van de regering-Bush en het Reaganoptimisme weer in te voeren in de Amerikaanse conservatieve politiek. "Ronald Reagan was op buitenlands vlak een van de beste leiders die ons land ooit heeft gehad", verklaarde Mitt Romney onlangs. "Hij was een ware leider."

Rudolph Giuliani kan het niet laten om tijdens zowat iedere toespraak zijn aanhang te wijzen op het feit dat hij de nummer drie was in het ministerie van Justitie tijdens Reagans presidentschap. Qua namedropping is de oud-burgemeester van New York ondertussen ongeëvenaard: in een toespraak op 3 maart in Washington liet Giuliani Reagans naam maar liefst vijftien keer vallen. President Bush kreeg slechts vier keer die eer.

John McCain, die zich tegen de oorlog in Irak heeft gekeerd, maakt er zelfs een punt van om tijdens zijn toespraken nooit ofte nimmer te verwijzen naar Bush. Reagan daarentegen komt meer dan eens aan bod. Zo zei McCain vorig jaar zelfs dat Reagan hem had geleerd dat "we onze belangen en waarden moeten verdedigen overal waar die bedreigd worden". McCain deinst er zelfs niet voor terug hier en daar emotioneel uit te weiden over Ronald Reagan, met wie hij naar eigen zeggen een sterke band had. Toen McCain midden jaren zeventig terugkwam uit Vietnam, waar hij krijgsgevangene was geweest, nam Reagan hem onder zijn vleugels. In een online video dankt McCain geëmotioneerd de voormalige president. "Ik heb mijn carrière te danken aan Reagan."

Ronald en Nancy Reagan ontvangen prins Charles en prinses Diana.

Horror of horrors, de thee werd geserveerd met het theezakje in het kopje

De president op het moment dat hij in 1981 wordt getroffen door een kogel van John Hinckley jr.

Getting shot hurts

De Reagans met hun kinderen.

Ron gave both of us h--l

schrijft hij wanneer hij weer eens ruzie heeft met zijn zoon.

Castro maakt zich zorgen om mij. Ik maak me zorgen dat we niets kunnen verzinnen om zijn zorgen te rechtvaardigen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234