Zaterdag 18/01/2020

'Don Logan is racistisch, homofoob en denkt dat Thatcher 'fucking great' was'

'Don Logan is absoluut het meest agressieve personage dat ik ooit vertolkt heb'

De Britse acteur Ben Kingsley over de gangsterfilm 'Sexy Beast'

Vooral na het succes van Lock, Stock and Two Smoking Barrels werden de Britse bioscopen overspoeld door een golf van gangsterfilms. Daar zat onvermijdelijk veel rommel en haastwerk tussen, maar af en toe komt er toch een klassefilm bovendrijven. Sexy Beast, de debuutfilm van regisseur Jonathan Glazer, is er zo een. Grappig, visueel verzorgd en verrassend, maar ook spannend en erg overtuigend vertolkt, vooral door een verbluffende Ben Kingsley als de keiharde Don Logan: 'Hij denkt hoogstwaarschijnlijk dat Thatcher fucking great was.'

Brussel / Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

Na een criminele carrière in zijn Britse thuisland wil Gal (ook een zeer sterke vertolking, van Ray Winstone) nu met zijn vrouw Deedee van de rust genieten aan de Costa del Sol, die in dit verband ook wel eens de Costa del Crime wordt genoemd, maar blijkbaar gunt niet iedereen hem die zelfgekozen pensionering. In Londen droomt gangsterbaas Teddy Bass van een nieuwe, onmogelijk geachte bankroof en daarvoor heeft hij de boorervaring van Gal nodig. Omdat hij wel beseft dat een eenvoudig telefoontje niet zal volstaan, stuurt Bass een van zijn 'luitenanten' naar dat zonnige paradijs, namelijk Don Logan. Die wordt op een even intense als angstaanjagende manier vertolkt door Ben Kingsley, die indertijd wereldberoemd werd als Gandhi. De manier waarop Kingsley hier gestalte geeft aan de vuilbekkende boodschapper Logan inspireerde een Britse filmrecensent tot de passende omschrijving: "When he is good, he's very good. When he is bad, he's a bastard." Met andere woorden: als het verleden je dreigt te achtervolgen, bid dan dat het niet de gedaante aanneemt van Don Logan.

De eerste sequentie van Sexy Beast laat ons als het ware 'voelen' hoe vermoeiend en uitputtend zonnebaden wel kan zijn, maar tegelijk laat Gal ons via zijn off-screen commentaar weten dat hij absoluut geen heimwee heeft naar het grijze en groezelige Engeland, waar iedereen toch maar altijd klaagt en zaagt. Dat is meteen een mooie aanleiding om bij Ben Kingsley - hij werd in 1943 geboren in Scarborough, in de streek van Yorkshire, als Krishna Banji, zoon van een Indische dokter en een Engels modemodel - te informeren wat zijn verhouding is met z'n geboorteland.

"Ik woon nu in de Cottswolds, een heuvelachtig gebied in het midden van Engeland", vertelt hij. "Het is daar spectaculair mooi en dat trekt veel toeristen aan, maar mijn dorpje is nogal moeilijk te vinden. Dat grote, comfortabele huis met zijn leien dak, daar in Oxfordshire, dat is mijn perfecte thuis. Ik hou van de seizoenen, de afwisseling. Ik hou van mijn tuin, met de rozemarijn, de lavendel, de rozen en de vele fruitbomen, omringd door grasland en velden. Mijn buurman is een landbouwer. Ik hou van dit deel van Engeland, dat net tegen de streek aanligt die Shakespeare country wordt genoemd, met de dorpjes en de stadjes die Shakespeare gekend heeft. Ik woon op amper een halfuurtje rijden van Stratford-upon-Avon."

Dan betrapt Kingsley zichzelf erop dat hij zich in zijn lyrische beschrijving dreigt te verliezen en hij vervolgt: "Ik ben je vraag niet vergeten, maar ik probeer zo precies mogelijk te antwoorden. Als ik niet in Engeland ben, mis ik het soms, zonder dat ik daarom overdreven veel heimwee krijg. Ik keer echter graag naar huis terug. Als ik over Shakespeare country spreek, dan denk ik natuurlijk ook aan de Engelse taal. En aan het Engelse gevoel voor humor en voor ironie, want dat is iets dat ik echt mis in Amerika. Het is er niet. Ironie bestaat er gewoon niet. Ik mis er het met de taal kunnen spelen, waarbij de andere persoon weet dat het allemaal niet zo serieus, niet zo letterlijk moet genomen worden. Kortom, als je mij vraagt wat Engeland voor mij betekent, dan zeg ik: mijn huis, mijn tuin, mijn kinderen, mijn taal."

Alhoewel Ben Kingsley wereldberoemd werd met zijn Oscarwinnende vertolking in Gandhi, heeft hij vóór Don Logan natuurlijk wel al meer slechteriken of baddies vertolkt. Zo speelde hij bij voorbeeld de rol van Meyer Lansky in de gangsterfilm Bugsy van en met Warren Beatty uit '91. Als ik hem vraag of een vergelijking tussen de Amerikaanse en de Britse gangster mogelijk of relevant is, volgt een lang, zorgvuldig geformuleerd exposé.

"Mijn personages moeten in een welbepaalde wereld leven. Als acteur ben ik daar heel nieuwsgierig naar. Bij de opbouw van het Meyer Lansky-personage heb ik nagedacht over zijn herkomst. Lansky was een Russische jood, die negen jaar was toen hij in New York arriveerde. Zijn leven is hij waarschijnlijk begonnen in een of andere sjtetl in Rusland en samen met zijn familie werd hij daar wellicht geconfronteerd met pogroms en andere vormen van antisemitisme. In die eerste levensjaren zal hij vermoedelijk een soort 'versterkteburchtmentaliteit' ontwikkeld hebben: de sterke mannen van zijn stam brachten het eten op tafel en hielden de vijand op afstand. Dat waren de patriarchen. Bij zijn aankomst in Amerika zat dat idee dus reeds in zijn hoofd: een man doet wat hij moét doen om zijn familie en zijn stam te beschermen. Zij die in dat patriarchale systeem het meest bedreven waren in het verdedigen van de stam - ook al betekende dat bijvoorbeeld dat zij iedereen in de sjtetl, van de slager tot de politieman, moesten omkopen - werden ook het meest gerespecteerd. Volgens mij is Meyer in Amerika op zijn beurt tot zo'n patriarch geëvolueerd. In dat opzicht heb ik Meyer dus niet gespeeld als een baddie, maar als een joodse patriarch, die weet hoe hij voor zijn familie moet zorgen en die bereid is daarin zeer ver te gaan. In die vijandige omgeving van New York besefte hij snel dat hij er best aan deed zich goed te organiseren, want anders zouden de Ieren of de Grieken of om het even wie de boel op stelten komen zetten, net zoals dat in Rusland gebeurd was. En voor Meyer stond het vast: 'Dat zal hier niet gebeuren.' Op die manier had mijn vertolking van die man bijna iets... nobels. Ik wil ook niet het woord peetvader gebruiken voor Meyer Lansky: hij was een patriarch, die zeer gerespecteerd werd door zijn mannen en door zijn stam." En tegenover die echt bestaande gangster Meyer Lansky is er nu dus de fictieve figuur van Don Logan? "Oh, laat ik u meteen dit zeggen", reageert Kingsley ogenblikkelijk, "Don bestaat wel degelijk. Er zijn zelfs veel Dons. Ik kan u meenemen naar Londen en ze daar aanwijzen. Ik heb ze gezien en ik ken ze. Voor mij is Don Logan geen fictief personage. Mijn taak bestaat erin een personage tot leven te wekken: ik moet fictie omzetten in feiten. Alles wat ik speel, moet die feitelijke geldigheid hebben, moet een soort waarheid uitstralen, zodat het publiek kan zeggen: 'Oh ja, ik ken die man.' Tijdens de draaiperiode heeft Ray Winstone mij zelfs letterlijk gezegd dat hij precies wist wie ik aan het spelen was en hij verwees naar de chauffeur van een of andere grote gangsterbaas. Ik vond dat een prachtig compliment.

"In de film is Don ook zo'n 'luitenant'. Hij is geen generaal en hij weet ook dat hij dat nooit zal worden. Hij wil gewoon de beste luitenant in de wereld zijn. Ook aan dit personage heb ik toen ik het speelde niet gedacht als een baddie. Het is iemand met een erecode, de code of honour van een welbepaalde stam. Als hij naar Spanje reist om Gal terug naar Londen te halen, is zijn redenering: 'Ik ben lid van een stam. Mijn stam heeft jou nodig. Kom terug. Zeg niet neen. Mijn eer en die van jou staan op het spel.' En als Gal dan toch neen zegt, wil Don dat woord niet horen. Het is een vreemde paradox, maar Don hanteert een erecode, hoezeer wij die code ook kunnen misprijzen en zeggen dat het hier om een criminele code gaat. Zijn stam bestaat uit een groep mannen die met militaire precisie tewerk gaan. Als je ziet op welke buitengewone manier ze die bank kraken, dan is dat bijna mooi. Don beschrijft het ook op die manier, met een soort kinderlijk enthousiasme, tegenover Gal: 'It's fucking beautiful. It's a fucking work of art.' Hij ziet het niet als iets crimineels. Hij doet het voor de opwinding, voor de kick. En hij begrijpt dus ook niet dat iemand als Gal zoiets kan weigeren. Het is iets van een stam. Als men het filmgenre waarin Sexy Beast thuishoort, probeert te omschrijven, dan gebruikt men termen als film noir of zwarte komedie en natuurlijk ook gangsterfilm, maar voor mij persoonlijk is het eerst en vooral een tribal film."

Maar toch ook een film over het verleden dat ons soms achtervolgt. "Oh, dat zeker ook", knikt Kingsley. "Net zoals dat bij Meyer Lansky het geval was, was ik ook geïntrigeerd door het verleden van Don Logan. Ik ben er zeker van dat hij graag deel had uitgemaakt van de Special Services om terroristen te kunnen vermoorden. Voor de goede zaak. Of voor het geld. Of voor het uniform. Wat hij in de film draagt, is zijn eigen uniform. Als je zijn kleerkast zou opentrekken, dan zou je daar alleen maar grijze broeken, witte hemden, misschien enkele grijze jasjes, zwarte kousen en zwarte schoenen vinden. Voor het overige is hij waarschijnlijk zeer racistisch, uitgesproken homofoob en denkt hij hoogstwaarschijnlijk dat Thatcher fucking great was." (lacht) In het verleden van Don Logan heeft blijkbaar ook een vrouw een belangrijke rol gespeeld. Als dat tijdens een bijzonder heftige discussie met Gal ter sprake komt, loopt Don woedend weg en stapt op het vliegtuig om terug naar Londen te vliegen. Dan doet zich dat bizarre incident voor met die sigaret en moet Don toch in Spanje blijven. Maar heeft hij dat incident, misschien onbewust, niet zelf uitgelokt? Terugkeren naar Londen zonder Gal zou immers in tegenspraak zijn met die voor hem zo belangrijke erecode. En tegelijk wil hij ook niet aanvaarden of toegeven dat hij zich zo op stang heeft laten jagen door de opmerking van Gal over die vrouw.

"Een dergelijke interpretatie klinkt mij als acteur als muziek in de oren", reageert Kingsley. "Zo'n analyse betekent dat Don voor u echt bestaat. Hij is zo reëel dat je zelfs kunt speculeren over wat nu precies dat incident met de sigaret in gang heeft gezet. Ik heb in dat verband alleen maar, intuïtief en totaal, op het scenario vertrouwd, maar ik denk dat u waarschijnlijk gelijk hebt. We zoeken inderdaad excuses. We lopen ergens met ons hoofd tegenaan of soms breken we zelfs onze enkel, om iets niet te moeten doen of ergens niet heen te moeten gaan. 'Ach, ik kan niet naar de bruiloft, want ik heb mijn enkel gebroken.' Maar wat was er het eerst? En soms zoeken we inderdaad zelf de omstandigheden die ons in een hoek duwen, waardoor we als het ware verplicht worden om in actie in schieten. Door dat gesprek over Jackie is de seksualiteit van Don Logan ter sprake gekomen en dan gebruikt hij opnieuw zijn seksualiteit, met die leugen over een homoseksuele aanranding op dat vliegtuig, om toch te blijven en opnieuw op te duiken in de villa van Gal." Daar volgt dan onder meer die vreemde spiegelscène, waarin Don Logan zichzelf als het ware de huid volscheldt. "Je praat teveel", roept hij tegen zijn spiegelbeeld, want hij heeft inderdaad over Jackie gesproken en dat heeft hem kwetsbaar gemaakt. "En zoiets mag je nooit laten gebeuren", vult Kingsley de gedachtegang van Don Logan aan. "Ja, hij gedraagt zich als een ouder die een kind terechtwijst. Hij is zó bang om de controle te verliezen. Dat wil hij te allen prijze vermijden. Het hemd mag nooit zweterig worden, de broek mag niet gekreukt raken, de schoenen moeten altijd mooi gepoetst zijn. Hij is een totale controlefreak. Als het dan toch niet loopt zoals gepland, wordt zo iemand natuurlijk razend."

In een interview vertelde Kingsley reeds eerder dat hij vond dat het vertolken van Don Logan hem toch ook wel op een vreemde manier macht gaf. Hij voegde daaraan toe dat hij nu zeker wist dat hij in zichzelf die Don zou kunnen vinden indien iemand hem bij voorbeeld ooit zou aanvallen.

"Dat klopt, ja. Don Logan is absoluut het meest agressieve personage dat ik ooit vertolkt heb. Als je de kans krijgt om een bepaalde deur te openen naar een zeer donker gebied van je geest, en als je dan, zoals hier door de regisseur gebeurd is, de mogelijkheid krijgt om heel ver door te gaan op die weg, om grenzen te zien en die te doorbreken, dan hou je daar een zekere macht aan over. Ook het feit dat ik die donkere kant in mezelf moest erkennen, zorgt volgens mij ook voor een bepaalde macht. Zelfkennis geeft je sowieso macht. Ik ontdekte als het ware een vreemde verwantschap met Don, alsof hij mijn jongere broer was, mijn onbeminde broertje. De basis van zijn pijn is immers het feit dat hij niet bemind wordt. Over zijn vertolking van Amon Goeth in Schindler's List heeft Ralph Fiennes iets heel intelligents gezegd in een interview: 'Ik vertolk zijn pijn. Die man lijdt vreselijke pijn.' Dat was het geniale van zijn vertolking. Wat ik hier bij Don Logan geprobeerd heb, is kijken naar wat hem motiveert. En dat is dat hij een wanhopige behoefte voelt aan iemand die hem zegt: 'Don, je bent fantastisch.' Zelf houdt hij niet op tegen Gal te zeggen hoe graag hij hem ziet, hoe knap hij vroeger was, hoe hij eruit zag als een god. En kijk nu eens! Hij vraagt hem opnieuw zo'n god te worden, hem niet in de steek te laten. Eigenlijk zijn dat allemaal vertederende dingen, als je die maar kan loskoppelen van zijn gewelddadigheid. Jammer genoeg kan dat niet bij zo'n psychopaat!" (lacht)

TITEL: Sexy Beast. REGIE: Jonathan Glazer. SCENARIO: Louis Mellis en David Scinto. FOTOGRAFIE: Ivan Bird. MUZIEK: Roque Banos. PRODUCTIE: Jeremy Thomas. VERTOLKING: Ray Winstone, Ben Kingsley, Ian McShane, Amanda Redman, Cavan Kendal, Alvaro Monje en Julianne White. VK, 2000, 91 min., gedistribueerd door Belga.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234