Donderdag 25/02/2021

Dollen met clichés van het horrorgenre, deel 4

In Scre4m dolt genrevernieuwer Wes Craven weer als vanouds satirisch met de regels van de slasherterreur en met de clichés van zijn eigen sequels.

Met deze sequel mikt Craven duidelijk op de harde kern.

“Hoe meta ben je?”, vraagt journaliste Courteney Cox in Scre4m aan sheriff/echtgenoot David Arquette die in het landelijke Woodsboro weer een serie moorden van een met een mes zwaaiende maniak probeert op te lossen. “Wat bedoel je?”, vraagt de agent. “Ik weet het niet, ik heb het hem horen zeggen.” Die ‘hem’ is een filmfreak die net als in het origineel gebruikt wordt om de conventies van het horrorgenre uit te leggen.

Flashback naar 1996. Craven had in de jaren ’70 en ’80 al naam gemaakt met verfrissende horrorfilms als Last House on the Left en A Nightmare on Elm Street (met Freddy Krueger). Maar het is met Scream, een postmoderne variant op John Carpenters Halloween (1978), dat hij een nieuwe trend lanceerde en hij de speelse kijk op de hak- en kapfilms als een duivels pervers plot device introduceerde. Want zowel potentiële slachtoffers als moordzuchtige psychopaten kennen de nare slasherklassiekers geheel vanbuiten en ze refereerden er doorlopend aan. Met dank aan scenarist Kevin Williamson die afhaakte voor het derde deel, maar nu opnieuw in de pen kroop. Het vierde deel van deze succesvolle franchise is dan ook een soort terugkeer naar de roots met vooral het fanpubliek als doelgroep, maar dan gesitueerd in het huidige elektronische tijdperk van Facebook, webcams, Twitter en mobieltjes.

In het origineel werd tiener Sidney Prescott (Neve Campbell) en haar vriendinnen brutaal achtervolgd door een à la Munchs De schreeuw gemaskerde maniak omdat ze de juiste trivia over de horrorfilm Friday the 13th niet kennen. Ook in dit vervolg komen de morbide weetjes en het fameuze zinnetje “What’s your favorite scary movie?” cyclisch terug.

Meteen zijn we bij de zowel sterke als tere plek. Scre4m heeft nooit de vindingrijkheid van het origineel omdat de film, net als de twee andere sequels, de formule eindeloos herkauwt. Tegelijk maakt het draak steken met de clichés en de formules net deel uit van de serie en kan je er als maker niet te veel van afwijken, wil je de fans niet teleurstellen.

Alles speelt zich dus weer af in Woodsboro waar Sidney Prescott, nu een succesrijk auteur van zelfhulpboeken voor het verwerken van tragische ervaringen, passeert tijdens een boektournee. Haar thuiskomst zorgt ervoor dat de jonge inwoners weer moeten afrekenen met een gruwelijke psychopaat, want de fameuze ‘ghostface’ duikt weer op met zijn glimmend keukenmes. Alleen heeft Prescott niet langer schrik, maar staat ze aardig haar mannetje.

Zo kan Craven opnieuw gewiekst en venijnig uithalen naar de martelporno en andere recente trends uit het horrorgenre. Illustratief daarbij is dat dreiging en huiver niet echt centraal staan, maar dat Craven vooral de ambitie heeft om speels de reacties en verwachtingen van het publiek te manipuleren en vermakelijk commentaar te leveren op de genreclichés. Het einde is compleet van de pot gerukt, maar het wordt dan weer gebruikt om satirisch de eigen franchise een hak te zetten. Met andere woorden: “Just don’t play with the original.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234