Vrijdag 25/06/2021

Dolen

Céline Curiol

Parijse stemmen

Oorspronkelijke titel: Voix sans issue

Vertaald door Maartje de Kort & Nele Ysebaert

Ambo, Amsterdam, 222 p., 19,95 euro.

Libération-journaliste Céline Curiol (°1975) wist vorig jaar niet wat haar overkwam. Haar romandebuut Voix sans issue was amper uit of niemand minder dan Paul Auster prees haar boek de hemel in. Meteen stonden de buitenlandse uitgevers bij Curiol op de stoep. Auster, een groot liefhebber van de Franse literatuur, wond er dan ook geen doekjes om: "De psychologische scherpte van Curiol is onthutsend. Zonder een greintje sentimentaliteit onderzoekt ze de obscure uithoeken van de vrouwelijke ziel." Volkomen gelijk had hij. Curiol schreef een uitmuntend en diep in het vlees snijdend boek.

Parijse stemmen is een labyrintische tocht door het geknakte zielenleven van een onhandige, licht contactgestoorde jonge vrouw, die beroepshalve de treinen aankondigt in het Gare du Nord. Na haar werkuren dwaalt ze door Parijs. Om de tijd te doden of om een opdringerig onbehagen te dempen? Ze gaat achteloos mee met mannen, wat haar soms in heikele situaties brengt. Steeds schermt ze zichzelf tijdig af en kiest voor het isolement, uit angst voor confrontaties en teleurstellingen. Vaak krijgt ze te horen dat ze "een rare meid" is. Omtrent de liefde laat ze zich niets meer op de mouw spelden: "Houden van. In dat woord zit iets waarvan ze het Spaans benauwd krijgt. Ze gaat liever in haar eentje door het leven, zonder iemand die haar doet geloven dat hij haar boven de werkelijkheid kan uittillen."

Toch is ze heilloos verliefd op een man, wat ze zichzelf haast niet vergeeft. In een dronken bui hebben ze elkaar ooit omhelsd, maar daar is het bij gebleven. Hij is nu samen met zijn droomvrouw Ange, die alle elegantie vertoont die zij ontbeert. Thuis wacht zij op zijn sporadische telefoons. In elk aarzelend contact schuilt een vage belofte. Intussen laat zij haar leven verder dirigeren door het toeval, als stille bondgenote van de onbekenden die door Parijs wemelen. De duistere, verlaten atmosfeer die Patrick Modiano in zijn romans oproept, is soms niet veraf. Parijse stemmen is een navrant boek over eenzaamheid en de vergeefse pogingen eraan te ontkomen: "Mensen waren door haar heen, over haar heen en langs haar heen gegaan en weer vertrokken, maar ze wist ook niet goed wat ze had moeten doen om hen bij zich te houden."

Wachten

Michèle Desbordes

De blauwe jurk van Camille

Oorspronkelijke titel: La robe bleue

Vertaald door Marianne Kaas

Van Oorschot, Amsterdam, 132 p., 16 euro.

Verstilling en melancholie zijn de kernwoorden in het bescheiden maar hoogwaardige oeuvre van de onlangs overleden Michèle Desbordes (1940-2006). De vroegere conservatrice van de universiteitsbibliotheek van Orléans verkoos "te vertellen over het leven van de zwijgzamen", aldus Jean-Baptiste Harang in een in memoriam in Libération. Haar meesterwerk Het stille huis (1999) is daarvan het uitgesproken voorbeeld.

Nadat ze in Het verzoek een fragment uit het leven van Leonardo da Vinci fictionaliseerde, reconstrueerde Desbordes in De blauwe jurk van Camille de laatste dertig jaar van Camille Claudel (1864-1943), de beroemde muze en minnares van Auguste Rodin én zelf een gedreven beeldhouwster. Na de geruchtmakende amourette gaat het goed mis met de gehavende Claudel. Ze verdraagt het niet dat Rodin voor een andere vrouw kiest, krijgt opstoten van krankzinnigheid en vernietigt haar eigen beelden met hamerslagen. Ze wordt een eenzame zwerfkat, ten prooi aan achtervolgingswaan en drankzucht. Onder druk van haar familie wordt ze in 1913 in een psychiatrische instelling in Montdevergnes bij Avignon gedeponeerd, waar ze uiteindelijk tot haar dood in 1943 zal verblijven.

Desbordes vat Claudels geamputeerde bestaan in precieuze bewoordingen. De blauwe jurk van Camille is toegespitst op het eindeloze wachten van de wegkwijnende Claudel, die eerst wanhopig en later duldzaam de monotonie van het gestichtsleven ondergaat. Van een sensuele, vrank kijkende kunstenares verandert ze in geen tijd in een uitgeblust en verkrampt oud dametje. Vanuit Montdevergnes schrijft ze wel nog ettelijke brieven aan haar beminde broer, de reislustige schrijver Paul Claudel, die haar in die dertig jaar slechts elf keer zal komen opzoeken. Ze wroet in de teleurstellingen van haar aanvankelijk zo veelbelovende leven: "Ze had er alles willen voor geven om overnieuw te kunnen beginnen, om alles nog eens over te doen van wat anders had gemoeten." Eén keer nog beleeft ze een moment van oprecht geluk: wanneer ze met haar broer in een nieuwe, blauwe jurk aan de kustlijn wandelt. Daarna vervalt Claudel voorgoed in stilzwijgen.

Het knappe aan dit diep treurige boek is hoe Desbordes subtiel verklaringen aanreikt voor de tragiek in Claudels leven. Haar taal is bovendien van een tastbare pracht, waarin je echo's van het vocabularium van Pierre Michon aantreft.

Leegte

Marie Darrieussecq

White

Vertaald door Mirjam de Veth

De Arbeiderspers, Amsterdam, 186 p., 16,95 euro.

Twee getraumatiseerde mensen die onafhankelijk van elkaar hun heil zoeken in de desolate koude van Antarctica om er mee te werken aan een permanente basis én er ten slotte een passionele relatie aanknopen. De huizenhoge clichés liggen op de loer, maar niet als je Marie Darrieussecq (°1969) heet. De Franse auteur demonstreerde met haar pittige debuut Zeugzoenen (waarin een parfumeriebediende in een zeug verandert) en met Spookverschijningen ("een liefdesroman vanuit de invalshoek van de moleculen") dat ze er telkens weer in slaagt het verwachtingspatroon van de lezer drastisch te ontregelen. In tal van varianten wekt ze claustrofobie, angst en leegte op, telkens met een zekere natuurkundige precisie en met een gezonde zin voor experiment.

In White zijn het 'spoken' die de verwikkelingen mogen opdissen. De geesten zitten als het ware op de schouders van de twee hoofdpersonages: de communicatiespecialiste Edmée Blanco, die Texas is ontvlucht voor een familiedrama, en Peter Tomson, die op de Zuidpool IJsland achter zich wil laten. Ze blijken allebei urgent nood te hebben aan de mentale leegte die het landschap veroorzaakt: "Het is een plek om niets te doen; hij vermoedt van haar dat zij hier is om dezelfde reden als hij: gekomen om niets te doen." Toch is de witte dreiging alomtegenwoordig. De geesten doordringen Edmée en Peter voortdurend van de beproevingen van legendarische poolreizigers als Scott, Amundsen en Shackleton. Hoe dan ook laat de toenadering tussen Edmée en Peter niet lang op zich wachten. Door het bemoeizuchtige commentaar van de spoken - die als echte stoorzenders durven op te treden - weet je niet of je het allemaal wel ernstig moet nemen: "Wij spoken klampen ons vast aan Edmée en maken pret als op de zweefmolen."

White vraagt enig doorzettingsvermogen. Het boek is weleens ijl als de poollucht zelf en Darrieussecq strooit iets te kwistig met onomatopeeën en verbrokkelde zinnen. Maar eenmaal goed aan boord wordt deze reis naar "het epicentrum van de stilte" een leeservaring die je niet had willen missen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234