Zaterdag 28/11/2020

Dolend, ergens tussen de zevende eeuw en het hiernamaals

In Kaïro, het intellectuele en theologische centrum van moslims en Arabieren, maken de intellectuelen zich tegenwoordig zorgen over hun eigen lot. 'Je schrijft en je hoopt dat je 's anderendaags niet in de gevangenis belandt voor wat je hebt neergepend. Of je schrijft niet', zegt er een. 'Nu de overheid de islamisten min of meer onder controle heeft, pakt ze de andere opposanten aan, de intellectuelen', vindt een ander. 'We staan met één been in het Westen en een ander been in de islam. Met twee benen die elk een andere richting uit willen kun je maar één ding doen: stil blijven staan.' Zelfs de theologen zijn bezorgd: 'Verwar alsjeblief de islam niet met de handelingen van moslims in Kaïro.'

Aan klandizie heeft de rechtbank langs Sharia Port Said geen gebrek. Geboeide beschuldigden worden per versterkte vrachtwagen aangevoerd. Binnen spelen peuters op de vloer, terwijl hun moeders uitkijken of ze hun echtgenoot niet zien binnenbrengen - het leven van alledag gaat tot op grote hoogte verder in de wandelgangen van dit paleis van justitie. Terwijl de ene beschuldigde wordt binnengeleid, trekt een vrijgesprokene met supporters weer naar buiten. Zo'n vrijspraak maakt een bezoek aan deze rechtbank de moeite waard: niet-betrokken toeschouwers applaudisseren, buiten wachtende vrouwen wauwelen - terwijl hun tongen vliegensvlug uit hun monden schieten, stoten ze schrille klanken uit. De vrijgesprokene, in een vuil trainingspak, net bevrijd van zijn boeien, verlaat met in triomf geheven armen de zaal. De meeste van de zaken gaan over pietluttigheden, een burenklacht, enkele verdwenen sinaasappels.

Niet zo in zaal 9. Daar vergadert een speciale rechtbank, de Hogere Rechtbank voor Staatsveiligheid, die zich buigt over het beroep dat de 64-jarige sociologie-professor en mensenrechtenactivist Saad Eddin Ibrahim en vijf medebeklaagden hebben aangetekend.

De sessie hoort om twaalf uur te beginnen, maar vorige zaken wachten nog op een afhandeling. De toeschouwers roken in afwachting, kelners dragen blikjes frisdrank en Turkse koffie rond. Ibrahim en zijn medebeklaagden, plus hun families, hebben al in de rechtszaal plaatsgenomen.

Met ongeveer een uur vertraging kondigt een lakei het begin van de zitting aan. De toeschouwers staan recht, de beklaagden verdwijnen een voor een in de kooi der verdachten, zes meter bij twee. Ze worden niet geboeid maar wel bewaakt. Dan komt de rechter de zaal binnen.

"Je weet toch", heeft Ibrahim me enkele dagen geleden gezegd, "dat ik vier jaar lang een eigen tv-show had, elke vrijdag in prime time op het eerste net. Twintig miljoen kijkers aan wie ik kon uitleggen wat er mis was met het islamisme en hoe kleine initiatieven de wereld beter konden maken. Of waarom de mensenrechten van belang zijn."

Nu zit hij in de kooi, een prominente intellectueel, volgens sommigen dé intellectueel van Egypte, onderzoeker van islamgroepen, pleitbezorger van een volledige normalisering van de relaties met Israël, aanklager van schendingen van mensenrechten. Hij klemt zijn handen rond de tralies en keert zijn goede oor naar de rechter - de akoestiek in de zaal is slecht, het kabaal van de vierenden en van het verkeer overstemt de dialogen. Af en toe laat een hand een tralie los om over het vierkantje baard, of over zijn kale kruin te wrijven. Dan schudt hij even het hoofd.

Barbara, Ibrahims Amerikaanse echtgenote, snuistert tijdens onverstaanbare delen van het proces in de recentste rechtbankthriller van John Grisham, The Summons.

"Je had Kafka moeten meebrengen", suggereert iemand.

"Die heb ik al uit", zegt ze zacht.

De thrillers van Grisham hebben het voordeel dat ze een goede afloop hebben, en dat ze duidelijkheid scheppen.

Voor de buitenwacht is de zaak-Ibrahim even duidelijk: hier zit een professor die zijn handen niet van het geld kon afhouden en die Egypte heeft belasterd, een man met kwaliteiten die van het rechte pad is afgeweken. Ook zijn standpunt over Israël is bij velen in het verkeerde keelgat geschoten.

"Tijdens het proces in eerste aanleg heeft de pers een karaktermoord gepleegd", vertelde Ibrahim, enkele dagen voor de zitting. "Ze hebben me alles in de schoenen geschoven behalve dat ik homo of verslaafd aan drugs zou zijn." De karaktermoord is gelukt. "Gelukkig niet bij iedereen - vele van mijn ex-studenten komen hun steun betuigen. Elke dinsdagavond komen jonge mensen naar mijn appartement om er te discussiëren."

In eerste aanleg werd Ibrahim tot zeven jaar dwangarbeid veroordeeld. Zesentwintig medewerkers van zijn onderzoekscentrum Ibn Khaldun kregen straffen tot vijf jaar, voor twintig van hen met uitstel.

De officiële aanklacht veranderde toen sneller dan de bloeddruk van de hoofdbeklaagde. Uiteindelijk bleven er drie punten over. Het onderzoekscentrum Ibn Khaldun zou voor 250.000 dollar EU-geld hebben ontvangen zonder dat daarvoor eerst toestemming van de Egyptische overheid werd gevraagd. Een deel van dat geld zou verduisterd zijn. En Ibrahim en zijn centrum zouden de goede naam van Egypte in het buitenland hebben beklad. Op twee van die drie punten was Ibrahim geneigd zijn beschuldigers gelijk te geven. Hij had inderdaad het EU-geld zonder Egyptische toestemming ontvangen, maar dergelijke toestemming is enkel nodig voor niet-gouvernementele organisaties, en niet voor een privé-centrum als Ibn Khaldun. En hij had inderdaad in het buitenland verkondigd dat christenen in Egypte gediscrimineerd worden, dat er talloze islamisten zonder proces in de gevangenis werden gestopt (er zouden ongeveer 15.000 islamisten zijn opgesloten), en dat verkiezingen in Egypte nogal eens gemanipuleerd worden. "Ik noem dat niet mijn land bekladden. Ik noem het: mijn land als socioloog beschrijven." Daar diende het EU-geld onder andere voor, om de verkiezingen van eind 2000 te kunnen observeren. Nog tijdens het eerste proces had de EU weerlegd dat er zou zijn gefraudeerd. De EU had een audit laten uitvoeren en was tevreden met de resultaten. De donor was tevreden, maar de rechtbank veroordeelde toch.

"Het komt erop neer dat een politieke rechtbank een politiek oordeel heeft geveld." Het maakte hem trouwens populair bij de andere gevangenen. "In de Tora-gevangenis zitten ongeveer 500 gedetineerden en ik denk dat ik de enige was die toegaf wat mij verweten werd."

En waarom wilde het regime van hem af?

Verschillende elementen kwamen samen. Ibrahim had nog les gegeven aan Suzanne, de echtgenote van president Mubarak. Na de moord op Sadat werd hij haar adviseur. Ook hun kinderen volgden les bij hem. Hij was een tv-persoonlijkheid. Hij reisde veel (hij heeft de dubbele nationaliteit, Amerikaans-Egyptisch, onder andere omdat president Nasser hem de toegang tot Egypte had ontzegd). Hij liet niemand met zich sollen. Toen de president op een bijeenkomst die hij zelf bijeengeroepen had rijkelijk laat aankwam, vroeg Ibrahim hardop waarom hij iedereen had laten wachten. Ook zijn adviezen aan de president - om nu eindelijk de democratie een kans te geven en vrije verkiezingen te houden - vielen niet altijd goed. Men bevond hem arrogant.

"Geen enkele leider hoort graag dat hij minder stemmen haalt dan hijzelf wil doen geloven." Dat hij dan ook nog EU-geld aanvaardde om het verloop van de verkiezingen van 2000 nader te bekijken, wekte wrevel.

En toen was er een fataal tv-optreden. Ibrahim werd door de veelbekeken satellietzender Orbit gevraagd om commentaar te geven bij de begrafenis van de Syrische leider Assad. De kijkers konden vragen en opmerkingen doorbellen. De uitzending werd geacht drie uur te uren maar liep uit tot twaalf uur. Al laat in de uitzending bracht een kijker, volgens een verslag in The New York Times Magazine, de vreemde Arabische gewoonte ter sprake om republikeinse dynastieën te creëren. Dat is een stokpaardje van Ibrahim, dus hij ging uitvoerig op de vraag in, hij suggereerde waar dergelijke dynastieën zouden kunnen ontstaan. "En wat met Egypte?", vroeg de kijker. Na vele tussenvragen antwoordde Ibrahim iets in de trant van: als de regeringspartij een mars op het paleis organiseert en hem smeekt om zijn zoon aan te wijzen, zal Mubarak nog altijd weigeren, maar als de vragen aanhouden, zal hij misschien ooit toegeven aan de vraag van het publiek. Geruchten dat Mubarak zijn zoon Kamal voorbereidt voor zijn opvolging, doen al langer de ronde.

Zeventien dagen na de uitzending, op 30 juni 2000, ruimschoots voor de verkiezingen, bestormden de veiligheidsdiensten Ibrahims appartement, confisqueerden alles wat ze in het Centrum Ibn Khaldun konden vinden, sloten dat centrum en arresteerden de medewerkers - Ibrahim incluis.

Een jaar later volgde het vonnis.

Ibrahim vertelt graag over zijn gevangenschap. In die nacht van 30 juni vond men geen cel voor hem. De cipier die hem moest opvangen, kende hem nog van onderzoek dat Ibrahim in de gevangenis had verricht. Hij verontschuldigde zich: "Wat is er met dit land aan de hand?" Ibrahim werd geïsoleerd opgesloten, maar om praktische redenen kon hij af en toe toch in contact komen met medegevangenen. De mannen die de aanslag op schrijver en Nobelprijswinnaar Mahfoez hadden gepleegd, verstelden nu kleren, diegenen die een aanslag op het Egyptisch museum hadden gepleegd, deden de was.

"Sommigen had ik tientallen jaren eerder, bij een onderzoeksproject, leren kennen. Ze zaten nog altijd in de gevangenis, ook al hadden ze hun straf al lang uitgezeten. Anderen waren nooit voor de rechtbank gebracht.

"Op 11 september kwamen de cipiers me halen. De gemeenschappelijke tv zond CNN-beelden uit, en ze hadden me nodig om te vertalen." Ibrahim tussen driehonderd islamisten. "Hun eerste reactie was: sympathie met de slachtoffers en hun families. Velen hebben geweld afgezworen. Later zijn de reacties warriger geworden, zoals in de buitenwereld trouwens."

Ibrahim is kranig, sinds het beroep begin februari werd toegekend, is hij voorlopig in vrijheid gesteld. Maar er zit, zoals dat oneerbiedig heet, sleet op de man. Hij wankelt op zijn benen (ten gevolge van een niet-gediagnosticeerde zenuwaandoening), in de gevangenis heeft hij een beroerte gehad. Hij heeft toestemming gevraagd om voor een medisch onderzoek naar het buitenland te reizen, maar de rechtbank ging er niet op in. Velen van zijn vrienden hebben zich van hem afgekeerd. "Dat was uiteindelijk ook de bedoeling van het proces: intimideren. Mij en mensen zoals ik. En die boodschap is overduidelijk overgekomen. Intellectuelen zijn tegenwoordig bang om hun mond open te trekken. Maar niettemin: het regime moet toch wel fragiel zijn als het bang is van een onderzoekscentrum dat zogoed als niemand kende."

De verdediging roept drie getuigen op, een aanhanger van Nasser, een filosoof, en een islamist. Deze laatste wordt op technische gronden - hij is zijn identiteitskaart vergeten - geweerd. De overige twee proberen zo goed ze dat kunnen hun vertrouwen in Ibrahim te schetsen. Vier buitenlandse ambassades hebben een waarnemer gestuurd, de Amerikaanse, de Deense, de Duitse en de Belgische. Zegt een van die diplomaten: "Het erge aan deze zaak is: als ze Ibrahim kunnen pakken, is niemand in dit land veilig."

Tijdens de pauze roept de rechter de buitenlanders bij zich in zijn kamer. Ik heb gemerkt, zegt hij, dat een van jullie met gekruiste benen voor me zat. Hij wendt zich tot de Deense diplomaat: "Is dat toegestaan in Deense rechtbanken? Is dat bij jullie geen teken van gebrek aan respect?" De Deen zegt dat daaromtrent in Denemarken geen regels bestaan (hij laat na te specificeren dat er in Deense rechtbanken niet gerookt of gedronken mag worden). De rechter laat zich vervolgens het verzegelde bewijsmateriaal in onze aanwezigheid overhandigen. Hij maant ons nogmaals aan om niet langer met gekruiste benen te zitten.

Na drie uur wordt de zitting opgeheven. Halverwege juni wordt opnieuw vergaderd.

De verwachtingen bij Ibrahim en zijn familie zijn niet hooggespannen. Volgens de wet kan de straf in beroep niet hoger liggen dan de oorspronkelijke zeven jaar (waarvan hij al 300 dagen heeft uitgezeten). "De uitslag zal opnieuw politiek zijn." Een medestander zegt: een vrijspraak zou gezichtsverlies voor de regering betekenen, want dat zou inhouden dat ze oorspronkelijk ten onrechte heeft veroordeeld.

Ibrahim ziet een vreemde evolutie. "Ten tijde van het terrorisme in Egypte ondersteunden de intellectuelen de regering. Maar nu ze de islamisten in bedwang heeft, begint de regering andere opposanten, de intellectuelen, aan te pakken. Ik ben nog nooit zo populair geweest bij gematigde islamisten. Ik word uitgenodigd op de ramadanviering van de Moslimbroeders." Hij is ontgoocheld in het Westen, zegt hij, ondanks de aanwezigheid van diplomaten op zijn proces. "Als het Westen steun geeft, legt men wel economische verplichtingen op, maar geen democratische. Is dat nu zo moeilijk? De geldkraan dichtdraaien als er binnen de drie jaar geen geloofwaardige democratische hervormingen uitgevoerd worden, als de situatie inzake mensenrechten niet verbetert. En dat is nochtans broodnodig. Want je kunt wel over de Axis van het Kwade spreken, en er met wapens tegen vechten. Je kunt Saddam Hoessein verslaan, daar twijfel ik niet aan. Maar wat jullie niet kunnen, is beletten dat er een nieuwe Saddam Hoessein opstaat, een nieuwe Bin Laden. Zolang er geen democratie is, geen staat met degelijke, civiele instellingen, zullen dat soort lieden steeds opnieuw macht en invloed krijgen.

"Het is de moeite waard. Egypte is geen onbelangrijk land. Zeventig miljoen mensen, op het kruispunt tussen Oost en West, Noord en Zuid, Afrika en Azië. Tot op zekere hoogte toonaangevend in de moslimwereld. Als de situatie hier gewijzigd wordt, verandert het evenwicht in de hele Arabische wereld."

Ibrahim pleit al lange tijd voor de opname van de Moslimbroeders in het politieke proces. "Zolang ze de principes van de democratie onderschrijven, en dat doen ze, moeten ze kunnen deelnemen aan vrije verkiezingen. De Moslimbroeders gaan al de richting uit van de christen-democratie. En onder invloed van het verkiezingsproces zouden ze, dat denk ik toch, nog gematigder worden. Ze moeten immers hun stemmenbasis verbreden."

Hoeveel zouden ze halen?

"Vijftien procent, hooguit twintig. Dat zeg ik op basis van gedeeltelijke uitslagen, in gebieden waar de verkiezingen fair leken te verlopen. En ook: ik heb nog de pretentie dat we met woorden, met argumenten in staat moeten zijn het islamisme te verslaan. Want daar kunnen de meeste mensen toch niet voor zijn, voor een groep die enkel praat over de zevende eeuw (de ontstaansperiode van de islam, RR) of over het hiernamaals. Dat kan toch niet zijn wat de meeste mensen interesseert in het politieke leven. En als ze met zo'n programma wel winnen - dan leg ik me daarbij neer.

"De situatie van de mensenrechten is slechter geworden sinds 11 september. Ook bij jullie worden de mensenrechten teruggedraaid en daar hebben onze machthebbers snel gebruik van gemaakt. 'Zie je wel dat we gelijk hadden', zeggen ze nu, 'in het Westen kan men tegenwoordig ook arresteren zonder dat er een aanklacht is. Het Westen begrijpt ons nu beter.'"

"Bedankt dat je naar mijn proces gekomen bent", zegt hij na de zitting, "zoiets is belangrijk." "Bedankt", beamen zijn echtgenote en zijn dochter: "Bedankt."

Soms is het beschamend om bedankt te worden.

Een van de effecten van de zaak-Ibrahim is inderdaad dat vele intellectuelen weigeren met naam en toenaam geïnterviewd te worden. Aan de American University of Cairo, dezelfde universiteit waar Ibrahim doceert (doceerde, al naargelang de uitkomst van zijn proces), tussen studenten die naar verluidt jaarlijks 15.000 euro neertellen voor hun studies, die met Mercedessen worden gebracht en die via hun mobiele telefoon hun chauffeur op elk moment kunnen oproepen, vind ik een anonieme gesprekspartner, laten we zeggen een econoom. "Het gaat niet goed met dit land", zegt hij al meteen en dan bedoelt hij niet de justitie. Het gaat de verkeerde kant uit met de economie. "De islam heeft aan slagkracht gewonnen. Je kent het gezegde: het islamisme heeft verloren maar de islam heeft gewonnen. Het is wel duidelijk voor mensen dat de terreur in eigen land vernietigende effecten heeft gehad, met name inzake toerisme. Maar tegelijk doen de mensen zich devoter voor dan ooit, zie je weer meer hoofddoeken. Dit land zou moeten kiezen. We staan met één been in het westen en een ander been in de islam. Met twee benen die elk een andere richting uit willen kun je maar één ding doen: stil blijven staan. De armoede neemt toe. En de rijken, onze studenten bijvoorbeeld, kan het minder en minder schelen hoe het met de armen is gesteld. Hun werelden hebben niks meer met elkaar te maken."

Hij geeft een voorbeeld van immobilisme dat niet noodzakelijk met de islam te maken heeft. Van oudsher is er op het platteland een machtssysteem dat aan het land gelieerd is. De man met het meeste land is de politieke leider van zijn dorp. "In de jaren tachtig leek dat systeem te worden doorbroken. Jongelui gingen in de Golfstaten werken en voor het eerst verdienden zij meer dan de grondbezitters. Ze kochten een auto die als taxi dienstdeed. Er werden wegen aangelegd, die de wereld dichterbij brachten. Maar met de Golfoorlog vielen de meeste van die goedbetaalde buitenlandse jobs weg. De landeigenaar is opnieuw stevig de baas. En die nieuwe wegen maken het nog pijnlijker duidelijk dat tegenwoordig niemand uit het dorp weggeraakt." Hij heeft zelf onderzoek verricht in zo'n dorp, en de frustraties zijn groot, zegt hij. Zelfs in de betere middengroep is het te merken. "Ik ken zo'n jongen die wil dat de dingen vooruitgaan, die wil investeren in landbouwmateriaal, en nieuwe gewassen. Hij stuit op een muur, zijn vader wil niet financieren, zijn broers willen niet helpen. Mensen zijn bang voor verandering omdat ze geen voorbeelden zien van positieve verandering."

Er zou zoiets als een omwenteling moeten komen, maar Egyptenaren zijn niet goed in omwentelen. "Het zijn goedzakken, al minstens zevenduizend jaar."

Een collega is er niet zo zeker van dat het islamisme voorgoed is bedwongen. "De repressie was enorm, de politie is alomtegenwoordig, maar er zal reactie komen. Probeer maar eens als man met een baard rond te reizen. Om de paar kilometer word je van de bus gehaald, en van kop tot teen onderzocht. Dat bedoel ik letterlijk. Je moet je mond openen om te tonen dat je geen wapens verbergt. Zoiets is vernederend - dat moet tot reacties leiden."

Jailan Halawi is een gewezen studente van Ibrahim, ze is aspirant-romancière, en als broodwinning werkt ze voor Al Ahram Weekly, de Engelse weekeditie van 's lands toonaangevende overheidskrant. De dagversie van Al Ahram was een jaar geleden bij de actieve verguizers van de professor. Nu schrijft Halawi zelf over zijn proces. Ze ondersteunt hem, zegt ze, de weekeditie heeft een zekere onafhankelijkheid. Maar die onafhankelijkheid reikt niet heel ver. "Je schrijft en je hoopt dat je 's anderendaags niet in de gevangenis belandt voor wat je hebt neergepend. Of je schrijft niet." Zij schrijft, onder andere over schrijvers en kunstenaars, over islamisten. De huidige generatie kunstenaars is niet van het kaliber van de vorige, en de vorige was niet van het kaliber van die daarvoor. Het intellectuele leven slabakt wat, er wordt minder uitgegeven, minder gelezen (drie vijfde van alle Arabische boeken wordt in Kaïro uitgegeven - maar dat is nog altijd een stuk minder dan wat in België aan boeken verschijnt). Jailan wijst naar de andere prioriteiten, de andere media, de verwarring in de samenleving. "Je zult maar een werkende vrouw zijn in deze tijd. Ik ken vele vrouwelijke collega's die de enige broodwinner in hun familie zijn, maar die toch springen als hun echtgenoot iets ordonneert. Ze werken de hele dag, ze verdienen goed geld, op het werk praten ze mee over de wereld, ze zitten vast in het verkeer, ze zijn ziek van de stress, maar als ze niet om 19 uur thuis zijn, zwaait er wat. Dat soort situaties lijkt alle logica te tarten. En dan al die plattelandsvrouwen die ineens in de grote stad belanden, die vroeger nauwelijks het huis mochten verlaten en nu in de anonimiteit hun weg zoeken, een zaak beginnen, de wereld ontdekken of in de goot eindigen. Of nog: verscheidene jonge actrices hebben zich afgekeerd van hun job omdat hij tegen hun geloof indruist. Ze dragen nu een hoofddoek en sluiten zich op in hun huis, met hun kinderen. Ze spelen enkel nog in religieuze films."

Allemaal goede thema's voor romans.

"Niemand schrijft ze."

Uit oude films en boeken spreekt een sensualiteit die je nu ook niet meer terugvindt.

"Dat weet ik nog niet zo. Vaak waren die vroegere films behoorlijk hypocriet. Men schetste het leven van een heilige vrouw, maar vier vijfde van het verhaal ging over haar zondige leven voor ze heilig werd. Men wilde gewoon gore scènes tonen omdat het publiek daarop afkwam. En of die films zo goed waren..."

Kaïro is, qua intellectueel leven, nog het meest bekend als centrum voor theologisch onderzoek en regelgeving. In Al Azhar, de oudste en meest prestigieuze islamitische universiteit, wordt over de koran-edities gewaakt. Als er in nieuwe uitgaven fouten worden gedetecteerd, levert dat parlementaire vragen op. Al Azhar is trouwens, onder andere daarvoor, in het parlement vertegenwoordigd.

Abdel Moti Bayoumi is een van de 26 sjeiks van Al Azhar, hij was een tijdlang decaan van de theologische faculteit, hij is nu namens Al Azhar parlementslid (hij waakt erover dat de wetten niet in strijd zijn met de religie) en leidt ook het Instituut voor Islamitische Studie. Hij gaat graag in op vragen van Europese moslims en niet-moslims (zie elders). De islam in Egypte noemt hij gematigd. Bayoumi wordt beschouwd als een progressief godgeleerde, maar geen dissident. Hij is gezagsvriendelijk, zowel voor Al Azhar als voor het politieke regime.

Hij vergelijkt de islam met een huis. Aan de muren en de fundamenten kun je niet tornen, maar bijvoorbeeld de meubels laten zich verplaatsen. De fundamenten zijn bekend: geloof in één God, geloof in alle profeten van de drie tradities, geloof in de koran. Maar andere regels van de islam zijn soepel. "Een van de aspecten van de islam is dat hij zich vernieuwt. We proberen een nieuwe theologie te vinden die ons in staat stelt met de moderne wereld en met het Westen om te gaan. Niet alle godgeleerden zijn het daarmee eens, zelfs binnen Al Azhar vormen we een minderheid. De meerderheid is toch nog bezig met traditie, oude theologie."

Om diverse redenen zit Bayoumi nog altijd met 11 september in zijn maag: "Dat werd op een verkeerde wijze met de islam in verband gebracht. De islam is gekant tegen wat er op 11 september gebeurde, gekant tegen terrorisme in het algemeen, tegen het slachtofferen van onschuldigen (hij verdedigt wel de zelfmoordacties in Israël, omdat de Palestijnen uit noodweer handelen, RR). Als een individu een misdrijf begaat, is zijn religie daar niet verantwoordelijk voor."

Ook niet als het misdrijf in naam van de religie wordt gepleegd?

"Ze hadden geen religieuze bronnen of autoriteit voor hun misdrijf, ze hebben geen ware religieuze opleiding genoten. Al Azhar, toch de belangrijkste referentie voor moslims in de wereld, veroordeelde de aanslagen nog dezelfde dag. In het belangrijkste theologische college oordeelden we dat Bin Ladens acties niets met islam te maken hebben. Wij bekampen religieus extremisme, dat je trouwens in alle godsdiensten terugvindt. We bekampen het al vele jaren.

"Ikzelf bepleit betere relaties met het Westen maar met name president Bush maakt het ons niet makkelijk. Hij viel Afghanistan aan omdat Al-Qaeda en Bin Laden verantwoordelijk zouden zijn voor de aanslagen. We hebben hiervan geen bewijzen gezien, en toch lieten we hem betijen, ondersteunden moslims hem zelfs. Mede door ons onderricht was Bin Laden minder populair in Egypte dan in andere moslimlanden. Maar dan blijkt keer op keer hoe de Amerikaanse vooroordelen in het voordeel van Israël spelen. Bush noemde Sharon een man van de vrede op het ogenblik dat die de Westbank liet vernietigen, hij noemde tegelijk de Palestijnen die hun land verdedigen terroristen. Dat is toch een kaakslag voor moslims. In zijn Axis van het Kwade blijken twee van de drie landen tot de islamwereld te behoren. Wij die voor samenwerking en verstandhouding pleiten, zijn verbijsterd over dit soort uitspraken. Ze stimuleren het terrorisme, ze creëren nieuwe terroristen. Door dergelijke uitspraken en acties verliezen wij onze vat op de jongeren. De Amerikanen zouden moeten begrijpen wat ze aanrichten, dat het meer in hun belang is de moslims te vriend te hebben dan Israël."

De woede over de Amerikaanse voorliefde voor Israël maakt snel plaats voor een andere onvrede wanneer de mensenrechten ter sprake komen.

"De islam kent alle rechten toe die in het charter van de rechten van de mens zijn opgenomen", zegt hij plichtsbewust. "Bij ons zijn het meer dan rechten van de mens. Het zijn rechten die God aan de mens heeft toegekend."

Vrouwen hebben gelijke rechten, aldus Bayoumi, zelfs binnen Al Azhar. "Een van de faculteiten heeft een vrouwelijke deken."

En wat met homo's - een Egyptische rechtbank heeft vorig jaar 52 Egyptische homo's veroordeeld?

Bayoumi vraagt aan de tolk of hij het goed heeft gehoord. "Homo's? Rechten worden toegekend aan natuurlijke personen. Noem jij homo's natuurlijke personen? Probeer jij nu de westerse cultuur aan ons op te dringen? In heel onze traditie zijn wij gekant tegen overspel - dan komt het Westen met vrije liefde en de vrijheid van overspel aandragen. Het druist in tegen meer dan duizendjarige tradities, het veroorzaakt bovendien ziektes, aids. Moeten we nu ook homo's accepteren? Homo's houden ook een risico in voor de mensheid. Homoseksualiteit druist in tegen de cultuur van de mensheid, tegen de menselijke natuur. De islam beschouwt homofilie als weerzinwekkend. Een gemeenschap die toelaat dat aids zich op deze manier verspreidt, valt gelijk te schakelen met een terreurgroep - die schaadt de mensheid."

Bij mijn weten wil, een enkele gek niet te na gesproken, niemand aids verspreiden. Iedereen probeert de verspreiding van aids tegen te gaan, met name homo's.

Na enige tijd scheldt Bayoumi in minder strenge bewoordingen, maar zijn conclusie blijft: "We beschouwen homoseksualiteit niet als een mensenrecht."

We verhuizen naar het thema censuur. Al Azhar censureert boeken. In 1960 werd een boek van Nadjib Mahfoez als onislamitisch verboden. Goed dertig jaar later werd hij door een fanatieke verdediger van de islam neergestoken. Voelt Azhar zich dan verantwoordelijk?

"Neen", zegt Bayoumi. "Wij zijn niet verantwoordelijk voor domme acties. Bij ons is het altijd duidelijk dat we enkel het werk viseren, niet de auteur. We verbieden zelfs geen boeken, we vellen een oordeel - of het boek in strijd is met de waarden van de islam. Als dat zo is, komt het aan de overheid toe om al dan niet het boek uit de handel te nemen."

En was de diskwalificatie, achteraf beschouwd, terecht voor Mahfoez?

"Dat weet ik niet - ik zou het boek (De kinderen van onze wijk, RR) grondig moeten lezen."

Ook de acties tegen de wetenschapper Nasr Abu Zeid, die pleitte voor een vrijere interpretatie van de koran, en die door integristen tot een echtscheiding werd gedwongen (het gezin Abu Zeid vluchtte liever naar Nederland) betreurt Bayoumi, al heeft Al Azhar hem niet verdedigd. "We waren het niet met hem eens."

Als het eigenlijke interview al is afgelopen, geeft Bayoumi me nog een boodschap mee: "Verwar alsjeblief de islam niet met de handelingen van moslims in Kaïro."

Waarom niet?

"Als je de straten ziet die vuil zijn, het verkeer dat chaotisch verloopt - dat alles heeft niets met de islam te maken. De islam pleit juist voor ordening, organisatie. Een goed begrip van de islam moet je niet bij de moslims zoeken - daarvoor kun je beter bij de geleerden terecht."

Gamal El-Banna is ook theoloog, en een specialist in vakbondsaangelegenheden, maar nog meest van al is hij de jongste broer van de oprichter van de Moslimbroeders, Hasan El-Banna. Zelf onderhoudt hij een haat-liefdeverhouding met de Moslimbroeders. In 1948, kort voor zijn broer werd vermoord, werd hij als een van hen in een concentratiekamp opgesloten - dat schept een band. Maar hij heeft altijd hun principes bekritiseerd, ook toen zijn broer nog leefde. Hij deelt de kritiek van Ibrahim: "Iedereen is veel te veel met het verleden bezig. En die drang om de ideale maatschappij van Medina (ten tijde van de profeet, RR) te recreëren, is ronduit ridicuul. Hoe zou dat heden ten dage mogelijk zijn: een staat zonder straffen, zonder gevangenissen, zonder beroepsleger?" Het valt achteraf niet te bewijzen, maar Gamal gelooft dat zijn broer mettertijd tot dezelfde conclusie zou zijn gekomen. "Hij was 42 toen hij werd vermoord, tussen 1928 en 1949 had hij zich ontwikkeld van een begeleider van een soefi-groepje tot de leider van de grootste en de belangrijkste internationale moslimbeweging van de twintigste eeuw. Had hij nog twintig jaar de tijd gehad, dan zou de moslimwereld er anders uitzien - daar ben ik heilig van overtuigd." Hij was al minder radicaal geworden, hij had toen zijn medestanders al opgeroepen om Gamals boeken te bestuderen.

Gamal heeft uit zijn studie van de geschiedenis begrepen dat de islamitische neiging om religie en staat te vermengen, niet deugt. "Macht corrumpeert de ideologie. Kijk naar het Vaticaan, kijk naar het communisme - voorbeelden te over."

Gamal pleit voor een radicale terugkeer naar de koran, en voor de verwerping van alles wat schriftgeleerden sedertdien aan bepalingen hebben bedacht. "Niet dat die geleerden slecht waren. Vaak waren het genieën, maar het waren ook kinderen van hun tijd. Tegenwoordig hebben wij met een klik op de computer meer informatie dan zij konden vergaren door dertig jaar rond te reizen. Wij zijn beter geïnformeerd dan zij ooit waren. Waarom zouden we dan aan hun tradities vasthouden? De meeste van deze tradities deugen niet langer. Maar door deze teksten te liquideren wordt een legioen van schriftgeleerden werkloos - dat zullen die lui van Al Azhar maar moeilijk accepteren."

Ze hebben Gamals boeken nochtans niet op de zwarte lijst geplaatst: "Dat zou me te veel publiciteit bezorgd hebben. Ze hebben verkozen me dood te zwijgen."

Wat zou een radicale terugkeer naar de koran ons leren?

"De islam is een revolutionaire beweging. En het sleutelwoord van de revolutie is vrijheid. Daarom word ik zo kwaad als ik hoor dat sommigen de doodstraf eisen tegen moslims die zich tot het christendom bekeren (Al Azhar is het daar evenmin mee eens, RR). In religie bestaat geen dwang. En de koran biedt juist grote vrijheid van interpretatie. Zo lees ik nergens dat vrouwen hoofddoeken moeten dragen. Ik lees enkel dat vrouwen hun borsten moeten bedekken. Ik lees dat vrouwen voor God evenwaardig zijn. Ik lees ook dat ze in bepaalde gevallen minder erven, maar dat was, zoals andere elementen in de koran, door de omstandigheden ingegeven. Dat kunnen we wijzigen als de omstandigheden gewijzigd zijn. In jullie termen gesproken ligt de islam misschien nog het dichtst bij de sociaal-democratie. De vrijheid is een gegeven, maar evidente misbruiken van die vrijheid worden tegengegaan. Het grote verschil is dat wij God inroepen om de grenzen aan de vrijheid te rechtvaardigen, terwijl Europeanen minder en minder grenzen erkennen."

Zijn er al veel Egyptenaren die denken als hij?

"Niet zo veel. Het is ook niet makkelijk. We bekampen drie tegenstanders: de politieke machthebbers, de religieuze autoriteiten, en de economische autoriteiten."

Terug naar de mensenrechten. In een week waarin bekend werd dat het proces tegen vijftig Egyptische homofielen zal worden overgedaan, wordt in de lokalen van de krant Al Ahram een workshop over mensenrechten gehouden. De workshop handelt over de relatie tussen pers en mensenrechten(organisaties). Eigenlijk over de vraag waarom de kranten zo weinig aandacht aan mensenrechten besteden. Een stuk of dertig journalisten ondervragen drie vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisaties (die trouwens geen van alle de homo's verdedigen, zie pagina ...). De naam van Ibrahim valt niet, er wordt evenmin verwezen naar de homo's. Als een van de mensenrechtenactivisten zegt dat enkele jaren geleden, bij godsdienstrellen in het zuiden, 1.200 mensen om het leven kwamen, lijken de meeste aanwezigen verrast en onwetend. Wat tijdens de bijeenkomst nog het meest opvalt, is hoe onbeduidend de mensenrechten zijn in de hoofden van deze journalisten. "Wat hebben de mensenrechtenorganisaties in Jenin gerealiseerd?", vraagt mijn buur zich hardop af. "Hebben zij de Israëli's tegengehouden? Ik ben meer geïnteresseerd in organisaties met macht." "Is er geen oosters equivalent voor mensenrechten dat dichter bij onze tradities aansluit?", vraagt een andere journalist. "Wat noem jij tradities?", luidt de wedervraag van een van de activisten: "Dat gezinnen hun dochters minder voedsel geven dan hun zonen, dat meisjes minder lang naar school gaan dan jongens? Is dat de oosterse versie van mensenrechten?" Volgende vraag: "Waarom houden de Egyptische mensenrechtenorganisaties zich niet bezig met schendingen van mensenrechten in de VS?" "Waarom zijn de rapporten onleesbaar?"

Enzovoort: alles negatief. "Eigenlijk", zegt mijn buur, "is er een heel goede reden waarom wij weinig over mensenrechten schrijven. De overheidskranten willen er niet over publiceren omdat dergelijke berichten de regering in een slecht daglicht plaatsen. En mijn eigen krant, een privaat weekblad, wil er niet over publiceren omdat onze lezers er niet wakker van liggen, en een dergelijk bericht geen extra exemplaar zal doen verkopen. En trouwens: wat maakt het uit of wij erover schrijven of niet?"

Sjeik Abdel Moti Bayoumi: 'We beschouwen homoseksualiteit niet als een mensenrecht'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234