Donderdag 20/02/2020

‘Dokters huilen niet’

‘Na een halfuur keken we elkaar in de ogen. Stoppen we ermee? Driemaal ‘I Agree’. Het had geen zin meer.’ Shannon Sovndal, ploegarts van Garmin-Cervélo, over de reanimatie van Wouter Weylandt. Vier artsen bogen zich meer dan een halfuur over de renner. Vechtend voor zijn leven, hopend op een polsslag. ‘We kropen allemaal weer in de auto. Niemand zei een woord.’ Vier dokters, vier verhalen.

door matthias declercq en jan-pieter devlieger

Nu al behoort de foto tot het collectieve geheugen. Het beeld van Wouter Weylandt. De armen wijd open gesperd. Aan de grond genageld. Iconisch, helaas. Senna op het circuit van Imola, Simpson op de Ventoux, Weylandt op de Bocco. Nooit alleen, altijd omringd. Niet door vrouw of kind, maar door artsen. Koersdokter Gerard Porte die Fabio Casartelli noodgedwongen moest laten gaan en later ook Andrej Kivilev zag vertrekken. Vier artsen voelden Weylandt wegglippen. Een reconstructie van de val, door hun ogen.

Moeizame communicatie

Om 16.20 uur is Weylandt in volle afdaling van de Passo del Bocco. In zijn wiel zit de Portugees Manuel Cardoso. Het duo is een beetje achteropgeraakt, maar twijfelt of doorrijden wel zin heeft. Achter hen nadert een pelotonnetje van zo’n twintig renners. Volgens Cardoso keek Weylandt even achter zich. Zijn die gasten op komst? Net dan, het minste concentratieverlies. Met zijn linkerpedaal of met zijn stuur raakt hij een muurtje, gaat overkop en smakt tegen de grond. Ploegmaat Tom Stamsnijder ziet vanuit de achtergrond alles gebeuren. Weylandt beweegt niet meer.

Net na de val passeert de ploegwagen van Garmin-Cervélo. Ploegleider Lionel Marie springt uit de wagen, spurt naar Weylandt en raakt in paniek. “Affreux”, vertelt Marie. “Vreselijk. De renner was bijzonder toegetakeld in het gezicht. Het moest snel gaan om de situatie te keren. Heel snel.”

Shannon Sovndal, ploegarts van Garmin, snelt ter hulp. Achtergebleven renners stuiven voorbij. Ook de Girodokters onder leiding van Giovanni Tredici zijn bijzonder snel ter plaatse. In geen tijd staat een kwartet dokters rond Weylandt. Drie mannen en een vrouw. Alle vier urgentieartsen. Naast Tredici en Sovndal zien ook Elena Della Valle en Fabio Volontè een zwaar toegetakelde renner. “Je voelde de spanning”, vervolgt ploegleider Marie. “Je ziet de renner liggen en hoopt dat hij het haalt. Je hoopt zelfs dat hij in coma is. Renners zijn sterk. Renners zijn atleten. Die overleven een coma.”

De vier dokters begrijpen elkaar amper. “Ik spreek geen Italiaans”, vertelt dokter Sovndal. “Dan hoor je flarden Spaans, Italiaans, Engels. Heel moeizame communicatie.” Die staat de snelle behandeling van Weylandt niet in de weg. Internationale protocollen worden meteen uitgevoerd. De ademhaling wordt vrijgemaakt, de nek gesteund, het hart gemasseerd. Weylandt krijgt ook adrenaline toegediend. Wanhoop maakt zich meester van de artsen. Tredici laat een helikopter aanrukken. Op internet verspreidt zich het gerucht dat Weylandt nog een polsslag zou hebben. Klopt niet. Helikopterbeelden versterken de ernst. De wielergemeenschap weet welk gevecht er geleverd wordt op de Passo del Bocco.

Uitzichtloos

“Wij wisten wel beter. Hoe hard dat ook klinkt.” Dokter Sovndal blijft pompen. Ploegleider Lionel Marie breekt: “Ik zag het leven uit zijn lichaam vloeien. Hoe moet je dan reageren? Wat moest ik doen? Ik weet het nog altijd niet. In één seconde was alles voorbij voor die jongen, voor zijn vrienden, voor zijn familie. Dan sta je daar, in de weg.”

Sovndal: “Hij had geen schijn van kans. Dat voelde iedereen. Maar op dat moment blijf je professioneel. Ik ben dokter. Getraind als een soldaat. En toch voelt het zo vreemd aan. Ik ben gewoon aan ER’s. In een kliniek ja, maar niet op de weg. Je voelde dat iedere dokter wist dat het niet zou lukken. Hij kreeg geen polsslag. Er zat geen leven meer in die jongen. Van bij het begin niet. Toch proberen.”

Della Valle: “We stonden zo machteloos. Die eerste aanblik van zijn lichaam ontnam per direct alle hoop. Er viel een tristesse over me heen.”

Volontè: “Je bent dokter. En dokters helpen mensen. Levens redden. Alles hebben we geprobeerd. Werkelijk alles.

Sovndal:Na een halfuur keken we elkaar in de ogen, om dan die verscheurende vraag te stellen: ‘Stoppen we ermee?’ Je kijkt naar elkaar. Je stelt de vraag, voor de rest niks. Je denkt aan het leven, plots. Driemaal ‘I agree.’ Gedaan.”

Een ambulance rijdt aan. Ook een brandweerwagen. Een wit laken wordt bovengehaald. Bijna drie kwartier na de val arriveert de heli. Een dokter stapt uit, gaat naar het lichaam van Weylandt en stelt de dood vast. Giroarts Tredici spreekt met de Italiaanse RAI-televisie: “We hebben alles gedaan wat binnen onze mogelijkheden lag om hem te redden, maar zagen al heel snel het uitzichtloze van de situatie in.”

Volontè: “Een lijkwagen zien toekomen. Dat beeld alleen al. Urgentiearts of niet. Ik kende die jongen niet. Doe zijn familie mijn groeten, alstublieft.”

Tredici: “Negenentwintig jaar rijd ik als dokter in het peloton. Nooit zag ik iemand sterven op de weg. Nooit. Dokter Della Valle kreeg de tranen in ogen. Ik bijna ook. Maar dokters huilen niet. Je sterk houden. De andere kant opkijken om maar niet te huilen. Samen met dokters Volontè en Della Valle vormen wij een hecht team. Je leeft samen, je overwint het leven. De onmacht heerst nu na de dood van Wouter.”

Handdruk

17.10 uur. Terwijl Angel Vicioso de overbodige koers wint staan de vier dokters nog op de Bocco. Haast alleen. Ze kijken elkaar aan. Weten niet wat te zeggen. De strijd verloren. Een onmogelijke strijd. De Giroartsen rijden naar de aankomst. Sovndal kruipt in een achtergebleven wagen van Garmin. De mecanicien legt een arm op zijn schouder. “Je zit daar dan, in een auto in Italië. Wetende dat er net iemand stierf in de koers. Niet in een auto-ongeluk, niet in het operatiekwartier. Maar op de fiets, in de koers. Dat is zo onwezenlijk. Dit blijft kleven. Al die tijd blijven proberen. En dan vliegt die heli weg en stort je wereld in.”

Daags nadien, voor aanvang van de geneutraliseerde vierde rit, zien de dokters elkaar opnieuw. ’s Morgens, aan de start. “Bedankt voor de hulp”, klinkt het vaakst. Ze nemen elkaar vast, schudden elkaar de hand. “Bedankt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234