Vrijdag 18/10/2019

Dokter getuigt over gruwel in Oost-Ghouta: "Mensen leven in kelders. De kinderen zien geen zonlicht meer"

Syrische kinderen op de puinhopen van Oost-Ghouta, de oorlogszone net buiten de hoofdstad Damascus die al twee weken onophoudelijk gebombardeerd wordt. Beeld AFP

Hoewel er in Oost-Ghouta nu bijna honderd burgers per dag sterven, weigeren Syrië en Rusland om hun bombardementen te staken. Tienduizenden mensen schuilen nu al twee weken in krappe kelders. “Dit zijn geen nummers maar mensen die van hun familie houden”, zegt dokter Mohammad Almarhoum in een gesprek met deze krant. “Ze hebben niets met deze oorlog te maken.”

Gesteund door Russische militairen en Iraanse milities zet het Syrische regeringsleger zijn offensief in Oost-Ghouta voort. Met zware bombardementen en een grondoffensief wil president Assad deze buitenwijk van Damascus doormidden klieven om zo de rebellen definitief uit te schakelen. Die rebellen zijn verdeeld in verschillende fracties, gaande van divisies van het Vrije Syrische Leger tot islamistische milities die van Syrië een sharia-staat willen maken.

De 400.000 burgers worden haast letterlijk verpletterd door de strijdende partijen. Het zijn vooral de onophoudelijke luchtbombardementen die voor veel menselijk leed zorgen. 
Volgens dokters in Oost-Ghouta vielen sinds het begin van dit offensief op 19 februari meer dan 700 doden en 5.600 gewonden. Maandag was de dodelijkste dag van het beleg: 80 burgers verloren het leven.

Omdat meerdere hospitalen werden gebombardeerd is de medische infrastructuur grotendeels vernield, waardoor vele gewonden nergens meer terechtkunnen.

Volgens Pawel Krzysiek van het Internationaal Comité van het Rode Kruis in Syrië leven tienduizenden mensen al twee weken in krappe kelders, zonder water en toiletten. “Veel kinderen hebben al vijftien dagen geen zonlicht gezien. Het is onmogelijk om naar buiten te gaan omdat de bombardementen zo intens zijn. De mensen zijn uitgeput, boos, wanhopig. Ze willen dat dit ophoudt. Ze willen opnieuw een menswaardig leven met normaal eten. Ze willen die kelders uit.”

In een gesprek met
De Morgen zegt dokter Mohammad Almarhoum van het Ghouta-hospitaal dat de intensiteit van de bombardementen niet afneemt. “Het is een onophoudelijke bommenregen. Ook het hospitaal zelf werd sinds 19 februari al twee maal gebombardeerd. Een deel van het gebouw is onbruikbaar en we hebben een tekort aan medisch materiaal en medicijnen voor operaties en intensieve zorgen.”

Omdat ook andere ziekenhuizen geraakt werden, moet dokter Almarhoum een zeer moeilijke selectie maken van de gewonden. “Mensen met gecompliceerde verwondingen kunnen we helaas niet meer helpen.”

Medisch materiaal in beslag genomen 

Wat de situatie in de ziekenhuizen nog bemoeilijkt, is dat het Syrische leger geen nieuwe medicijnen en medisch materiaal meer toelaat in Oost-Ghouta. Het humanitaire konvooi van 46 vrachtwagens dat maandag hulpgoederen moest leveren, werd aan de ingang van de stad tegengehouden waarna Syrische militairen het bevel gaven om een groot deel van de medische hulpgoederen af te laden. Dokter Almarhoum: “Dat waren net de medicijnen en het materieel dat we nodig hadden om mensen te kunnen opereren. Ook de insuline mocht niet mee. Het feit dat die niet geleverd konden worden, maakt de ramp nog groter.”

Ook de andere hulpgoederen konden niet allemaal geleverd worden. Op het moment dat de Rode Kruis-vrachtwagens in Oost-Ghouta aan het lossen waren, brak opnieuw een bombardement los en moesten de vrachtwagens in allerijl de oorlogszone verlaten. Van het voedsel dat bestemd was voor 27.000 van de 400.000 inwoners kon 79 procent geleverd worden. Voor donderdag kondigt het Wereldvoedselprogramma een nieuw humanitair konvooi aan dat voedsel zou moeten leveren aan 70.000 mensen.

Chlooraanvallen

Dokter Almarhoum zegt dat er net twintig slachtoffers van een chlooraanval in het hospitaal arriveerden. Zijn getuigenis lijkt te bevestigen dat in Oost-Ghouta opnieuw dagelijks chemische chloorbommen op burgerwijken worden gedropt. Hoewel het Assad-regime deze berichten afdoet als “belachelijke leugens”, worden de vele getuigenissen over chlooraanvallen gesteund door een nieuw rapport van een onafhankelijke VN-onderzoekscommissie. Die besluit dat de chlooraanvallen “redelijkerwijs” enkel het werk kunnen zijn van het regeringsleger.

Officieel geldt in Oost-Ghouta een door de VN bemiddeld staakt-het-vuren, maar dat wordt onophoudelijk geschonden. Volgens de Syrische regering en Rusland geldt het bestand niet voor de strijd tegen de terreurbewegingen die in Oost-Ghouta vechten.

Het Russische ministerie van Defensie maakte bekend dat de burgers van Ghouta en ook de rebellen de mogelijkheid krijgen om het oorlogsgebied te verlaten. Volgens deze communicatie zullen er bussen voorzien worden en mogen de rebellen zelfs hun wapens meenemen. Maar omdat onduidelijk is waar de rebellen uiteindelijk naartoe zullen worden gebracht, is de kans klein dat bevolking en strijders op dit aanbod zullen ingaan.

Suheir al-Atassi, een prominente oppositieleder, zegt dat het Russische aanbod neerkomt op een vorm van gedwongen verplaatsing. “Met deze politiek van de verschroeide aarde willen de Russen de inwoners tot overgave dwingen. Het is een vorm van gedwongen verplaatsing en bewuste demografische verandering.”

Een van de tachtig burgers die maandag om het leven kwamen, was dokter Ahmad Wahbe die zaterdag nog in De Morgen geciteerd werd. Hij vertelde toen dat hij dagelijks tientallen verhakkelde lichamen op zijn operatietafel kreeg. “We wachten hier gewoon met z’n allen op de dood”, zei de arts twee dagen voor hij zelf door een bom om het leven kwam.

Ook dat maakt dokter Mohammad Almarhoum van het Ghouta-hospitaal erg boos. “Al die doden, al die gewonden, al die vrouwen, kinderen en mannen die zich hier angstig voor de bommen verbergen: vergeet alsjeblief niet dat zij geen nummers of statistieken zijn, maar mensen. Het zijn mensen die hun familie en hun kinderen liefhebben en gewoon thuis een normaal leven willen leiden. Ze hebben niets met deze oorlog te maken en hebben het recht om hier buiten te blijven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234