Donderdag 17/10/2019

Latijns-Amerika

Doet de War On Drugs meer kwaad dan goed?

Een drugsraid in Manaus, Brazilië. Het land wordt, net als vele andere in Latijns-Amerika, geteisterd door drugsgeweld. Beeld NYT

De Verenigde Naties houden voor het eerst in twintig jaar een conferentie over drugs. Ze doen dat op verzoek van drie Latijns-Amerikaanse landen, die vinden dat de War on Drugs meer kwaad dan goed doet.

De 'War on Drugs' is een verloren strijd. Grootschalige militaire operaties, honderdduizenden doden en miljarden aan investeringen ten spijt, de drugs zijn nog altijd aan de winnende hand. De VN-drugsconferentie die deze week plaatsvindt in New York had het einde moeten inluiden van de bloedige oorlog, maar de resultaten zijn bij voorbaat teleurstellend.

"Drugs zijn publieke vijand nummer een", aldus toenmalig president van de Verenigde Staten Richard Nixon in 1971 tijdens een persconferentie. Zijn woorden luiden het begin in van de 'War on Drugs', een zerotolerancebeleid met als doel het gebruik en de handel in drugs uit te roeien.

Aanvankelijk richten de VS zich op het aanpakken van drugs in eigen land. Later besluiten ze het probleem bij de wortel aan te pakken. De focus komt dan op Latijns-Amerika te liggen, waar cocaïne, heroïne en marihuana worden geproduceerd voor de consumenten in de VS.

Onder het mom van drugsbestrijding behouden de VS hun militaire bases in Latijns-Amerika, en bouwen er nieuwe bij. Ze leveren militaire steun en materieel aan landen als Colombia en Mexico, trainen lokale veiligheidstroepen en financieren programma's gericht op het vernietigen van coca, papaver en wietplanten.

Volgens de Global Commission on Drug Policy, een internationale denktank, wordt wereldwijd jaarlijks 100 miljard dollar (88 miljard euro) uitgegeven aan de drugsoorlog. Zonder het gewenste resultaat. Het gebruik van drugs neemt toe en er zijn de afgelopen jaren tal van nieuwe middelen op de markt gekomen. Het repressieve beleid heeft vooral tot gevolg dat de prijzen worden opgestuwd. De drugsmaffia heeft een jaaromzet van naar schatting 300 miljard dollar (265 miljard euro).

265 miljard euro

is de jaarlijkse wereldwijde omzet van de drugsmaffia

Moordlust

De 'War on Drugs' is geen oplossing voor het drugsprobleem, zeggen experts. Integendeel, hij doet meer kwaad dan goed. "Onder druk van de VS hebben Latijns-Amerikaanse landen het leger de straat opgestuurd", zegt Coletta Youngers van onderzoeksinstituut Washington Office on Latin-America (WOLA). "Dat heeft niet geleid tot minder drugshandel of -gebruik, wel tot een grote toename van mensenrechtenschendingen."

In Colombia blijven boeren de illegale planten verbouwen en ook het bestrijden van de handel is weinig succesvol gebleken. De autoriteiten doen af en toe een grote vangst, maar het is dweilen met de kraan open. Voor iedere gevangengenomen drugsbaas staan vijf anderen klaar om zijn plaats in te nemen. Organisaties versplinteren, drugskartels en straatbendes vechten om territorium, en zaaien angst onder de bevolking. Om zich te verzekeren van inkomsten breiden ze hun activiteiten uit met afpersing, ontvoeringen en mensenhandel.

In de top 25 van de meest moordlustige landen ter wereld prijken 21 landen uit het Amerikaanse continent. Een verminkt lijk aan een brug, een afgehakt hoofd op het strand, Mexicanen kijken er nauwelijks meer van op. Minderjarige jongens uit Honduras en El Salvador vluchten massaal het land uit, uit angst te worden geronseld door criminele bendes. En in Colombia financieren zowel paramilitairen als guerrillabewegingen hun strijd met drugsgeld. In Brazilië worden complete wijken gedomineerd door drugsbendes; er vallen jaarlijks bijna zestigduizend doden door geweld.

"In Mexico heeft de oorlog tegen drugs het geweld doen exploderen", zegt Jorge Chabat, universitair docent aan het Centrum voor Economisch Onderwijs en Onderzoek (CIDE) in Mexico. Chabat doet sinds 25 jaar onderzoek naar drugshandel en is uitermate kritisch over de pogingen een einde te maken aan de miljardenbusiness. "Hoe harder ze proberen de kartels te bestrijden, hoe erger het wordt."

In Mexico was de drugshandel lange tijd de facto gereguleerd. "De regering had een afspraak met de kartels", legt Chabat uit. "Zij mochten hun werk doen, zolang er maar geen burgerslachtoffers vielen. De autoriteiten kregen een deel van de winst." In 2006 kwam Felipe Calderon aan de macht, en die begon onder luid gejuich van de VS een oorlog tegen de drugsbendes. "Het is volledig mislukt", aldus Chabat. Sinds Calderon zijn oorlog begon, zijn er zo'n tweehonderdduizend doden gevallen in Mexico. Inmiddels is hij president af en voert hij campagne voor het reguleren van drugs.

Reguleren of legaliseren

Hij staat daarin niet alleen. In 2012 schreven de regeringsleiders van Colombia, Guatemala en Mexico een brandbrief naar de Verenigde Naties waarin ze aandrongen op een drugsconferentie. De laatste keer dat zo'n conferentie plaatsvond was in 1998. "Het is tijd voor reflectie op het repressieve beleid", schreven de staatshoofden. Ze riepen andere landen op na te denken over alternatieven, inclusief drugsregulering of legalisering.

De VN gaven gehoor aan de brief en besloot de drugstop, eigenlijk gepland voor 2019, dit jaar al te organiseren. De top is gisteren begonnen en duurt tot en met woensdag. De eindverklaring is van tevoren al uitonderhandeld. Het document rept met geen woord over decriminaliseren, laat staan reguleren of legaliseren.

"Landen als China, Rusland en Zuid-Afrika willen het repressieve beleid handhaven", vertelt drugsexpert Martin Jelsma van het in Amsterdam gevestigde Transnational Institute (TNI). Jelsma, aanwezig bij de onderhandelingen, is teleurgesteld over het resultaat. "Het lukt niet eens een einde te maken aan de doodstraf voor drugsdelicten", vertelt hij.

Toch ziet Jelsma lichtpuntjes. "Nu nog hebben veel landen idioot hoge straffen voor kleine geweldloze drugsdelicten", vertelt hij. In landen als Brazilië, de Verenigde Staten en Peru puilen de gevangenissen uit met kleine drugsdealers of gebruikers. Dat kost miljarden en leidt niet tot minder handel. "Nu is afgesproken dat landen gaan kijken naar de proportionaliteit van de strafmaat", aldus Jelsma.

De drugsexpert verwacht verder dat groepen gelijkgezinde landen de komende jaren bij elkaar zullen komen om een gezamenlijke koers uit te stippelen. "Veel landen staan open voor de regulering van cannabis", aldus Jelsma. "Op VN-niveau is daar geen consensus over, dus gaan landen het zelf doen."

De afgelopen jaren is al een kentering zichtbaar. In Uruguay werd wiet volledig gelegaliseerd, evenals in enkele staten in de VS. In landen als Colombia, Chili en Mexico wordt uitvoerig gediscussieerd over de regulering van wiet. Steeds meer landen decriminaliseren het bezit van kleine hoeveelheden drugs.

Jelsma ziet een hoop voordelen in regulering van wiet. "Het kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van arme landen", zegt hij. "Maar dan moet je de producenten er wel bij betrekken."

Alle drugs ineens legaliseren is geen goed idee. "Uiteindelijk moeten we alle drugs reguleren, maar we moeten goed nadenken over de manier waarop", zegt Jelsma. "Drugs als xtc, waarbij het verslavingsgevaar gering is, behoeven een andere aanpak dan drugs als heroïne."

Ook Youngers denkt dat volledige regulering de oplossing is. "Je moet de controle over drugshandel bij de regering leggen", zegt ze. "Dat is de enige manier om de macht van criminele organisaties in te perken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234