Vrijdag 23/07/2021

Doe normaal over borstvoeding

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Zowat alle moeders willen borstvoeding geven. Hoe komt Vlaanderen dan aan zulke lage voedcijfers? Promotie hoeft niet, schrijft Celia Ledoux naar aanleiding van de Wereld Borstvoeding Week, die maandag start. Ledoux debuteerde in mei met het boek Mama. Ze is schrijfster en moeder.

Toen ik zwanger was, dacht ik zoals zowat elke vrouw dat ik borstvoeding zou geven. Elk foldertje riep dat ik mijn kind het beste zou geven. Toen mijn baby geboren was, bleek dat 'beste' niet zo simpel. Ik kreeg over mijn borstvoedingsklachten eerder afkeuring dan hulp - gunde ik mijn kind niet dat beste? Ik bleef aanmodderen en hulp zoeken. Een pediater suggereerde flesjes. Dat vond hij best een goed alternatief.

Mijn ervaring delen vele moeders. Ze willen best, en dan mislukt het. In Vlaanderen krijgt 63 procent van de baby's borstvoeding bij de geboorte. Met drie maanden krijgt 25 procent van die baby's overwegend borstvoeding - sommigen dus ook fles erbij - met zes maanden krijgt 16 procent een bepaalde hoeveelheid moedermelk.

Wij zijn de slechtsten in de Europese klas. Hongarije zit met zes maanden rond 90 procent borstvoeding, Zweden scoort bijna 90 procent, Oostenrijk goed 80 procent. België is samen met Letland absolute hekkensluiter. Als zo veel moeders willen, hoe komen die zuigelingen dan massaal aan het poeder? Het ligt überhaupt niet aan de moeders. Wel aan hoe ze worden aangepakt. En aan die idiote slogan: Breast is Best.

Ondermaatse voorlichting

Scandinavische vrouwen geven al lang borstvoeding. Ze krijgen er tijd voor. Ze hoeven niet te tobben over afbouwen of 'is-het-de-moeite-wel?' Hun kind is, wettelijk gegarandeerd, minstens een jaar bij hen. Waarom doen Belgische vrouwen het niet? Zij zijn geen slechtere moeders. Wel hangen hen een cultureel stigma en massa's borstvoedingsmythes boven het hoofd. Ten tweede wordt hen kennis onthouden. Ten derde ontbreekt hen de tijd.

Dat derde punt heeft de simpelste oplossing. Als een Belgische vrouw maar twaalf weken thuis is, heeft ze nauwelijks tijd om te leren voeden. Borstvoeding gaat soms een paar weken moeizaam, zeker als je het in je eentje en grotendeels zonder hulp moet leren. Wanneer het echt makkelijk wordt, moet je weer aan het werk. Handig geregeld.

Als je vrouwen wilt doen voeden, moet het zwangerschapsverlof verlengd. Economisch is dat niet minder rendabel. Zweedse vrouwen brengen veel minder ziekteverzuim in ná hun lange tijd thuis, werken dankzij die ademtijd enthousiaster, liever en beter. Hun mannen krijgen niet twee schamele weken maar zes maanden thuis, en hebben een veel betere band met hun kinderen. Niet omdat ze 'af en toe een flesje geven' - noch trouwens de borst - maar omdat ze voor hun kind kunnen zorgen.

Geen expert
Met een zieke baby ga je naar de pediater. Pediaters krijgen uiteraard massa's vragen over borstvoeding. Maar in hun opleiding leren ze daarover nauwelijks iets - ja: dat het zo goed is voor het kind. Die nutteloze dooddoener krijgen moeders met voedproblemen dus weer te horen.

Pediaters worden wel voorgelicht over borstvoeding, maar door melkpoederfabrikanten. Hun medische brochures bieden gebrekkige info. Dat kan hen niet verweten worden. De borst is de concurrent, en hun taak is poeder verkopen. Hun raad, die pediaters bij gebrek aan beter aan hun cliënten geven - naast 'een flesje is ook oké' - helpt het voeden dus gegarandeerd om zeep.

Ziekenhuizen willen absoluut borstvoedingsvriendelijke certificaten, kennis over borstvoeding is te vinden bij gespecialiseerde vrijwilligersorganisaties. Maar pediaters noch gynaecologen worden echt bereikt. Zelfs in borstvoedingsvriendelijke ziekenhuizen doet slecht advies borstvoeding vaak mislukken.

Zo komt het dat massa's verdrietige moeders geloven dat ze mislukken, terwijl de zorg heeft gefaald. De moeders zijn in de waan dat ze niet genoeg melk hebben of niet deugen als moeder, terwijl de hulp tekortschoot.

Dit is geen detail. Naast een flinke extra kost voor volksgezondheid zijn dit persoonlijke drama's voor zo veel jonge moeders. Decennia later spreken vrouwen met verdriet over hoe het niet lukte. Vrouwen die met écht kundige hulp probleemloos hun baby hadden gezoogd.

Moeilijk doen
Het is zo moeilijk, dat voeden. Is het moeilijk? Nee, het is zo makkelijk als stappen of ademen. Ja, want we hebben collectief zo'n twee generaties geen stap gezet noch geademd. De ene voet voor de andere: dat kennen we niet meer in borstvoeding.

Door deze aberrante situatie is voeden vaak een paar weken flink lastig. Moeders zijn onzeker. Wat zegt dat roze foldertje ook alweer? Ze krijgen tegenstrijdige raad of moeten het alleen rooien. Maar uit folders leer je niet voeden. Het is zoals fietsen: je moet het live kunnen 'afkijken'.

Er is op zich - zelfs bij ons - kennis voorhanden om die problemen op te vangen. Lactatiekundigen bieden deskundige hulp, vrijwilligersorganisaties komen op vraag bij moeders thuis en bieden telefoonpermanentie. Maar dat soort onbekende hoeken en kieren is te veel zoekwerk voor jonge, uitgeputte ouders.

Ik had het geluk na twee weken flesjes op echt kundig volk te stoten, dat zacht en begripvol werkte, zonder onkundig 'Breast is Best'-gezeur. Ik leerde zelfs de borstvoeding weer op te starten, en voed mijn dochter nog steeds.

Met ervaring leer je dan dat de borstvoedingsmythes niet kloppen, en dat bevestigt onderzoek. Flesjesmoeders hebben minder slaap, niet meer. Met allergie gedijt een kind slechter op poeder. Er gaat niets hangen, je bent niet uitgeput, juist ontspannener, je relatie is prima (en niet alleen met je kind).

De meeste vrouwen krijgen de kans niet om de mythes te ontkrachten. Die wordt hen afgenomen, door loze promotie, een ontoereikend marketingkader dat hen met flesvoedingsfolders bombardeert, een gebrek aan automatisch geboden steun.
In dit systeem weten alleen hoogopgeleide of zeer gemotiveerde vrouwen de steun die echt helpt te vinden. Ook toeval: die vrouwen vind je in borstvoedingsstatistieken terug. Wil je goede borstvoedingscijfers? Neem lactatiekundigen standaard op in het kraamzorgpakket, promoot hen via ziekenfondsen en kraamafdelingen. Steun vrijwilligersorganisaties. Niet met cheerleading, maar met geld.

Nonsens!
'Breast is best.' Borstvoeding, de beste start: elke zwangere wordt er dood mee gegooid. Maar ouders willen niets uitzonderlijk goeds in die uitgeputte babytijd. Gewoon: een gezond, gelukkig kind. 'Het beste' roept slaapgebrek en babygehuil op; de associatie a pain in the ass is snel gemaakt. 'Breast is best' levert alleen meer flessenbaby's op. Waarom dacht u dat elke brochure van Nestlé en Nutricia dat standpunt overneemt?

Maar voorstanders van borstvoeding noemen borstvoeding ook erg graag 'het beste'. Wat een nonsens! Het is doodnormaal. En best makkelijk, als moeders eindelijk praktische hulp krijgen. Daarin zit het enige verschil tussen borstvoedings- en flessenmoeders. De enen hadden geluk met hoe ze werden geholpen, de anderen niet. Er zijn geen tegenstanders in dit debat - behalve, misschien, een stel winst makende corporaties.

De borst normaal noemen, houdt wel een diplomatisch dilemma in.
Zeg je dan ook dat vrouwen niet minder borstkanker krijgen als ze voeden, maar méér als ze de borst laten of kort voeden? Dat kinderen niet minder kans op leukemie of andere kankers hebben, maar een verhoogd risico bij melkpoedergebruik. Dat hart- en vaatziekten, problemen met de luchtwegen, longontsteking, ziekenhuisopnamen niet statistisch verminderen met, maar vaker voorkomen zonder borstvoeding? Dat borstvoeding geen voordelen heeft, maar melkpoeder risico's?

Wel, ja, dat zeg je dus. Niet als belediging, niet als argument, niet als modder gooien. Er zijn geen tegenpartijen in dit debat. Er zijn gewoon een paar feiten. Zeggen dat sport gezond is, beledigt ook niemand. Elke ouder heeft recht op informatie, zonder dat betuttelende 'onder-de-tafel-geveeg'.

Wat dan wel?
Een week hoera roepen voor borstvoeding is mooi maar nutteloos zonder echte actie. Neem in het pediatrisch, generalistisch en gynaecologisch curriculum een cursus op die artsen in spe de mogelijkheid geeft moeders van morgen échte eerste-hulp-bij-borstvoeding te verlenen.

Maak de wetgeving strikt: laat poederfabrikanten één folder per jaar sturen naar pediaters, publiek of privé - zonder uitleg over borstvoeding.

Verleen aan vrijwilligersorganisaties behoorlijke geldelijke en logistieke hulp, zodat hun knowhow moeders eindelijk bereikt.
Stop met die duizend promofolders, maar zorg voor livehulp: maak lactatiekundigen standaard deel van het kraamzorgpakket, met standaard terugbetaling. Zorg dat in elke kraamafdeling voortdurend een lactatiekundige aanwezig is.

Zet meterschappen op, om gemotiveerde moeders te laten helpen door ervaringsdeskundigen in kraamafdelingen, buiten de overbelaste verpleegkundige staf.

Geef moeders een behoorlijk, langer durend zwangerschapsverlof.
Voer deze maatregelen in, en binnen vijf jaar stevenen we op een Zweeds niveau af, weten we collectief meer over borstvoeding, en worden moeders écht gesteund. Als je weet hoe borstvoeding in zijn werk gaat, is het vanzelfsprekend. Wil je de borst promoten? Maak ze dan - in godsnaam! eindelijk! - normaal.

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234