Woensdag 16/06/2021

Doe maar gewoon

Hij heeft niet de sterallures van Philippe Starck, en ook met woorden is hij zuinig. Maar als de Britse ontwerper Jasper Morrison iets zegt, is het raak. Straks opent bij ons een expo rond zijn werk. Wij mochten hem spreken en werden helemaal rustig van de man.

Hij draagt een lichtgrijs colbertjasje, eenvoudig en praktisch, een typische keuze voor iemand die niet in de kijker wil lopen. Hij ziet er goed uit. Is het dat jasje of zijn het de bijpassende grijze haren die hem zo goed staan? Hij maakt zelfs een ontspannen indruk - alsof hij met alle gekte en drukte van de Milanese designweek niets te maken heeft. Alsof zijn nieuwe projecten voor onder meer Flos, Cappellini, Emeco, Maruni en Punkt hem totaal niet met stress opzadelen.

Hij had me gevraagd om naar de showroom van verlichtingsmerk Flos in de Corso Monforte te komen. Zijn nieuwe monografie A Book of Things zal er later die dag worden voorgesteld. Er zijn geen andere journalisten te bespeuren. We hebben de - voorlopig - rustigste plek van heel Milaan voor ons alleen. Wat een luxe.

De 55-jarige Morrison staat niet bekend als een babbelaar. Eind de jaren 80, de prille succesfase van zijn carrière, bedacht hij een eigen manier om boeiende lezingen te kunnen geven zonder te hoeven spreken voor een publiek. Hij maakte diareeksen met beelden van dingen die hem inspireerden. Later, in 1998, kwam daar een boekje uit voort met de veelzeggende titel: A World without Words.

Maar gelukkig heeft hij me niet laten komen voor een interview zonder woorden. Hij spreekt. Heel zacht en traag, haast zonder intonatie. Op de radio zou het vlak klinken, erg afstandelijk. Maar zijn blik heeft iets vriendelijks. En zijn bedachtzame, precieze antwoorden komen oprecht over.

Wijnkrat als nachtkastje

Ondanks zijn neiging om op de achtergrond te blijven, is deze introverte man het grootste boegbeeld van een generatie designers die in de jaren 1990 een nieuwe weg wilde inslaan, weg van het schreeuwerige en buitenissige waarnaar veel peperduur design toen neigde. Onze landgenoot Maarten Van Severen (°1956-2005), ook al een man van heel weinig woorden, was in veel opzichten een generatiegenoot en geestverwant. Ze werden allebei tegen hun zin als minimalisten gebrandmerkt.

Morrison zweert bij het alledaagse en het supernormale. Hij komt op voor een soort design dat de meesten niet eens associëren met design. Zo presenteerde hij in 2006 het nachtkastje Crate voor het excentrieke Britse merk Established & Sons. Zijn ontwerp was geïnspireerd op een oud, houten wijnkrat dat iemand toevallig in zijn karig bemeubelde Parijse appartement had laten staan en dat hij naast zijn bed had gezet. Na een tijdje was hij gehecht geraakt aan dat handige nachtkastje. Toen Established & Sons hem vroeg om iets te ontwerpen, besloot hij om het krat gewoon te kopiëren, met slechts enkele minieme aanpassingen. Deze 'simpele' beslissing leek wel een grap in de context van het dure, trendy merk. Ze miste haar effect ook niet. De hele designwereld stond plots op zijn kop. Tegenstanders vonden het cynisch en beledigend dat uitgerekend een van de invloedrijkste industriële designers van zijn tijd niet eens de moeite nam om iets creatiefs te doen. Voorstanders volgden de Morrison-redenering: wat kan of moet er nog vernieuwd worden aan een mooi, degelijk, perfect functioneel houten krat dat al eeuwen zijn waarde en nut bewijst?

Hooligan in huis

Op de vraag wat hij als de centrale boodschap ziet van zijn boek en van de overzichtstentoonstelling antwoordt Morrison met kenmerkende bescheidenheid. "Ik wil iets brengen dat hopelijk aangenaam en inspirerend is. Mijn kijk op design is simpel. Objecten moeten goed werken in alledaagse situaties, ze moeten voor een aangename sfeer zorgen en een lang, nuttig leven leiden."

Zijn opzet heeft volgens hem weinig te maken met een minimalistische stijl of esthetiek. "Ik heb lang geleden ontdekt dat spullen die te expressief zijn een slecht effect hebben op de ruimte waarin ze terechtkomen. Er bestaat een soort samenleving van de dingen, een beetje zoals de onze. De dingen moeten het met elkaar kunnen vinden. Als er een hooligan tussen zit, verpest dat de sfeer. Wat je ontwerpt, moet een soort naturel hebben, er moet op een stille manier iets goeds van uitgaan zodat het kan bijdragen aan de goede sfeer."

Jasper Morrison zoekt in alledaagse voorwerpen iets dat dieper en verder gaat dan het soort functionaliteit waar de modernisten tot in de jaren zeventig naar streefden. Vooral het effect van tijd is belangrijk. "Als we het vandaag hebben over functionaliteit, dan denk ik niet alleen aan hoe ik een voorwerp gebruik, maar ook aan hoe ik ermee leef, hoe het zich gedraagt in mijn huis, ook op momenten dat ik het niet gebruik. Ik vraag me ook af hoe het zich over twintig jaar zal gedragen. Ben ik er dan al lang op uitgekeken of koester ik het meer dan ooit? Met dat soort vragen waren de modernisten nog niet bezig. Wat goed is, wordt beter met de jaren. Dat is ook de reden waarom veel designers nooit naar van die nieuwe designrestaurants gaan. Ze eten liever in een oude Italiaanse trattoria of een gezellige bistro voor de goede sfeer. Misschien was die sfeer er nog niet toen de plek net opende. Sfeer wordt beter met de tijd. Tijd brengt meer warmte en menselijkheid. Mijn belangrijkste doel is om dat als designer ook te bereiken."

Memphis: overdaad schaadt

De meubelbeurs van Milaan bezocht Morrison voor het eerst in 1979. In die tijd was er daar nog geen sprake van Britse of Franse designers. Het toneel werd beheerst door de Italianen: Vico Magistretti, Achille Castiglioni, Mario Bellini, Enzo Mari. Hij kent het werk van deze voortrekkers goed. "Het heeft me gevormd, het heeft mee bepaald hoe ik over design denk."

Een van de toenmalige Italiaanse tenoren, Ettore Sottsass, heeft vooral mee bepaald hoe hij niet over design wilde denken. Hij herinnert zich de eerste confrontatie met Memphis nog levendig. Typisch voor die rebelse designbeweging van Sottsass was het uitbundige kleurgebruik, de drukke motieven, een mix van historische stijlen en materialen. "Memphis was een totale shock. Ik was ten eerste al erg ongelukkig over mijn opleiding toen, die stijf en ouderwets Brits was. We werden verplicht om schetsblokken met heel dunne bladeren te gebruiken waarin we altijd achterin moesten beginnen. Als we een eerste, primitieve analyse van een functioneel probleem hadden geschetst, moesten we daar het volgende blad overheen leggen. Zo moesten we stap voor stap alles volgens vaste regels verder uitwerken om tot een oplossing te komen. Er was geen ruimte voor toeval of improvisatie. Ik leed daar echt onder. Mijn brein was daar niet voor geschikt. En dan zoiets als Memphis. Dat vond ik veel te ver in de tegengestelde richting. Ik voelde me verpletterd tussen twee extremen. Achteraf is dat mijn geluk geweest. Daarna wist ik vanzelf welke kant ik op wilde. Het zouden nooit dure, artistieke dingen worden voor galerieën of musea. Maar het zou ook niet de droge, systematische benadering worden. Ik ging voor het menselijke en het alledaagse."

In 1988 reageerde hij tegen de overdaad van het alomtegenwoordige Memphis met een installatie in een Berlijnse galerie. Hij bouwde een sobere kamer met ongeverfde, houten panelen als wanden en vloer. Hij richtte ze in met enkele Spartaanse multiplex stoelen, een eenvoudige tafel en groene glazen flessen. Some New Items for the Home, zo noemde hij het werk ironisch.

Uit dezelfde periode stamt een van zijn meest iconische vroege ontwerpen, The Thinking Man's Chair, die werd opgepikt door Cappellini (1988). Hij ziet die stoel nu als "een nogal eigenaardig object, met erg expressieve curven". Na dat ontwerp voelde hij zich uitgeput. "Ik heb moeten tekenen en hertekenen om het goed te krijgen. Toen ik klaar was, dacht ik: zoiets doe ik niet meer, dat is te intens, en het is niet eens helemaal wat ik wil, het is te decoratief, te artistiek voor mij."

Achter The Unimportance of Form (1991) staat hij wél nog altijd. In dat korte manifest vraagt Morrison aandacht voor andere kwaliteiten dan alleen maar de vormentaal van designobjecten. "Het is fijn om die tekst te herlezen, omdat ik op die jonge leeftijd al schreef wat nu nog altijd relevant is." Zijn mooie tekst is al volledig in de geest van Super Normal, de tentoonstelling die hij in 2006 met de Japanse industriële designer Naoto Fukasawa opzette om de schoonheid van normale gebruiksvoorwerpen meer onder de aandacht te brengen.

Rondkijken en nadenken

Drie designstudio's heeft Morrison, een in Londen, in Parijs en in Tokio. "Mensen vragen me altijd of dat niet veel te ingewikkeld is, maar het maakt mijn werk juist eenvoudiger. De deur van de studio achter mij sluiten, beschouw ik als de belangrijkste fase van het designproces. Met drie studio's kan ik veel vaker weggaan en de dagelijkse verantwoordelijkheden en bureaucratie achter me laten. Ik ben daardoor veel vaker vrij om rond te kijken en na te denken. Dat is mijn geheim." (lacht)

Zijn mening over nieuwe trends of rare, nieuwe designdefinities houdt hij liever ook geheim. "Elke definitie van design is subjectief. Het is gezond dat er veel verschillende benaderingen en meningen bestaan. Misschien ben ik het met veel van die meningen helemaal niet eens, maar het is gezond dat ze er zijn", klinkt het diplomatisch.

Jasper Morrison spreekt lovend over de evoluties in de industrie, waar nochtans vaak over geklaagd wordt. Hij vindt het goed dat alles veel professioneler geworden is. "We kunnen zoveel preciezer werken dan vroeger. Er is niet meer al dat geharrewar tussen de designer, de fabrikant en de mallenmaker. We kunnen nu een 3D-schets maken die exact in een prototype kan worden omgezet. We krijgen onmiddellijk het resultaat te zien van wat we op scherm hebben gepland. Ook in financieel opzicht is er veel veranderd. Twintig jaar geleden stond je ontwerp soms al op de meubelbeurs nog voor iemand over een kostprijs had gesproken. Vroeger draaide alles meer om cultuur. Nu heb je, naast het culturele, ook de zakelijke kant. Er is meer realisme."

Innovation is overrated

Meubelmerken pakken graag uit met technisch vernieuwende toepassingen. Als designer zegt Morrison echter niet speciaal geïnteresseerd te zijn in de nieuwste technische mogelijkheden. Ook al heeft hij een paar technisch baanbrekende projecten op zijn naam staan, zoals zijn lichte plastic Air Chair voor Magis (1999) waarbij voor het eerst de technologie van gas-injectie gebruikt werd voor een meubel. "De baas van Magis kwam naar me toe met een ovaal stuk buis. Hij vroeg me om daarmee een stoel te ontwerpen. Ik stelde me die buis eerst als stoelpoot voor en bedacht vervolgens de rest van de stoel. Het project was heel interessant, maar voor mij kan een project even interessant zijn met een bekende, bestaande technologie. Ik vind dat er veel belang gehecht wordt aan innovatie, met als gevolg te veel geforceerde innovatie zonder overlevingskansen. In die zin is vernieuwing soms verspilling."

Meestal wacht hij tot hij een opdracht krijgt. "Ik heb er nooit van gedroomd om schoenen, een polshorloge, een tv of een vulpen te ontwerpen, tot iemand me vroeg om dat te doen. Doorgaans ga ik niet zelf op zoek naar ideeën, ik laat ze liever van buitenaf komen. Wat mensen vragen, vind ik verrassender dan wat ik zelf zou verzinnen."

Dat hij zo vaak de vraag krijgt om een stoel te ontwerpen, is geen probleem. "Ik hou van stoelen. De variatie is oneindig. Volgens mij heb ik nog nooit hetzelfde soort stoel twee keer ontworpen. Ze hebben alle hun eigenheden en kenmerken. Ergonomie en comfort blijven ook altijd interessant. Stoelen ontwerp ik misschien wel het liefst."

Hij hoopt op een nog lange carrière waaraan hij nog lang plezier mag beleven. Een beetje dankzij de Italiaanse designer Vico Magistretti (1920-2006) die hij eens toevallig op de luchthaven van Linate kruiste. "We liepen op de trappen naar het vliegtuig en Magistretti, die ook naar Londen moest, zei stralend: 'Wat boffen we toch met ons beroep, hé? Is het niet fantastisch dat we kunnen doen wat we echt graag doen, is dat geen onvoorstelbaar geluk en vreugde in het leven?' Op dat moment vond ik mijn job helemaal niet zo leuk en ik was echt van slag omdat die kerel van 70 jaar nog zo veel plezier beleefde. Toen realiseerde ik me dat er iets grondig mis was. Op het hoogtepunt van mijn carrière was ik niet gelukkig met mijn job. Dat zette me aan het denken, en ik heb mijn manier van werken grondig herbekeken. Maar onlangs bedacht ik me: misschien was het gewoon omdat hij ouder was. Met de jaren weegt de verantwoordelijkheid niet meer zo zwaar door. Je moet jezelf niet meer bewijzen. Je kunt je ontspannen."

De tentoonstelling 'Jasper Morrison. Thingness' is te zien van 10/5 tot 13/9 bij CID, Grand-Hornu, dicht bij Bergen, cid-grand-hornu.be

A Book of Things verschijnt bij uitg. Lars Müller

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234