Woensdag 28/07/2021

'Doe iets anders in de mode, maar word geen designer'

VRAAG EN AANBOD. 'We zijn met te veel.' Modepessimisten predikten nog maar net de niet zo blije boodschap of daar was de Fashion Week alweer. Ondanks klachten over een onhoudbaar systeem waren er weer veel kersverse labels in Parijs. Wij vroegen de nieuwe lichting uit België of er wel voldoende plaats is voor iedereen.

"Natuurlijk zijn we met te veel. Er zijn vandaag nu eenmaal veel rijkeluiskindjes die een label kunnen opstarten zonder ook maar iets te verkopen." De woorden komen niet uit de mond van een of ander verzuurd modefossiel, maar van de 28-jarige schoenontwerper Mats Rombaut. In zijn piepkleine Parijse showroom annex woonkamer wacht hij geduldig op klanten. Tijdens de week van de oververzadigde vrouwenmode verwacht hij geen stormloop voor zijn veganistische unisex schoenenlabel.

Dat het vroeger beter was, is meestal de gekende klacht van oude rotten die geen plaats willen ruimen voor de nieuwe generatie. Onlangs plaatsten verschillende gezaghebbende mode-instanties en -ontwerpers, nog niet eens zo oud, onheilspellende vraagtekens bij het huidige systeem.

De Belgische ontwerper Olivier Theyskens raadt in een interview met Dezeen Magazine modestudenten af een eigen label te beginnen. "De markt is verzadigd. Er zijn veel te veel designers. Studenten overwegen beter een andere carrière in de mode: waarom zouden ze geen fantastische marketeers of persverantwoordelijken kunnen worden?" vraagt hij zich af. Theyskens gaf zelf al na twee jaar de brui aan zijn opleiding aan het Brusselse La Cambre. Hij kon direct aan de slag bij grote modehuizen als Nina Ricci en Rocha, om later alsnog onder eigen naam te ontwerpen.

Eenzelfde teneur viel te horen in het anti-fashion statement van Lidewij Edelkoort. De gezaghebbende trendwatcher zette de hele modebranche in het strafbankje: modescholen, ontwerpers, maar ook consumenten werden op hun plaats gezet. "De scholen blijven jonge leerlingen leren om catwalkdesigners te worden, diva's. (...) Scholen blijven het individualiteitsprincipe bijbrengen aan jongeren die zijn opgegroeid met sociale netwerken, waarin alles gebaseerd is op delen, op gezamenlijke creaties. Voor het eerst in de geschiedenis is de mode, die vooruit zou moeten lopen op de tijd, niet in staat om zich aan te passen aan haar tijd."

Een factuur, wat is dat?

In België starten elk jaar gemiddeld zo'n 2 à 3 pasafgestudeerden een eigen label. "Helaas vaak op basis van prijzengeld", weet Ann Claes van Flanders Fashion Institute (FFI). "Nochtans is dat geen stabiele basis om een label op te bouwen. Jonge ontwerpers moeten gemiddeld een periode van twee jaar financieel zien te overbruggen eer hun naam gevestigd is en hun investeringen beloond worden. Helaas is het prijzengeld tegen dan meestal opgesoupeerd aan de eerste collecties", legt Claes uit.

Niet enkel prijzengeld, maar ook het internet geldt als een vergiftigd geschenk. Als jonge ontwerper bereik je vandaag meteen een groot publiek, maar tegelijk worden modeprofessionals overspoeld met beelden en websites. Probeer daar maar eens de aandacht te trekken.

Wie zijn kleren aan de man wil brengen beschikt dus maar beter over een doordacht businessplan. Net daar knelt bij de meeste jonge ontwerpers het schoentje. "Distributie, prijzen, concurrentie: je zou ervan versteld staan hoe weinig afgestudeerden daar iets over weten. Sommigen weten niet eens wat een factuur is! Op modescholen distantiëren ze zich te veel van de echte wereld. Daarom vullen wij in wat ze op school niet leerden", vertelt Philippe Pourhashemi, coach van jonge ontwerpers bij Wallonie Bruxelles Design Mode (WBDM), de tegenhanger van FFI. Elk jaar selecteert WBDM een vijftal jonge ontwerpers voor haar Parijse showroom Les Belges.

Pourhashemi heeft er zijn handen vol met geïnteresseerde aankopers. Hij gelooft niet dat de markt verzadigd is: "Mensen zijn snel verveeld, ze willen nog steeds verrassende, nieuwe dingen. In China is de markt voor obscure merkjes aan het exploderen."

Alsof hij ze heeft ingehuurd om zijn woorden kracht bij te zetten, zien we toe hoe in de showroom van Les Belges enkele Aziaten hun voormiddag vullen met het trekken van selfies in elk aanwezig kledingstuk. Aziaten en hun honger naar exclusiviteit, de Belgen kunnen er maar hun voordeel mee doen.

Zo lokken ook de shows van Cédric Charlier en Léa Peckre, beide ex-La Cambre studenten, veel nieuwsgierige fashionista's. Met zijn 36 lentes kun je Charlier bezwaarlijk een jonge designer noemen. Toch ontwerpt de voormalige creatief directeur bij onder andere Céline en Cacharel pas sinds 2012 onder zijn eigen naam.

"Cédric qui?" was aanvankelijk de reactie van Pierre Loubat, een jongeman met groene jommekescoupe en bijpassende bontjas die op de front row zit bij Charlier. Loubat schrijft over mode voor Narcisse Magazine. "Ga maar kijken naar de show van die Belg, zijn stijl zal je bevallen", kreeg hij van zijn chef te horen. Zoals dat soms gebeurt, krijgt de chef gelijk.

"Nothing here to frighten the horses or make fashion history. But all credit to the designer for making it real", schrijft Suzy Menkes over Charliers zevende defilé. Dat modepaus Menkes de moeite neemt naar je show te komen is al heel wat. Maar als ze ook nog eens redelijk mild is in haar verdict mag je jezelf echt op een schouderklopje trakteren.

Die andere La Cambre-alumnus, Léa Peckre, won in 2011 de L'Oréal-prijs op het Hyères Mode- en Filmfestival met haar afstudeercollectie Cimetières. Een jaar later was haar gelijknamige label een feit. Haar defilé is een gematigd succes: uiteenlopende reacties en een door Frans mode-instituut Carine Roitfeld onbezet zitje.

Sinds enkele seizoenen werkt Peckres goede vriend en vroegere klasgenoot Lucas Sponchiado mee aan de collecties. Of hij niet liever onder zijn eigen naam zou ontwerpen? "Nee, waarom zou ik? Ik ondersteun liever een label dat ik goed begrijp dan nog een nieuw label aan de overvolle mark toe te voegen."

Maar net zoals de meest extravagante en dus meest gefotografeerde streetstylers geen uitnodigingen voor defilés bezitten, kun je ook als jong, opstartend merk zonder plekje op het officiële showprogramma aandacht trekken in Parijs. Zo spelen Alice Knackfuss en het Brusselse kunst- en modecollectief KRJST vernuftig in op het gemediatiseerde circus dat de modeweek is.

Als kunstcollectief past KRSJT sowieso niet in het voorgesneden modeplaatje. De presentatie van hun nieuwste collectie is tegelijk de ep-release van de Belgische elektroband Vuurwerk en de première van hun gezamenlijke modefilm/videoclip. Om middernacht, in de Parijse club van David Lynch. Van underground gesproken.

Knackfuss is een van de geselecteerde ontwerper voor Les Belges. Nadat de Duitse afstudeerde aan de Mode en Design Academie München emigreerde ze naar België, waar ze onder meer voor Kris Van Assche werkte en mee een capsulecollectie ontwierp voor de Brusselse conceptstore Hunting and Collecting. Tijdens deze modeweek debuteert ze met een bescheiden defilé in de Belgische ambassade van Parijs. Dankzij de ondersteuning van Wallonie Bruxelles Design Mode wordt haar geslaagde show door de internationale pers opgepikt.

Ecologisch engagement

Tot voor kort organiseerde ook Flanders Fashion Institute, vroeger partner van WBDM, een showroom in Parijs voor beginnende Belgische ontwerpers. Agnes Wené van FFI legt uit waarom er vandaag geen showroom voor Vlamingen bestaat: "Het was een te grote hap uit ons budget. Er ging te veel geld naar de collectie in plaats van naar communicatie en marketing, waarmee de ontwerper op lange termijn ook niet geholpen is. Daarom hebben we nu een project uitgezet waarbij wordt ingezet op intensieve coaching in plaats van financiering."

De showroom werd ingewisseld voor een prijs. De Flanders Fashion Fuel Prijs biedt naast intensieve begeleiding ook de niet onbescheiden som van 50.000 euro, verspreid over vier seizoenen, waarbij elk seizoen geëvalueerd wordt, aan de ontwerper die het meest realistische businessplan kan voorleggen aan FFI.

Geen toeval dus dat de allereerste winnaar van deze prijs een voormalig student economie is. Maar Mats Rombaut is meteen ook de enige ontwerper op Fashion Week die we op ecologisch engagement konden betrappen. Al lang vegetarisch, nu ook veganist, stelt Rombaut zich al langer vragen bij het huidige systeem. "Soms vraag ik me echt af waar we mee bezig zijn; we willen altijd maar meer, zeker in de mode. Met mijn bijna 100 procent afbreekbare schoenen wil ik mensen bewust maken dat iets moois niet per se vervuilend hoeft te zijn. Want niet enkel de designers, maar ook de consumenten moeten heropgevoed worden", vertelt de geëngageerde Gentenaar.

Zijn hippe bioschoenen worden ondertussen wereldwijd verkocht. Sales, boekhouding, communicatie: Rombaut rooit het allemaal op zijn eentje. "Ik kan moeilijk dingen uit handen geven. Heel mijn leven en inkomen zit in die schoenen, ik kan het me niet veroorloven dat er iets mis gaat."

Ondraagbaar

Het verhaal van de voormalige Antwerpse-Academiestudent Wim Bruynooghe is haast tegenovergesteld. In 2013 won zijn ondraagbare (want uit sculpturale stukken van onvergankelijke materialen als pvc en polyester bestaande) collectie de Weekend Knack Award. Bruynooghes Lena-collectie ging viraal in de internationale pers en bracht zo de bal aan het rollen: vrijwel direct ontving hij een uitnodiging van een Parijse showroom, bleef op aanvraag nieuwe collecties ontwerpen en opent binnenkort zijn eigen winkel in Antwerpen.

"Ik kwam van de schoolbanken en wist helemaal van niks. Plots had ik mijn eigen label", giechelt de innemende jongeman uit De Haan terwijl hij de roze boa rond de paspop in de etalage van zijn showroom drapeert.

Dat zijn label de cruciale beginperiode van twee jaar wist te overbruggen heeft Bruynooghe aan zijn financieel behulpzame ouders te danken: "Ze betaalden ook mijn opleiding en vonden het maar vanzelfsprekend om na mijn afstuderen de kraan niet plots dicht te draaien."

Qua stoffengebruik is Bruyooghe ondertussen wel milieubewuster geworden, van boekhouding heeft hij nog altijd geen kaas gegeten. Daarom laat hij zich zakelijk bijstaan door zijn vriend en partner Laur Dillen Storms. "De nuchtere blik van ons twee."

Verkopen doet Wim Bruynooghe vandaag vooral in het buitenland, België loopt vooralsnog wat moeizamer. Hoe dat komt? Bruynooghe haalt zijn schouders op: "In het buitenland zijn ze sneller onder de indruk van Belgische mode dan in België zelf."

In Parijs en ver daarbuiten geniet de Belgische mode nog steeds een goede naam, maar reputatie is zoals een gazon: het moet onderhouden worden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234