Maandag 06/12/2021

Doe-het-zelftheater

Naomi Kerkhove doet het met naald en draad en Annelies Van Hullebusch leeft zich uit in karton. Ann Van de Vyvere bereidt heerlijke soep van stadsonkruid en Simon Allemeersch haalde met zijn zelf in elkaar geknutselde theater dit jaar de selectie van Het Theaterfestival. Een jonge generatie theatermakers is weer maker in de letterlijke zin. Maak kennis met de knutselgeneratie. Evelyne Coussens

Twee kartonnen miniatuurtaferelen op de vensterbank verraden het atelier van Annelies Van Hullebusch (°1982) in Brussel. Van Hullebusch deed er enkele jaren en opleidingen over om te ontdekken dat zij zich nog het best kon uitdrukken in papier en karton. In Dorp bracht ze aan de hand van een kartonnen scenografie de geschiedenis van haar geboortedorp in beeld - een ontwapenende voorstelling die in 2011 Circuit X haalde.

Knutselen bleek voor haar de noodzakelijke sleutel tot het vertellen van verhalen. Van Hullebusch: "Ik heb dat knutselen nodig om tot een inhoud te komen - die natuurlijk al sluimert, maar waaraan ik geen uitdrukking kan geven. Toen ik ontdekte dat het voor mij op die manier werkt, was dat heel bevrijdend.

"Voorheen trachtte ik steeds te verwoorden wat ik wilde vertellen, maar dat lukte maar moeizaam. Door bezig te zijn met materiaal geraakte ik plots wél uit mijn hoofd. Toch is het bricoleren nooit zuiver vormonderzoek. Mijn objecten zouden bijvoorbeeld moeilijk functioneren in een museumcontext: hun waarde schuilt precies in het verhaal dat ik ermee wil vertellen."

Karton is eenvoudig, sober wegwerpmateriaal, maar voor Van Hullebusch zijn de esthetische kwaliteiten van haar zelfgekozen medium minstens zo belangrijk. "Ik vind papier en karton echt het einde, in textuur, in kleur, in behapbaarheid: je kunt het knippen, scheuren, bewerken zoals je wilt, zonder dat je er ingewikkelde apparatuur voor nodig hebt. Wanneer je het bovenste laagje van karton afpelt en die golfjes eronder bloot komen te liggen: dat is echt kicken (lacht)."

Ecologische gedachte

Hoewel de ecologische gedachte meespeelt, is ze in het werk van Van Hullebusch niet dwingend. "Ik ben begaan met ecologie, ook als mens leef ik daar erg naar, en ik zou het bijvoorbeeld erg moeilijk hebben met het gebruik van chemische substanties in mijn werk. Indien dat zich zou opdringen, zou ik in eerste instantie zoeken naar een creatieve oplossing. Maar als de nood aan de man komt? Dan zou ik doen wat nodig is, ja. Het artistieke wint uiteindelijk altijd."

De fascinatie van Naomi Kerkhove (°1984) voor textiel heeft een pragmatische voedingsbodem: ze is gegroeid uit economische noodzaak. Kerkhove: "Ik ben beginnen stikken op een moment dat ik geen papier kon betalen. Er stond een naaimachine op tafel en ik had een stuk stof - zo is het begonnen, uit gebrek. Later heb ik de mogelijkheden en de kwaliteiten van textiel ontdekt."

Voor White/Out naaide Kerkhove een wonderlijke, desoriënterende miniatuurwereld van textiel en zwarte garen bijeen. Maar ook in Kerkhoves voorliefde voor naald en draad zijn esthetische en ethische motivatie moeilijk van elkaar te scheiden. "Natuurlijk hou ik van de textuur en de zachtheid van stof, van zijn wendbaarheid, maar tegelijkertijd zijn dat ook allemaal eigenschappen die meespelen in de communicatie met een publiek.

"Textiel is aanraakbaar, vertrouwd, alledaags - menselijker dan papier, met zijn harde en gladde oppervlak. Ik heb dat heel erg gemerkt toen ik op reis was in Afrika. Een schetsboek bovenhalen is bijna een daad van agressie: je neemt iets weg, je ontsteelt mensen een beeld. Wanneer je zit te naaien is dat onschuldig en vrouwelijk, de mensen reageren er helemaal anders op. Ze komen naar je toe, dat lapje stof wordt als vanzelf de aanleiding tot een gesprek."

De concrete materie als blikopener naar andermans wereld - het is iets waar Naomi Kerkhove al langer over nadenkt. "Als klein kind nam mijn vader me mee naar het theater. Ik heb nogal wat conceptuele voorstellingen gezien, maar ik had daar weinig boodschap aan - het was me allemaal te ijl. Toen ik jaren later de materiaalverzamelingen van Benjamin Verdonck ontdekte was dat een eyeopener - dat er zo veel schoonheid kan schuilen in een collectie gevonden knopen of gebruikte posttouwtjes."

Boegbeeld Verdonck

De naam Verdonck valt, niet voor het laatst. Sinds het manifest dat hij bij het begin van het Theaterfestival 2010 voorlas, is Benjamin Verdonck (°1972) het onbetwiste boegbeeld van een ecologische bewustwording in de podiumkunsten. Maar al veel vroeger vestigde hij met zijn found footage de aandacht op onze omgang met materialen, en op onze blik daarop: wat lelijk is kan mits een perspectiefwisseling ook mooi zijn, wat geen economische waarde heeft kan ontroering veroorzaken, wat weggeworpen is verdient misschien een tweede kans.

Onder die poëtica schuilt een evidente ecologische maar ook politieke lading, die recent een nieuwe echo kreeg in het onderzoeksproject Onbetaalbaar, dat op dit moment in Oostende loopt. Een team van ontwerpers, vaklui en kunstenaars 'hermaken' in een atelier in De Grote Post afgeschreven voorwerpen tot een soort humanistisch ('onbetaalbaar') design.

Maar evengoed schuilt dezelfde filosofie - of noem het 'mededogen met het ding/de mens' - in het oeuvre van een oudere theatermaker die maar zelden met maatschappelijk engagement wordt geassocieerd. Het was wijlen Eric De Volder die een verbogen brilletje van de straat opraapte, het meenam naar zijn repetitiezolder en er een voorstelling rond maakte. Of hoe ook het onderscheid tussen 'geëngageerd' en 'niet-geëngageerd' maar een kwestie van blik is.

Het sturen van die blik, dat is ook de praktijk van Ann Van de Vyvere (°1975). Zij is de drijvende kracht achter het Brusselse Irma Firma, dat zich tot doel heeft gesteld de poëzie te zoeken in het alledaagse. Van de Vyveres omgang met materialen situeert zich daarbij veel directer op het maatschappelijke vlak dan in het geval van Van Hullebusch of Kerkhove. Zo wordt in How to Survive in a City een groep deelnemers op safari gestuurd in een grootstad, met de opdracht er eetbare materialen te verzamelen, die naderhand dienen voor het avondmaal.

Van de Vyvere: "Ik heb een voorliefde voor objecten en materialen die aanwezig zijn, maar die niemand ziet of die niets waard worden geacht. Ik geloof dat juist daarin kostbare verhalen te rapen zijn over wat leeft in een stad. Het zijn materialen met een ziel, die de samenleving vanuit een ander perspectief laten zien." Het begrip 'materiaal' gaat daarbij erg breed. Met het project LIVING onderzoekt Van de Vyvere samen met een groep maatschappelijk kwetsbare deelnemers wat de invloed is van architectuur op geluk, en hoe persoonlijke ruimte zich verhoudt tot wonen in een gemeenschap.

Uitkomst van het werkproces is een beeldende installatie waarin elke deelnemer zich 'thuis' kan voelen. Het raakt aan de manier waarop ook Simon Allemeersch (°1980) werkt, al is zijn aanpak nog radicaler gericht op het sociale. Sinds 2010 heeft Allemeersch een atelier in de Gentse Rabottorens, de drie woontorens die in de jaren zeventig werden gebouwd maar doorheen de jaren een voor de stad beschamend ijkpunt werden van armoede en sociale achterstelling.

Vorig jaar besliste de stad dat de torens in 2013 tegen de vlakte zullen gaan. Uit de eerste toren zijn alle bewoners reeds verdwenen, in de tweede toren tracht Allemeersch van binnenuit de geschiedenis te documenteren, voor torens en bewoners definitief met elkaar verdwijnen. Het treft hoezeer ook in dit werk de materie - de architectuur van de blokken, de constructiefouten, het minderwaardige materiaal waaruit ze zijn gebouwd - de levens en dus de verhalen van de bewoners kneedt.

Sprekend materiaal

Allemeersch, gediplomeerd germanist, regisseur en getalenteerd schrijver, koos er al vroeg in zijn parcours voor om hoofd en handen een gelijkwaardige rol toe te kennen. In zijn geïmproviseerde atelier aan het Rabot doet hij alles zelf: van het maken van een werktafel tot het ontwerpen van een muurschildering en het koken van soep.

"In aanvang was dat een economische noodzakelijkheid. Zoals veel mensen van mijn generatie ben ik begonnen zonder de back-up van een huis. Ik wist dat als ik een decor wilde, ik het zelf zou moeten ineensteken, omdat er geen middelen waren. Maar ik ontdekte al snel het plezier van iets te maken, en de manier waarop het werken met materie je fantasie stuurt.

"Ik ben een grote fan van Bauhaus. Die makers kregen oefeningen rond materialen: wat is koper, wat is het gewicht van hout, hoe klinkt metaal. Materiaal vertelt heel veel. Bovendien vind ik het moreel gezien ook fijn om mensen naar twee eenvoudige stukjes hout te laten kijken en daar een voorstelling, een wereld mee te scheppen. Dat de materialen goedkoop zijn heeft te maken met de sociale context waarin ik werk, eerder dan met de recyclagegedachte. Ik kan hier gewoon niet verantwoorden dat ik geld heb gegeven aan materiaal. Ik lig niet wakker van biogroenten, ik ben al blij als mensen eten hebben."

Van bewust ecologisch statement tot lofzang op de schoonheid van een stuk karton: motivatie, inzet en doel van het materiaalgebruik zijn bij elke maker anders, maar vast staat dat deze generatie de handen uit de mouwen steekt - en dat het zuivere vormonderzoek van de jaren tachtig voorbij is. Zelfs zij die vooral de esthetische kwaliteiten van hun materiaal bezingen, geven aan dat hun werk geïnjecteerd is door een stevige scheut hedendaags werelds bewustzijn. "Ik merk dat ik soms zin heb om de realiteit los te laten", zegt Annelies Van Hullebusch, "maar dat lukt niet, want elk verhaal dat ik wil vertellen vertrekt uit de realiteit."

Naomi Kerkhove: "Misschien heeft de kunst zich in de voorbije decennia te veel buiten de realiteit gesteld. Het werken met materiaal is intens, tastbaar, dwingend. Misschien is het voor veel kunstenaars een poging om weer aansluiting te vinden met wat er is."

Het is een interessante these. Want waarom nu, waarom net nú die terugkeer naar een bewust 'materialisme' dat economisch gezien vaak het tegendeel betekent van zijn courante invulling? Is het een verlangen naar houvast? Een terugkeer naar het concrete, naar een worteling in aardse materie in plaats van in ijle concepten? Ann Van de Vyvere: "We komen inderdaad uit een conceptuele periode - ik denk dat het een logische reactie is van een generatie kunstenaars om weer iets te gaan doén."

Speculatie, natuurlijk, maar de terugkeer naar ambachtelijkheid in het kunstenaarsatelier zou alvast haar parallel vinden in een evolutie binnen de acteursopleidingen, waar de concrete beheersing van het lichaam in de ruimte weer voorop staat - na een periode van ongebreidelde zelfexpressie. Wellicht is het te vroeg voor conclusies. Nog even wachten tot het stof is gaan liggen - de toekomst zal uitwijzen uit welk hout deze generatie is gesneden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234