Vrijdag 22/10/2021

Dodelijke rellen in Kirgizië

Zevenendertig doden, meer dan driehonderd gewonden, tal van uitgebrande winkels, een vernield tv-station en een in de as gelegd theater. Dat is de voorlopige balans van het geweld in de Zuid-Kirgizische stad Osj. Het doelwit van de aanvallen waren etnische Oezbeken, die 14 procent van de bevolking uitmaken. De regering van interim-president Roza Otoenbajeva kondigde tot 20 juli de noodtoestand af in Osj.

Etnisch geweld in Centraal-Aziatische republiek eist minstens 37 levens, noodtoestand wordt afgekondigd

De etnische spanningen tussen de Kirgiezen, die 65 procent van de bevolking uitmaken, en de minderheden van Oezbeken, Turken en anderen zijn een fundamenteel probleem in deze verpauperde Centraal-Aziatische natie van 5,4 miljoen inwoners.

“Beste zusters, ik reken op jullie om jullie zonen, broers en mannen tot rede te brengen zodat de rust en kalmte in Osj terugkeert”, zo zei interim-president Roza Otoenbajeva op de nationale tv, uren nadat 37 mensen omkwamen bij geweld tegen etnisch Oezbeekse winkels, cafés, een tv-station en een theater. De moeilijkheden begonnen met geweerschoten in de nacht van donderdag op vrijdag en het in brand steken van tal van etablissementen door jongerenbendes gewapend met ijzeren staven. Pogingen van de plaatselijke brandweer om het vuur te blussen, werden door de jongeren verhinderd. De overheid stuurde tanks naar Osj, de tweede stad van het land, en stelde de krijgswet in tot 20 juni.

Het geweld komt dik twee weken voor het referendum van 27 juni, dat één voor- of tegenstem toestaat voor drie gestelde vragen: de goedkeuring van een nieuwe grondwet, de afschaffing van het Constitutionele Hof en de bestendiging van het mandaat van de interim-president tot eind 2011. Het maatschappelijke middenveld was in april verenigd met de huidige interim-president in haar oppositie tegen de autoritaire Koermanbek Bakijev, maar sindsdien hebben tal van ngo’s en organisaties zich erg teleurgesteld getoond over het interim-kabinet en de manier waarop het referendum ineen werd geknutseld.

Overheidswoordvoerders legden het geweld van gisteren uit als een poging van de in april afgezette en vervolgens naar Wit-Rusland gevluchte president Bakijev om in de aanloop naar de volksraadpleging voor politieke instabiliteit te zorgen. Ze verwijzen daarvoor naar eerdere incidenten in april en mei. Op 19 april, zo’n twee weken na de afzetting van Bakijev waarbij 85 doden te betreuren vielen, kregen de etnisch Russische en etnisch Turkse bewoners van een dorp nabij de hoofdstad pamfletten in de bus waarin hen werd aangemaand op te hoepelen, gezien ‘Kirgizië van de Kirgiezen is’. Huizen werden platgebrand en een etnische Turk, Kaptan Karibov, werd eerst zwaar gemarteld en vervolgens vermoord.

Het staat buiten kijf dat Bakijev er sinds zijn aantreden bij de zogenaamde Tulpenrevolutie in 2005 alles aan had gedaan om van Kirgizië zijn persoonlijke wingewest te maken en dat hij de corruptie die hij zijn voorganger Askar Akajev dermate kwalijk nam, zelf naar nooit geziene hoogtes wist te drijven. Ook geloven tal van waarnemers dat zijn familie nu probeert onrust te stoken.

Toch menen velen dat het met het huidige interim-kabinet niet veel beter is. Alleen het blazoen van de tijdelijke president, Roza Otoenbajeva, is smetteloos, tal van haar ministers wordt uit verschillende hoeken wanbestuur, corruptie en een gebrek aan transparantie verweten. Bovendien, zo zeggen plaatselijke ngo’s, verhaalt het kabinet de onrust op Bakijev en zijn aanhang maar onderneemt het zelf weinig om de problemen op te lossen.

De relaties tussen de Kirgiezen (65 procent van de bevolking) en de Oezbeken (14 procent) zijn al geruime tijd vertroebeld. Beide volkeren wonen al eeuwen in dit deel van Centraal-Azië, waarbij de eersten in hoofdzaak veetelende nomaden waren, terwijl laatstgenoemden de akkers in de valleien bewerkten. Een gebrek aan graasland zorgde er in de voorbije decennia voor dat steeds meer werkloze jonge Kirgiezen naar de steden trokken, waar Oezbeken en andere etnische minderheden het gros van de kleinhandel in handen hebben. In de ambtenarij daarentegen bleek nog geen 4 procent van de Oezbeken te zijn tewerk gesteld.

Een en ander zorgde eind jaren tachtig al voor een Oezbeeks pleidooi voor autonomie in het zuiden van Kirgizië, waar het gros van de Oezbeken woont. Op 4 juni 1990 leidde dit antagonisme tot rellen die het leven kostten aan meer dan 300 mensen. Het wanbestuur, autoritarisme en het nepotisme die hoogtij vierden in de volgende decennia, zorgden geenszins voor een verbetering van de situatie.

“Het grootste probleem is niet etnische rivaliteit maar werkloosheid”, zo blijkt uit onderzoek van de Wereldbank. “De Kirgizische economie is een ramp. Ze draait voor 70 procent op het doorverkopen van Chinese import aan Kazachstan”, zo schreef Borut Grgic, adviseur bij de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) eind vorige maand in The New York Times. “Door zijn WHO-lidmaatschap geniet Kirgizië van goedkopere importtarieven dan Kazachstan, wat het concurrentiële voordeel in die handel verklaart. Maar dat is een geringe en weinig duurzame economische basis. Wat zal er gebeuren als dat wegvalt?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234