Woensdag 07/12/2022

Documenteer het verleden in afwachting van gerechtigheid

België kan een sleutelrol spelen

Luc Huyse stelt dat landen na een burgeroorlog nood hebben aan middelen om hun verleden in kaart te brengen

Luc Huyse is socioloog en auteur. @4 DROP 2 OPINIE:Omar al-Bashir, de president van Soedan, is door het Internationaal Strafhof in Den Haag formeel aangeklaagd voor de vreselijke misdaden in zijn land. David Van Reybrouck is er niet gerust op (DM 25/7). Dergelijke ingrepen kunnen uitermate contraproductief zijn in landen waar de oorlog nog niet voorbij is of waar een dictator alleen maar wankelt. Eerst vrede, schrijft hij, en dan pas gerechtigheid - niet omgekeerd. Van Reybrouck heeft gelijk: aanklachten, trouwens overwegend in het Westen bedacht, moeten niet te snel komen. Alleen, zo simpel is het niet.

Wachten met bestraffing is geen gemakkelijke beslissing. Voor vele slachtoffers kan het een beproeving zijn of de oorzaak van troosteloze berusting. Ariel Dorfman had het ooit in deze krant over de jaren waarin generaal Pinochet van amnestie genoot: "Ik kon me helaas geen andere toekomst meer voorstellen. En dus deed ik wat zoveel van mijn landgenoten deden: ik suste mijn geweten om de onontkoombaarheid van het onrecht te kunnen verdragen. Ik raakte gewend aan de schaduw van de generaal in ons midden." (DM 19/8/2000)

Ook politiek is het een gok. Uitstel kan tot afstel leiden. Een tijdelijke immuniteit, zoals voorzien in het Arusha-akkoord voor Burundi, kan sluipend evolueren tot een langdurige versie van amnestie. Daarom is de keuze voor verdaging liefst vergezeld van erg goede argumenten, want de strijd tegen straffeloosheid is ook een morele opdracht. Zo kan het niet dat de problemen die vervolging in de weg staan kunstmatig overdreven worden. Berust de angst voor een verheviging van de oorlog op controleerbare feiten of is het een goedkoop alibi om de beulen ongemoeid te laten? Is de muur van de stilte die men rond het verleden wil optrekken nodig om de vrede te redden of zoeken de daders blijvende vergetelheid?

Bovendien laten ontwikkelingen in Argentinië, Chili, Spanje en elders zien dat de honger naar gerechtigheid nooit uitdooft. De deur moet minstens op een kier blijven staan. Zo is alles wat vernietiging van bewijsmateriaal kan vermijden van cruciaal belang. Een enkele keer is het geluk aan de zijde van de slachtoffers en hun familieleden. Eind 2005 is in Guatemala een merkwaardige vondst gedaan. In een verlaten munitiedepot is het archief gevonden van een van de meest gehate politiediensten uit de tijd van de junta. Het bevat de namen van verdwenen opposanten, van gekidnapte kinderen en van wie daartoe opdracht gaf. Maar het is veel te riskant om de bewaring van dat soort materiaal aan het toeval over te laten.

Het moet en kan anders. Landen die een verschroeiende burgeroorlog achter zich laten, missen bijna altijd de middelen om het verleden in kaart te brengen. Toch is er een schrijnende behoefte aan voorlopige, zij het softe, maatregelen die in de toekomst de stap naar harde, juridische gerechtigheid kunnen vergemakkelijken. Het is een problematiek, een nichedomein, waarin kleine donorlanden zoals België een belangrijke rol te spelen hebben. Ze kunnen lokale archivarissen opleiden, plaatselijke ngo's bijstaan die getuigenissen verzamelen, audits van archieven ondersteunen, digitale technieken voor het opslaan van gegevens ontwikkelen, voorlopige 'huisvesting' van kwetsbare documenten voorzien, vertaling van rapporten in de inlandse talen mogelijk maken.

Een van de vragen die elk pijnlijk verleden oproept, is wat er gebeuren moet met de tekens, de beelden, de monumenten, de symbolen van dat verleden. De neiging bestaat om ze zo snel mogelijk uit de weg te ruimen. Dat is niet altijd het beste antwoord. Zij zijn in vele gevallen te gebruiken als educatieve instrumenten voor de generaties van vandaag en van morgen.

Wij, in onze hoek van de wereld, hebben daar enige ervaring mee. In Boedapest is het gebouw waar eerst de nazi's en dan het communistische regime hun tegenstanders gefolterd hebben, omgebouwd tot memoriaal. Het heet House of Terror en het raakt je diep. Het kamp in Breendonk is een ander voorbeeld. Zo zijn er heel veel. Er is hier dus kennis van zaken die ginder bruikbaar is.

Maar ook in het Zuiden groeit op al deze gebieden de knowhow. In Pretoria is er de South African History Archive, een kleine ngo die weet hoe je vitale documenten bewaart. In Cambodja is sinds het midden van de jaren negentig een ngo bezig met de verzameling van alles wat licht kan werpen op het regime van de Rode Khmers. Honderdduizenden documenten, 6.000 foto's, informatie over 189 gevangenissen en over bijna 20.000 massagraven zijn bijeengebracht. Maar verreweg het dringends is de identificatie van massagraven. Opgravingen leveren het bewijs dat militairen, politiemensen, militieleden, rebellen gemoord en gefolterd hebben. Clyde Snow, een forensische antropoloog die in ex-Joegoslavië werkte, schreef: "Beenderen zijn vaak onze laatste en beste getuigen: zij liegen nooit, zij vergeten nooit." Geen wonder dus dat de daders er alles aan doen om ook die getuigen te laten verdwijnen.

Is dat soort werk te hoog gegrepen voor een land als België? Ik denk het niet. We hebben rijke ervaring opgebouwd toen we in Zuid-Afrika, ter ondersteuning van de Waarheidscommissie, technologieën voor de vertaling van verslagen en hoorzittingen hebben ontwikkeld. Er is het plan om te helpen bij de digitalisering van het archief van Desmond Tutu, voorzitter van die commissie (200.000 bladzijden brieven, speeches, notities en ruim 1.000 audio- en video-opnames). We helpen MONUC in Oost-Congo bij de inventarisatie van schendingen van mensenrechten. Johan Dewinne en zijn Belgian Disaster Victim Identification Team hebben ervaring die we in door burgeroorlog geteisterde landen kunnen inzetten, voor rechtstreekse interventies maar ook voor training van lokale mensen.

De dienst Vredesopbouw van Buitenlandse Zaken heeft in zes Afrikaanse landen informatie verzameld over traditionele vormen van verzoening en bestraffing, rituelen die als tussentijdse stappen naar juridische gerechtigheid kunnen dienen. Dat rapport circuleert volop in plaatselijke ngo's, in internationale organisaties en wordt binnenkort aan de Afrikaanse Unie in Addis Abeba voorgelegd. Waar wachten we op om ons verder te bekwamen in deze rol?

Gerechtigheid, schreef David Van Reybrouck, is een vrucht die men niet te snel mag plukken. Maar, hoe dan ook, om ooit te oogsten moet er nu gezaaid worden.

bij de inventarisatie van schendingen van mensenrechten. We hebben een rijke ervaring opgebouwd in Zuid-Afrika

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234