Zondag 08/12/2019

reportage

Docu-maakster Ruth Vandewalle ruilde Brugge voor Caïro: "Ik dacht: zo ziet een revolutie eruit"

Ruth Vandewalle in hartje Caïro: "Al jaren zeg ik: nog twee jaar, dan ga ik ergens anders heen. Maar ik blijf het maar uitstellen." Beeld Hannes Vandenbourcke

Ze stond midden op het Tahrirplein toen in 2011 de revolutie uitbrak in Egypte. Nu, zeven jaar later, hangt er geen traangas meer in haar kamer. De Belgische Ruth Vandewalle (30) verhuisde naar de groene rand van Caïro, waar ze als ­documentairemaker en fixer voor buitenlandse media werkt. "Ik geraak maar niet weg uit deze stad."

Op Google Maps de taxirit meevolgen van Caïro Airport naar onze Airbnb? Slecht idee. Onze chauffeur slingert zo agressief door het chaotische verkeer, dat onze magen binnenstebuiten keren. Dan maar wat rondkijken. Overal langs de ringweg zien we billboards met reclame voor nieuwbouwwoningen in het groen, buiten Caïro. Adver­teren voor stadsvlucht: een vreemde manier van citymarketing. Al snel ontdekken we waarom. Verderop staat een display die aangeeft ­hoeveel mensen er in Egypte wonen: 98 miljoen and counting. Elk half jaar komen er een miljoen bij; 20 miljoen onder hen hokken samen in Caïro. Geen wonder dat de wegen dichtslibben, de metro uitpuilt, de smog toeneemt, het water opraakt en de werkloze bevolking mokt. De grootste stad van Afrika en het Midden-Oosten staat op ontploffen.

Negen jaar al is Caïro is de stek van de Brugse Ruth Vandewalle. Ze woont er sinds ze in 2009 haar master arabistiek kwam afwerken. “Geschreven en gesproken Arabisch zijn twee compleet verschillende talen”, zegt ze. “Het Egyptisch dialect heeft iets van West-Vlaams, maar dan met een harde ‘g’. (lacht) “In de Arabische wereld herkent iedereen dat ­taaltje, omdat de meeste tv-series en films in Egypte zijn opgenomen. Soms denken mensen zelfs dat ik een actrice ben. Dan beginnen ze mijn dialect na te doen en scènes uit oude zwart-witfilms te spelen. Zo gek is dat nu ook weer niet: toen wij als kind vroeger naar Sesamstraat keken op de Nederlandse televisie, speelden we dat Hollandse accent ook na.”

Noem Ruth gerust goedlachs, spontaan, ontwapenend. Ze straalt een positivisme uit dat besmettelijk is. Het zorgt ervoor dat je ­meteen bij haar op je gemak bent. En dat trekje helpt haar ook vooruit als fixer: ze tolkt en neemt interviews af, gaat op zoek naar ­personages en regelt afspraken en locaties voor buitenlandse journalisten, filmmakers of fotografen die in Egypte komen werken.

“Ik neem mezelf niet al te serieus”, zegt ze. “Want ik weet: met een glimlach kun je hier veel regelen. De absurde Egyptische humor heeft trouwens iets Belgisch. Toen onze regeringsvorming 541 dagen lang duurde, lachten Belgen daar uit miserie mee. Hier is de situatie ook zo absurd onleefbaar, dat je er maar beter plezier om kunt maken. Neem de urban planning. Omdat de bevolking explodeert, woont 60 procent van de mensen in Caïro in spontaan gebouwde, illegale wijken. Die hadden aanvankelijk geen elektriciteit of stromend water, maar omdat de inwoners zo talrijk zijn, werden die nutsvoorzieningen uiteindelijk toch aangelegd. Ik hou van die typische plantrekkerij. Het leven is niet makkelijk, de economische crisis is enorm. Egypte is een dictatoriale politiestaat geworden, zonder eerlijke rechtspraak of vrije pers. De politie is corrupt, je kunt voor van alles opgepakt worden. En toch zijn mensen optimistisch en gastvrij.”

"Met een glimlach kun je hier veel regelen", weet Ruth Vandewalle. Beeld Hannes Vandenbourcke

Braindrain

We spreken met Ruth af aan metrostation Maadi. De gelijknamige residentiële wijk waar ze nu woont, ligt op 20 minuutjes sporen van het hectische centrum. Als we haar vertellen dat we per ongeluk in de vrouwenwagon op de metro zijn gestapt, moet ze lachen. “Een ­ beginnersfoutje. Hebben ze je er niet uitgegooid bij de eerstvolgende halte?”

Maadi is niet het eerste stekje van Ruth. Na haar studies woonde ze vlak achter het Tahrir­plein, waar de omwenteling in januari 2011 begon en de demonstranten de jaren erna bleven samentroepen. “Ik was hier anderhalf jaar toen president Hosni Moebarak na 30 jaar regeren werd afgezet door zijn eigen volk. Kort daarvoor was ­ president Ben Ali in Tunesië al onttroond. Toen werd het in Caïro plots onrustig. Op Facebook maakte iemand een event aan voor ‘het begin van de revolutie’. Die man werd opgepakt, maar het protest was onstopbaar.

“Het toeval wil: op 24 januari, de avond vóór het begin van de opstand, zaten we met vrienden nog te grappen: ‘Wat zou je doen als morgen de revolutie uitbrak?’ Geen kledij met kappen dragen, goeie ­schoenen aantrekken om te kunnen vluchten, je ogen beschermen tegen traangas: dat waren de tips die circuleerden. En de dag erna konden we ze al gebruiken! Twee dagen later werd de Nederlandse tv-ploeg waarmee ik op pad was als fixer, al beschoten. Ik stond op het Tahrirplein en dacht: ‘Ha, zó ziet een revolutie er dus uit’.

“De Arabische Lente hing natuurlijk in de lucht, maar niemand wist of de opstand in Caïro ook zou lukken. Drie weken lang bleef dat plein vollopen. De euforie was enorm, iedereen geloofde in een tabula rasa, een nieuwe start. Maar we zijn nu exact zeven jaar later en er is bitter weinig veranderd. Sterker, de situatie is enkel slechter geworden. De democratisch verkozen president Morsi is ­verdreven door legerleider Abdul Fatah al-Sisi, die nu president is. Mensen hebben het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Heel veel jongeren zijn werkloos en hebben geen geld om een eigen leven op te bouwen. De maatschappij heeft een enorme onderbuik aan misnoegde jongeren, voor wie het systeem bang is. Het regime wil op alle mogelijke manieren angst zaaien om te voorkomen dat het scenario van 2011 zich herhaalt. Daarom willen veel jonge mensen het land uit. Hier zijn geen kansen voor hen. Een braindrain dreigt.”

Ruth leeft nu in een zonnig appartement mét terras in de groene wijk Maadi. "Een oase heb je hier nodig om te overleven." Beeld Hannes Vandenbourcke

Bommen achterna

De revolte gaf Ruth Vandewalle wél kansen. Uit het niets kreeg ze telefoon van het Nederlandse programma EenVandaag. Of ze een journalist aan wat Egyptische contacten kon helpen. Zo rolde ze in haar eerste job: fixer. Sindsdien regelt ze afspraken, interviews, getuigenissen en doet ze research voor buitenlandse journalisten en filmcrews die de toestand in Egypte komen verslaan. En, eenmaal ze hier zijn, gaat Ruth met hen op stap tijdens het filmen.

Toch stelt ze zich vragen bij de werkwijze van de klassieke Midden-Oostenberichtgeving. “Als ergens een bom ontploft, worden reporters snel ingevlogen om te melden hoeveel slachtoffers er gevallen zijn. Wat heeft dat voor zin, als je daar geen bredere context bij geeft? Nieuws gaat voor mij over mensen, niet over bommen. Hoeveel nuance kun je leggen in een nieuwsflits van twee minuten? En hoe kun je de maatschappelijke gevoeligheden kennen, als je enkel een quote of beeld komt stelen en dan weer vertrekt? Weinig media hebben nog eigen Midden-Oostencorrespondenten. Het is eerlijk gezegd ook onbegonnen werk: een gebied verslaan van Marokko tot Irak. Zeker als je weet wat er allemaal in die regio broeit.

"Het ironische is: als zo’n journalist dan eens ter plaatse is, bijvoorbeeld in Libië, dan komt dat land toevallig in het nieuws. Terwijl er al maanden van alles broedt, dat geen verslag kreeg. Van die Midden-Oostencorresponden­ten zijn er maar weinig die ook Arabisch spreken. Alsof je Amerikawatcher zou zijn zonder Engels te spreken. Ik vind dat een vreemde situatie. Voor mezelf is het een meerwaarde dat ik hier al zo lang zit. En dat ik de taal spreek. Ik begin eindelijk te begrijpen hoe ­complex de samenleving hier ineen zit. Mensen vragen me wel eens: ‘Ruth, hoe is het daar in Egypte?’ Alsof daar een pasklaar ­antwoord op is. Het land is zo gelaagd dat ik er wel een maand over zou kunnen vertellen.”

Ruth kreeg in 2017 de aanbieding om Sander van Hoorn van de NOS te vervangen als Midden-Oostencorrespondent. Ze weigerde. Liever focust ze nu op eigen projecten: langere documentairereeksen maken, die diverse onderwerpen dieper uitspitten.

“Binnenkort draaien we een verhaal rond de ultra’s, hooligans in Egypte die een ­belangrijke rol spelen in het verzet tegen het regime. Ik filmde eerder drie jaar lang in het vluchtelingenkamp Zaatari in Jordanië, het grootste van het Midden-Oosten. Ik was al meermaals in Syrië voor reportages. En ik werk voor de Nederlandse televisie aan mijn derde serie rond minderheden in het Midden-Oosten. Van de Druzen in Libanon, de Jezidi’s in Irak tot de Zoroastriërs in Iran. De onder­liggende boodschap: het Midden-Oosten is veel diverser dan alleen Arabieren en moslims. Mensen denken bij het Midden-Oosten meteen aan boze mannen met lange baarden die in de lucht schieten. Of aan onderdrukte vrouwen. Die clichés wil ik bijsturen. Ik ben ervan overtuigd dat je met beelden en verhalen mensen kunt raken. We bepalen als journalist voor een stukje de publieke opinie.”

Egypte achter het gordijn

Ruths langstlopende project in Egypte dateerde van 2011 tot 2017, toen ze samen met de Gentse Magnumfotografe Bieke Depoorter door het hele land reisde. Ze hielden er een hechte vriendschap én het aangrijpend fotoboek As it may be aan over.

Ruth Vandewalle: “Mensen vroegen: ‘Zijn jullie getrouwde vrouwen? Nee? Waar is jullie verloofde dan? Laat hij jullie zomaar reizen? Zorgt die wel goed voor jullie? Komen jullie uit China?’ Grappig en veelzeggend wat ze ons zoal vroegen, als we samen op pad waren. Zowel in steden als in vergeten dorpjes, waar nooit buitenlanders komen. De argwaan was soms ook groot: de Egyptische televisie waarschuwde in verkiezingstijd voor buitenlanders. Dus vlogen we ook wel eens buiten, als we ­polsten naar hun politieke voorkeur.

“De timing was uitzonderlijk. Caïro stond in brand, de revolutie woedde, maar het gewone leven ging overal gewoon door. Als we een praatje sloegen, vroegen mensen ons zonder problemen binnen op de thee. Toch had Bieke het gevoel dat we nooit verder mochten komen dan de gastenkamer. Terwijl zij net geïnteresseerd was naar wat zich achter dat gordijn afspeelde. Dus vroeg ze aan mensen die ­vertrouwen uitstraalden of ze die nacht mocht blijven slapen. Ze startte als een vreemdeling in huis, maar de volgende morgen was ze een deel van het gezin. Ik legde de eerste contacten, maar bleef niet slapen. Bieke wilde alleen zijn om haar werk te doen in die privévertrekken. Haar foto’s draaien net om de intimiteit van toevallige ontmoetingen.”

Het boek 'As it may be' dat Ruth maakte met Magnum­fotografe Bieke Depoorter. Beeld Hannes Vandenbourcke

In 2016 was Biekes fotoreeks afgerond. Maar dan begon ze te twijfelen. Was ze niet de zoveelste westerse fotografe die beelden kwam stelen? Waar was de stem van de mensen? Dus maakte ze een dummy van het fotoboek en toonde die aan de Egyptenaren die ze eerder ontmoette. “Niemand zei ons: ‘mooie compositie’ of ‘interessante kleuren’. Voor veel mensen waren de foto’s een soort spiegel: ze vertelden over hun leven, aan de hand van de beelden. Die reacties lieten we op de foto’s schrijven. De beelden werden zo een nieuwe ontmoetingsplaats. Op sommige foto’s ontstonden discussies over de nikab, over Sisi’s politiek, over privacy, over klassenverschillen, over naakt... Een jongetje van 8 schreef trots wat zijn ongeletterde papa hem dicteerde. Niks werd gecensureerd. Het boek werd zo een fictief gesprek tussen mensen uit verschillende klassen die elkaar niet kennen, en die misschien nooit een conversatie met elkaar zouden aanknopen. Die tekstlaag maakt het boek zoveel rijker. De complexiteit van de Egyptische samenleving zit vervat in de foto’s én in de discussies erop.”

Oase om te overleven

Maadi, de oude residentiële wijk waar Ruth nu woont, is populair bij expats, ambassadeurs en zakenlui. Toeristen zie je er haast niet, hippe koffiebars wel. Als we er samen rondwandelen, valt op hoe groener, rustiger en relaxter het is. Zeker in vergelijking met het turbulente Tahrirplein waar ze vijf jaar lang om de hoek woonde. “Ik wou alles van op de eerste rij ­meemaken, toen ik pas in Egypte was. Ik moest overal naartoe. Het was heel opwindend om de pols van de revolutie te voelen.

Ruth Vandewalle: "Het Egyptisch dialect heeft iets van West-Vlaams, maar dan met een harde ‘g’." Beeld Hannes Vandenbourcke

“Maar op den duur was ik dat traangas in mijn living beu. Ik woonde vlak bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, waarrond allemaal blokkademuren werden gebouwd na de opstand. Het waren heftige tijden. Als je het hier wilt volhouden, moet je voor jezelf een oase creëren. Dat heb ik gedaan. Ik deel nu een dakappartement met veel planten en veel licht. Het is zowat de enige plek in de stad met mooie bomen. Ze maken me echt blij. Het enige ­minpunt: ik woon nu net naast het politie­kantoor. Op papier klinkt dat veilig, maar daar gebeuren juist de meeste aanslagen sinds de revolutie. De prachtige koloniale villa’s in Maadi worden beetje bij beetje vervangen door woontorens. Jammer, maar ook logisch voor een stad met 20 miljoen inwoners.”

Ruth neemt ons mee naar haar favoriete groentemarkt. “Als cameraploegen nog wat ‘opvulbeelden’ willen filmen voor hun reportage, neem ik ze altijd mee naar hier. Op de markt spelen zich altijd kleurrijke taferelen af – 24 op 24 is het open en de producten zijn kraakvers. Afbieden is maar een spelletje, want het ís al spotgoedkoop.”

We steken de drukke straat over. Voor Ruth met sprekend gemak, voor ons met doodsangst. Wagens maken geen aanstalten om te remmen, maar wijken net op tijd uit als je je lichaam voor hun bumper gooit. “Ik gedraag me ook zo op mijn fiets. Ik gooi me overal ­tussen; er zijn toch nergens fietspaden voorzien. Mijn zussen en broer willen niet meer met mij fietsen, als ik in België ben. Ze kunnen mijn rijstijl niet echt apprecieren.”

Kan België dan wel nog wennen? Broedt ze op een terugkeer? “Ik woon hier bijna een derde van mijn leven. Voor mij is Caïro thuiskomen. Na negen jaar blijft de stad me verbazen, zowel negatief als positief. Al jaren zeg ik: nog twee jaar, dan ga ik ergens anders heen. Maar ik blijf het maar uitstellen. Mijn lief woont in Gent, hij reist ook veel als filmmaker. We leven op vier uur vliegen van elkaar, en dankzij internet bestaan geen afstanden meer. Ik zie wel wat er op mijn pad komt. Het enige dat ik weet: als ik ooit dement word, zal ik niet vergeten dat ik hier ooit gewoond heb.”

As it may be van Bieke Depoorter en Ruth Vandewalle is uit bij Kannibaal, 57,50 euro. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234