Dinsdag 05/07/2022

InterviewDochter van Ahmadreza Djalali

Dochter van VUB-gastprof Djalali: ‘Zolang hij niet thuis is, wordt er niet voldoende gedaan en moet iedereen een tandje bij steken’

‘De gevangenis van mijn vader is de hel op aarde. Je wordt er gefolterd en zit er met vijftien anderen in een cel van 30 vierkante meter’ Beeld rv
‘De gevangenis van mijn vader is de hel op aarde. Je wordt er gefolterd en zit er met vijftien anderen in een cel van 30 vierkante meter’Beeld rv

Ten huize Djalali in Stockholm tikt de klok ongenadig de uren en dagen weg. Morgen, zaterdag 21 mei, de dag waarop de executie van de voor ‘spionage’ ter dood veroordeelde Zweeds-Iraanse wetenschapper Ahmadreza Djalali is gepland, nadert met een rotvaart. Zijn 19-jarige dochter klampt zich vast aan een flinterdunne strohalm: dat Iran toch zal zwichten voor de buitenlandse druk.

Ayfer Erkul

Of we haar voornaam niet willen vermelden, vraagt ze. En poseren voor een foto, dat kan vandaag ook niet. “We hebben de afgelopen jaren amper een privéleven gehad. Ik geef heel zelden interviews, en dit laatste restje privé wil ik nog bewaren. Noem me maar ‘de dochter van Ahmadreza Djalali’ of ‘juffrouw Djalali’.”

Het liefst zou ze zich willen opsluiten, ver van alles en iedereen, om het onvoorstelbare te verwerken: dat haar vader er over straks mogelijk niet meer is. Dat hij wordt opgehangen na zes jaar in de gevangenis en een nepproces waarin hij ter dood werd veroordeeld. Maar zich afzonderen kan niet: er moet campagne worden gevoerd, er moeten brieven worden geschreven, politici gecontacteerd. Sinds de Iraanse autoriteiten op 4 mei lieten weten dat het hun menens is met die doodstraf van Djalali, en er meteen ook de datum van 21 mei op plakten, is het alle hens aan dek. “Nietsdoen is geen optie. We moeten al het mogelijke doen om druk uit te oefenen op Iran.”

Djalali en zijn gezin Beeld rv
Djalali en zijn gezinBeeld rv

Je vader zit vast sinds april 2016 en werd eind 2017 veroordeeld tot de doodstraf. Het is niet de eerste keer dat Iran ermee dreigt om die straf ook uit te voeren.

Djalali: “In november 2020 kregen we via zijn advocaat al eens te horen dat hij naar de Rajai Shahr-gevangenis in Karaj zou worden overgebracht. Dat is de gevangenis waar alle executies worden uitgevoerd. Maar toen werd zijn terechtstelling op het laatste moment uitgesteld, we weten nog steeds niet precies waarom. Dit keer lijkt het Iran wel menens. De advocaat zegt dat het meer dan een dreigement is, dat ze de executie echt willen laten doorgaan.”

Wanneer had je de laatste keer contact met hem?

Djalali: “Tot november 2020 spraken we hem heel af en toe via de telefoon. Maar sindsdien heb ik hem niet meer gehoord. Hij heeft lange tijd in een isoleercel doorgebracht en hij mag geen contact opnemen met ons. We krijgen soms nieuws van onze familie in Iran, die mag hij wel heel af en toe bellen. Waarschijnlijk is dat een manier om de psychologische druk op hem op te voeren. Soms krijgen we ook nieuws van familie van andere gevangenen die met hem in de cel zitten. En heel soms kunnen we hem even horen, als de familie in Iran ons belt terwijl hij aan de lijn is op een andere telefoon. Dan houden ze de twee telefoons tegen elkaar. Maar dat is natuurlijk niet hetzelfde als rechtstreeks met elkaar praten.”

Hij zit nu in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Mensenrechtenorganisaties bestempelen die als onmenselijk voor gedetineerden. Hoe gaat het met hem?

Djalali: “Evin is de hel op aarde. Je hebt er als gevangene geen rechten, je wordt onderworpen aan foltering. Hij zit met vijftien anderen in een cel van amper 30 vierkante meter in de vleugel waar de politieke gevangenen zitten. Een maand geleden nog hoorden we dat hij was afgeranseld door het personeel van de gevangenisapotheek. Hij was nog maar pas terug in zijn cel, na een spoedoperatie aan zijn buik, en hij protesteerde omdat hij zijn medicijnen niet kreeg. Daarop kreeg hij klappen.”

Je vader werd gearresteerd toen hij in Iran was op uitnodiging van de universiteit van Teheran. Jij was toen 13 jaar. Herinner je je die tijd nog?

Djalali: “Die reis was niet anders dan de andere die hij maakte. Als academicus werd hij vaak uitgenodigd voor lezingen en workshops, ook in Iran. Soms gingen mijn moeder, mijn broertje en ik mee. Dat was best leuk. Voor ons was er geen vuiltje aan de lucht. Maar toen hoorden we dat mijn grootmoeder zich zorgen maakte. Mijn vader had tegen zijn moeder gezegd dat ze samen zouden lunchen in Tabriz als hij in het land was. Maar die dag daagde hij niet op. Dat was niets voor hem, hij waarschuwde altijd als hij niet kon komen. Tien dagen later hoorden we via onze familie daar dat de veiligheidsdiensten hem hadden opgepakt. De volgende zeven maanden waren heel zwaar: we wisten dat hij in een isoleercel zat, maar we mochten hem niet spreken. Enkel zijn familie in Iran mocht hij soms even bellen. Een advocaat kreeg hij in die tijd niet. Hij werd onder druk gezet om te bekennen, maar hij gaf niet toe. Ze dreigden ermee om zijn kinderen iets aan te doen als hij zijn misdaad niet zou toegeven. Het was gewoon psychologische foltering.”

null Beeld Marc Baert
Beeld Marc Baert

Hij werd beschuldigd van spionage voor Israël.

Djalali: “Toen we hoorden dat hij was gearresteerd voor spionage, waren we overtuigd dat er een fout was gemaakt. Ze zullen wel snel inzien dat ze de verkeerde hebben aangehouden, dachten we, hij komt snel weer vrij. Iedereen, zijn familie, zijn vrienden en zijn collega’s, vond die beschuldiging absurd. Mijn vader is een dokter, een specialist in rampengeneeskunde. Hij had niets met politiek. Zijn doctoraat ging over slachtoffers van natuurrampen in Iran. Hij is iemand die echt inzit met de mensen die lijden onder aardbevingen of overstromingen. Dat uitgerekend hij van zoiets werd beschuldigd, was gewoon belachelijk. Ik herinner me nog dat we wachtten op het nieuws dat hij een ticket had gekocht en zou terugvliegen. Maar hoe langer het duurde, hoe ongeruster we werden. We voelden dat de situatie ernstiger werd. Maar we hadden nooit verwacht dat het zo erg zou worden als nu.”

Een jaar later – je was 14 – schreef je in een open brief aan hem dat je hoopte dat hij voor je 15de verjaardag thuis zou zijn. Dat is niet gebeurd.

Djalali: “Ik was toen erg van streek. We waren nooit eerder zo lang uit elkaar geweest. Een week misschien, niet meer. Toen was het plots een jaar, en nu zitten we al aan zes jaar. Soms vraag ik me af hoe ons leven zou zijn geweest als hij niet was aangehouden. Ik vind het heel moeilijk om te geloven dat we al zo lang gescheiden zijn. Ik was nog maar een tiener toen ik plots moest leven met een vader die onschuldig in de cel zat in Iran. Dat heeft ervoor gezorgd dat we erg aan elkaar hangen, mijn moeder, mijn broertje en ik. Veel meer dan andere kinderen van mijn leeftijd, denk ik. We hebben veel steun aan elkaar en proberen de hoop niet te verliezen. Anders kunnen we niet met volle overtuiging voor hem vechten.”

In de brief schreef je ook dat je bang was dat hij nooit zou terugkomen.

Djalali: “Dat is nog steeds één van mijn nachtmerries. Dat, of dat het ergst denkbare gebeurt.”

Begreep je broertje wat er aan de hand was?

Djalali: “Neen, hij was nog veel te jong. Hij was 4 jaar toen mijn vader werd gearresteerd. Tegen hem zeiden we niet dat hij in de cel zat, maar dat hij in Iran was voor zijn werk. Hij is nu 10 jaar. We blijven hem afschermen, maar dat wordt steeds moeilijker. Telkens opnieuw gebeurt er iets en komt mijn vader in het nieuws. Mijn moeder probeert hem sinds kort uit te leggen hoe de situatie in elkaar zit.”

Moment van trots

Ahmadreza Djalali werd na zijn arrestatie een speelbal in de handen van de Iraanse autoriteiten. In een mum van tijd werd hij schuldig bevonden aan spionage voor de Israëlische inlichtingendienst Mossad. Hij zou na zijn verhuizing naar Zweden benaderd zijn door de Israëli’s en hun, tegen betaling, de namen hebben doorgegeven van een aantal belangrijke Iraanse nucleaire experts. Twee van hen lieten in 2010 het leven na een bomaanslag. Ook kreeg Djalali te horen dat hij zijn verblijfsvergunning in Zweden te danken had aan Israëlische bemiddeling. De Iraanse televisie zond zijn ‘bekentenis’ uit: een verklaring die Djalali onder bedreiging moest voorlezen en waarin hij zijn samenwerking met aartsvijand Israël toegaf. Zijn doodsvonnis werd eind 2017 bevestigd.

In een brief aan het hoofd van de Iraanse Raad van Mensenrechten schreef Djalali later dat zijn bekentenis er geen was: zijn ondervragers hadden hem gedwongen een verklaring voor te lezen. Ze hadden gedreigd zijn kinderen aan te pakken. Het rapport dat ze hadden opgesteld tegen hem, stond vol leugens, aldus Djalali.

Begin 2017 begon het proces tegen je vader. Werden jullie daarvan op de hoogte gebracht?

Djalali: “Hij vertelde het ons aan de telefoon. Na die eerste zeven maanden, toen hij uit de isoleercel mocht, kon hij ons ook bellen, meestal één keer per week. Het waren heel korte gesprekken, vaak niet meer dan enkele minuten. Hij vroeg hoe het met ons ging en vertelde wat over zichzelf. Het was niet veel, maar we hoorden hem tenminste. Hij vertelde ons ook dat hij geen eigen advocaat mocht kiezen. Hij moest iemand nemen van de lijst van door het regime goedgekeurde advocaten.”

‘Ik vind het heel moeilijk te geloven dat we al zo lang gescheiden zijn. Ik was nog maar een tiener toen ik plots
moest leven met een vader die onschuldig in de cel zat in Iran.’ (Foto: Ahmadreza Djalali met vrouw en dochter in Brussel.) Beeld rv
‘Ik vind het heel moeilijk te geloven dat we al zo lang gescheiden zijn. Ik was nog maar een tiener toen ik plotsmoest leven met een vader die onschuldig in de cel zat in Iran.’ (Foto: Ahmadreza Djalali met vrouw en dochter in Brussel.)Beeld rv

Hij kreeg de doodstraf.

Djalali (stil): “Ja, dat kwam aan als een mokerslag.”

De volgende jaren werd overal in de wereld campagne gevoerd om hem vrij te krijgen.

Djalali: “Ja, ook in ons gezin draaide alles rond mijn vader. Mijn moeder schreef brieven, probeerde gesprekken te voeren met de Iraanse autoriteiten en Europese politici te contacteren. Het was een periode van immense stress. Heel soms was er opluchting, zoals toen zijn executie niet doorging, maar daarna steeg de spanning weer snel. Ik voelde me vaak heel gefrustreerd omdat het niet vooruitging.”

Wat vond jij de moeilijkste periode?

Djalali: “November 2020, dat was een verschrikking. Toen we het nieuws over zijn overbrenging naar Karaj hoorden, schoten we meteen in actie. We moesten het leven van mijn vader redden! We voelden dat we snel moesten handelen. Mijn moeder probeerde de minister van Buitenlandse Zaken te pakken te krijgen, en we namen contact op met Amnesty International en andere organisaties. Zijn terechtstelling werd op het laatste moment uitgesteld, maar ik was daarna wel kapot.”

Kun je je nog concentreren op je studie?

Djalali: “Dat is mijn enige afleiding. Ik volg nu het tweede jaar geneeskunde. Ik heb lang getwijfeld over die studiekeuze. Ik had heel veel dromen toen ik jong was. Ik wilde veel reizen met mijn familie, de wereld zien. Geneeskunde begon me later pas aan te trekken, toen mijn vader al gevangenzat. Hij heeft me erg geinspireerd. Toen ik klein was, zag ik hem vaak aan het werk. Maar wetenschap zit bij ons ook in de familie, mijn moeder is biochemicus. Dus het is niet zo verwonderlijk dat ook ik die richting ben uitgegaan.”

Weet je vader dat je geneeskunde studeert aan dezelfde universiteit waar hij zijn doctoraat heeft behaald?

Djalali: “Ik heb het hem gezegd toen we nog konden bellen. Hij was ongelooflijk trots. Hij zei dat ik hem het beste nieuws sinds lange tijd had gegeven. Het deed goed om dat te horen. Zelfs daar, in die afschuwelijke omstandigheden, was hij heel even gelukkig.”

Wat betekent Iran nog voor jou?

Djalali: “Ik ben er geboren en een groot deel van onze familie woont er nog. Mijn vader komt er uit een doodgewoon middenklassegezin waarvan niemand echt politiek actief was. Ik was 5 jaar toen we Iran verlieten en naar Zweden trokken. Daar mocht mijn vader aan een doctoraat werken aan het Karolinska Institutet van Stockholm. Later woonden we ook een tijd in Italië, waar hij een postdoctoraat volgde aan de universiteit van Oost-Piëmonte. We waren ons net weer in Zweden aan het settelen toen hij werd gearresteerd. Maar Iran is mijn thuisland. De mensen, het eten, de cultuur: het zit allemaal in mij. Dat mijn eigen land ons dit aandoet, maakt de situatie nog ondraaglijker.”

Je vader was ook gastdocent aan de VUB in Brussel. Heb jij er ook gewoond?

Djalali: “Neen, hij ging er af en toe heen. Hij heeft er wel een pak vrienden aan overgehouden.”

Op het internet circuleert een aangrijpende video waarin je grootmoeder pleit voor de vrijlating van haar zoon.

Djalali: “Mijn oma is intussen overleden, ze was 73 jaar. Ze heeft enorm geleden onder de gevangenschap van haar zoon. De autoriteiten namen haar niet ernstig, ze waren zelfs onbeleefd tegen haar toen ze vlak na de arrestatie van mijn vader om nieuws vroeg over hem. Het moet voor haar ook verschrikkelijk zijn geweest. Vorig jaar werd ze ziek, ze kreeg covid. Mijn vader diende verschillende keren een verzoek in om haar te mogen bezoeken, maar dat werd telkens geweigerd. Toen ze stierf, in de zomer, mocht hij niet eens naar haar begrafenis.”

Waren er veel coronabesmettingen in de gevangenis?

Djalali: “Dat weten we niet. We kunnen alleen maar vermoeden dat die periode erg moet zijn geweest voor mijn vader. Hij is ziek geweest, maar we weten niet of het covid was, omdat er in de gevangenis geen tests beschikbaar waren. De hygiënische omstandigheden zijn er een ramp, en omdat er voortdurend bewakers kwamen en gingen, was het besmettingsrisico erg hoog. Mijn vader liep nog een hoger risico omdat zijn immuniteit lager is.”

Waaraan lijdt hij?

Djalali: “We weten alleen dat het aantal witte bloedcellen in zijn lichaam heel laag is. We vermoeden dat hij leukemie heeft, maar er is nooit een diagnose gesteld en hij wordt er niet voor behandeld. Hij heeft ook maagzweren, galstenen en bloedarmoede, en zijn lever functioneert niet goed. Hij had ook een liesbreuk en valt vaak door zijn zwakke conditie.”

Je vader deed in Italië onderzoek naar hoe ziekenhuizen zich het best voorbereiden op een plotse stijging van het aantal patiënten. Toen de pandemie er de ziekenhuizen overrompelde, pleitten collega’s voor zijn vrijlating, zodat hij zou kunnen helpen.

Djalali: “Ja, want rampengeneeskunde is zijn specialiteit. Maar ook daarvoor kreeg hij geen toestemming.”

Opnieuw hoop die de grond in werd geboord.

Djalali (zacht): “Ja. Wat erger is dan onze gemoedstoestand, is dat iedere dag dat hij in de cel blijft, niet alleen zijn mentale toestand achteruitgaat, maar ook zijn fysieke conditie verergert.”

Uitgemergeld

Iran gebruikt Djalali als pasmunt bij de onderhandelingen over Iraanse gevangenen in Zweden en in België. Belangrijke beslissingen over hem vielen samen met ontwikkelingen in het dossier van Hamid Nouri, een Iraanse justitieambtenaar die in Zweden terechtstaat voor de moord op duizenden politieke gevangenen in 1988. In België gaat het om drie leden van een Iraanse terreurcel, die vorige week in beroep tot zwaardere celstraffen zijn veroordeeld. Iran wil daarbij graag hun opdrachtgever, Assadollah Assadi, die eerder al tot twintig jaar cel werd veroordeeld voor het beramen van een bomaanslag, overgeleverd zien. De datum voor Djalali’s nakende executie werd aangekondigd in de eerste week van mei, toevallig net in de periode dat in zowel Zweden als België over de rechtszaken tegen Iraniërs werd beslist. In ons land werden de terroristen intussen in beroep veroordeeld tot zwaardere straffen, in Zweden kan ieder moment een verdict vallen.

Djalali: “De Iraanse autoriteiten hebben tot nu toe niet gekregen wat ze eisten. Daarom zegt de advocaat van mijn vader ook dat de executie deze keer geen loze dreiging is.”

Had België moeten instemmen met een gevangenenruil?

Djalali (ontwijkend): “Daar spreek ik me liever niet over uit. Ik ben niet voldoende op de hoogte van de politieke ontwikkelingen.”

Je vader ging in hongerstaking uit protest tegen zijn opsluiting. Op foto’s die openbaar werden gemaakt, ziet hij er uitgemergeld uit.

Djalali: “Hij is twee keer in hongerstaking gegaan, telkens meer dan veertig dagen. Hij is meer dan 20 kilo afgevallen. Enkele familieleden in Iran mochten hem in die tijd een keer bezoeken. Ze zeiden dat hij eruitzag als een geraamte en dat hij amper meer dan een klein stukje brood per dag at. We smeekten hem om ermee te stoppen, maar hij was koppig. Ergens begreep ik hem wel, zijn situatie was zo uitzichtloos. Hij dacht dat er zo meer aandacht zou komen voor zijn zaak. En ja, hij was wel even terug in de media, maar uiteindelijk heeft het nergens toe geleid. Daarna is het alleen maar bergaf gegaan met zijn gezondheid. Hij heeft verschillende keren in isolatie gezeten. Dat moet verschrikkelijk zijn in de Evin-gevangenis: hij zat in een koude cel van 2 bij 3 meter, en had niets anders dan een klein hoofdkussen en een deken. Hij had geen contact met medegevangenen en mocht ook zijn familie niet bellen. Dat breekt een mens. En ook voor ons is het een foltering om te horen wat hij moet doorstaan.”

Hij moet ongelooflijk sterk zijn, dat hij dat allemaal volhoudt.

Djalali: “Dat is hij ook. Hij heeft altijd erg hard gewerkt. Hij is ook iemand met een hoge moraal. Ik was nog klein toen hij me zei dat ik heel aardig moest zijn tegen iedereen. Hij benadrukte ook dat we moesten werken om iets van ons leven te maken. En dat het belangrijk was om mensen te helpen die het slechter hadden getroffen dan wij.”

‘Mijn beide ouders zijn zo sterk. Ik denk niet dat ik zou kunnen doorstaan wat mijn vader meemaakt, en mijn moeder is al zes jaar aan het vechten, ook dat geeft me moed.’ Beeld rv
‘Mijn beide ouders zijn zo sterk. Ik denk niet dat ik zou kunnen doorstaan wat mijn vader meemaakt, en mijn moeder is al zes jaar aan het vechten, ook dat geeft me moed.’Beeld rv

Geeft jou dat moed?

Djalali: “Ik trek me daar erg aan op. Mijn beide ouders zijn zo sterk. Ik denk niet dat ik zou kunnen doorstaan wat mijn vader meemaakt: alleen in een vochtige cel, de ziekte, de mishandelingen, ver weg van zijn familie. Mijn moeder is al zes jaar aan het vechten, ook dat geeft me moed. Weinig mensen begrijpen onze situatie echt. Mijn vrienden hebben hun eigen leven en hun eigen problemen. Maar ik denk dat wat wij doormaken een veel grotere last is om te dragen. Er zitten nog andere Iraniërs met een dubbele nationaliteit in Iran vast op beschuldiging van spionage. Maar ook hun situatie verschilt: mijn vader werd veroordeeld tot de dood, zij kregen een celstraf.

“We hebben veel aan de massale steunbetuigingen. Uit de hele wereld krijgen we berichten, niet alleen van zijn collega’s en vrienden, maar ook van onbekenden die geraakt zijn door zijn zaak. Ik herinner me dat in november 2020 in Brussel een grote foto van hem werd tentoongesteld op een gebouw (op Hotel Continental, waar vroeger de Coca-Cola-lichtreclame stond, red.) en dat er overal posters hingen. Het helpt ons om ons geloof in de mensheid niet te verliezen.”

Ook politici sprongen in de bres voor je vader. Vorig jaar schreef je een brief aan de Vlaamse minister-president Jan Jambon.

Djalali: “Ik heb een hele hoop brieven naar Belgische parlementsleden en politici gestuurd. Ze zeiden dat ze met de zaak begaan waren en dat ze zich zouden inzetten. Dat is goed, natuurlijk, maar zolang hij niet thuis is, wordt er niet voldoende gedaan en moet iedereen een tandje bij steken.”

Je vroeg aan Jan Jambon of je vader niet de Belgische nationaliteit kon krijgen.

Djalali: “Hij heeft in 2018 de Zweedse nationaliteit gekregen. Dat maakte al een groot verschil, want daardoor kon Zweden zich rechtstreeks bemoeien met zijn zaak. Iran houdt geen rekening met die dubbele nationaliteit, daar is hij gewoon Iraniër. Maar ik denk wel dat het helpt dat hij een EU-onderdaan is. Daarom vroeg ik ook of hij geen Belg kon worden. Tenslotte heeft hij via de VUB een band met België. Nog een land dat druk uitoefent, zou misschien helpen, hoopte ik. Maar ik heb er niets meer over gehoord. Dat vond ik wel jammer.”

Denk je dat het iets had kunnen uitmaken?

Djalali (haalt schouders op): “Misschien. Misschien ook niet. Mogelijk zullen we het nooit weten.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234