Dinsdag 29/11/2022

DM Kop mager

In 1960 verscheen bij Regency House, een pulpuitgeverij, de roman De scene van de zwarte Amerikaanse auteur Clarence Cooper jr. (°1934). Het boek bleef toen niet geheel onopgemerkt, maar bij zijn dood in 1978 was Cooper een verlaten en vergeten man, weggestopt in een YMCA in New York. Een schrijver wiens zes boeken geen van alle nog ergens te krijgen waren.

Daar komt nu verandering in: de laatste jaren krijgen Afro-Amerikaanse auteurs meer aandacht, niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in Groot-Brittannië en in Frankrijk. En bij ons, dankzij de Nederlandse uitgeverij Vassallucci met haar reeks 'Payback': "In de jaren zestig zijn fantastische - maar onopgemerkte - boeken geschreven door een groot aantal Afro-Amerikaanse auteurs, die wij via deze serie aan de vergetelheid willen ontrukken."

Clarence Cooper schrijft over de rauwheid van het leven in het getto. Hij kent het heroïnemilieu als geen ander; kort na het verschijnen van De scene zit hij zelf een gevangenisstraf uit. Hij is zijn hele leven lang zwaar verslaafd en kent de Amerikaanse gevangenissen sinds zijn tienerleeftijd. In De scene stelt hij scherp op de tragische, onherroepelijke herhaling van drama's, generatie na generatie.

De buurt waar het boek zich afspeelt is geografisch gemakkelijk af te lijnen: "Vanaf dat punt strekte de scene zich uit in een eindeloos rood, met in de gapende zwarte wonden van elk pand de dodenmaskers van de hoeren." Je kunt er makkelijker aan heroïne komen dan aan penicilline. Heroïne wordt gezien als dè mogelijkheid om de grauwheid te ontvluchten: de illusie van een rijk leven. Gezinnetje stichten, snel rijk worden, wegvluchten van de buurt, dat is wat dealer Rudy Black voor ogen heeft: "Toen ik met je trouwde, heb ik tegen je gezegd dat ik vooruit wilde in de wereld. Die stegen en achterbuurten ben ik spuugzat!"

De politie beslist op een dag dat het nu echt wel genoeg is geweest. De opdracht luidt: iedere verslaafde en iedere drugshandelaar zo snel mogelijk oppakken en achter de tralies zetten. Rudy voorvoelt de hele zaak: "het hing in de lucht, net als de geur van de dood". Er volgen arrestaties, er wordt geklikt, er vallen doden, de politie blijkt corrupt, de prijs van de heroïne stijgt, maar boven alles is er angst en paniek: "De Paniek was gekomen. De tijd van Geen Dope. De tijd dat de junks de drugstores binnendromden om pijnstillende tinctuur te kopen, die ze verwarmden om de zoetigheid tot bruine massa te verkoken vanwege de opium die erin zat, om druppelaar na druppelaar in hun aderen te spuiten totdat hun armen rood opgezwollen waren en hun pijn even wat minder was."

Cooper schrijft in De scene vanuit verschillende standpunten: dat van de commissaris, de verslaafde, de dealer, de heroïnehoer. Allen hebben ze dit gemeen: de dwangmatige verslaving die alles en iedereen meezuigt in zijn dodelijke dynamiek.

Merkwaardig is de beschrijving van één plek in de buurt waar de Paniek geen vat op krijgt, het jeugdcentrum. Een zelfingenomen jeugdwerker prijst zijn jongens en meisjes, die er leren hun eigen kwaliteiten te ontdekken en op te komen voor zichzelf. "De jongelui, onder de bezielende leiding van een zwaargebouwde neger, waren zich niet bewust van het enorme potentieel aan goedheid dat ze vertegenwoordigden in de kwade maalstroom van de scene. De scene was overal om hen heen, maar was merkwaardig genoeg niet uit op onderdak in het jeugdcentrum. Daarvoor straalde het centrum te veel zindelijk leven uit, en zindelijk leven was voor de mensen van de scene een gruwel, en net zo dodelijk als de onpersoonlijke meedogenloosheid van de Paniek." De jeugdwerker ziet zijn centrum als een fatsoenlijk oord midden in de jungle. De politiemensen noemen hem een opgeblazen betweter. De pretentie van de pedagogische correctheid slaat een mal figuur in de confrontatie met allesoverstijgend onheil.

Cooper weet in De scene op een adembenemende manier het drama van het gettobestaan op te roepen. De goorheid van de tekst is overrompelend, de morbide actie onontkoombaar. Op het einde lijkt de dopescene in de hele stad op haar gat te liggen. Maar twee junkies weten dat dat maar van korte duur zal zijn: "Dat is nou de kern van de zaak. Niemand kan ons ooit zeggen waarom we het niet zouden moeten doen."

Clarence Cooper jr. (uit het Engels vertaald door Irving Pardoen), De scene, Vassallucci, Amsterdam, 358 p., 598 frank.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234