Zondag 17/10/2021

Dit zijn ritten die het verschil maken tussen jongens en mannen

Vervolg van 32

Nederlandse collega’s, een auto vol, deden het in 2002 toch. De flessen veilig de koffers in. Maar er wachtten hen nog twee weken Tour, door de zomerse hitte van Frankrijk, het dal in, cols op en af, draaien en keren en schokken en schudden. Ineens bang-bang-bang: flessen ontploft, kleren vol scherven, hemden en sokken en slips geurend naar het al snel niet meer zo frisse zuur van de champagne. Niet alleen de Nicky Sörensens van deze wereld halen dus voordeel uit hun ervaring.Eergisteren was het bijvoorbeeld aankomst in Saint-Fargeau. Dat is een dorp, minder zelfs: een gehucht, met 1.600 mensen en een kasteel dat de toeristische dienst van die godvergeten regio zonodig wil promoten. Meer dan de helft van de inwoners was pensioengerechigd. Ze kregen allemaal eenzelfde T-shirt om het lijf, eenzelfde pet op het hoofd en eenzelfde accreditiebadge om de hals. Zij ‘moesten’ (ze deden het natuurlijk wat graag) de duizenden voertuigen en hun inzittenden van de Tourkaravaan door hun dorp loodsen. Op die veldweg werd de reclamekaravaan gegroepeerd, in die graskant mochten de ploegbussen proberen te parkeren, en invités en VIP’s zagen hun glimmende schoeisel elke pas doffer worden van de tocht over landelijke wegels richting eretribune. De Pers mocht parkeren in een weide en werken in een tent. ‘Sous chapiteau’, noemen ze hier zo’n tent met plankenvloer. Met een heus château erbij klinkt dat haast voornaam.

Kingsize toilet

Alleen het toilet was waarlijk kingsize: een heel bos met duizenden bomen (voor de mannen) en best hoge en dichte varens (voor de vrouwen). U denkt dat wij klagen? Allerminst. De regel is: hoe groter de vertrek- en aankomstplaats, hoe anoniemer de opvang. Hoe kleiner het gehucht, de vlek, hoe persoonlijker en feestelijker de ontvangst. In Marseille, Barcelona of Monaco is de Tour nooit meer dan een randgebeuren en zijn de leden van de karavaan vooral hinderlijke figuranten. In Saint-Fargeau waren we hooggeëerde gasten. In Barcelona waren er een paar koekjes en gelukkig veel water om een hele dag de honger te stillen. Schraalhans is dan koning, maar de Saint-Fargeaus van deze wereld maken veel goed. Een buffet alsof de Président de la République in aantocht was, met paté van hert geaffineerd in bourgognewijn, fijne worst dooraderd met foie gras, en een paar glazen uitstekende chablis. Glaasjes. Dat is natuurlijk niet altijd zo. Aankomst in Vittel, dus rijden richting kuuroord. Gratis mineraalwater in overvloed, een paar gezondheidsboterhammetjes ook - flinterdunne hesp vinden ze hier het culinaire summum - en dan tikken. Schrijven over een rit die, zo dachten we toen nog, het verslaggeven niet waard was.Tot de tijden van het eerste wedstrijduur bekend raakten, mond aan mond, en ogen groot geopend werden. Het eerste uur was er namelijk gekoerst met een hallucinante snelheid van... 47,9 kilometer per uur. De ene ontsnapping volgde op de andere, intussen was er een tussensprint waarin Cavendish andermaal Hushovd afdroogde in de strijd om groen, en omdat een veel te grote en te diverse groep weg raakte, begon Astana te jagen. En hoewel nijdige hellingen kwamen, bleef zowel het tempo als de nervositeit (te) hoog. En ineens was Mikel Astarloza weg, en sprong Cadel Evans mee, en Andy Schleck, en zelfs Levi Leipheimer. En dat was natuurlijk het sein om voluit te gaan - ook het tweede uur haalde, ondanks het geaccidenteerde parcours, moeiteloos een gemiddelde van 45,7 kilometer per uur. Grappig, en tekenend voor de verwarring, het zenuwslopende spel van meespringen, counteren, kijken en gaan, was dat alle grote namen achteraf verklaarden dat niet zij begonnen waren, als was demarreren iets wat alleen een klein kind doet. Leipheimer: “Ik zag Schleck gaan en heb gewoon mijn verantwoordelijk genomen. Dit was gevaarlijk, ik sprong mee.” Schleck: “Ik ging helemaal niet. Ik zag Evans en Leipheimer voorin en heb gewoon gevolgd. Ik sprong mee.”Alleen Cadel Evans gaf toe dat hij er mee de beuk in gooide. Maar zelfs dan was dat alleen omdat er gereden ‘werd’ - let op het handig gebruik van het passief: “Het was echt crazy zoals er gestart werd. Er werd gedemarreerd alsof we al voor de zege spurtten. Ik heb niet geaarzeld en ben er ook ingevlogen. Eén keer had ik Leipheimer mee, één keer Contador. Ik kan je zeggen dat de Spanjaard heel sterk bezig is.”Maar aan alle uitbundigheid komt een einde. Men kan niet blijven gaan, zo ondervonden debutanten als Greg Van Avermaet - “zo veel keer mee voorin, behalve toen de goede trein vertrok. Toen moest ik passen” - als ervaren rotten als Jens Voigt, nog altijd paraat bij opstootjes als deze: “Maar ik kon niet meer. De vermoeidheid, zeker bij deze temperaturen. Wat doe je dan? Terug het peloton in. Another day at the office.”

Knagen aan reserves

Waarmee ook het sportieve nut - jawel - van overgangsritten meteen duidelijk is. Het zijn onzichtbare vijanden van de renners. Ze ondermijnen de weerstand, ze knagen aan de reserves, ze vreten in op de conditie. Het is het geheime wapen van de Tour de France (en ook wel de Giro en de Vuelta), die niet voor niets drié weken duren, ongeveer het driedubbele van dan Dauphiné Liberé, Ronde van het Baskenland of Parijs-Nice. Maar de grote rondes hebben ‘slechts’ ongeveer dubbel zoveel bergritten en tijdritten. Het grote verschil is dus, merkwaardig genoeg: de overgangsrit. Ritten die het verschil maken tussen mannen en jongens. Ritten waarvoor namelijk alleen de sterksten voldoende weerstand hebben om ze te kunnen verteren, zodat ze zonder al te veel conditionele neergang de finaleweek kunnen aanvatten.En geluk moet er ook altijd bij zijn. In de laatste drie kilometer werd er nog stevig gevallen. Vooral de aanvallers van die ochtend lagen tegen het gras - vraag is of er een oorzakelijk verband bestaat tussen de vroege inspanning en de late val. Kan het zijn dat een tikje vermoeidheid extra zorgt voor een net iets minder alerte kijk? Hoe dan ook zag Levi Leipheimer dat hij het niet hield in een bocht naar links - de Amerikaan gleed uit, tot in de graskant, en zag Michael Rogers met fiets en al over zich heen vliegen. Een ongelukkige val, want zijn pols doet pijn en zijn rechterkant zit onder de schaafwonden. Ook Cadel Evans smakte tegen het asfalt. Beiden zonder tijdsverlies, want de crash vond plaats binnen de laatste drie kilometers.

Balen

Vooral Leipheimer en zijn ploeg Astana baalden zwaar, want morgen staat een deksels verraderlijke Vogezenrit op het programma. Vier cols in de laatste honderd kilometer, best steil en hoog: dat is altijd opletten. Vooral omdat alle ‘grote’ ploegen en renners zeggen dat het eigenlijk te vroeg is voor het Beslissend Offensief: “Pas vanaf de klim naar Verbier, zondag dus, gaat deze Tour zijn finale in.” Maar het wordt zo vaak herhaald, dat het natuurlijk altijd kan dat een schalkaard de koers hard maakt. Al was het maar om anderen nog meer te verzwakken.Bjarne Riis vatte daarom goed samen waarom deze dag, waarop zogezegd niets gebeurde, toch een essentieel onderdeel is van de Tour de France: “Het was heet. Het was snel koersen. Het was lang. En dus was het een erg harde dag.”Zeg dat wel. Want het staat zo gewoon genoteerd: ‘Twaalfde rit. Tonnerre-Vittel. 210 kilometer.’ Let op de afstand. 210 kilometer, dat is net even lang als Gent-Wevelgem, maar langer dan de Omloop Het Nieuwsblad of de Waalse Pijl. En in die klassiekers verloopt de aanloop meestal rustig, terwijl er gisteren keihard gevlamd werd. Riis: “De definitieve vlucht vertrok rond de tachtigste kilometer. Dat was dus geen ontspanning waarin jongens al onder het spandoek vrijgeleide kregen.”Een rit waarin de finale eerst gereden werd, en - helaas - niet in de vijftig laatste kilometers. Nogmaals Riis, dit keer met dat typische monkellachje in zijn mondhoek: “Veel renners zitten op hun tandvlees. De Tour evolueert dus steeds gunstiger voor ons.”De Tour de France bood gisteren slechte televisie, maar een mooi sportief gevecht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234