Dinsdag 15/10/2019

'Dit zijn de kinderen waar je op de tram niet naast wil zien'

Dat Antwerpen steeds meer kansarme leerlingen telt, verbaast niemand in het Stedelijk Lyceum Olympiade op het Kiel. Maar naast de cijfers stemt ook de cultuurstrijd over armoedebeleid somber. 'De stigmatisering heeft een keihard effect.'

Soms hebben ze geen plek om te gaan slapen. Vaker hebben ze geen middageten. Voor Bram Wellens is het dagelijkse kost. Hij staat aan het hoofd van het Stedelijk Lyceum Olympiade. "Negentig procent van onze leerlingen is kansarm. En het worden er steeds meer en meer." Terwijl Wellens praat, rusten zijn gespierde armen op het bureau en kijkt hij af en toe naar buiten. Tientallen leerlingen drommen er in groepjes samen. De drukte van het Kiel bereikt de speelplaats nauwelijks. Maar de harde werkelijkheid kan op school niet volledig worden buitengesloten.

Het Kiel heeft het immers, net als de rest van Antwerpen, moeilijk. Terwijl zo goed als alle andere Vlaamse centrumsteden er minstens een beetje op vooruitgaan, neemt in de Scheldestad de kansarmoede het meest toe. Zo valt op dat het aantal middelbare-schoolleerlingen met een laagopgeleide moeder in vijf jaar tijd met meer dan 6 procent is gestegen. Het aantal leerlingen dat thuis geen Nederlands spreekt, is dezelfde periode met zo'n 11 procent toegenomen. Het betekent dat intussen bijna een op de drie leerlingen in het secundair onderwijs anderstalig is.

"Er zijn eigenlijk geen leerlingen meer zonder rugzak", zegt Wellens. "Zij groeien op in kansarmoede en zien het overal om zich heen. Wij zijn soms ook de eerste school waar een leerling niet binnen het jaar is buitengesmeten. Op die basis voortbouwen, vereist een zoektocht. Je moet daar als leerkracht in geloven, maar je went er niet aan. De problematiek wordt steeds groter. Hier kun je bijvoorbeeld niet altijd op gezagsrelaties vertrouwen en ervan uitgaan dat ze je als leerkracht zomaar respecteren. Maar dat wil niet zeggen dat het rotte karakters zijn. Wij willen zorgzaam zijn zonder het niveau te laten zakken en we willen hen meer kansen geven dan dat hun ouders hebben gehad. We zijn nog altijd zoekende, maar we slagen daar steeds meer in."

Elke schooldag lopen zo'n 570 leerlingen door de gigantische hal van het Stedelijk Lyceum Olympiade. Boven hun hoofd hangt een spandoek waarop de olympische ringen staan afgebeeld. Enkele kernwoorden moeten de filosofie van de school verbeelden. De belangrijkste? 'Warm.' "Dit zijn zulke sterke leerlingen", zegt adjunct-directeur Ann Burm. "Ik vind het soms een mirakel dat ze überhaupt nog naar school komen als je hun voorgeschiedenis kent. De kloof tussen het milieu van de leerkrachten en dat van de leerlingen wordt ook alleen maar groter. Eigenlijk kennen zij ons niet en wij hen niet."

Het is een kloof die niet alleen door het onderwijs loopt. Ook de ambtenarij en de sociale organisaties stuiten er dagelijks op. Of werkt ze, zoals verschillende betrokken getuigen, al dan niet bewust in de hand. "Er wordt door het huidige stadsbestuur gewerkt vanuit een individueel schuldmodel", zegt een verantwoordelijke van een vzw tegen armoede, die bang is om subsidies te verliezen en daarom anoniem wenst te blijven. "Alleen wie het zogezegd echt verdient, krijgt hulp. Al de rest zijn in de ogen van de stad profiteurs. Je ziet elke dag de gevolgen daarvan. Zo merken we hoe de armen het alleen nog maar moeilijker krijgen en de problematiek groeit in plaats van afneemt."

Progressief evangelie

Het zorgt ervoor dat het verhaal van veel Antwerpse scholen, zoals de Olympiade, uiteindelijk bitterzoet is. Wellens en Burm verkondigen er geen progressief evangelie. Ze zijn hoopvol en geloven in een betere toekomst, maar staan met hun voeten in de werkelijkheid. Lang niet al hun leerlingen zijn lieverdjes, zo geven ze zelf toe. En natuurlijk zijn de leerlingen ook verantwoordelijk voor hun eigen toekomst. Maar de samenleving zou hen wel een handje meer mogen helpen.

"In de plaats wordt er gestigmatiseerd en dat heeft een keihard effect op onze leerlingen", zegt Wellens. "Als het over hen gaat, merken we een hardheid op. Natuurlijk krijgen zij dat mee. Ze weten ook wel hoe er wordt gedacht over kansarmen, migranten en het beroepsonderwijs." Hij laat een pauze vallen en kijkt naar Burm. "Eigenlijk is het simpel", zegt ze. "Dit zijn de kinderen waar de mensen op de tram niet naast gaan zitten. Dit zijn de jongeren die ze zien aankomen en voor wie ze snel de straat oversteken of hun handtas steviger vastpakken."

Het zijn dezelfde leerlingen die volgens Wellens soms in onmenselijke omstandigheden moeten leven. Leerlingen die geld moeten krijgen van leerkrachten om eten te kunnen kopen of die, omdat ze nergens naartoe kunnen of thuis geen rust kunnen vinden, nachtenlang in het park hebben geslapen. "Je went daar niet aan. Je kunt daar niet aan wennen. Sterker nog: het wordt steeds meer, steeds groter. Wij kunnen niet alles oplossen, ook omdat we er vaak geen vat op hebben. Veel hangt af van de anderen, zoals de ouders of de overheid."

Oorlog tegen drugs

Maar die stedelijke overheid lijkt andere prioriteiten te hebben. "Antwerpen verwelkomt meer dan elke andere stad arme migranten", zegt een hooggeplaatste ambtenaar, die alleen op voorwaarde van anonimiteit wil getuigen. "Je moet daarop anticiperen als stadsbestuur en dat gebeurt te weinig. Kinderarmoede is vandaag, en ik vind het echt verschrikkelijk dat te moeten zeggen, geen topprioriteit voor de stad. Er wordt hier een oorlog tegen drugs gevoerd. Maar waar blijft die tegen kinderarmoede?"

Wil dit zeggen dat de beleidsverantwoordelijken hun ogen sluiten? Natuurlijk niet. OCMW-voorzitter en schepen van Sociale Zaken Fons Duchateau (N-VA) gaf in het verleden al aan dat hij de omvang van de kinderarmoede "onaanvaardbaar" vindt. Er zijn talloze ambtenaren die aan al even talloze initiatieven werken, maar het overzicht lijkt soms te ontbreken. "Cruciaal is in hoeverre iedereen bereid is om samen te werken", zegt de ambtenaar. "In de praktijk ligt dit zeer moeilijk. Op het hoogste niveau, daar waar het beleidsvoorbereidend werk wordt gedaan, zitten alleen mensen die armoede niet kennen. Ze leven misschien wel mee, maar ze staan er onvoldoende bij stil."

Het werkt de ideologische breuklijn die door Antwerpen loopt verder in de hand. Het zorgt voor een woordenstrijd waarin de werkelijkheid van de kansarme jongeren plotsklaps ver weg lijkt. Het schept ook een sfeer waarin een constructieve samenwerking tussen het stadsbestuur en de vele middenveldorganisaties een stuk minder mogelijk is. En dat terwijl alleen op die manier, zo stelt socioloog Peter Raeymaeckers (UAntwerpen), vooruitgang kan worden geboekt.

"De stad meent dat je armoede zelf moet oplossen. De organisaties kijken daar heel anders naar en zien juist de tekorten, de weeffouten in onze samenleving en willen de Vlaming of Antwerpenaar sensibiliseren voor de kwetsbaarheid van deze jongeren. De schepen van Sociale Zaken kiest voor een ander beleid en probeert complexe problematieken juist alleen aan te pakken. Hij ziet, net als de rest van het college, de middenveldorganisaties als uitvoerders van hun beleid en zij moeten zich maar schikken. Het Gentse stadsbestuur werkt veel meer samen met het middenveld. Zo is het welzijnsoverleg er zeer actief en wordt die expertise ook gebruikt voor het beleid. Die reflex zijn we in Antwerpen kwijtgeraakt."

Ook Raeymaeckers, een expert in lokaal sociaal beleid, meent dat armoede geen topprioriteit is. "Het lokale beleid staat ver af van de realiteit op het terrein en dat vreet aan de draagkracht van arme jongeren en gezinnen. Hulp- en middenveldorganisaties worden zo ondergefinancierd en overbevraagd dat er wachtlijsten ontstaan. Scholen beginnen daardoor vrijwillig taken op te nemen die ze eigenlijk niet moeten doen. Een school uit Borgerhout merkte afgelopen winter bijvoorbeeld op dat nogal wat leerlingen zonder jas naar school kwamen. De directie en de leerkrachten zijn er dan maar zelf gaan voorzien."

Op het kabinet-Duchateau klinkt het dat de schepen inderdaad een andere kijk op armoedebeleid heeft. "Het gaat om een filosofisch verschil", zegt woordvoerder Michael Lescroart. "In onze visie moet de focus voor de grote groep liggen op het overbodig maken van zorg. We maken de hulp minder vrijblijvend en dat levert resultaat op. Al is dat inderdaad een andere kijk dan onder het sp.a-bestuur. Maar stellen dat kinderarmoede geen topprioriteit is, lijkt nogal een dooddoener. Natuurlijk is dat een prioriteit. En als je de evolutie van de armoedecijfers bekijkt, dan kun je je afvragen of het in het verleden wel zo'n prioriteit was. Tegen 2019 zullen er bijvoorbeeld over de hele stad zeventien Huizen van het kind staan, waar hulp gegroepeerd wordt aangeboden."

De leerkrachten en de directie van het Stedelijk Lyceum Olympiade konden daar niet op wachten. Zij hebben uiteindelijk zelf een soort netwerk van huisartsen, jeugdwerkers, therapeuten en de buurtsport opgezet waarin hun leerlingen geholpen worden. "Wij proberen vooral samen te werken met organisaties en minder met instanties, omdat zij met wachtlijsten kampen", zegt Wellens. "Je ziet de noden bij onze leerlingen, maar ze krijgen geen hulp of niet op tijd. Ze zijn niet alleen begeleidingsmoe, maar ook wachtlijstmoe."

Juiste attitude

Op zijn bureau ligt een folder van de Children's Zone. Een initiatief naar New Yorks voorbeeld van schepen Duchateau en schepen van Onderwijs Claude Marinower (Open Vld) waardoor er meer middelen vrijkomen voor opvang en buitenschoolse activiteiten. Zo kunnen kwetsbare leerlingen er bijvoorbeeld meteen na school cursussen dans, talen of muziek volgen. Het Kiel is de komende tijd de eerste proeftuin. Zowel Raeymaeckers als de ambtenaar en de schooldirectie reageren positief, maar blijven op hun hoede.

"Zelf droom ik verder", zegt Wellens. "Van studentenjobs in samenwerking met de VDAB of een uitzendbureau bijvoorbeeld, zodat onze leerlingen de groeimogelijkheden zien. Eigenlijk zien we in het onderwijs de talenten van leerlingen niet zo goed. Het lukt ons nauwelijks te focussen op waar een kind sterk in is als het zwak scoort. Maar door ze de juiste attitude mee te geven, kom je wel ergens. Laatst hoorde ik hoe een aantal van onze jongeren spontaan zijn gaan helpen in een vluchtelingencentrum. Het toont voor mij dat zij kwaliteiten hebben die wij in een ouderwetse context niet zouden hebben gezien, maar die komen bovendrijven in een buitenschoolse omgeving. Het begint bij de school, maar de politiek en de samenleving moeten ook in deze jongeren geloven. Anders blijven we maar brandjes blussen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234