Zondag 23/02/2020

Gevechtsvliegtuigen

Dit zijn de gevechtsvliegtuigen die meedingen naar het legercontract van de eeuw

Vlnr: Eurofighter Typhoon (Brits-Duits-Spaans-Italiaans), F-35 (Amerikaans) en Dassault Rafale (Frans)Beeld collage DM

Na jaren trouwe dienst zijn de Belgische F-16’s klaar voor de schroothoop. Vanaf woensdag beslissen het leger en de regering-Michel wie de opvolger mag leveren. Amerikaanse, Britse en Franse wapenreuzen lobbyen zich te pletter om het miljardencontract binnen te halen.

Op 28 maart 2012 houdt de Belgian Air Force Association (BAFA) haar eerste algemene vergadering. De nieuwe vzw voor bestaand en gewezen luchtmachtpersoneel heeft als eerste gastspreker een oud-generaal van de VS-luchtmacht op de agenda staan. Bob D. DuLaney werkt intussen voor Lockheed Martin, een van de grootste wapenfabrikanten en vliegtuigbouwers ter wereld. Hij komt er op de vraag van BAFA spreken over de F-35.

Het eerste gevechtsvliegtuig van de ‘vijfde generatie’ wordt door DuLaney aangeprezen voor zijn radarverhullende ‘Stealth’-capaciteiten, een unieke eigenschap. Ondanks de torenhoge ontwikkelingskosten in de VS, waar de Rekenkamer van het Congres ook vandaag nog vragen bij stelt, zal het toestel niet veel later ook op de radar komen van onze luchtmacht-top als een favoriet om onze 54 F-16’s vanaf 2023 te vervangen.

En deze bewondering is niet verwonderlijk. Lockheed Martin is bij de luchtmacht kind aan huis. Al meer dan een halve eeuw. Het aanwezige luchtmachtpersoneel op de BAFA-avond denkt bij de Amerikaanse gevechtsvliegtuigbouwer niet alleen nostalgisch aan het succesverhaal van ‘hun’ F-16 maar ook aan het C-130-transportvliegtuig en de vroegere turbojet Starfighter, die nu samen met andere toestellen in de nabije toonzaal van het luchtvaartmuseum stof verzamelt.

Tussen 2023 en 2028 zal daar ook de laatste van onze F16-vloot terechtkomen, die op zijn hoogtepunt zo’n 144 toestellen sterk was en uitzonderlijk lang wist te renderen. “Wij vliegen nu liefst vijftig jaar met F16’s die ‘9G’ moeten weerstaan, toestellen waarin piloten en toestel voortdurend negen keer hun gewicht moeten torsen. Voor het vliegtuig zelf is dat méér dan tien ton. We hebben onze investering van toen dus ruimschoots terugverdiend”, zegt BAFA-voorzitter Guido Vanhecke, gewezen luchtmachtgeneraal, oud-stafchef van de luchtmacht én F16-piloot, vandaag.

“We moeten ook nu op zo’n lange termijn denken. De eerste opvolger van de F-16 kan ten vroegste tegen 2025 worden geleverd en zal zeker moeten meegaan tot 2065. Daarom is het zo belangrijk dat we een vliegtuig kopen dat duurzaam is voor onze piloten en Defensie. Als je nu iets koopt dat niet kan inspelen op de uitdagingen van de toekomstige conflicten, dan teken je de dood van onze luchtmacht. Dat is voor mij de essentie.”

Omdat deze beslissing door de technologische evoluties zo moeilijk is en enorm duur in tijden van krimpende defensiebudgetten, besliste de huidige coalitie om nu maar 34 toestellen aan te kopen, volgens ervaringsdeskundigen als Vanhecke het absolute minimum om veilige luchtsteun te kunnen blijven geven aan onze grondtroepen en NAVO-bondgenoten in harm’s way.

‘Vijftien miljard euro’

Vanaf komende woensdag buigt de aankoopdienst van onze Defensie zich over het ‘finale en beste aanbod’ van de laatste vliegtuigbouwers die met steun van hun regeringen nog meedingen naar ons ‘defensiecontract van de eeuw’: Lockheed Martin met zijn F35, en een Brits-Duits-Spaans-Italiaans consortium onder leiding van BAE Systems met de Eurofighter Typhoon. In het afgelopen jaar trokken andere vliegtuigbouwers zich met hangende pootjes terug, zoals de Zweedse Gripen van Saab, de Amerikaanse F-18 van Boeing en de Franse Rafale van Dassault, dat vervolgens terug in de ring probeerde te treden.

De inzet voor onze defensie en begroting is enorm, zowel financieel als strategisch. Er is een aankoopbedrag mee gemoeid van om en nabij de 3,6 miljard euro maar dat is zonder de kosten van training, onderhoud en noodzakelijke upgrades gerekend. Kolonel Harry Van Pee, die het dossier beheert, zei in de Kamercommissie Defensie dat de totale kost over de hele levensduurte van de toestellen kan oplopen “tot 15 miljard euro”.

“Het is heel moeilijk om tot vaste bedragen te komen omdat de betalingen gespreid zijn in tijd en verre toekomst”, voegt Defensie-begrotingsexpert Alexander Mattelaer (denktank Egmont) daar aan toe. “Het bedrag van 3,6 miljard euro is wat er in de Militaire Programmatiewet is ingeschreven, maar met de koopkracht van euro’s uit 2015. Je moet rekening houden met de inflatie-projectie. Daarom ligt het reële vastleggingsbedrag gevoelig hoger.”

Tegelijk wacht de Belgische economie wel een terugverdieneffect door compensaties die de verkopende luchtvaartproducenten beloven aan Belgische technologiebedrijven, in de vorm van contracten voor vliegtuigonderdelen of hightech producten. In tegenstelling tot vroeger streng geregeld door het EU-mededingingsbeleid, mogen ze wel maar voor 10 procent meewegen in de offerte. Beide vliegtuigbouwers sloten daarom al voorwaardelijke samenwerkingsakkoorden met Belgische bedrijven. Er worden ronkende beloftes gedaan van investeringen en jobs. Er is sprake van terugverdieneffecten van boven de 19 miljard euro voor de economie, tot 2040.

Het zijn cijfers om van te duizelen maar oud-luchtmachtgeneraal Jo Coelmont, vandaag onderzoeker aan Egmont, zegt dat we het einddoel niet uit het oog mogen verliezen: wat voor hem telt is een vliegtuigbouwer én partnerland op wie je veertig jaar letterlijk en figuurlijk moet kunnen rekenen.

“Het is niet zoals een gezin dat een wagen koopt voor vijf jaar”, vergelijkt hij, “je koopt Formule 1-bolides mét garage, ingenieurs en scholing voor de piloten. Hoe korter de voorspelde levenscyclus van het gekochte toestel, hoe duurder het zal zijn. Hoe langer, hoe goedkoper. Net zoals met de F16-partnerlanden destijds moeten we garanties krijgen dat we om veiligheids- of economische redenen toestellen gelijktijdig kunnen aanpassen. Je koopt dus méér dan een vliegtuig, je kiest een kamergenoot voor veertig jaar.”

Oud-generaal Vanhecke geeft een voorbeeld van zo’n schaalvoordeel. “Net voor de Kosovo-oorlog hadden we dringend precisiebommen en Mavericks nodig. Eén telefoontje naar mijn collega’s van F-16-partnerlanden Nederland en VS volstond om ze binnen 48 uur geleverd te krijgen.” En recent deden België en Nederland afwisselend operaties in Irak en Syrië vanuit Jordanië om kosten te delen.

Welke wapenbroeders?

We verbinden ons dus aan ‘wapenbroeders’ maar wie hoort dan bij welk toestel? Voor de F-35 zijn dat op dit moment naast de Verenigde Staten de kleinere NAVO- en Europese F-16-partners Nederland, Denemarken en Noorwegen – al kopen ook het Verenigd Koninkrijk en Italië al een deel van deze toestellen. De Eurofighter Typhoon wordt nu vooral gebruikt door het VK en Duitsland, twee van de grotere Europese veiligheidsspelers.

Beide allianties worden energiek gepromoot door hun regeringen, met wie ons land het partnerschap moet aangaan. Zo lieten zowel de Britse ambassade, namens de Eurofighter, als de VS-ambassade, namens de F35, cockpitsimulators aanrukken waarin gasten van recepties konden plaatsnemen om het vliegtuig eens ‘uit te proberen’.

Proefondervindelijk voelt zo’n simulator aan als een gesofisticeerd computerspel. Maar, wie daarna wat verderop de lege modellen op de grond ziet liggen van de nieuwste precisiebommen, beseft snel dat dit voor jonge piloten dagelijks bittere ernst is. Over deze ‘Fog of War’ wordt niet gerept in de glanzende brochures van de grote public-affairskantoren, die de bouwers onder de arm namen om vooral de laatste technologische evoluties van hun project in de verf te zetten.

Wie niet alleen naar de vele zegeberichten maar ook naar militairen en politici luistert, voelt intussen dat de race nog niet gelopen is. De laatste twee toestellen in de aanbesteding hebben in Defensiekringen zowel fans als critici. Zo kijken sommigen verontrust naar Nederland, waar er al veel kritiek is op de oplopende ontwikkelingskosten van de F-35 – het ‘Joint Strike Fighter-project’ waarin Den Haag sinds 2001 met belastinggeld risicokapitalen investeerde. Voor ons land, hoor je dan bij de fans, speelt dat minder mee omdat Defensie afgewerkte toestellen off the shelf zal kopen uit een toonzaal waar je het vaste prijskaartje ziet.

Maar, waarschuwen de critici, de toekomstige kost van noodzakelijke upgrades blijft een onzekere factor voor elke keuze die men maakt. Deze kost wordt immers afhankelijk van het aantal vliegtuigen dat wereldwijd in gebruik komt.

Bij de Eurofighter Typhoon hoor je dan weer de bedenking dat het vliegtuig nog wortelt in de vorige generatie. Oud-generaal Vanhecke: “Als de F16 een vierde-generatietoestel is, dan is de Eurofighter een vierde generatie B. Hij beschikt weliswaar al over precisiebommen en ECM (elektronische stoorsystemen) maar nog niet over de Stealth-capaciteiten die de F-35 wel heeft. Die heb je volgens mij nu broodnodig omdat ook de luchtafweer onder invloed van Rusland razendsnel efficiënter en gevaarlijker wordt en zij die kwistig verkopen aan regimes waarmee wij riskeren in botsing te komen.”

Belgische F-16’s komen terug van Operation Desert Falcon. Beeld BELGA

Ook vreest Vanhecke dat de goede samenwerking met de huidige F16-partners zou afspringen. “Het zou heel wat moeilijker en duurder zijn als we in de toekomst met een verschillend toestel zouden opereren. Hoe meer landen met eenzelfde toestel vliegen, hoe makkelijker je materiaal uitwisselt in crisissituaties.” Oud-generaal Coelmont nuanceert: “Als we blijven samenwerken met Nederland is eenzelfde toestel een hulp om thuis te komen in dezelfde stal maar geen conditio sine qua non. Zolang we allebei maar met een F1-wagen rijden.”

Daarom vielen de andere vliegtuigbouwers eerder af. Zij boden bij wijze van spreken rallywagens aan, snel en goed, maar voor andere terreinvereisten. Bij Frankrijk speelden ook andere motieven mee. Zij zijn vandaag de hond in het kegelspel. Producent Dassault, dat de Rafale verkoopt waarmee het Franse leger al jaren vliegt, stapte in december vorig jaar onverwacht uit de aanbesteding. Vervolgens deden ze onze regering een nieuw aanbod, buiten de procedure om.

In Belgische Defensiekringen gaan ze er nu van uit dat Dassault de keuze maakte omdat onze aanbestedingsprocedure te véél openheid vroeg over de prijszetting. “Men was onze transparantie niet gewoon en omdat men al contracten had lopen met Egypte en India was men bang dat er vragen zouden komen over de prijszetting van bestaande contracten”, zegt Mattelaer. Voor de goede verstaander: de Fransen zouden bang zijn geweest dat hoge kosten en winstmarges aan het licht zouden komen.

Binnen de regering-Michel denkt men daarom niet dat de Fransen woensdag nog een laatste bod zullen uitbrengen. Dat is sowieso ook moeilijk: de procedure loopt al. Met Lockheed Martin en BAE is het aankoopteam van het Belgisch leger sinds december in overleg. Er worden onderling gegevens uitgewisseld, vragen gesteld en testen uitgevoerd in simulators.

Met Dassault is er momenteel geen enkel contact, al komt hun CEO dinsdag wel nog naar België. Defensieminister Vandeput (N-VA) heeft intussen twee adviezen – een van de juridische dienst van het leger en een van advocatenkantoor Stibbe – waaruit blijkt dat het Franse tegenaanbod niet wettelijk is. Het was een Franse beslissing om de procedure niet te respecteren. Als Frankrijk nu toch nog zou mogen meedingen naar het contract, stellen de juristen, dan zou dit het gelijkheidsbeginsel schenden en dan kan België juridische claims vanuit de VS en het VK verwachten.

De vraag is dan waarom de regering-Michel voorlopig Frankrijk ook niet officieel wandelen stuurt. Het antwoord daarop is dat zo’n ‘non merci’-diplomatiek te gevoelig ligt. De liefde tussen Charles Michel en zijn MR voor Parijs is groot en die liefde is alleen maar groter geworden sinds het aantreden van Emmanuel Macron. De premier laat de zaak liever uitdoven. “Nu kan hij zeggen: het is die Vlaming Vandeput die niet meewil. Dat komt hem goed uit”, analyseert een bron.

Vandeput zelf lijkt er zich ook niet aan te storen. Toen Dassault eind vorig jaar met veel poeha bekendmaakte dat België bij de keuze voor de Rafale 20 miljard euro zou terugverdienen met compensaties, antwoordde de N-VA’er vanaf zijn vakantieadres kort en bondig: ‘Dit is te mooi om waar te zijn.’ Veelzeggend: het kabinet-Michel, dat anders altijd heel snel is om ministers of hun woordvoerders informeel vermanend op te bellen als ze te fel communiceren, liet die dag naar verluidt niets van zich horen.

Een ander argument dat tegen de Rafale pleit, en voor de anderen: in het Westen vliegt bijna niemand met Rafales. Frankrijk verkoopt vooral toestellen in het Midden-Oosten en Azië. Dat terwijl de F-35 en de Eurofighter deel uit maken van een hele reeks Europese luchtmachten. “Wie vliegt er met Rafales? Niemand”, sneert een ingewijde. “Saudi-Arabië en Egypte hebben Rafales, ja dat klopt, maar daar gaan we echt nooit een militaire samenwerking mee aan.”

Naar één EU-gevechtsvliegtuig?

Het globale exportmodel van de F-35 daarentegen heeft intussen ook Europese politici en industriëlen aan het denken gezet. Wat als de EU zelf een gelijkaardig gevechtsvliegtuig van de vijfde generatie ontwikkelt, zeg maar het Europese antwoord op de F35? Of een zesde generatie? Voor Frans president Macron en Duits bondskanselier Merkel is deze denkpiste geen taboe meer.

De omslag in het denken is versneld sinds VS-president Donald Trump vele NAVO-lidstaten (waaronder België) de mantel uitveegde omdat ze aan de alliantie te weinig bijdragen. Tegelijk nam de EU-defensie een hoge vlucht, door de ‘permanente defensie- en veiligheidssamenwerking’ die eind vorig jaar het licht zag.

Daarom zijn er in Belgische Defensiekringen pleitbezorgers om de politieke keuze te maken om nu een Europees toestel te kiezen, om al in een industrieel partnerschap te zitten wanneer het nieuwe EU-project vleugels krijgt. Andere gesprekspartners waarschuwen voor de tijdsvalstrik. Mattelaer: “Zo’n nieuw project is veelbelovend maar het gaat uiteindelijk maar om de opvolging van de huidige generatie Eurofighter en Rafale die na 2040 wordt uitgefaseerd. Pas tegen dan zal het concreet worden.”

Oud-stafchef Vanhecke, beslist: “We moeten nu niet voor of tegen president Trump kiezen, hè, die blijft maar vier of acht jaar zitten”. En dan, mijmerend: “De laatste keer dat ik aan de muur met gesneuvelde luchtmachtpiloten stond, heb ik het nog gezegd: er zijn meer dan 146 Belgische piloten omgekomen in bevolen luchtdienst sinds 1960, ook bij ongevallen. Ik wil geen nieuwe namen op de muur zien. Daarom moeten de politici nu de objectieve analyse volgen die de militaire aankoopdienst maakt. Het gaat om meer dan economische compensaties.”

Maandag aflevering 2: Hoe zit het met de economische return?

Nieuw Agusta-schandaal vermijden

We moeten er niet flauw over doen: België heeft een twijfelachtige reputatie als het op legeraankopen aankomt. Het Agusta-schandaal, waarbij de socialistische partij eind jaren 80 steekpenningen ontving van de Italiaanse helikopterbouwer Agusta, kent iedereen. Maar de lijst is nog veel langer. Van de ‘obussenaffaire’ midden jaren 80, toen de FBI achterhaalde dat een Amerikaanse wapenproducent miljoenen dollars ‘commissiegeld’ had betaald, onder meer aan een officier van de aankoopdienst van het Belgisch leger. Tot de beruchte tankkanonnen van PS-minister André Flahaut, proppenschieters die tien jaar geleden werden aangekocht met maar één aanwijsbare reden: ze kwamen uit Wallonië.

Om wantoestanden te vermijden bij de vervanging van de F-16’s besloot de regering-Michel in 2015 om deze ‘aankoop van de eeuw’ te laten verlopen via een Request for Government Proposal (RfGP). In mensentaal: een aanbesteding, niet alleen om vliegtuigen te kopen, maar ook om een militair partnerschap op te starten. De regering schreef hiervoor vijf constructeurs uit vier landen aan, waarmee ze zich zag samenwerken: Lockheed Martin (F35) en Boeing (F18) uit de VS, BAE Systems (Eurofighter) uit het VK, Saab (Gripen) uit Zweden en Dassault (Rafale) uit Frankrijk. Alleen Lockheed Martin en BAE dienden in december 2017 een officieel voorstel in voor de vervanging van de F-16’s. Dassault deed een voorstel buiten de procedure om. Woensdag zullen Lockheed Martin en BAE hun definitief voorstel inleveren.

De evaluatie van die voorstellen zal een drie à viertal maanden duren. Een speciaal team binnen het Belgisch leger behartigt het dossier. Dit team bestaat uit 30 militairen, aangevuld met drie medewerkers van de overheidsdienst Financiën. Zij zullen, elk naargelang hun eigen expertise, de voorstellen van Lockheed Martin en BAE beoordelen. De regering legde vorig jaar al de criteria vast aan de hand waarvan dit moet gebeuren. Zo zal – uiteraard – rekening gehouden worden met de vliegkunsten en de prijs van de F-35 en de Eurofighter. Maar ook de voor- en nadelen van een partnerschap met de VS of het VK tellen mee. Net zoals de economische compensaties die tegenover de koop staan.

Het is de bedoeling dat de regering-Michel tegen de zomer bekendmaakt met wie ze in zee gaat. Al zit er een – mogelijk enorme – adder onder het gras. Ondanks de ingewikkelde procedure die nu doorlopen wordt, is de politiek finaal niet gebonden aan die procedure en het resultaat ervan.

De regering kan autonoom beslissen om eender welke constructeur aan te duiden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234