Zondag 29/11/2020

Zo zien auteurs de toekomst

‘Dit virus is een aardige brandstof voor iets wat ze vroeger een socialistische revolte noemden’

In Amsterdam experimenteert de Nederlandse kunstinstelling Mediamatic met 'Serres Séparées', waarbij je op restaurant gaat in serres.Beeld AFP

Alessandro Baricco, de visionair onder de hedendaagse schrijvers, deed onlangs een opmerkelijke oproep: ‘We zijn nu lang genoeg bang en voorzichtig geweest’, schreef hij in de Italiaanse krant La Repubblica. ‘De tijd is gekomen om vermetel te worden. Schrijvers en denkers: onderdruk uw natuurlijke neiging tot gelatenheid en pessimisme, kijk het beest dat coronacrisis heet recht in de ogen, lees de chaos en bedenk de toekomst!’ We schoven de opdracht door naar Vlaamse en Nederlandse schrijvers. 

ILJA LEONARD Pfeijffer:  ‘HET VIRUS VERGROOT DE ONGELIJKHEID NOG’

De Nederlandse schrijver van ‘La Superba’ en ‘Grand Hotel Europa’ aanschouwt en doorstaat de coronacrisis vanop de eerste rij, in zijn geliefde Genua, met zijn Stella aan zijn zijde.

Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Nu brengen de jongere mensen offers om de ouderen te beschermen, maar gaan ze dat blijven doen?’Beeld Tim Dirven

Ilja Leonard Pfeijffer: “Zonder Stella zou ik het niet uithouden. Hier in Italië was dat verplicht isolement best heftig, hoor. Een ommetje maken in de stad om wat inspiratie uit de gezonde buitenlucht te zuigen: verboden. Om de straat op te gaan, moest je een geldige reden hebben, dat kon alleen maar als je levensnoodzakelijke zaken moest inslaan. De regels zijn nu versoepeld, maar als je ze met de voeten treedt, krijg je, naast een boete van een paar duizend euro, ook een oneervolle vermelding op je strafblad. Voor het leven gebrandmerkt als een antisociaal sujet!

“Nu, ik vind dit ook niet het moment om te rebelleren. Het zijn zorgelijke tijden. In de uitgebreide familie van Stella is één iemand overleden aan Covid-19, en in onze vriendenkring zijn een stuk of acht mensen ziek geworden, al zijn die aan de beterhand. Dus ik snap de maatregelen, ik keur ze goed en ik hou me er braaf aan. Ook al is dat lastig, met de lente die in volle pracht doorbreekt.”

U hebt nu veel tijd om na te denken over wat er uit de coronacrisis kan voortkomen, ten goede en ten kwade.

Pfeijffer: “Ik denk daar zelfs voortdurend en diep over na. Maar dat wil niet zeggen dat ik al precies weet wat er zal gebeuren. Dat de impact enorm en wereldomspannend zal zijn, is duidelijk. Ik heb angsten en ik heb hoop. Om met het hoopvolle te beginnen: we leren nu de waarde van solidariteit weer kennen. Dat is iets wat we niet moeten vergeten als we ooit nog eens terugkeren naar de normaliteit. Wat ik ook als een hoopvolle ontwikkeling zie, is dat deze crisis de populistische politici en partijen met lege handen achterlaat. De afgelopen weken is heel erg duidelijk geworden dat we er niet komen met meningen uit de onderbuik, dat er ook feiten bestaan en dat we deskundigen en specialisten nodig hebben. Er is nu even geen behoefte aan fake news en kretologie. En nationalisme biedt al evenmin uitkomst. We gaan dit nooit kunnen oplossen zonder internationale samenwerking.

“Mijn grootste vrees is dat het nog wel even kan duren vooraleer de normaliteit terugkeert. Als ze al ooit terugkeert. Gezaghebbende wetenschappers geven toe dat er geen pasklare exitstrategie met enige succesgarantie bestaat. Men bestudeert en becijfert scenario’s, maar ik lees dat in geen van die scenario’s de exit minder dan twee jaar duurt. Dat vind ik angstaanjagend.”

Vreest u een soort permanente noodtoestand?

Pfeijffer: “Ja. Een situatie waarin we allerlei zwaar bevochten vrijheden en burgerrechten moeten inleveren in naam van de volksgezondheid. Je zou het een gezondheidsdictatuur kunnen noemen. Zeker als we straks verplicht worden die app te gebruiken die nu al in voege is in China; een programma dat al onze gezondheidsdata verzamelt en al onze contacten scant. Zodat wie in contact is gekomen met een besmette persoon, tijdig in quarantaine kan worden gezet. Dat lijkt nu wel verstandig, maar het is ook een heel verregaande inbreuk op de privacy. We weten bijvoorbeeld dat mensen met overgewicht een hoger risico lopen om te overlijden aan Covid-19. En mensen met overgewicht die roken, zoals ik, lopen nog meer gevaar. Wie zegt dat de ziekenhuizen, die sowieso overbelast zijn, straks niet de voorkeur geven aan de minder hopeloze gevallen als ze moeten kiezen wie ze redden en wie niet? Men zal het mij niet euvel duiden dat ik dat geen prettig vooruitzicht vind.

“Als de noodtoestand echt heel lang blijft duren, komt de solidariteit waarschijnlijk ook onder spanning te staan. Nu brengen de sterkere, jongere mensen offers om de ouderen en zwakkeren te beschermen. Dat is nodig en nobel, maar gaan ze dat blijven opbrengen? Of gaan ze op een goede dag zeggen: ‘Waarom moeten wij blijven stilstaan en de toekomst als zand door onze vingers laten glijden?’ Dan kan het volgens mij zomaar gebeuren dat er toch een keuze wordt gemaakt en dat er mensen worden opgeofferd.”

Kan de toestand explosief worden?

Pfeijffer: “Ja. Er wordt nu wel beweerd dat het coronavirus democratisch is, dat het geen onderscheid maakt tussen arm en rijk, maar dat is natuurlijk flauwekul. Het virus is níét democratisch. Arm wordt veel harder getroffen dan rijk. Het vergroot de bestaande ongelijkheid nog. Toen in Nederland de eerste anticoronamaatregelen werden afgekondigd, zag ik in de krant foto’s van een forensentrein. De wagons in tweede klasse waren helemaal vol met mensen die veel te dicht op elkaar zaten, de eerste klasse was leeg. Dus de forenzen die normaliter in eerste klasse reisden, doorgaans de hogeropgeleiden, waren al allemaal thuis aan het werken. Veel gewone mensen, en zeker de laagopgeleiden, hebben die mogelijkheid niet. Die worden ofwel blootgesteld aan het virus op hun werk, of ze verliezen hun baan.

“Straks gaat het faillissementen regenen. En de eersten die omvallen zullen niet de grote multinationals zijn, maar de kleine en middelgrote bedrijven, de horeca, de eenmans- of eenvrouwszaken. Ook bij de ondernemers zullen de mensen met een lage omzet en een dito inkomen de pineut zijn.

“Dit is hét momentum voor een grote economische herverdeling, zou ik zeggen. Het kapitalisme is overduidelijk geen deel van de oplossing. In vrijwel alle landen neemt de overheid op een bijna communistische manier de controle over. Iedereen beseft: als je het nu aan de vrije markt overlaat, gaat het echt helemaal mis. Die combinatie van een nog toenemende ongelijkheid met het inzicht dat het kapitalisme – de globalisering, de ongebreidelde consumptie, de roofbouw op de planeet – veeleer oorzaak is dan oplossing, is een potentieel explosieve cocktail. Dat zou aardige brandstof kunnen zijn voor iets wat ze vroeger een socialistische revolte noemden. (Zuinig lachje) Ironisch wel dat die zou worden veroorzaakt door een virus dat uit China komt. Zou het misschien toch een complot zijn?”

PETER VERHELST: ‘HET CHINESE MODEL GAAT HET HALEN’

‘Het leven in verplicht isolement verschilt eigenlijk niet zo veel van mijn normale leven’, zegt Peter Verhelst, de schrijver van een groot en poëtisch oeuvre, met als voorlopig laatste wapenfeit de sensueel-politieke dichtbundel ‘Zon’. “Opstaan, work-out, meditatie, ontbijt, douche, schrijven, eten, schrijven, eten, film kijken met mijn vrouw, schrijven, slapen. Het enige wat nu niet kan, is twee keer per week op restaurant gaan. En mijn kinderen zien. En mijn broze vader bezoeken. Mm, er zijn toch wel een paar fundamentele verschillen.”

Peter Verhelst: ‘De politici die groei als enig mogelijk toekomstmodel presenteren moeten we koudweg dumpen.’Beeld Geert Van de Velde

Gelooft u dat de coronacrisis de wereld en de mensen ingrijpend zal veranderen?

Peter Verhelst: “Ik wil het graag geloven. Ik hoop het. Maar ik onderschat de krachten die baat hebben bij het status quo niet. Zij die veel hebben zullen er alles aan doen om dat zo te houden. En veel mensen zeggen nu wel dat ze hun leven anders gaan inrichten eens dit voorbij is, maar ik moet het nog zien. Ik vind dat we een hoop dingen gewoon moeten dumpen. Categoriek. Het geloof dat oneindige groei het doel van onze economie is, en de diepere zin van elke menselijke samenleving, moeten we dumpen. Want groei te allen prijze en ten koste van alles maakt onze natuur, onze gemeenschap en onze toekomst net kapot.

“De politici die groei als enig mogelijk toekomstmodel presenteren moeten we koudweg dumpen. De politici die vinden dat duizenden, tienduizenden, honderdduizenden doden ten gevolge van Covid-19 de prijs zijn die we moeten betalen om onze levenswijze en onze economie te redden: dumpen. De politici die gisteren nog wilden besparen op de sociale zekerheid en de gezondheidszorg en daar vandaag zedig over zwijgen: dumpen. De politici die solidariteit als een zwaktebod zien en die systematisch kiezen voor de sterksten en de rijksten: dumpen. De politici die de oorlogstaal van het nationalisme en het egoïsme blijven spreken, de politici die in hun tweets het intelligentieniveau van een 12-jarige niet overstijgen: dumpen. Zoek en vervang. Weg ermee. Toedeloe. En hun oprotpremie wordt verbeurdverklaard. Vanaf nu is het ook niet langer toegelaten om te graaien. Weg met de obscene lonen en de obscene vermogens: overhevelen naar de gemeenschap die handel (lacht). Voilà, moeilijker is het niet.”

En dan is het opgelost?

Verhelst: “Dan is er al veel opgelost, omdat ik denk dat ongelijkheid het grote issue is. Als tijdens deze coronacrisis niet bewezen is dat sociale zekerheid een elementair en levensreddend mensenrecht is, dan zal het nooit bewezen worden. Onze rijkdommen, die we goeddeels op de rug van andere continenten hebben vergaard, zullen we moeten herverdelen. Plaatselijk én intercontinentaal: met de mensen die hier in armoede leven én met de mensen die hun landen ontvluchten omdat ze daar geen toekomst hebben – of we dat nu leuk vinden of niet. Anders wacht ons het nachttij van chronische conflicten en nimmer eindigende oorlogen. En daar zitten we dan, in onze versterkte burcht die dag en nacht wordt belaagd.”

Verwacht u dat de democratie hier sterker uitkomt, of zal ze aangetast worden door het virus?

Verhelst: “Almaar vaker vrees ik dat het Chinese model het uiteindelijk zal halen. ‘1984’, dus. Een systeem dat collateral damage normaal vindt. Een systeem dat mensen beschouwt en behandelt als pionnen op een schaakbord. Een systeem zonder moraal. Een systeem dat zich alleen afvraagt wat het beste is voor het systeem. Ook bij ons heb je partijen die op zo’n pragmatische manier aan politiek doen. Partijen zonder droom. Partijen die het de zwakken kwalijk nemen dat ze ons verzwakken. Ons, de natie. Ons, het systeem. Toch blijf ik er, misschien tegen beter weten in, van overtuigd dat er altijd een groep mensen zal zijn die zich verzet tegen dit soort pragmatisme. Hopelijk is ze groot genoeg.”

Gaat u hierover schrijven?

Verhelst: “Been there done that. Zowel in ‘Tongkat’ (proza uit 1999, red.) als in ‘Zwerm’ (post-9/11-roman uit 2005, red.) speelt een virus een belangrijke rol. In ‘Tongkat’ is terrorisme het virus dat het grote lichaam van de macht aantast. En in ‘Zwerm’ hou ik een pleidooi voor een nieuwe wereld, Virutopia, bevolkt door de nieuwe mens, de besmette mens, de Homo Invictus Viralis. HIV, heb je ‘m? Het virus verandert de mens, het brengt wijzigingen aan in zijn natuur. Transformatie, metamorfose, beweeglijkheid. De kracht van verandering avant la lettre, haha. Met dien verstande dat je door het virus besmet moet worden om te kunnen veranderen.”

Verandert u zelf? Bent u van plan anders te gaan leven?

Verhelst: “Ik probeer nog bewuster te leven en nog bewuster te kiezen voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Voor traagheid, bedachtzaamheid, toewijding, bezorgdheid, generositeit en vriendelijkheid. En ik probeer te delen. Slaag ik daarin? Bijlange nog niet genoeg. Maar ik geef niet op.”

Wat is het eerste wat u gaat doen als de lockdown wordt opgeheven?

Verhelst: “Ik ga eerst een douche nemen samen met mijn vrouw, daarna zullen we ons opkleden, er zal worden aangebeld, ik ga de deur opendoen, en dan zal ik heel lang een tiental mensen in de armen sluiten, ze knuffelen tot het echt gênant wordt. Daarna gaan we aan een lange tafel zitten in de tuin en uitgebreid eten, drinken, lachen en praten. Ik heb zo’n huidhonger, man!”

TOMMY WIERINGA: ‘WE WAREN AL HEEL LANG GEWAARSCHUWD’

“Ik maak tijdrovende risotto’s, ik breng de moestuin tot leven en ik heb net nog een kippenhok opgetrokken”, lacht Tommy Wieringa, de schrijver van adembenemend mooie boeken als ‘Dit zijn de namen’ en ‘De heilige Rita’.

Tommy Wieringa: 'Ik ga nog wat eenvoudiger leven, of dat toch proberen. Wij schrijvers zijn gemáákt voor pandemieën.'Beeld Stefaan Temmerman

Tommy Wieringa: “Wat een heilzame tijd is dit! Tot voor kort dacht ik nog dat het nuttig was om buiten de deur te lunchen met mensen die iets van je willen, of te gaan dineren met mensen die je nauwelijks kent. Al dat zorgeloos vermorsen van kostbare tijd: ik ga daar niet weer aan beginnen. Ik ga nog wat eenvoudiger leven, of dat toch proberen. Wij schrijvers zijn gemáákt voor pandemieën. Ik heb in tijden niet zo goed kunnen werken. Gedwongen isolatie maakt je scherper en geconcentreerder.”

Gaat daar vlijmscherpe literatuur uit voortkomen?

Wieringa: “Ongetwijfeld, maar een virusboek moet je niet meteen verwachten. Dat heb ik zes jaar geleden al geschreven: ‘Een mooie jonge vrouw’, het boekenweekgeschenk van 2014. Dat verhaal gaat over een moleculair viroloog die zich met zoönosen en pandemieën bezighoudt. Hij kijkt op een gegeven moment naar een antikernwapendemonstratie en zegt: ‘De sufferds, ze weten niet dat ze niet aan atoombommen maar aan virussen ten onder zullen gaan.’”

Toch verwacht u niet dat de impact van de coronacrisis de wereld en zijn bewoners zal veranderen. ‘Met de hartstocht van lang gescheiden minnaars zullen we ons straks herenigen met onze slechte gewoontes en er nog een paar aan toevoegen’, schreef u in NRC Handelsblad. ‘De machine zal nog meedogenlozer gaan draaien dan voorheen.’

Wieringa: “Jaha. We hebben dan wel een hoogontwikkelde beschaving neergezet, we hebben de beschikking over geavanceerde technologie en ongekende productiecapaciteit, maar in filosofisch opzicht zijn we natuurlijk nauwelijks iets opgeschoten tegenover twee-, drieduizend jaar geleden. We weten meer, maar we begrijpen niet beter. We vestigen ons nog altijd zorgeloos op de rand van een vulkaan die op uitbarsten staat. We horen het geritsel in de bosjes wel, de dreiging die naderbij komt, maar voor de gevaren op lange termijn zijn we doof en blind.”

Hadden we dit moeten zien komen?

Wieringa: “We gaan toch niet beweren dat dit virus ons heeft overvallen? Hoelang wordt er al niet gewaarschuwd voor de kwalijke gevolgen van ontbossing en de manier waarop we omgaan met productiedieren? Maar er verandert niks. In Nederland zitten 97 miljoen kippen, 12 miljoen varkens, 4 miljoen runderen en 2 miljoen schapen samengeperst op een veel te klein oppervlak. De cijfers dateren van enkele jaren geleden, dus allicht zijn het er meer. Dat is een acuut moreel en medisch probleem. Het veroorzaakt dierlijk én menselijk lijden. Iedereen weet dat er voortdurend virussen overspringen van wilde dieren op productiedieren, en dat die met een paar mutaties kunnen overspringen op de mens: de zoönosen. Maar we stimuleren de boeren om zo voort te doen. Sterker nog: we betálen ze ervoor. De landbouw is – samen met de luchtvaart – één van de meest gesubsidieerde sectoren. Dat bedoel ik met die ‘meedogenloze machine’: we leven in een pervers systeem dat drijft op meedogenloze concurrentie, een systeem dat mensen uitput en naar adem doet happen, dat het slechtste in ons naar boven haalt.

“Maar nu: gisteravond zat ik buiten naar de einder te staren. Aan de hemel was niet één vliegtuig te zien. In mijn straat passeerde niet één auto. Het enige wat ik hoorde, was de aarde die herademde. Uiteraard denk ik aan de mensen die lijden, ook in mijn omgeving, en aan de mensen die hun inkomen verliezen. Maar daarzonder... (denkt na) zou dit een tijd zijn om later met weemoed aan terug te denken.”

U gelooft niet dat er veel zal veranderen in het hierna, maar zou u het willen?

Wieringa: “Ik zou niets liever zien dan een fundamenteel andere financieel-economische inrichting, een ander consumptiepatroon en duurzamere voedsel- en productieketens. Dat is mijn diepste wens. Maar het is mijn vrees dat, zo gauw de teugels worden gevierd, het post-coronatijdperk wordt ingezet met een groot, wild bacchanaal om de terugkeer naar onze destructieve gewoontes te vieren. We gaan de zonden die we nu niet plegen willen inhalen.”

DELPHINE LECOMPTE: ‘ER KOMT EEN TSUNAMI VAN AGRESSIE’

“Het idee dat de mensheid uitgewist kan worden door een kinderachtig virus maakt me vreemd vrolijk”, schrijft Delphine Lecompte in de e-mail waarmee ze aankondigt ‘met vreugde’ te willen deelnemen aan het debat. “Ik voel een soort vrijheid die ik nooit eerder ervaarde. En ik voel me ook wellustiger dan ooit tevoren. Alles kan, alles mag, want dit is de apocalyps. Ik ben wel gestopt met het drinken van vermout en Westmalle, omdat ik lucide wil zijn wanneer de mensheid vergaat.”

Delphine Lecompte: 'Ik voel een soort vrijheid die ik nooit eerder ervaarde. Ik voel me ook wellustiger dan ooit tevoren.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Hoe doet de coronacrisis zich gevoelen in uw leven?

Delphine Lecompte: “Isolement, armoede en ontreddering zijn al vier decennia de hoofdingrediënten van mijn leven, dus erg veel is er voor mij niet veranderd. Behalve dat ik nu een geldige reden heb om mensen die me willen ontmoeten, af te wimpelen. En dat Brugge onwezenlijk mooi is zonder toeristen. Ik heb wel medelijden met de drank- en drugverslaafden die op het punt stonden zich te laten opnemen om een intensieve ontwenningskuur te volgen. Zij zijn nu een vogel voor de kat. Voorts valt de armzaligheid van mijn huurwoning me meer op. Maar aan de andere kant prijs ik mezelf dan weer gelukkig dat ik geen kinderen moet onderwijzen en vermaken.”

Hoe doodt u dezer dagen de tijd?

Lecompte: “In een eerste reflex gaf ik mij over aan escapisme: ‘Curb Your Enthusiasm’, ‘The Marx Brothers’ en B-films over corrupte flikken. Nu kom ik tot de ontluisterende vaststelling dat Kruidvat een belangrijk baken is in mijn leven. Ik lees Gerrit Achterberg en eet zeevruchten van chocolade. Binnensmonds ventileer ik mijn haat voor de opportunistische dichters en muzikanten die onder het mom van verbondenheid en zorgzaamheid hun coronamisbaksels de wereld in sturen. De geriatrische kwal Neil Diamond, allerhande niet zo slimme stadsdichters. Zo doorzichtig, zo vals. Vreselijk! Ik laaf me aan de nieuwe single van mijn geriatrisch baken Bob Dylan: ‘Murder Most Foul’, een nasale par(ab)el over de moord op JFK. De wijk is mijn wereld, en ik voel dat er na de holle sentimentele golf van dankbetuigingen aan verpleegkundigen en vuilnismannen een woeste, atavistische tsunami van agressie en onverdraagzaamheid op ons afkomt...”

Oei.

Lecompte: “Zelf probeer ik niet te schrijven over de coronacrisis. Mijn enige toegevingen zijn twee nieuwe personages die nu mijn gedichten bevolken: de lankmoedige viroloog met de moeraskleurige trui en een ongezonde obsessie met Donald Sutherland, en de fatterige microbioloog die nog bij zijn moeder woont en souvenirlepels uit Beieren verzamelt.

“Dat ik de trein niet mag nemen naar Nederland om smachtend en kwijlend voor het huis van de bedeesde zeepzieder te gaan staan, is voor mij nog het grootste drama.”

Zullen we na de coronacrisis betere mensen zijn en een betere wereld stichten?

Lecompte: “Na de coronacrisis zullen de kille mensen even kil blijven, de gierige even gierig, de grillige even grillig, de tedere even teder, de balorige even balorig, de baldadige even baldadig, de incestueuze even incestueus, de onscrupuleuze even onscrupuleus, de gulzige even gulzig, de angstige even angstig, de gevaarlijke even gevaarlijk...

“Grote catastrofen veranderen de mens niet. Grote catastrofen slaan ons tijdelijk murw en wanneer ze voorbij zijn, ergeren we ons opnieuw aan het gekef van de Chinese naakthond van de buren, aan de necrofiele tegellegger in de bus die te luid telefoneert met zijn moeder en bovendien het woord ‘Eskimo’ verkeerd uitspreekt – hij zegt ‘Eksimo’ -, aan kleffe koppels die dezelfde bovenkleren dragen: zalmroze debardeurs en lila hemden, aan naargeestige bontmagnaten die in de camembertafdeling van de supermarkt winden laten omdat ze denken dat het daar niet opvalt, aan restaurantuitbaters die halsstarrig de ‘p’ in rumpsteak blijven ontkennen, aan norse lamaverzorgers die spuwen op je kraag wanneer je vraagt of het een mythe is dat lama’s spuwen wanneer ze geërgerd zijn.”

RODERIK SIX: ‘EERST VOOR DE BURGERS ZORGEN’

Roderik Six schreef tot nu toe drie romans – ‘Val’, ‘Vloed’ en ‘Volt’ – en die zijn alle drie even dystopisch. In ‘Volt’, de recentste, gaat het over een financiële elite die zich na een wereldbrand verschanst op een tropisch eiland. “Verbijsterend om te zien hoe snel de fictie werkelijkheid kan worden”, zegt de auteur. “Ook na de uitbraak van het coronavirus vluchtten de rijken meteen naar hun luxebunkers en hun gated communities. Russische miljardairs bestelden beademingsapparatuur voor zichzelf, terwijl wij om de mondmaskertjes en het toiletpapier bikkelden (grijnst). Zo voorspelbaar.”

Roderik Six: 'Miljardairs bestelden beademings­­machines, terwijl wij om het wc-papier bikkelden.'Beeld Studio Edelweiss

Kunt u ook voorspellen wat de gevolgen van de coronacrisis zullen zijn?

Roderik Six: “Ongetwijfeld staat ons eerst een zware economische crisis te wachten. Ik vrees dat het voor veel bedrijven einde verhaal zal zijn, en ik vraag me af hoe groot het rimpeleffect zal zijn. Nu al hebben veel mensen moeite om het einde van de maand te halen. Wat als de woonleningen niet meer kunnen afgelost worden?

“Vanaf de bankencrisis van 2008 gerekend zullen we straks al meer dan een decennium in crisis zijn. Maar wie bepaalt wat dat precies is, een crisis? Wie kondigt ze af en wie draagt de gevolgen? Misschien moeten we dat hele concept gewoon weggooien en onze economie grondig herdenken. Want nu vrees ik dat het opnieuw de zwaksten zullen zijn die het gelag mogen betalen. Ontstellend hoe grote bedrijven weer de eersten waren die om staatssteun bedelden. Elke keer als de heilige vrije markt faalt, moet de staat bijspringen. Laat ons nu eerst maar voor de burgers zorgen, en daarna bekijken of er geld over is om de aandeelhouders tevreden te stellen.”

Dat werd na de bankencrisis ook gezegd, en toen kwam er uitgebreid niets van in huis en nam de ongelijkheid nog toe. Gelooft u dat het nu anders zal zijn?

Six: “Mm, je merkt toch dat de rechtse partijen, die al jaren kwelen dat er bespaard moet worden op de sociale zekerheid en de gezondheidszorg, nu met hun mond vol tanden staan. Bart De Wever die murmelt dat de groeinorm in de gezondheidszorg onverantwoord is: het is bijna tragisch om te aanzien en te aanhoren. Niet dat er nog veel mensen luisteren, maar van een demasqué gesproken. Ik denk ook dat we nu heel duidelijk kunnen zien wat van levensbelang is voor een maatschappij en wat niet. Gaan we de mensen die we vandaag uitroepen tot helden – van verpleegkundigen over hulpverleners tot kassiers – straks eindelijk naar behoren vergoeden? Ik mag het hopen.”

Ziet u het goed komen?

Six: “Niemand zal mij van optimisme betichten. De helft van mijn oeuvre doet Schopenhauer blozen. Maar als zulke virussen jaarlijkse kost worden, zullen we onze maatschappij wel grondig móéten herdenken – stel je eens voor dat we om de haverklap voor een tijd in lockdown moeten? In dat opzicht is dit natuurlijk een mooie oefening. Blijkbaar zijn thuiswerken en minder werken wél mogelijk voor heel veel mensen. En blijkbaar hoeven we toch niet in de auto te kruipen om een brood te halen bij de bakker om de hoek. Ik was ook aangenaam verrast door de vele opstoten van solidariteit.

“Of dat klimaat zal standhouden is nog maar de vraag. Hoe snel zal het weer de schuld zijn van de migranten, de werklozen, de Walen, de klimaatbetogers, de sossen of de media? Ook de gretigheid waarmee de bewakingsstaat wordt uitgerold mag ons zorgen baren. Kliklijnen, spionagedrones, gezichtsherkenning, biometrische apps, woonstbetredingen: het wordt ons in ijltempo opgedrongen, maar van de kant van de traditionele verdedigers van de verlichte waarden en de privacy hoor je amper protest. Zo glijden we af naar een politiestaat waarin alles wat we doen en alles wat we denken traceerbaar is.”

Slaat de angst u al om het hart?

Six: “Angst staat niet in mijn woordenboek. Daarvoor heb ik te veel horrorfilms gezien. In het ergste geval sterf je.”

Gaat u een wild feestje houden als het voorbij is?

Six: “Voor wie zich, zoals ik, in het gezelschap van zijn geliefde bevindt, is het elke dag feest. Al zou een goed concert onderhand wel deugd doen. Maar ondertussen hou ik me in stilte bezig. Met mijn geliefde Melissa Giardina en met een aantal literaire vrienden hebben we een digitaal literair tijdschrift uit de grond gestampt, #VIRALEN, waarmee we de verzamelde thuisblijvers van exclusieve, post-apocalyptische schoonheid zullen voorzien.”

LIZE SPIT: ‘ECHT BANG ALS IK DE STRAAT OPGA’

Lize Spit, auteur van de onwaarschijnlijke bestseller ‘Het smelt’, arbeidt thuis in Brussel noest aan een waardige opvolger. Ze is blij dat ze zich daardoor dagvullend kan terugtrekken uit de werkelijkheid, zegt ze, want de coronacommotie verlamt haar zeer, en inspireert haar weinig.

Lize Spit: 'Voor verandering rekenen we op de anderen om de kar te trekken. Tot welke offers zijn we zelf bereid?'Beeld PhotoNews

Lize Spit: “Mijn contact met de buitenwereld verloopt nu goeddeels via de sociale media, en daar is het echt verveling troef. Iedereen moet binnenblijven, iedereen voelt zich eenzaam en hengelt naar aandacht. Van alle kanten krijg ik dezelfde meningen, dezelfde foto’s en dezelfde aanbevelingen voor boeken en handzeepjes. Ik ben echt blij dat de roman die ik aan het schrijven ben zich niet in het heden afspeelt (lacht). Die zal alvast niet aangetast worden door het virus.”

Heeft de coronacrisis geen impact op uw leven?

Spit: “Jawel, maar geen grote. Ik leid natuurlijk een heel geprivilegieerd leven. Ik doe wat ik wil, wat ik graag doe, wanneer ik het wil. Maar anderzijds leef ik ook heel, euh, kleinschalig. Ik vlieg omzeggens nooit, ik reis amper. Ik moet goed op mijn gezondheid letten. In vergelijking met vier, vijf weken geleden is dat niet veranderd. Wat mis ik? Een koffietje kunnen gaan drinken in mijn favoriete koffiebar, een occasioneel bioscoop- of restaurantbezoek, vrienden en familie die op bezoek komen in plaats van te bellen...

“In mijn hoofd is er wel iets veranderd. Ik ben nu echt bang wanneer ik de straat opga. Als ik in het park een groepje zie staan, zegt een stemmetje in mij: ‘O jee, wat doen die?’ Als ik iemand hoor hoesten: ‘O nee, rap weg hier!’ Ik behoor tot een risicogroep, ik heb diabetes type 1. Ik ben op het paranoïde af voorzichtig. Na de terreuraanslagen in Brussel had ik dat ook. Toen heb ik lange tijd alle mogelijke samenscholingen vermeden. En als ik dan toch eens in een dunbevolkte cinemazaal zat en er liep iemand naar buiten, dacht ik: ‘Help, die heeft z’n rugzakje laten liggen, dat gaat zo meteen ontploffen.’ Ik denk dat het nog een hele tijd zal duren eer ik me weer op mijn gemak voel in openbare ruimtes.”

Ziet u de wereld ingrijpend veranderen door deze crisis? Of hoopt u dat het snel weer wordt zoals vroeger?

Spit: “Dat we ons die vraag stellen betekent volgens mij dat we zouden willen dat er iets verandert. En het feit dat we dat wensen, is misschien een signaal dat het móét. Wanneer ik nu door Brussel loop – zonder smog, zonder veel verkeer, zonder opgefokte mensen – denk ik: zo kan het dus ook. Ik doe me niet graag voor als de grote intellectueel die wereldverbeterende waarheden verkondigt, maar ik stel me wel de grote vragen. Moeten de gewone mensen zo blijven voortploeteren als dat er enkel toe leidt dat de rijken nog rijker worden, en zij armer? Hoelang kunnen we ons model van ongebreidelde groei en consumptie, dat zo belastend is voor mens en milieu, nog volhouden? Moeten we alles niet eens grondig heruitvinden?

“Anderzijds... (denkt na) maak ik me ook niet al te veel illusies. Als er iets moet veranderen, rekenen we doorgaans op de anderen om de kar te trekken. Maar tot welke offers zijn we zelf bereid? Ik ben ook blij dat de zittende regering de indruk wekt dat ze de zaak in de hand heeft, dat de Marc Van Ransten van deze wereld ons voorzeggen wat we moeten doen en laten, en dat de winkelrekken niet leeg zijn. Ik ben ook zo iemand die hoopt dat de wereld verandert en blijft wat-ie is, zoals ik hem ken.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234