Donderdag 22/10/2020

'Dit verhaal is compleet van de pot gerukt'

Producent Mariano Vanhoof en zijn kompaan en vaste regisseur Geoffrey Enthoven waren al jaren goed bezig met hun productiefirma Fobic Films, toen met Hasta la vista eindelijk ook het publiek en de critici zagen dat ze iets te vertellen hadden en dat de manier waarop ze dat wensten te doen best wel geestig was. Zelfs in de verste uithoeken van de wereld volgde erkenning. Hun film won onder meer het Festival van Montreal en werd tijdens de uitreiking van de Europese filmprijzen be- kroond met de publieksprijs. Hasta la vista kwam in 43 landen in de bioscopen uit en binnenkort volgt er een Hollywoodversie.

Voor Halfweg is er al een optie voor een remake in Bollywood, nog voor de film klaar is. "Ik wil het glazen plafond van de Vlaamse film doorbreken", zegt de ambitieuze Mariano. Ambitie en passie hebben ze in overvloed. Maar dat is geen reden voor het duo om de pedalen te verliezen. Geoffrey en Mariano hebben heus wel plannen om een grote film in het buitenland te draaien - er ligt met Winnipeg van Pierre De Clercq een script klaar - maar daar gaat tijd en geld over. In afwachting willen ze vooral hun vak blijven uitoefenen: films maken. En dus bedachten ze een formule om een film te draaien die snel gemaakt kon worden, veel moest zeggen en weinig zou kosten. En toch speelt het zich af in een opmerkelijk huis waar een hoog prijskaartje aan hangt en waar alleen maar grote namen onderdak vinden.

Villa Carpentier

Ronse zal geweten hebben dat er een film is gedraaid. Een maand lang versperden medewerkers van de filmploeg het stuk van de Door- niksesteenweg onder het bladerdak van het park van Villa Carpentier telkens als er "stilte", "camera", "geluid" en "actie"' geroepen werd op de set.

Villa Carpentier in Ronse staat te koop; 1,25 miljoen is de vraagprijs. Oorspronkelijk vroegen de eigenaars 1,9 miljoen. Een koopje voor een echte 'Horta'. Ze ligt tussen de bomen die Horta een goeie 115 jaar geleden nog grotendeels zelf heeft laten aanplanten. Een statig, sierlijk en door de ongewone vormen ook wat akelig gebouw dat je bereikt via de oprijlaan van 70 meter die uitmondt in een open ruimte voor het huis. Dichter bij de weg ligt ook nog een conciërgewoning met stallingen. Nu gebruikt als productiekantoor, refter en opslagplaats. Het huis is nog zogoed als in de oorspronkelijke staat en is beschermd. Dat wil dus zeggen dat het binnen en buiten in oorspronkelijke staat moet worden behouden. Met ook het enkel glas dat in de grillige, grote en unieke ramen zit. Krijg dat maar verwarmd. En hou daar maar het lawaai van de drukke steenweg buiten. Een weg die nog veel drukker zal worden. Want binnenkort komt er aan de overkant van de straat, die nu uitkijkt op de heuvels van Vlaamse Ardennen, een nieuw industrieterrein te liggen. En dan kan de waarde van het gebouw alleen nog maar zakken.

Niets waar de filmploeg zich zorgen over moet maken. "Eventuele kopers krijgen er gratis een dvd van de film bij", lacht Geoffrey Enthoven. Als hij over het huis begint, geraakt hij haast in extase. Zou gevoel voor vorm dan toch in de genen zitten? In ieder geval niet raar dat de hoofdrolspeler uit het verhaal het huis met modern design aankleedt. Van de zoon van ontwerper Axel Enthoven verwacht je niets minder. Al is dat dan weer de beslissing van art director Kurt Rigolle. Die wou dat de meubels contrasteerden met het huis.

"Carpentier was een Brusselse industrieel met Gentse roots", aldus Enthoven, die samen met Vanhoof al jaren zijn Fobic-kantoren in Gent heeft. Fobic heet hun productiemaatschappij omdat ze met hun films hun angsten wilden overwinnen. "Hij kwam naar hier om te jagen. Als het verkeer geblokkeerd is, hoor je hier de stilte, zoals die toen geweest moet zijn. De bossen rondom zaten vol wild."

Het spookt in het huis

Het buitenportaal dat je naar de voordeur leidt is tegelijk een overdekt terrasje. Veerle Baetens staat er net aan te bellen. Niet voor de lol, maar voor haar rol. Natalie. Ze is een wat opgetut dametje dat met de taxi is gekomen. Tik Taxi. Hij staat te draaien voor het huis.

Koen De Graeve komt de statige trap afgelopen in een kort shortje en een T-shirt. Hij snelt naar de deur, heeft wat moeite om ze open te krijgen, maar wanneer het eindelijk lukt, gaat het er niet meteen vriendelijk aan toe. Zij is pisnijdig. Want zijn personage, Stef, heeft de dag voordien blijkbaar zijn inboedel ingeladen en ook haar autosleutels meegenomen. Terwijl hij naar de sleutels op zoek gaat, blijft ze aan de deur staan. Het huis staat vol lege bierflesjes van zijn foute vrienden die hem hebben helpen verhuizen. En opeens floept de tv aan en in de living flikkeren de lichten aan en uit. Zij denkt dat er een vrouw in huis is en reageert nog nijdiger wanneer hij met haar sleutels aan de deur verschijnt. Maar er is geen vrouw. Ze ziet spoken. Iedereen ziet spoken in deze film.

Toch is het geen horrorfilm. Het moet een komische prent worden, waar we, zoals zo vaak in het werk van Enthoven (Vidange perdue, Meisjes), enkele nieuwe inzichten aangereikt krijgen.

Sandra Vandamme, bij Fobic Films de rechterhand van de bazen en van iedereen die een duwtje nodig heeft, zit zich op het terrasje achteraan het huis suf te piekeren over hoe ze de pitch moet formuleren. "Welke wil je horen? De natte pitch of de droge?" We kiezen voor de droge en krijgen het beknopte verhaal te horen van Stef, een succesvolle binnenhuisarchitect die werkt voor het bedrijf van zijn schoonvader, maar aan de deur wordt gezet wanneer hij een jonge minnares blijkt te hebben. Halsoverkop en voor een prikje koopt hij een reusachtig huis en ladingen moderne designspullen om het in te richten. Sandra leest hardop: "En plots staat de kletsnatte Theo voor hem in de living, die 'droogweg' beweert de inwoner te zijn van het huis."

Bizarre vriendschap

Die man is nat en komt uit het bad. Hij wordt gespeeld door Jurgen Delnaet, die de hele film in bloot bovenlijf loopt, terwijl de druppels van hem aflopen. Maar dat is niet de reden waarom hij van het scherm spat, volgens degenen die de eerste beelden van de film al hebben gezien. Theo is eigenlijk al twee jaar overleden, ontdekt Stef. Maar wie is dan de natte man in zijn huis? Is de badman ook de bad guy of is-ie de good guy?

Volgens Koen De Graeve zou je van het verhaal perfect een komedie kunnen maken. "Het is licht en gevarieerd. Veel speelser dan alles wat ik eerder heb gedaan. Het is de hele tijd op een andere nagel slaan. Je moet eerlijk zijn, wat Stef overkomt is van de pot gerukt. Je zult je als kijker afvragen: moet ik hier nu in meegaan of niet? Maar het leuke is dat scenarist Pierre De Clercq van Stef een personage heeft gemaakt dat zelf niet gelooft wat hem overkomt. Het ene moment reageert hij furieus: 'Ge zijt een zwerver! Uit mijn kot!' Het volgende moment loopt hij naar de dokter en denkt hij dat hij zot aan het worden is. En iets later is hij tegen Theo bezig : 'Oké, ik geloof niet in spoken, maar als het zo is, wat wil je dan?' En zo groeit er een soort bizarre vriendschap die ook een karakterstudie is."

Enthoven vindt dat de film bij momenten de allure heeft van een pure deurenkomedie. Maar tegelijkertijd beklemtoont hij dat er een sociale ondertoon in zijn film zit. "Mensen zullen er troost in vinden", zegt De Clercq. "Troost voor de nabestaanden."

In de keuken zitten bezoekers en al wie niet op de set moet staan de scènes mee te volgen. De film wordt chronologisch opgenomen, wat uiterst zeldzaam is en heel moeilijk te regelen. Maar wel een luxe voor al wie in de film zit. De acteurs - vooral Koen en Jurgen dan - kunnen gewoon meegroeien met hun personages. Enthoven laat de meeste scènes uitspelen.

Er wordt in lange takes gewerkt, zegt Gerd Schelfhout, al sinds jaar en dag zijn D.O.P. - director of photography. "Er wordt wel in geknipt, maar de flow en de feel zullen niet onderbroken worden."

Dat kan ook te maken hebben met het lage budget. Als je iedere scène in stukjes opneemt, overvloedig decoupeert, dan heb je tal van korte opnamen die elk afzonderlijk moeten worden belicht en gekadreerd. "Maar de eerste week hadden we honderd shots", zegt Koen De Graeve. "Dat is echt heel veel."

Gerd loopt de hele dag het gewicht van een steadicam te torsen. Een steadicam is een loodzwaar harnas met een geveerde mechanische arm waarop de camera geïnstalleerd is. Als je ermee beweegt, vloeien de bewegingen. De camera zal door het huis glijden. "We gaan echt zo de gangen door, naar boven, op de trappen... Het hele huis door. Daardoor moeten we het licht ook buiten houden. Hier binnen kunnen we niets kwijt. Je zou alles zien staan."

Keuzestress

Het licht staat dan maar rond het huis opgesteld. De ene keer schijnt de zon te fel, moet ze met schermen tegengehouden worden en wordt er binnen bijgelicht, de andere keer houden wolken het licht tegen en moet er wat hulp zijn om het zachte daglicht te laten binnensijpelen.

"We gaan ervan uit dat het verhaal zich in de zomer afspeelt. Met heel veel licht in huis. En dan kun je ook vaak met tegenlicht werken. Alle mooie fotografie zoekt altijd het tegenlicht op", aldus Enthoven. "En de camera beweegt de hele tijd onder ooghoogte", voegt Gerd eraan toe. "We werken met wijdere lenzen, zonder dat ze groothoek zijn. Want groothoek en fictie, daar ben ik niet zo'n fan van. Er zijn films waar ze het wel doen, zoals Drive, maar dat is een zeer gestileerde wide-angle. Zou niet functioneren bij deze film. Maar we trachten wel dichtbij de personages te blijven. Zeker bij Koen. Het is Stef zijn film. En in de tweede plaats die van Theo. En dan pas die van het huis."

Marianne - de eerste regieassistente - roept dat ze buiten de wagens moeten tegenhouden. "Wagens blokkeren!" zegt iemand in de walkietalkie. "En stilte! Ik herhaal: stilte!", buldert Marianne opnieuw. Buiten het huis hoor je de mensen van de opnameleiding de instructies herhalen: "Stilte! Geluid! Camera! En actie!"

Stilte betekent ook stilte bij de buren. Alle grasmaaiers in de buurt worden tegengehouden en de kraan die een paar huizen verder de stenen moet ophijsen bij werkzaamheden aan een schouw, wordt bij iedere take gestopt. Wie op de set staat en geen tekst heeft, houdt de adem in tot er "cut" geroepen wordt. "We zijn gestopt", weerklinkt het door de walkietalkies. Er mag uitgeademd worden. Maar Geoffrey stopt nooit. Eén brok oversneden passie. Hij zet zijn koptelefoon af, stapt weg van zijn monitor, naar Veerle toe. Er volgt een kort overleg en dan komt hij terug voor nog een take. "Veerle is iemand die je zo veel aanreikt. Je zou er keuzestress van krijgen", zegt hij.

Al zou je hetzelfde kunnen zeggen van zijn adviezen. Er is geen take waarover hij niets te zeggen heeft. Er is niets wat hem ontgaat. Eigenlijk is híj de psycholoog op de set. Hij doorgrondt de psychologie van iedere scène. Stelt voortdurend vragen: "Waarom doe je dit? Waarom beweeg je zo? Waarom aarzel je?"

Er zijn geen kleine rollen

De rol van Natalie is klein. Veerle heeft slechts drie draaidagen. Maar ze heeft niet getwijfeld. Sinds Geoffrey haar regisseerde in de serie Sara zijn ze vrienden gebleven. Ze komen beiden uit Brasschaat, al hebben ze elkaar daar nooit gekend. "Rododendron City", zegt Veerle. "Het grappige was dat ik hier meteen rododendrons zag toen ik aankwam."

Ooit zal Geoffrey een vrouwenfilm voor haar maken, belooft hij al jaren, maar in afwachting neemt ze alles aan wat hij haar voorstelt. Ze had al ja gezegd voor ze het scenario van Halfweg gelezen had. "Ook omdat ik weet dat Pierre een fantastische schrijver is", zegt ze. "Maar zulke kleine rollen zijn eigenlijk heel moeilijk. Je moet in korte tijd infiltreren in zo'n filmploeg en er toch meteen staan. Meteen in je personage zitten. Ik vind het heel moedig als mensen dat doen. Zoals ik mezelf nu heel moedig vind." Ze schatert, maar ze meent het. "Er zijn geen kleine rollen, alleen maar kleine acteurs, zei een docent van mij vroeger. En hij had gelijk. Natuurlijk, je moet goed omringd zijn. En een betere tegenspeler dan Koen kun je niet vinden. Ik heb eerder met hem gespeeld. In Zot van A. Daar heeft hij me ook gedumpt. Toen was het voor Véronique Leysen, nu is het voor Ella Leyers."

Geoffrey is zeer blij dat Veerle zo'n rol wil doen. Haar personage is van cruciaal belang, legt hij uit en je hebt iemand nodig die dat in weinig tijd duidelijk kan maken. "Niemand doet beter wat Veerle hier doet", zegt hij.

Wie ooit met Baetens op de set stond, gebruikt alleen superlatieven. En toch is ook zij nog onzeker. Doodzenuwachtig was ze voor deze scène, geeft ze achteraf toe, ook al kent ze Geoffrey zo goed. "Ik heb weinig kunnen voorbereiden. In mijn hoofd heb ik mijn personage samengesteld uit personages die ik in het verleden heb gespeeld. Eigenlijk speel ik in Het vonnis hetzelfde personage. Ze is ook advocate. Alleen zien we haar hier in haar privéleven, terwijl ze daar alleen in de rechtbank te zien is. En ze heeft ook iets van Hannah Maes (uit de VTM-serie Code 37), ook van rijke afkomst. Al is deze dame wat meer opgekleed. Dat hielp ook wel. De kleren maken ook de vrouw."

De scriptgirl loopt tegenwoordig met een iPad rond. Handig als je de continuïteit in de gaten moet houden. Veerle houdt beide handen met de palmen naar buiten tegen haar oren, wanneer ze eraan komt. Klik! En een zoveelste beeldje waarop te zien is hoe ze haar ringen en kettingen draagt is voor de eeuwigheid bewaard. Natalie is een opgedirkt dametje. Met rood haar. Had Picasso een blauwe en een roze periode, dan zit Veerle na haar blonde periode nu al een tijdje in de rosse fase. Zo zal ze te zien zijn in Het vonnis, maar ook in de serie Cordon. Het was doordat de opnamen van die reeks tot oktober lopen, dat ze niet van haarkleur kon veranderen. Ze had even aan een pruik gedacht, maar Geoffrey zag haar liever zonder. Hij wou Veerle naturel.

Vaak staat hij tussen de takes voor te doen aan de acteurs wat hij van hen verwacht. Ook voor Koen De Graeve. Die moet erom lachen: "Oude wijven, kinderen, jongedames, hij speelt het allemaal."

Toerist

"Het is veel finetunen bij dit verhaal, je moet echt de juiste toon zien te vinden", verduidelijkt Geoffrey, zoals hij constant alles en iedereen verduidelijkt. "Bij sommige acteurs moet je allerlei trucs gebruiken om te krijgen wat je wilt, maar bij Koen is dat nooit het probleem. Bij hem moet je gewoon maar bestellen. Wat je bestelt, krijg je. En dan, na een tijd, zie je vaak allerlei andere mogelijkheden en dan kun je bijbestellen. Of inruilen."

"Allemaal voor dezelfde prijs", lacht De Graeve. Die prijs is niet zijn normale prijs. Koen heeft ingeleverd.

Het budget van Halfweg, 1,25 miljoen euro, wordt er op een Amerikaanse filmset in één dag doorgedraaid. "Je doet eraan mee omdat je de ziel ervan, het hart ervan, apprecieert", aldus De Graeve. Iedereen die aan deze film meewerkt, werkt onder zijn prijs. "En dat is een evidentie in onze sector. De meeste mensen die hier rondlopen zijn nooit begonnen met het idee: ik ga in deze business goed, grof geld verdienen. En dat blijft zo, geld is nooit de reden om iets te gaan doen. Het is ook niet zo dat we hier nu een armoeloon krijgen. Maar dit is overduidelijk een lowbudgetfilm. Dat voel je meest van al aan de werkdruk. Alles wordt gedraaid op één locatie en in 23 dagen, wat redelijk weinig is voor een langspeelfilm. Je maakt dus vaak lange dagen. Maar dat is ook goed. Zo blijf je in je rol zitten. De hele draaiperiode is als een cocon waar je niet uitkomt."

Ter vergelijking : Hasta la vista werd gedraaid in 38 draaidagen. Maar daar waren er veel meer locaties. En meer acteurs.

"De noodzaak om te draaien was gewoon heel hoog", zegt Vanhoof, die net als bij Hasta la vista met het basisidee op de proppen kwam, dat vervolgens door Pierre De Clercq tot een scenario werd uitgewerkt. "We zijn bewust op zoek gegaan naar een verhaal dat we met weinig middelen konden draaien, zodat we snel weer aan de slag konden."

De Clercq, die als scenarist niet op de set hoeft te zijn, kan het niet laten om even langs te komen. "Zelfs al zie ik met de huidige technische middelen alle rushes de dag nadien al op mijn computer", moet hij toegeven. "Maar ik kom uit sympathie en als toerist. En ik wil met eigen ogen zien of het functioneert. Ik doe graag van die verhalen die zich afspelen op één locatie en met een beperkt aantal personages. Dat heb ik met Verlengd weekend ook al gedaan. Je dwingt jezelf om met beperkte middelen toch interessant te blijven. Je moet ervoor zorgen dat het verhaal blijft vooruitgaan."

De tijd gaat ook vooruit. De zon is onder en het is tijd voor het avondmaal. Want er wordt vandaag tot in de nachtelijke uren gewerkt. Tiny Bertels is de volgende gaste die Koen ontvangt in zijn huis. Eigenlijk is het één lange vedettenparade. Evelien Bosmans, Gilles De Schrijver, Tom Audenaert, Herwig Ilegems, Jos Verbist en noem maar op. Ze vallen allemaal met de deur in huis. En Koen is de gastheer. Hij ontvangt, raast, briest en komt op adem. "Ik ben een geweldige fan van hem", zegt Geoffrey. Hij kan alles aan. En in twee weken tijd heeft hij zich nog niet één keer versproken. We zullen geen bloopers hebben."

Of die moeten komen van de gasten van Koen. Gasten die hij mocht helpen kiezen: "Ja, ik had een beetje inspraak. Het zijn allemaal aangename mensen. Zo komt ook de fenomenaal onbekende Lukas Smolders langs. Maar de meeste scènes heb ik met Jurgen. Dolle pret. We razen door het hele huis. Elke hoek wordt gebruikt. Het is echt heel geestig, al zijn we zeer verschillend qua energie, spelimpulsen, opleiding en uiterlijk. Hij is gewoon een rosse aap. En toch klikt het geweldig", schatert hij.

Zijn vader is ook net langsgeweest, vertelt hij tijdens het eten. "Doet hij zelden of nooit. Maar mijn tante woont in Ronse en hij heeft het gecombineerd met een familiebezoekje." Op een goedkeurend knikje of een schouderklopje hoefde hij niet te rekenen. Niet de gewoonte ten huize De Graeve, zo blijkt. In ieder geval, de man heeft zich geamuseerd. "Hij is 84." Waarop de dames aan tafel natuurlijk allemaal zeggen dat je dat ook niet zou zeggen.

Geoffrey heeft ook bezoek. Zijn vrouw Sarah komt nog eens zijn kinderen tonen, Roman en Cécile. Hij heeft ze in veertien dagen nauwelijks gezien. Ze vliegen hun papa om de hals. Koen is nog altijd over zijn pa aan het vertellen. "Hij is geen dag thuis. En hij voelt zich nog altijd goed. Al drinkt hij minder witbier en witte wijn dan vroeger. Het is al eens vaker water."

Zelf drinkt hij ook een watertje bij het eten. Hij loopt er scherp en afgetraind bij. "Ik heb wel wat gesport en gedieet", geeft hij toe, "om het ijdele van die Stef in de verf te kunnen zetten. Want Stef is een patser. Een mannetjesputter." Aanvankelijk toch, maar in de loop van het verhaal zal hij een evolutie doormaken. "Eerst is hij een eikel", zegt Geoffrey. "Niet makkelijk om van Koen een etter te maken. Maar die Club Med-look van hem hadden we nog niet gezien, hè? Ik wou hem absoluut van zijn Chiro-look ontdoen. Mariano had er schrik van. Die zei: 'Zo is hij gay.' Ik zei: nee, hij ziet er gewoon eens verzorgd uit.' Toen ik de vrouwen zag lonken, wist ik dat het goed zat. En je zult ook een Jurgen Delnaet te zien krijgen die je nog nooit hebt gezien. Zielig en griezelig tegelijk. Jurgen is van nature een roeper. Maar ik laat hem fluisteren. Met een beverig Philip Seymour Hoffman-stemmetje. Geloof me, het werkt." Hij verkneukelt zich bij de gedachte.

Witte sloffen

Tiny Bertels heeft zich moeten haasten, zegt ze. Ze heeft een vertelstem. Ze vertelt het verhaal van 'Tiny en de Witte Sloffen'. Zoals zij het brengt had het zelfs kunnen tippen aan 'Tiny in de Bergen' of 'Tiny aan Zee'. Ze vond haar witte sloffen niet. Sloffen die ze speciaal voor haar rol van vandaag was gaan kopen met costumière Joëlle Meerbergen. Die was ook met Koen gaan winkelen. Hij moet er in de film eerst sjiek en stoer uitzien. "Er was zelfs geen merkkledij nodig, hij zit in alles geweldig", laat Joëlle zich ontvallen. Ze likkebaardt en dat heeft wellicht niet alleen met de tiramisu te maken waarmee ze haar maal afrondt. "Naarmate de film vordert, verlebbert zijn kostuum, omdat hij geen aandacht meer schenkt aan zijn kleren, maar hij blijft er goed uitzien, al stop je hem in een plastic zak."

Tiny moet vanavond doorgaan voor de dame van het immobiliënbureau. Stef heeft het huis van haar gekocht. En hij belt haar 's nachts op. Want het spookt in het gebouw. Hij voelt zich bij de neus genomen. Tiny is het warme moederdier uit Groenten uit Balen. Haar unieke stem kan ze warm, zeurderig of kordaat laten klinken. Hier moet ze in één scène al haar gedaantes laten zien. Ze moet eruitzien als het soort dametje dat zich in Knokke of Brasschaat een imago van vlot en tof bij elkaar gaat shoppen. "Ik had die sloffen zo goed weggestopt dat ik ze niet meer vond. Ik was helemaal over mijn toeren", zegt ze. "Mijn moeder zei: 'Adem eens even heel rustig.'"

En waar lagen ze dan eigenlijk, wil Koen weten. "In de kast. Op hun plaats. Maar we zijn aan het verbouwen. Dus alles ligt op een andere plaats."

Het gesprek kabbelt voort. Over verbouwingen en hoe die nu wellicht mogelijk zijn, nu haar echtgenoot Tom Dewispelaere in Borgman speelde dat in Cannes in première ging en dat hij straks ook een hoofdrol in Cordon heeft. Het is via Tom dat Koen en Tiny elkaar kennen. Die twee hebben al vaak samen gespeeld bij Olympique Dramatique.

Iedereen kent iedereen een beetje in het kleine film- en theaterwereldje. Sarah Gevaert bijvoorbeeld ook. De vrouw van de catering. Er wordt gesmuld als Sarah kookt. En er speelt steevast jazz. De sfeer is die van een kamp. Lekker buiten eten aan lange tafels. Je zou vergeten dat er gewerkt moet worden. Maar er is ook eventjes geen haast bij. Er wordt gewacht op de duisternis. De nachten moeten extra donker worden in het huis.

Brossé hoort bandoneon

Intussen zijn de mannen van de belichting de lichten die in de namiddag aan de hoogtewerker hingen om de zon te ondersteunen, aan het transformeren tot een maan. Die moet straks door de ramen schijnen.

"Wachten op de duisternis? Is het een film noir, misschien?", vraagt Dirk Brossé zich af. De componist past in het kader. Schuif hem een monocle in het oog en je denkt dat hij honderd jaar geleden geboren is. Hij is gekomen om de sfeer op te snuiven. Hij wil de energie voelen, zegt-ie, voor hij aan het componeren gaat. Enthoven heeft altijd met rockers gewerkt voor zijn filmmuziek - Das Pop, Lalalover, Stijn Meuris - maar deze keer wil hij klassiek.

Brossé is alvast enthousiast. "Toen ik jaren geleden Les enfants de l'amour zag, zijn eerste, heb ik tranen met tuiten geweend", zegt hij. "Ik heb toen een brief naar Geoffrey gestuurd dat iemand die zoiets kon maken een grote mijnheer is."

"Ik hoor bandoneon", zegt hij plots. Terwijl er niets te horen is. Maar hij hoort bandoneon. "Ja, bandoneon. Waarom? Die onvoorspelbare architectuur, die verrassende lijnen... Ik kan me vergissen. Misschien moet ik voor de saxofoon gaan. Adolphe Sax en Baron Horta, het zou wel eens kunnen." En dan ziet hij Koen De Graeve binnenkomen. "Ik heb al beelden gezien van de film. Hij is fantastisch, een monster. Onwaarschijnlijk. Een grote mijnheer."

Die letterlijk grote mijnheer staat even later naast Brossé en de componist heeft moeite om niet te kwijlen.

Brossé: "Prachtig, fantastisch. En ook de manier waarop je die ruimte inpakt."

Koen: "Ja, het is een geweldige ruimte, hè."

Brossé: "En opeens hoorde ik bandoneon op een of andere manier."

Koen: "Het desolate..."

Brossé: "Ja, het roept een melancholie op. Alhoewel er ook komedie in zit."

Koen: "Maar in se is het een diepmelancholische film."

Brossé: "Ik denk het ook. D'n Geoffrey zegt : het moet plezant zijn en humoristisch, maar..."

Koen: "Ik kan me inbeelden dat je dat niet muzikaal wilt vertalen..."

Brossé: "Maar de kamers ademen nostalgie."

Koen: "Prachtig, hè."

Brossé: "Niet van deze tijd."

Koen: "Het heeft enorm veel karakter."

"In tegenstelling tot u", onderbreken we het duetje. Koen lacht. En sist: "Ik heb heel veel karaktersssss."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234