Zondag 25/08/2019

Srebrenica

"Dit stadje is helemaal onthoofd"

Sinds 2002 zijn de moslims terug in Srebrenica. Gisteren herdachten ze hun vermoorde vaders, broers en mannen. Beeld AFP

Bosnië herdenkt de val van Srebrenica, morgen exact twintig jaar geleden. Het is Europa's laatste genocide, al weigert Rusland het drama zo te noemen. Het stadje is de klap nog lang niet te boven: "We kunnen nu pas aan de toekomst beginnen te bouwen."

Adim Durakovic (26) kijkt uit over Srebrenica. Vanuit een vervallen jagerspension dwaalt zijn blik over een stadje waar alleen de kerk, de moskee en het stadhuis er welvarend uitzien. "We zouden zo rijk kunnen zijn. Mochten we geen oorlog hebben gehad, dan las ik elke ochtend lekker de krant voor ik naar mijn werk vertrok", vertelt hij. Die eenvoudige droom lijkt mijlenver weg voor Adim: hij is al vijf jaar werkloos en ziet geen verbetering . Hij doodt de tijd met drinken en feesten tussen de ruïnes van zijn stad.

Het zijn de skeletten van een stad die ooit een van de rijkste vakantieoorden van Joegoslavië was. Het kuuroord Domavia, waar de elite kon genieten van 45 soorten mineraalwater met helende krachten, ligt in puin. De vloeren met vervilte tapijten kraken wanneer je eroverheen loopt. Het vroegere jagerspension, honderd meter verder, zit onder de graffiti. 'Punk is not dead', een hartje en een haastig gespoten Servisch kruis: het is een kladboek voor de jeugd geworden. Adim heeft er met tientallen vrienden rondgehangen, maar de meesten zijn vertrokken. "Zodra je kunt, ga je naar Sarajevo of Tuzla." Hij wil zelf ook naar de welvarende steden, maar de enige uitweg is een job.

Van 1992 tot 1995 woedde in Bosnië een oorlog tussen Bosnische moslims (Bosniakken) en Bosnische Serviërs. Samen met zijn moeder en zusje kon Adim al in 1992 vluchten naar Tuzla, waar de Bosniakken veilig waren. Hoewel hij nog maar drie jaar oud was, is de herinnering glashelder: "Mijn moeder zat rechts van mij in de laadbak van een grote vrachtwagen. Links lag onze enige tas, en mijn zusje lag veilig tussen ons in. Ze was toen vier maanden oud. Aan alles voelde ik dat er iets niet klopte."

Twintig jaar geleden, op 11 juli 1995, viel het Bosnisch-Servische Leger de Nederlandse VN-safe area binnen. Meer dan 8.000 moslimmannen, onder wie de vader en oom van Adim, werden brutaal vermoord. De eerste en laatste genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog was een feit. "Niet alleen de bossen, mijnen en boerderijen, ook ons biologisch kapitaal was in één klap weg", zegt Camil Durakovic, burgemeester van Srebrenica en een achterneef van Adim. "Managers, dokters en vaders: de hoofden van gezin en samenleving gingen eraf."

8.000 mannen uitgemoord

Srebrenica komt in 1993, een jaar na het begin van de Bosnische burgeroorlog, onder internationale militaire bescherming te staan. Nadat de Canadezen het gebied een jaar verdedigen, neemt Nederland de taak over. Ongeveer 40.000 moslims verschuilen zich achter de linies. Tot de Servische generaal Ratko Mladic op 11 juli 1995 de stad binnentrekt. In de dagen die volgen, onderhandelt de Nederlandse commandant een uitweg voor zijn troepen en de Bosniakken die voor hen werken. Voor ze weggaan, kijken ze toe hoe mannen en jongens worden gescheiden van vrouwen, kinderen en ouderen. In de week die volgt, worden meer dan 8.000 mannen uitgemoord.

Geen Heineken meer

Die klap kan geld maar moeilijk compenseren. Er vloeiden honderden miljoenen euro's naar het gebied. Nederland loopt nog steeds voorop, met intussen 122 miljoen euro aan ontwikkelingshulp. "Wij zijn Nederland ontzettend dankbaar voor de constante steun", stelt Alexandre Prieto van het VN-Ontwikkelingsprogramma in Srebrenica. Na jaren van humanitaire noodhulp kwamen nieuwe wegen, waterleidingen en het elektriciteitsnetwerk. De laatste tien jaar ondersteunt Nederland vooral verzoeningsprocessen en economische ontwikkeling.

Tegenover de oude Nederlandse VN-basis net buiten de stad is een indrukwekkende begraafplaats opgetrokken voor meer dan 5.000 slachtoffers die in massagraven zijn gevonden. Nog steeds zijn er honderden mannen vermist. Rijen witmarmeren grafzerken roepen ijzingwekkende herinneringen op aan wat in 1995 helemaal misging. "Ik kom er regelmatig", zegt Adim. "Mijn vader en oom liggen er begraven."

De gruwelijke waarheid die bezoekers moeten wegslikken, contrasteert met de vreedzaamheid die de plek uitstraalt. Aan de overkant van de straat staat een oude batterijfabriek. Het is de oude basis van de VN-soldaten, waar in twintig jaar weinig is veranderd. In een kast staat nog een halfvolle pot augurken die de Nederlandse soldaten vergaten op te eten, op de grond liggen oude exemplaren van het Algemeen Dagblad. In een donkere hoek ligt nog een blik Heineken. Dat bier vind je nu niet meer in Srebrenica. Wat nu wordt geserveerd, maakt meteen duidelijk wie je voor je hebt. Servische Bosniërs drinken Jelen en Lav. Bosniakken drinken Sarajevsko en Tuzlanski of zijn geheelonthouder vanwege hun geloof. De biermerken op de parasols voor de cafés verraden de achtergrond van de uitbater.

Horeca lijkt de enige sector te zijn die kan overleven in Srebrenica. Behalve het bier verschillen ook de vlaggen en voetballogo's sterk. Bosniakken steunen vaker voetbalploegen uit Sarajevo en gebruiken het geel en blauw van de Bosnische nationale vlag, terwijl Servische Bosniërs de voorkeur geven aan de Servische vlag. "We kunnen wel samen drinken", zegt Adim. "We praten zelfs over de oorlog, maar in de ogen van mijn Servische vrienden zie ik dat ze er anders over denken. Diep vanbinnen zijn we het niet eens met elkaar."

De eerste moslims die na 1995 terugkwamen waren zes vrouwen die in 2002 samen in Srebrenica gingen wonen, op zoek naar hun vermoorde zonen. "Een zware en moeilijke stap", zegt Branka Antic-Štauber, directeur van Snaga Žene (Vrouwenkracht). "Die vrouwen bivakkeerden in ruïnes en hadden helemaal niets. Ze woonden op een plek die volledig was overgenomen door de Serviërs."

Al snel volgden er meer: de imam, de voetbalcoach, en in 2005 ook de huidige burgemeester. Toen teruggekeerde moslims de eerste stappen in hun verwoeste stad zetten, was Adim al zijn hele leven op de vlucht. Onderweg hoefde hij zich geen zorgen te maken over religie of afkomst. Van verschillen tussen moslims en orthodoxen wist hij niet veel. Dat leerde hij pas toen hij als veertienjarige terugkeerde om zijn opa en oma te bezoeken. "Het eerste weekend dat ik hier kwam logeren, ontmoette ik twee broertjes met wie ik speelde. Toen ik een maand later terugkwam en vroeg om opnieuw te spelen, zeiden ze dat het niet meer kon. Het dorp had erover geroddeld en het was hen verboden."

Om echt samen te leven, moeten bewoners een onzichtbare grens oversteken die dwars door de stad loopt. Heuvelopwaarts wonen meer moslims, in het dal wonen meer Serviërs, maar dat was voor de oorlog ook al zo. De imam deed zijn best om aansluiting te vinden met de orthodoxe bewoners. Hij ging elke dag koffie drinken in de stad, ook aan de andere kant. Na iets meer dan twee jaar kwam de reactie van de Servische kant: 'Die imam is een goede gast, we trekken ook met hem op'.

In Srebrenica kom je naast verlaten kantoren overal gesloten winkels tegen. Adim wordt er boos van: "Wat is dit voor stad? We hebben een centrum zonder bakker, slager of apotheek." Burgemeester Durakovic begrijpt dan ook niet waarom iemand nu in kleine winkeltjes zou investeren. "Het klinkt mooi voor westerlingen: start-ups. Maar daar is hier geen markt voor." Hij is niet tevreden over de manier waarop geld wordt besteed. "Als ik hoor dat er elk jaar 5 miljoen euro uit Nederland komt, dan val ik bijna van mijn stoel."

Hij hekelt de hoge lonen die werknemers bij ngo's krijgen en noemt het geldverspilling. "Alex Prieto van het VN-ontwikkelingsprogramma verdient 5.000 euro per maand, terwijl ik als burgemeester 750 euro verdien. Hij is een vriend en hij werkt hard, maar hij is niet onmisbaar."

Durakovic doet ook neerbuigend over psychosociale steun. "Wij kunnen al lang samenleven, we wonen al honderden jaren naast elkaar met verschillende culturen. Het Westen kan van ons leren. Als een goedbetaalde westerling de mensen hier in een praatkring zet, lachen ze hem zachtjes uit. We hebben fabrieken nodig, geen psychologen. Naast elkaar werken aan de loopband werkt ook verzoenend."

"Als ze mij vijf miljoen euro geven, dan heeft Srebrenica er volgend jaar 2.000 inwoners bij en zit de economie in de lift." Hij wijst op de frietfabriek die hij heeft aangetrokken. "Die zal voor nieuwe jobs zorgen." Op de ambassade van Nederland kiezen ze toch liever voor ngo's. Er is vier keer geprobeerd samen te werken met het stadsbestuur, maar dat ging te langzaam.

"De Republika Srpska (de Servische deelstaat binnen Bosnië, KG/CVDV) zuigt ons leeg", klaagt Durakovic. "De zilvermijnen en bosbouw zijn sinds de oorlog in naburige Bosnisch-Servische steden als Bratunac geregistreerd." Die stad ligt tien kilometer verderop, maar er is volgens Unicef slechts 10 procent armoede, terwijl dat in Srebrenica bijna 30 procent is.

Adim Durakovic (26) verloor zijn vader en oom. Beeld rv
Meer dan 5.000 slachtoffers zijn in massagraven gevonden. Nog steeds zijn honderden mannen vermist. Beeld REUTERS

Onder ground zero

Op dit moment lopen veel van de Nederlandse projecten af en denkt de ambassade na over hoe ze in de toekomst met minder geld het laatste duwtje in de rug kan geven zodat Srebrenica economisch en sociaal voort kan zonder hulp van buitenaf.

Voor organisaties als Snaga Žene doet dat pijn. Ze vinden dat juist nu de hulp niet mag wegvallen. "De getraumatiseerde vrouwen hebben nog steeds hulp nodig. Sommigen komen uiteindelijk op hun eigen benen te staan, maar dat kan je niet overhaasten", zegt directrice Antic-Štauber. Ook burgemeester Durakovic wil niet dat de steun stopt: "We komen van heel ver, van onder ground zero. We hebben 80 procent van de heropbouw achter de rug. De basis voor de toekomst ligt er, maar we zijn nog steeds niet waar we ooit waren."

De wonden zijn nog vers. Mannen zoals de vader van Adim zijn nog niet lang begraven, anderen zijn na twintig jaar nog steeds niet gevonden. "Het klinkt misschien raar, maar we moeten gebruikmaken van oorlogstoerisme. Het kan geld opbrengen om Srebrenica opnieuw op te bouwen", vindt Durakovic.

Adim weet dat de stad veel heeft aan de hulp van buitenaf, maar het idee dat zijn vaders sterfdag een economische kans is, maakt hem boos. "Ik word soms gek van al die journalisten en oorlogstoeristen in de stad. Het hele jaar zie je hier niemand en dan komen ze op 11 juli nog eens langs om te vertellen hoe erg het was."

Het is laat geworden en Adim wordt stiller. Het jolijt bij zijn ondertussen wat dronken vrienden klinkt nog in de achtergrond. Een moment van melancholie overvalt hem. "Wij denken niet meer in verschillen, we hebben de oorlog niet bewust meegemaakt. We willen verder met ons leven." In de verte gaat de zon op boven Srebrenica. Tijd om naar huis te gaan. Adim gaat de heuvel op, zijn Servische vrienden gaan naar de flats in het dal.

Rusland blokkeert erkenning genocide

Rusland heeft als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad zijn veto gesteld tegen een resolutie die de massamoord in Srebrenica als een genocide moet veroordelen en erkennen.

Volgens Rusland is de resolutie te eenzijdig tegen Servië gericht en vergroot ze de regionale spanningen. China, Nigeria, Angola en Venezuela onthielden zich, de andere tien leden van de Veiligheidsraad stemden voor.

De stemming was al een dag uitgesteld, om het Verenigde Koninkrijk en de Verenigde Staten toe te laten Rusland te overtuigen zijn veto niet te gebruiken. De resolutie zou ook het ontkennen van de genocide hebben veroordeeld. Maar volgens Russisch VN-ambassadeur Vitaly Churkin is het voorstel "niet constructief, zorgt het voor confrontaties en is het politiek gemotiveerd".

"De afwijzing betekent echter niet dat we doof blijven voor het lijden van de slachtoffers van Srebrenica en andere gebieden in Bosnië-Herzegovina", zegt Churkin. Rusland stelt voor om het bloedbad in Srebrenica te omschrijven als 'een van de meest ernstige misdaden', maar niet als genocide.

In een poging om de banden met het Westen aan te halen beschreef Servië zelf de massamoord als 'een zware misdaad'. Het land veroordeelt de gebeurtenissen, maar weigert ze te bestempelen als genocide. Gisteren verklaarde Servië dat de resolutie de etnische spanningen in Bosnië opnieuw zou opdrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden