Woensdag 28/07/2021

'Dit moet geweten zijn'

Nee, hij is geen Belg, hij leest geen Nederlands en hij heeft geen geschiedenis gestudeerd. En toch heeft de Amerikaanse auteur Larry Zuckerman een voortreffelijk boek geschreven over België in de Eerste Wereldoorlog. 'Over België werden zoveel leugens verteld dat vele Belgen gingen geloven dat de gruwelverhalen van de bezetting alleen maar anti-Duitse propaganda waren.' Door David Van Reybrouck

Larry Zuckerman

De verkrachting van België. Het verzwegen verhaal over de Eerste Wereldoorlog

Oorspronkelijke titel: The Rape of Belgium

Vertaald door Hans & Marijke van Riemsdijk

Manteau/Het Spectrum, Antwerpen/Utrecht, 350 p., 21,95 euro

Je moet het maar doen. Eerst theater studeren, dan werken bij een wijnhandelaar, aan de kost komen als eindredacteur, en vervolgens debuteren met een cultuurgeschiedenis van, jawel, u leest het goed, de aardappel. Om je dan ten slotte, als vader van twee kinderen, zes jaar lang in je dooie eentje in te graven, zonder enige hulp van buitenaf, zonder werkbeurs of subsidie, in een onderwerp waar ze in je land van herkomst niet bepaald met klamme handjes op zaten te wachten: België, zeventig jaar geleden.

Zaten wij, hier in 't vaderland, daar dan wel nog op te wachten, na Sophie de Schaepdrijvers uitzonderlijke werk De Groote Oorlog? "Zuckermans zowel heldere als complexe perspectief op burgerlijden en bezetting biedt weer aanzetten tot verdere verbindingen. Om maar te zeggen: hulde", schrijft diezelfde De Schaepdrijver in haar genereuze woord vooraf. Zuckerman prijst zich terecht gelukkig met die generositeit. Want wat ze schrijft, is niet gelogen.

Zijn relatieve buitenstaanderspositie heeft zo zijn voor- en nadelen. Voor een keer ligt de focus niet op de rol van de Eerste Wereldoorlog in het aanwakkeren van de Vlaamse beweging. We lezen daarom relatief weinig over het zogenaamde 'activisme' in bezet België en de 'Frontbeweging' aan de IJzer. We lezen sowieso erg weinig over de loopgravenoorlog zelf, voor velen toch dé icoon van de Groote Oorlog. De volgens patriottische maatstaven nog steeds 'heroïsche' inundatie van de IJzervlakte is zowaar herleid tot een halve zin op pagina 101. Maar daartegenover staat dat we een erg levendig beeld krijgen van het leven tijdens de bezetting. Bovendien - en daar schuilt de belangrijkste waarde van zijn studie - wordt de oorlog in België in de internationale politiek van die tijd geplaatst. Zuckerman is op zijn best wanneer hij de inval van 1914 plaatst in het licht van de bestaande internationale conventies en de gangbare handboeken krijgskunst. Wanneer hij de reacties op het Belgische wedervaren in de Britse en Amerikaanse politiek schetst. Wanneer hij de moeizame ontwikkeling van de Amerikaanse betrokkenheid ontleedt. Wanneer hij de magere buit voor België op de conferentie van Versailles in 1919 ontrafelt. De zwakte van zijn buitenstaanderspositie wordt hier een regelrechte sterkte: hij bekijkt Belgiës lot vanop een afstand en verbreedt aldus het perspectief.

Daarbij schuwt hij het morele oordeel allerminst. Zijn afstand is geen afstandelijkheid. De Duitse aanval op België was, ook volgens de toen heersende opvattingen, ontoelaatbaar. De gewelddaden van de soldaten in Leuven, Aarschot en Visé, hoewel sterk overdreven door de geallieerde propaganda, waren zonder meer reëel. De inbeslagnemingen, opvorderingen, deportaties en dwangarbeid zouden, volgens hedendaagse definities, niet anders dan als 'totalitair' kunnen worden omschreven. De schadeloosstelling in Versailles was ronduit mager.

Zuckermans boek is rijk, erudiet en genuanceerd. Soms technisch, maar steeds betrokken. Het burgerleed van de Belgische bevolking was groot en is nog steeds miskend.

Wat brengt een Amerikaanse jood uit Seattle ertoe om een boek te schrijven over België en de Eerste Wereldoorlog?

"Op de middelbare school leerde ik dat er geen misdadigers waren in de Eerste Wereldoorlog, alleen slachtoffers. Dat is onwaar. Er waren overtreders, sommigen waren verantwoordelijk. Ik las zoals velen Barbara Tuchmans Guns of August en ik was erdoor gechoqueerd. De militaire inval van de Duitsers in 1914 leek mij een blauwdruk van wat er in 1940 gebeurde. Maar ik was ook gechoqueerd door het besef dat de vier daaropvolgende jaren zo slecht gekend waren. Dat verhaal moest verteld worden. Over België werden zoveel leugens verteld dat zelfs vele Belgen gingen geloven dat de gruwelverhalen van de bezetting alleen maar anti-Duitse propaganda waren. Voor velen leek het op een stuk van Pirandello waarbij je niet meer weet wie er nu gek is en wie niet."

Het lijkt wel alsof u moreel verontwaardigd raakte toen u die verhalen voor het eerst hoorde.

"Ik ben verontwaardigd dat mensen kunnen geloven dat het er niet meer toe doet. Kijk, als een historicus trek ik een continue lijn tussen het Duitsland van Kaiser Wilhelm en nazi-Duitsland. Als je dat aanvaardt, kun je die gruweldaden niet langer bagatelliseren. Destijds was het erg moeilijk om te aanvaarden dat het land van Kant, Goethe en Beethoven soldaten had voortgebracht die zulke gruweldaden begingen. Het was veel makkelijker te zeggen dat de Belgen logen en te verwijzen naar wat ze zélf deden in Congo. Maar dat soort negationisme kun je vandaag toch niet meer aanvaarden."

In welke mate maakt u van de Belgen dan de joden van de Eerste Wereldoorlog?

"Ik heb dit boek niet geschreven om te oordelen volgens latere maatstaven. Wat vandaag een oorlogsmisdaad is, was het niet noodzakelijk toen. De term 'oorlogsmisdaden' werd toen nauwelijks gebruikt, men sprak hoogstens van overtredingen op de gebruikelijke oorlogswetten. Mijn maatstaf was dus niet die van de laat-twintigste-eeuwse progressievelingen, maar die van de verbeten militaire strategen van 1914. Zelfs vanuit die optiek bezien hadden de Duitsers geen enkel respect voor bestaande conventies. Toenmalige verdragen zeiden unaniem dat je niet schiet naar mensen die je niet aangevallen hebben, dat je geen land neemt tenzij je ervoor betaalt, dat je geen mensen deporteert voor dwangarbeid. De Duitsers begingen al dat soort wandaden, tegen bestaande internationale afspraken in. Sterker zelfs: tegen hun eigen militaire handboeken in! Ik beweer dus niet dat de Belgen de joden van de Eerste Wereldoorlog waren, maar wel dat ze de gerechtigheid niet kregen die ze verdienden."

U beoefent dus een soort morele geschiedenis.

"Ik weet dat veel historici graag praten over een objectief langetermijnperspectief. Wel, leg mij eens uit, wat is de longue durée wanneer het gaat over deportatie, moord en plundering? Ik zeg: ofwel gebeurde het, ofwel niet. Een andere auteur zal misschien minder polemisch of minder verontwaardigd zijn, maar ik heb een missie en die is: dit moet geweten zijn. Als we dit vergeten, is iemand anders het volgende slachtoffer. Vandaar dat ik me zo kan opwinden over de zeer gebrekkige oorlogstribunalen na 1918. Als we niet aangeven wat er gebeurd is, krijgt de versie die mensen toevallig geloven het laatste woord."

En in uw werk stelt u de bestaande visie op een aantal vlakken bij. Bijvoorbeeld: de Eerste Wereldoorlog wordt doorgaans gezien als een uitwas van negentiende-eeuws etnisch nationalisme. U richt echter de aandacht op 0internationale verdragen zoals de Vredesconferenties van Den Haag.

"Die tendens naar internationalisering bestond al een tijdje. Na 1870 was Europa geschokt. Frankrijk en Duitsland, de meest beschaafde landen van het vasteland, hadden een brutale oorlog gevoerd. Nadien kwam er al snel een vergadering in Brussel om te evalueren wat gebeurd was. Het duurde wel nog vijfentwintig jaar voor de landen echt bereid waren mee te werken aan een soort internationaal verdrag, maar de publieke opinie was bijzonder sterk en in 1907 kwam er echt schot in de zaak. Toen vond de Tweede Vredesconferentie van Den Haag plaats. Het resultaat was een internationale conventie over oorlogsrecht. Die afspraak had echt een morele status. Toen de Duitsers in augustus 1914 België binnenvielen, werd daar onmiddellijk naar verwezen."

Een tweede mythe die u relativeert is die van poor little Belgium. De internationale sympathie was niet zo universeel als wij hier graag geloven.

"In Engeland was die sympathie duidelijk. De Duitsers hadden het Belgische neutraliteitsverdrag 'een vodje papier' genoemd en dat vond men schandelijk. Bovendien dachten de Britse kranten: hoe meer gruweldaden in België, hoe beter, want dat deed de verkoop stijgen. In de VS was het een ander verhaal. België was de underdog die Amerikaanse harten beroerde, zolang men er maar niets voor moest doen. Alleen in het noordoosten van de VS waren er voorstanders om mee te gaan strijden, maar dat bleef beperkt tot een paar prestigieuze universiteiten en de high society die van Britse afkomst was. Koning Albert was dan weer erg populair. In de VS heerste doorgaans dédain voor de monarchie, een beetje zoals in de romans van Henry James de eerlijke, naïeve Amerikaan geportretteerd werd tegenover de doortrapte, corrupte, chique Europeaan. Maar Albert was mannelijk en stoïcijns, een man van het volk. En dus zeiden de Amerikanen: de Belgen verhongeren? Zend hen voedsel! Maar financieel bleef die sympathie toch erg beperkt. Als je de publiciteit vergelijkt met de inspanningen die de VS daadwerkelijk leverden, dan kregen wij a 'very big bang for a buck'. Hoover zei het al: het Britse publiek geeft meer, maar de Amerikanen maken er meer lawaai over."

Nog een mythe: de Amerikanen kwamen ons niet militair ter hulp door de gruwelverhalen over de bezetting in België, maar vanaf het moment dat er Amerikaanse burgerslachtoffers vielen.

"Oorlogsmisdaden blijken slechts van belang te zijn wanneer het om je eigen volk gaat. De 128 Amerikanen die verdronken toen de Duitsers in 1915 het Britse lijnvaartschip Lusitania torpedeerden, veroorzaakten meer ophef dan de horrorverhalen over de bezetting. De bezetting was relatief onbekend in het Verenigd Koninkrijk en de VS. In de kranten stond werkelijk maar heel weinig over wat er feitelijk aan de hand was. Zo'n selectieve reactie is heel natuurlijk, maar het geeft wel een andere kijk. De deportaties waren overigens het enige bliepje op het morele radarscherm, maar het doofde snel weer uit."

President Wilson, zo blijkt uit uw boek, was dus niet de grote bevrijder, maar bleef erg lang twijfelen over wat er in Europa gebeurde.

"Wilsons politiek was van het principe 'hear no evil, see no evil, speak no evil'. Wilson was een internationalist en geloofde oprecht dat een volkenbond de wereld 'heel' zou maken. Dat kwam hem duur te staan. Pas in april 1917 keerde het tij, maar dan nog hanteerde hij geen erg vindingrijke notie van bevrijding. Ik vraag me af wat er gebeurd zou zijn was Roosevelt president geweest in 1916. Ik garandeer je dat er binnen een paar maanden vijf Amerikaanse divisies naar Frankrijk zouden zijn gestuurd."

In uw boek lijkt u te suggereren dat de wapenstilstand van 11 november een vergissing was.

"Ja, dat is de hele kwestie of de geallieerden verder hadden moeten gaan in 1918. Veel historici beweren dat het er niet toe zou hebben gedaan, maar dat geloof ik niet. In 1945 wisten de Duitsers dat ze verloren hadden, in 1918 hebben ze het nooit gevoeld. Retrospectief gezien valt er dus veel voor te zeggen om Duitsland op dat moment binnen te vallen. Duitsland stond sowieso op het punt te verliezen, wat Hitler later ook zou beweren. Hij verspreidde de mythe dat de civiele regering een dolk in de rug van het leger had geplaatst door de wapenstilstand te aanvaarden, terwijl het leger nog machtig genoeg zou zijn geweest. Dat is onzin. Elke maand kwamen er 250.000 Amerikaanse troepen aan. De Amerikaanse publieke opinie luidde: 'let's beat these guys'. En weet je waarom het niet gebeurde? Omdat de leiders van Frankrijk, Engeland en de VS dachten dat vrede voordelig zou zijn voor hun land tijdens de vredesconferentie. De Fransen waren nerveus over de resterende slagkracht van hun leger, de Britten ook, want ondertussen ontscheepten al die Amerikaanse troepen. Britse bronnen zeiden het zeer expliciet: als we nu vrede sluiten wordt het een Britse vrede, als we wachten wordt het een Amerikaanse. En waarom aanvaardde Wilson dan de wapenstilstand? Omdat de VS de kost van de oorlog aan het betalen waren. De Republikeinen waren nochtans voor een onvoorwaardelijke overgave van Duitsland, maar Wilson was Democraat en was dus tegen."

We gaan nog even verder. Het Verdrag van Versailles dat de geallieerden opstelden, miskende het oorlogsleed van België. We moesten het stellen met de Oostkantons. Toch is daar weinig rancune over in België vandaag.

"Echt waar? Maar dat is zo vreemd! De Belgische kranten konden destijds de Belgische vertegenwoordigers in Versailles wel de keel oversnijden! Minister Paul Hymans leidde de delegatie en zei dat hij echt niet méér uit de brand had kunnen slepen. Dat was niet zo. België had kunnen weglopen van de Conferentie, zoals Italië al gedaan had en Japan wou doen."

U lijkt het evenmin eens te zijn met degenen die het Verdrag van Versailles te streng vonden voor Duitsland en in die vernedering de kiem van de Tweede Wereldoorlog situeren.

"Ik zeg niet dat Versailles niets met de Tweede Wereldoorlog te maken had: de wraakgevoelens in Duitsland waren reëel. Maar het is complexer. Als je leest wat ik schrijf, dan valt het toch moeilijk vol te houden dat Versailles te hard was voor de Duitsers. Het was veel makkelijker om de Belgische gruwelverhalen te negeren, want dan kon je nog beweren dat de Tweede Wereldoorlog alleen maar het resultaat was van Versailles."

Moeten we de twee wereldoorlogen dan samen behandelen, als een tweede Dertigjarige Oorlog?

"Kijk, ieder leger hanteert het concept van 'militaire noodzaak', maar de Duitsers deden het fanatieker, al vanaf 1870. Dat is de continuïteit. Hun manier van kijken naar de omliggende landen en hun keuze om als eerste toe te slaan met overweldigende kracht, ja die bleven constant."

Ik kan me vergissen, maar hoor ik hier geen kritiek op de preemptive strike-politiek en shock and awe-strategie van de VS in Irak? Uw erg levendige beschrijvingen van de Duitse inval in België, met alle paranoia over mogelijke sluipschutters, deden sowieso al denken aan CNN-beelden van neurotische Amerikaanse militairen in de straten van Bagdad.

"Precies. Mijn redacteur was aanvankelijk tegen bepaalde passages. Ze zei: 'Dat is nu eenmaal wat soldaten altijd doen, denk aan Vietnam.' Ik antwoordde: 'Ja, maar in Vietnam schoten de burgers wel degelijk! In België was dat niet het geval.' Ook in Irak werken ze met overweldigende kracht, omdat ze vrezen dat hun nationale veiligheid bedreigd is. Dat kan dan nog wel zo zijn, maar dat betekent niet dat er automatisch een samenzwering is en dat je moet aanvallen met alle militaire macht die je bezit. Je moet toch eerst de alternatieven uitproberen. Een Amerikaanse radiojournalist gaf een lovende recensie van mijn boek en concludeerde dat ik dus wel voorstander moest zijn van de oorlog in Irak, omdat ik een Amerikaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog bepleitte. De dingen worden soms zeer raar bekeken! Internationaal recht betekent niets tenzij het geflankeerd wordt door gewapende macht. Maar dat betekent niet dat dit het geval is in Irak."

David van Reybrouck

Het was veel makkelijker te zeggen dat de Belgen logen en te verwijzen naar wat ze zélf deden in Congo. Maar dat soort negationisme kun je vandaag toch niet meer aanvaarden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234