Zondag 22/09/2019

Dit land is jouw land

Kunstenaars en intellectuelen verbeelden de Vlaamse natie tegenwoordig het liefst van al als een bonte mix van weinig geciviliseerde blanke bangerds en kneuterige fermettebewoners. Ten bate van de eigen progressieve hipheid verdelen ze zo de samenleving. De man die de politieke winst opstrijkt heet Bart De Wever. Wie het rechtse Vlaams-nationalisme wil bestrijden, kan beter steunen op politieke argumenten dan op morele zelfgenoegzaamheid en culturele geringschatting van de ander. Dit is de vierde en laatste aflevering.

"Nationale trots is voor een volk wat zelfrespect is voor een individu: een noodzakelijke voorwaarde voor zelfverbetering." Wie dit soort taal in Vlaanderen uitkraamt, kent zijn lot: het stempeltje van culturele proleet en verlichtingsvijand. In menig buitenland is zulke diabolisering ondenkbaar. Bovenstaand citaat is afkomstig van Richard Rorty (1931-2007), grootmeester van de postmoderne taalfilosofie en een wereldburger wiens graad van verlichting gemakkelijk die van de families Verhofstadt, De Gucht en De Clercq samen overklast. Rorty opende er De voltooiing van Amerika (1999) mee. In dit pamflet verduidelijkte hij op overtuigende en indringende wijze dat de kritische linkerzijde in de VS de Amerikaanse droom liet kapen door rechts.

Van de Verenigde Staten kunnen veel lelijke dingen worden gezegd, maar de manier waarop het publieke debat er wordt gevoerd, kan alleen maar onze jaloezie opwekken. De intellectuele eerlijkheid van iemand als Rorty is hier alvast zelden gezien. Op de overijverige "ontmaskeraars" van nationale verhalen antwoordt hij pragmatisch: "Een verhaal kun je alleen als 'mythisch' bestempelen als je daar 'objectieve' verhalen tegenoverstelt. Niemand weet hoe het is om een objectief beeld van je land te scheppen. Wij stellen vragen over onze individuele of nationale identiteit als onderdeel van het proces waarin we besluiten wat we zullen gaan doen, wat we zullen proberen te worden." Rorty wijst erop dat voor een goed functionerende democratie "emotionele betrokkenheid bij je land" onmisbaar is. Die betrokkenheid blijkt uit "gevoelens van diepe schaamte of grote trots die worden opgewekt door uiteenlopende historische gebeurtenissen en door aspecten van het actuele nationale beleid". "Een creatief en zinvol politiek debat", schrijft hij nog, "zal waarschijnlijk niet van de grond komen als trots niet sterker is dan schaamte".

In hetzelfde bedje ziek

In dit kerstessay verdedig ik de stelling dat een zorgvuldig gestileerde en gecultiveerde schaamte het publieke debat in Vlaanderen grondig verziekt. Ze ligt aan de basis van een averechts nationalisme dat uitblinkt in de fabricage en eindeloze herhaling van enkele hardnekkige karikaturen. Uiteraard zijn die karikaturen soms overtuigend, in de betere Woestijnvis-productie hebben ze zelfs een komisch effect, maar het gemak waarmee ze zichzelf reproduceren staat een rijkgeschakeerde voorstelling van wat er in Vlaanderen allemaal beweegt in de weg.

Radicale cultuurkritiek en de strijd tegen benepenheid dienen voorop te staan, maar te veel goedkope ironie en voorgekauwde satire dreigt een zinvol en intellectueel eerlijk debat in Vlaanderen onmogelijk te maken. De culturele spraakmakers die de voorbije twintig jaar de toon hebben bepaald, heeft het simpelweg ontbroken aan hoffelijkheid, scherpzinnigheid, historisch besef en strategisch vernuft. Hun meningen hebben vaker blijk gegeven van een systematische minachting voor een Vlaamse 'kleinburgerij' en 'onderklasse' dan van een oprecht geloof in emancipatie. Als medeburgers met hun eigen ervaringen, smaak en verzuchtingen verdienen de 'fermette-Vlaming' en het 'vtm-vee' in ieder geval meer respect.

Het valt niet te weerleggen dat discussies over culturele identiteiten iets potsierlijks hebben in tijden van drastische globalisering, klimaatveranderingen en een wereldwijde financiële crisis. Toch mag het belang van het onbehagen dat leeft in de zogenaamde 'grondstroom' niet worden onderschat. Wie zich vandaag Vlaming wil voelen, is het duidelijk beu van een intellectueel-artistieke kaste voornamelijk uitnodigingen te ontvangen om zichzelf uit te lachen. Dat is voor de hele samenleving nefast, want wie zich niet goed in zijn vel voelt, heeft doorgaans maar weinig aandacht voor problemen die wat verderaf lijken, maar in wezen urgent zijn.

Het publieke debat in Vlaanderen blijkt stilaan zo ziek dat zelfs remedie en kwaal met elkaar worden verward. In de eerder dit jaar verschenen essaybundel De mobilisatie van Arcadia wrijft Stefan Hertmans "de nieuwe nationalisten" op nogal vertrouwde wijze onzindelijkheid aan. "Nijd, rancune, afblaffen en overbluffen van de tegenstander zijn aan de orde van de dag." Vervolgens voert Hertmans de Belgische politicologe Chantal Mouffe op om te argumenteren dat de nieuwe nationalisten niet aanvaarden "dat strijd een primair gegeven is in het sociale leven en dat het onmogelijk is rationele, onpartijdige oplossingen voor politieke kwesties te vinden".

Hertmans' afkeer van kaakslagflaminganten is niet moeilijk te begrijpen, maar ze is geen geldig excuus om Chantal Mouffe te misbruiken. De gerenommeerde politicologe klaagt in haar werk precies datgene aan waar de auteur van De mobilisatie van Arcadia zich aan bezondigt: de gewoonte om een politieke tegenstander als verwerpelijk af te schilderen. Als hij Mouffe begrijpt, haar opvattingen onderschrijft en intellectuele eerlijkheid nastreeft, dan kan hij slechts concluderen dat hij de hem onwelgevallige stemmen hoort te erkennen als onderdeel van het democratische spel. (Mouffe gaat daarin erg ver en heeft zelfs kanttekeningen geplaatst bij het cordon sanitaire.) Hertmans echter beschuldigt de N-VA van een allergie voor "dissensus" en een gebrek aan respect voor "alteriteit", terwijl hij in hetzelfde bedje ziek is. Door het onder meer te hebben over "een zure verongelijkte radicalisering van de Vlaamse geesten" trekt hij zich terug op een eiland van morele superioriteit - dat is precies de geste die Chantal Mouffe links-progressieve, zelfverklaarde erfgenamen van de verlichting verwijt.

Lezers van Chantal Mouffe horen te beseffen dat het de hoogste tijd is om het rechtse Vlaams-nationalisme te bestrijden met politieke argumenten, en niet met morele, laat staan met culturele. De strijd is misschien minder moeilijk dan door sommigen wordt gevreesd. Van de vele kansen die hij krijgt om zijn tegenstrevers verbaal te overklassen, laat ook Bart De Wever er geregeld onbenut. Neem zijn overwinningsspeech op de 'zwart-gele zondag' van 14 oktober jl., toen hij declameerde: "Antwerpen is van iedereen, maar vanavond toch vooral van ons". Net als de linkerzijde voedt Bart De Wever de polarisering. Die strategie legt hem momenteel geen windeieren, maar zal op langere termijn een vergissing blijken. Als De Wever op 14 oktober heel 't Stad in zijn droom had willen laten delen, dan had hij zich solidair met alle in Antwerpen samenlevende mensen moeten verklaren, ook met hen die anders denken over het huidige en het toekomstige Vlaanderen.

Ich bin ein Antwerpenaar

Ich bin ein Antwerpenaar. De Vlaamse intellectueel heeft doorgaans maar weinig op met Amerika, land van sentimentaliteit, popcorn en afschuwelijke schietpartijen. Toch valt er veel te leren uit de meerstemmigheid van dat land. Drie weken nadat De Wever Antwerpen live in het journaal vooral van hem had genoemd, sprak Obama tot zijn natie. De herverkozen president hield zijn medeburgers geen beeld van achterlijkheid voor, maar wees op het belang van verbetering en voltooiing. De Amerikanen die niet voor hem hadden gestemd, nodigde hij uit om met hem van mening te blijven verschillen opdat ze samen het debat dat democratie heet waar kunnen maken.

Retoriek maakt de miserie van hen die getroffen worden door de economische crisis, door racisme en door milieurampen niet kleiner, maar een overtuigend verhaal inspireert, geeft hoop en brengt mensen bij elkaar. Vanzelfsprekend heeft Barack Obama het op één punt gemakkelijker: hij weet welke natie hij toespreekt. Dat ligt in Vlaanderen en België zoals bekend gecompliceerder. Toch zit er niets anders op dan de Vlaamse droom van sommigen te erkennen als een alternatief project. Dit project moreel of cultureel inferieur verklaren is een zwaktebod. De tegenstanders van de N-VA houden dan ook maar beter op de kille ondernemer, de bekrompen zelfstandige, de SUV-bestuurder en andere typetjes te stigmatiseren als het probleem. Hoog tijd is het om deze medeburgers uit te nodigen om deel uit te maken van een oplossing. Laat Bart De Wever intussen zijn electoraat maar scherp begrenzen door te schimpen op bakfietsers, culturo's en te linkse academici.

Wie de Belgische droom wil redden, kan voorts maar beter ophouden "niet in onze naam" te scanderen en eens even diep nadenken. Het besef mag stilaan aanbreken dat solidariteit geen behoefte heeft aan zo veel mogelijk artistiek gewicht, maar aan een geloofwaardig progressief verhaal. Richard Rorty: "Naties leunen op kunstenaars en intellectuelen die het nationale verleden verbeelden en vertellen. De strijd om politiek leiderschap is ten dele een strijd tussen verschillende verhalen over nationale identiteit en tussen verschillende symbolen van nationaal prestige."

In Amerika vechten linkse denkers, schrijvers en artiesten dag na dag voor de erfenis van Abraham Lincoln en Walt Whitman. Nog altijd zingen ze Woody Guthrie na: "This land is my land, this land is your land". Hier verdringen schrijvers het verleden en klinkt het gezongen antwoord op Bart De Wever: "Jouw land is niet mijn land." Wie echt helemaal verleerd is hoe je de Belgen kunt verenigen, moet misschien maar weer eens van voren af aan beginnen: bij Hendrik Conscience. Lang leve België! Vlaanderen de leeuw!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234