Dinsdag 19/10/2021

InterviewRectoren Rik Van de Walle en Luc Sels

‘Dit is niet het moment om de studenten met een belerend vingertje te zeggen dat ze zich moeten gedragen’

Luc Sels (l.), rector van KU Leuven, en Rik Van de Walle, rector van de UGent. ‘Dit is niet het moment om de studenten er met een belerend vingertje op te wijzen dat ze zich moeten gedragen. Dat hebben ze het afgelopen anderhalf jaar voorbeeldig gedaan.’ Beeld Wouter Maeckelberghe
Luc Sels (l.), rector van KU Leuven, en Rik Van de Walle, rector van de UGent. ‘Dit is niet het moment om de studenten er met een belerend vingertje op te wijzen dat ze zich moeten gedragen. Dat hebben ze het afgelopen anderhalf jaar voorbeeldig gedaan.’Beeld Wouter Maeckelberghe

Studenten hebben er een zwaar anderhalf jaar opzitten, al lijken de studieresultaten mee te vallen. KU Leuven-rector Luc Sels en UGent-rector Rik Van de Walle hebben aan de start van het academiejaar één duidelijke boodschap voor hen. ‘Studenten, breek uit dit jaar!’

“Het is mijn achtste koffie vandaag.” Hij mag dan elke dag vroeg opstaan en daarom veel koffies drinken, in de week voor het academiejaar kan Luc Sels een extra kopje goed gebruiken. Mede door de vele proclamaties die ingehaald worden, puilt zijn agenda nog meer uit dan andere jaren. Een slordige 24 deed hij er vorige week.

Ook bij zijn collega Rik Van de Walle is dat het geval. “We hadden het er nog over voor jullie binnenkwamen”, zegt Sels. “Dat we de collectieve vermoeidheid bij veel medewerkers voelen. De vakantieperiode heeft velen doen beseffen hoe diep ze gegaan zijn. Lang niet iedereen is volledig hersteld.”

Hoe komt dat?

Sels: “Vorig academiejaar is een intens jaar geworden, eigenlijk moeilijker dan tijdens de eerste golf. Omdat we regelmatig moesten schakelen en zoeken naar het maximaal mogelijke. Er waren ook weinig echte rustmomenten voor onze medewerkers. Tegelijk ben ik er trots op hoe de universiteiten erdoor gekomen zijn. Zo hebben bijvoorbeeld de resultaten er niet onder geleden.”

Van de Walle: “Vorig jaar, voor het begin van het academiejaar, moest ik de moeilijke beslissing nemen om van code geel naar code oranje te schakelen. Dat was op advies van de experts. Achteraf heb ik me een hele tijd afgevraagd: hoelang gaan we de stem van de wetenschappers kunnen blijven volgen? Ik worstel daar nog altijd mee. Vorige week zeiden alle experts dat we als maatschappij de mondmaskerplicht te vroeg lossen. Daarom zullen studenten bij ons een mondmasker moeten dragen in leslokalen als ze geen afstand kunnen houden of als de ventilatiecapaciteit onvoldoende is.”

Sels: “Wij hadden die beslissing in augustus al genomen. De experts zeiden me toen al dat ook in oktober een volledige bezettingsgraad maar mogelijk als iedereen een mondmasker zou dragen. Ik betreur wel dat een aantal hogescholen die vrij heldere regel niet volgen.

“Ik krijg vaak de vraag waarom wij de mondmaskerplicht nog even aanhouden. Het is een kwestie van solidariteit met wie zich nog onzeker voelt of medisch kwetsbaar is en toch de lessen wil volgen. Maar de kern van de zaak is dat we terugkeren naar voltijds contactonderwijs op de campus. Laat ons dat toch onthouden.

“Daarnaast is er onze opdracht: het is niet omdat de rest van de samenleving of het leerplichtonderwijs zo snel versoepelt, dat wij moeten volgen. Neen, wij hebben nog altijd een voorbeeldfunctie als wetenschappelijke instelling, dus wij volgen het advies van onze experts.”

Is dat niet het verschil met de buitenwacht, waar experts misschien steeds meer gezien worden als ‘ambetanteriken’?

Sels: “Ik geloof dat echt, echt niet. Dat is een minderheid die heel vocaal is.”

Van de Walle: “En toch denk ik dat wij enigszins in een bubbel leven, die geen weerspiegeling is van de hele maatschappij. Als mensen ons op straat met elkaar zouden horen praten, dan zouden velen wellicht zeggen: waar hebben die twee het over?’”

Sels: “Toegegeven, ik verbaas me er na een Overlegcomité ook telkens over hoe weinig mensen weten wat daar beslist is. Ik heb het bijvoorbeeld over gesprekken op straat of in de supermarkt die ik hoor. Ik doelde met mijn opmerking meer op het imago van de wetenschap: dat is er de laatste achttien maanden toch op vooruitgegaan?”

Voor wetenschappers is het toch lastig geweest. Marc Van Ranst bijvoorbeeld heeft een zware tijd achter de rug.

Sels: “Dat hebben alle experts. Het aantal wetenschappers die weleens politiebescherming nodig hadden, kun je niet meer op één hand tellen. Toch geloof ik dat de mensen die kritiek hebben een op sociale media erg vocale minderheid zijn.

“Ik heb geen probleem met sociale media, behalve dat het me stoort dat ze steeds meer de toon zetten in de pers. Dat is niet de fout van de pers: die moet een stukje mee in de snelheid. Maar er is weinig aandacht voor hoe de bevolking in de breedte over de maatregelen denkt.”

Van de Walle: “Die mening deel ik niet. Wel polariseren sociale media meer. Maar eerlijk: als dagelijkse lezer van vier kranten stoor ik me ook soms aan het omgekeerde. Ik zie nauwelijks verschillen tussen kranten. Ze moeten niet opnieuw voor een zuil staan, maar er is wel heel weinig echte tegenspraak overgebleven in de klassieke media.

“Klassieke media moeten tegengestelde stemmen vaker samenbrengen en confronteren met elkaar. Kijk naar debatprogramma’s op televisie: daar is van een echt debat weinig sprake. Men gaat de tafel rond, laat iedereen over zijn thema spreken en ze worden daar amper over bevraagd. Slechts zelden zijn er twee stemmen om een verschillend standpunt te vertegenwoordigen.”

Luc Sels en Rik Van de Walle: ‘Het mentaal welzijn bij studenten was natuurlijk een probleem. Maar hier is nuance nodig. Soms leek het alsof er geen welzijn meer was onder jonge mensen. Dat was ook niet het geval.’
 Beeld Wouter Maeckelberghe
Luc Sels en Rik Van de Walle: ‘Het mentaal welzijn bij studenten was natuurlijk een probleem. Maar hier is nuance nodig. Soms leek het alsof er geen welzijn meer was onder jonge mensen. Dat was ook niet het geval.’Beeld Wouter Maeckelberghe

Terug naar het academiejaar. Mijnheer Sels, u had het daarnet over de goede resultaten van studenten de afgelopen jaren. Verbergt dat lichtjes betere gemiddelde niet dat meer studenten zijn afgehaakt?

Sels: “Kort samengevat waren er betere resultaten, minder uitval van studenten en minder studenten die niet deelnamen aan examens. Het ging dus niet om een verbetering van de resultaten ten gevolge van een lagere deelname van studenten.

“Maar ik heb wel het gevoel dat het effect uitgepuurd is. De resultaten van juni en september komen terug op het niveau van voor de pandemie. Ik denk dat ook hier vermoeidheid speelt, zeker voor de studenten die na het eerste semester voor het eerst examens aflegden in het hoger onderwijs of de riem niet even konden afleggen maar meteen ‘terug hun kot in moesten’.”

Van de Walle: “Wat we zien is dat de studenten die goed presteerden het nog beter deden. Aan de andere kant zagen we aan het begin van de pandemie iets meer uitval. Vorig academiejaar was dat niet het geval. We hadden aan de UGent de coronacheck, waarbij we resultaten vergeleken met vorige jaren om bij te sturen waar dat nodig was. We hebben die nauwelijks moeten gebruiken.

“Het mentaal welzijn bij studenten was natuurlijk wel een probleem. Maar ook hier is nuance nodig. Soms leek het alsof er geen welzijn meer was onder jonge mensen. Dat was ook niet het geval.

“Weet je, er zijn ook 18-jarigen die niet het geluk hebben om naar het hoger onderwijs te kunnen gaan. Daar zijn jonge mensen bij die hun job verloren of nu dreigen te verliezen. Denk maar aan wat zich in de horeca afspeelt, of de evenementensector. Dat zijn drama’s. Dus hebben universiteitsstudenten geleden? Ja. Moeten we hen helpen? Ja. Maar hou je blik ook ruimer dan dat.”

Volgende week komt er een generatie binnen die anderhalf jaar lang vaak online onderwijs gekregen heeft. Staan die niet vooral klaar om uit te breken, eerder dan te studeren?

Van de Walle: “Ik zou hen dat vooral aanraden, uitbreken. Ik meen dat. Ze moeten naar buiten komen en elkaar zien. Uiteraard met de nodige veiligheidsmaatregelen. Op dat vlak hebben we toch geleerd uit het voorbije jaar. Misschien hebben we te weinig benadrukt wat er wel nog kon.”

Sels: “Ik sluit me aan bij de woorden van Rik. Ik ben ook gestopt met voortdurend te zeggen dat ik me ‘ergens zorgen over maak’. We hebben door het WK wielrennen nu een vroegere intrede van studenten in Leuven dan andere jaren. Dat verloopt goed: er ligt niet meer glas op de Oude Markt dan anders, wel integendeel.

“Dit is niet het moment om de studenten er met een belerend vingertje op te wijzen dat ze zich moeten gedragen. Dat hebben ze het afgelopen anderhalf jaar voorbeeldig gedaan en dan nog in de fase van hun leven die normaal één lange ontdekking van nieuwe vrijheden is.”

Met de start van het academiejaar komen ook de studentendopen weer in zicht. Wat vinden jullie van het voorstel van UAntwerpen-rector Herman Van Goethem om de schachtenverkoop, een traditie waarbij een student verkocht wordt aan de meest biedende, af te schaffen?

Sels: “Ik vind die schachtenverkoop niet meer van deze tijd. Zulke terminologie moet eruit. Maar we overleggen momenteel met de kringen en de clubs. Ik wil dat overleg alle kansen geven.

“Dat het niet meer van deze tijd is en niet meer kan, is een krachtig standpunt. Maar dit zonder meer opleggen vanuit het rectoraat zou leiden tot minder gedragenheid en een minder succesvol resultaat op de lange termijn. En ik heb vertrouwen in het overleg. Zo heeft de studentenvereniging Ekonomika aan mijn eigen faculteit intussen beslist geen dopen meer te organiseren, zonder ook maar één interventie van het rectoraat.”

Van de Walle: “Ook bij ons is dat een zaak van de studentenverenigingen zelf, de universiteit komt daar niet in tussenbeide.

“Op het voorstel van Herman heb ik gereageerd: ik vind het verkopen van studenten persoonlijk onaanvaardbaar. Ik heb onze studentenbeheerder gevraagd daar het gesprek over aan te gaan met de verenigingen. Maar ik ga niet zover om te zeggen dat ik af wil van de studentendoop. Je kunt die perfect op een waardevolle manier invullen.”

Een van de redenen waarom er zo veel aandacht blijft voor studentendopen is de Reuzegom-affaire. Hoe kijkt u daar nu op terug, mijnheer Sels?

Sels: “Dat is een interview op zich. De Morgen mag me daar zeker eens voor vragen. Dan zal ik dat met veel welwillendheid toestaan. Maar het is een vraag die meer dan twee, drie zinnen antwoord verdient.”

Hebben alle dopen nu een slechte bijklank gekregen door één voorval?

Sels: “Ik begrijp heel goed dat kranten en pers focussen op wat afwijkt van het normale, en dan kom je al snel bij slecht nieuws uit. Ook Reuzegom heeft terecht veel aandacht gekregen. Op lange termijn is dat wellicht zelfs een maatschappelijk zuiveringsmoment dat de aandacht voor inclusie en respect erg versterkt heeft.

“Maar wat ik elk jaar vaststel, is dat de focus ligt op die incidenten. Kijk nu ook naar de pandemie: jullie vragen of de resultaten wel goed zijn, hoe het met het mentaal welbevinden zit… Het verhaal dat ik onthoud, zijn de duizenden studenten die zich ingeschakeld hebben in vrijwilligerswerk, in de gezondheidszorg en voor elkaar.

“Dan is voor mij de focus op overlast op de Oude Markt of in de Overpoort of tijdens dopen maar een klein deeltje van het verhaal van het studentenleven. Ik wil dan het warme verhaal van de overige 95 procent studentenleven liever op de voorgrond plaatsen.”

Meneer Sels, u geeft het stokje van voorzitter van de VLIR, het overlegorgaan van de vijf Vlaamse universiteiten, door aan Rik Van de Walle. Hoe kijkt u terug op uw mandaat?

Sels: “Ik laat die evaluatie graag aan anderen over. Ik ben wel blij dat elke zittende rector herkozen werd, waardoor de vijf rectoren samenblijven. Er is een gezonde vorm van competitie op cruciale momenten, maar vooral ook een goede geest van collegialiteit.

“Toen ik het stokje van Herman Van Goethem overnam als VLIR-voorzitter, zei ik nog dat ik me geen enkel dossier kon herinneren waar we het niet eens over waren. Dat kan ik nu wel. (lachen beiden) Maar ik kan me wel geen enkel dossier herinneren waar we niet uit geraakt zijn.”

Meneer Van de Walle, gaat u het nu helemaal anders doen dan uw collega?

Van de Walle: “Wat ik heel belangrijk vind, is dat we met de rectoren steeds als vijf gelijken vergaderden. Luc had misbruik kunnen maken van zijn mandaat door zijn eigen universiteit extra in de kijker te zetten, maar heeft dat nooit gedaan. Die lijn ga ik proberen voort te zetten.”

Jullie hebben wel een andere stijl. Mijnheer Sels, u bent misschien iets bedachtzamer dan mijnheer Van de Walle, die sneller iets op Twitter gooit.

Sels: “Staar je niet blind op die karakteriële verschillen. Van alle rectoren lijken we wellicht het meest op elkaar: beiden willen we graag de techniciteit van een dossier doorgronden, de internationale dimensie van onze universiteit benadrukken, hebben we een groot universitair ziekenhuis in de rangen... We zullen elkaar ook blijven tegenkomen.

“Bovendien hebben we elkaar nodig. Ik zeg vaak dat de KU Leuven niet kan zonder de UGent en andersom, al was het maar om elkaar scherp te houden.”

Van de Walle: “Dat is waar. Zo heb ik vrijdagavond na het Overlegcomité maar met één rector gebeld, omdat ik nood had om even te overleggen. Dat was Luc. Ik ben misschien iets extraverter, maar op het vlak van competitiviteit of drive zie ik inderdaad veel meer gelijkenissen dan verschillen.”

null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234