Zondag 29/03/2020

'Dit is maar het topje van de ijsberg'

Het racisme bij de NMBS dat columniste Saskia De Coster op de agenda zette, blijkt geen alleenstaand geval. Mensen met een andere huidskleur voelen zich vaker vijandig behandeld in de trein, tram of bus. Het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding krijgt maandelijks gemiddeld één klacht hierover.

Eén zin in de column van Saskia De Coster (DM 18/10/2014) deed bij een dame uit Gent alle alarmbellen afgaan. "Van mijn trein of ik bel de politie", zo zou volgens de schrijfster een conductrice tegen een Congolese broer en zus hebben geroepen. "Twee jaar geleden heb ik nagenoeg dezelfde woorden gehoord uit de mond van een treinbegeleidster op de trein naar De Panne", vertelt Mieke Felix. De woorden bleken gericht aan een groepje jongeren, Franstalig en met donkere huidskleur, wat verderop in het rijtuig.

"Wat er precies van aan was, weet ik niet, maar volgens de medewerkster van de NMBS waren het zwartrijders. Ze moesten koste wat kost het voertuig verlaten." Daar bleef het niet bij. "Hoewel de jongens zelf rustig bleven, begon de begeleidster als een gekkin te krijsen. 'Dat zelfs het concentratiekamp voor hun soort nog te goed was', riep ze."

Toen de trein weer vertrok, zonder de jongens, spraken Felix en een medereiziger de conductrice aan op haar gedrag. Toen ze nog woedender reageerde, besloot de vrouw een klachtenbrief in te dienen bij de vervoersmaatschappij. "Daarop heb ik een schrijven teruggekregen, met excuses en de belofte dat er een onderzoek zou komen. Ik zou op de hoogte worden gehouden, maar dat is tot op vandaag nooit gebeurd. Niemand heeft mij ooit gevraagd naar wat er gebeurde."

NMBS kan zelf geen cijfers van het aantal klachten wegens racisme voorleggen. Ook De Lijn kan dat niet. "De incidenten zijn te zeldzaam om ze in een aparte categorie onder te brengen", stellen de woordvoerders.

Nochtans komt er gemiddeld één keer per maand iemand aankloppen bij het Centrum voor Gelijke Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) met een klacht wegens racisme gelinkt aan openbaar vervoer. "Dat lijkt weinig, maar we zijn er zeker van dat het maar het topje van de ijsberg is", stelt directeur Jozef De Witte.

Volgens hem vinden meldingen alleen maar plaats als het écht de moeite is, als écht duidelijk is dat er racistisch gedrag gesteld wordt. "Het is moeilijk hard te maken. Hoe bewijst een gesluierde vrouw dat een buschauffeur met opzet niet voor haar stopte? Hoe toont een zwarte man aan dat hij als enige in zijn coupé bijkomend gecontroleerd wordt? We merken dat veel slachtoffers hun energie daar niet in willen steken, dat ze door willen met hun leven. Ik heb daar alle begrip voor. Maar het geeft ook een vertekend beeld."

Machtspositie

De vaststellingen van het centrum stroken met onderzoek dat het centrum voor sociale en culturele psychologie aan de KU Leuven vorig jaar deed. Professor Karen Phalet peilde toen bij 670 Antwerpenaren tussen de 18 en 35 jaar met Turkse en Marokkaanse roots naar aspecten van hun integratie. Zij gaven aan zich vooral op het openbaar vervoer (eerder dan op school of op het werk) gediscrimineerd te voelen. 64 procent van de Marokkaanse en 53 procent van de Turkse jongeren zei er 'soms' of 'vaak' mee geconfronteerd te worden.

Phalet: "We zijn een vrij gesegregeerd landje - we vermijden vaak contact, doen liever ons eigen ding. Wanneer we op een kleine plek als een coupé of dezelfde bus vertoeven, is er een grote ontmoetingskans en staan plots veel mensen uit veel verschillende samenlevingen vlak bij elkaar. Die ontmoeting kan positief zijn, maar even vaak negatief. Discriminerend en racistisch gedrag tussen passagiers onderling of met een begeleider of chauffeur kan daaruit voortvloeien."

Daar komt ook bij dat op een trein, tram of bus alles voor iedereen zichtbaar is. Racisme valt er meer op dan pakweg in een kantoor waar een manager beslist om de sollicitatiebrief van een zwarte man of vrouw aan de kant te schuiven. Bij het CGKR geloven ze dat het voor mensen in een machtspositie ook meer verlokkelijk is om die macht maximaal voor de ene of minimaal voor de andere te laten gelden. "Mensen gaan vaak onbewust voort op stereotypen die ze kennen", aldus De Witte.

Ontslagen

Zowel de NMBS als De Lijn benadrukt dat ze van hun medewerkers een professionele houding verwachten en dat daarop gehamerd wordt tijdens opleidingen. "Elke klacht wordt onderzocht. Als die gegrond blijkt, dan wordt de onmiddellijke chef er meteen bijgehaald en wordt de treinbegeleider bijgestuurd. Dat kan via extra cursussen en psychologische begeleiding. In heel extreme gevallen kan racistisch gedrag leiden tot een heroriëntering, een schorsing of zelfs ontslag."

Dat gebeurt volgens hen héél uitzonderlijk. Toch wijst Jozef De Witte erop dat in september nog een chauffeur, die via een privébedrijf voor De Lijn werkte, ontslagen werd omdat hij zich aan racistisch gedrag had bezondigd. Op het moment van de feiten had hij al veertig klachten achter zijn naam. "Het is voor een bedrijf van belang om daaruit te leren. A complaint is a gift", stelt de man. "Niet alleen commerciële organisaties maar ook openbare-vervoersmaatschappijen zouden die slogan hoog in het vaandel moeten dragen. Elke klacht biedt een kans om jezelf de vraag te stellen: doen we het goed genoeg? Die vraag is nog belangrijker als je weet dat bepaalde klachten maar moeilijk komen bovendrijven."

Over de zaak rond Saskia De Coster, Kongolo Mbuyi en Chantal Bitota was er gisteren nog niet meer duidelijkheid. Alledrie zouden ze een klacht indienen. De NMBS laat weten dat de conductrice in kwestie dat ook doet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234