Zaterdag 22/01/2022

'Dit is hoe ik het aards paradijszie'

Stones-fotograaf Dominique Tarlé

Zes maanden lang woonde de Franse rockfotograaf Dominique Tarlé bij Keith Richards en zijn vrouw Anita Pallenberg in Villa Nellcôte in Villefranche-sur-Mer, aan de Côte d'Azur. Het was de zomer van 1971 en The Stones waren in vrijwillige ballingschap naar Frankrijk getrokken, op de vlucht voor de fiscus. Met een eenvoudige Nikon camera, een 35 en een 85mm lens, zonder flits, maakte de toen 23-jarige Tarlé duizenden foto's van The Stones en hun entourage. De afgelopen dertig jaar doken ze hier en daar discreet op. Voor het eerst is er een volwaardige tentoonstelling van te zien, in Brussel nog wel.

Johan Ral

'Ik ben The Rolling Stones beginnen fotograferen in 1964, ik was voor hen dus geen onbekende. Ik was vooral geïnteresseerd in Keith, omdat ik bovenal een fotograaf van gitaristen ben, met een passie voor blues. Dat is de reden waarom ik toen naar Engeland ben afgereisd. In 1968 was ik er met een toeristenvisum van drie maanden, ik ben er drie jaar gebleven. De immigratiedienst zat steeds dringender achter me aan. Ik was wanhopig, want Londen was in die tijd een stad waar je erg goed kon leven en ik heb nooit van Frankrijk gehouden. Net op dat moment hoor ik dat The Rolling Stones naar Zuid-Frankrijk gaan. Ik heb mezelf aangeboden en twee weken later al kreeg ik het adres van Keith Richards toegestuurd. Ik trek er voor een halve dag naartoe, maak er de foto's die ik wilde maken en vraag 's avonds of ze me naar het station kunnen brengen. 'Geen sprake van, je kamer is klaar', hoor ik ze zeggen. En zo ben ik daar zes maanden gebleven. Het was makkelijker om Villa Nellcôte binnen te geraken dan weer buiten. Als Keith je als zijn vriend beschouwt, ontneemt hij je gewoonweg het recht om op een normale manier te vertrekken, je moet uiteindelijk zien te ontsnappen."

Dominique Tarlé heeft dertig jaar lang geen contact gehad met The Stones. Precies door zijn Nellcôte foto's en het exclusieve boek Exile, in 2001 in een beperkte, gesigneerde oplage van slechts tweeduizend exemplaren verschenen bij Genesis Publications, heeft hij The Stones teruggevonden.

"Ik heb eerst en vooral op mijn kop gekregen van Keith, dat ik dertig jaar niets van me had laten horen! Toen ik uit Nellcôte wegging, had ik besloten dat wat ik verder in het leven ook zou doen, het met passie moest zijn. In tegenstelling tot een schrijver, die alleen achter zijn bureau kan zitten werken, is een fotograaf verplicht de momenten die hij vastlegt, mee te beleven. Maar hij blijft wel de getuige, de handeling gaat niet van hem uit. Ik had het nodig de dingen zelf te beleven. Daarom heb ik een tijdlang mijn apparatuur opzij gezet. Ik heb met een vriend een pizzeria opengehouden in Bretagne, er zeilles gegeven, bij een luchtvaartmaatschappij gewerkt omdat ik wilde reizen... Maar ik ben natuurlijk nooit helemaal opgehouden met fotograferen.

"Dertig jaar geleden had niemand belangstelling voor deze foto's. Lange tijd heeft men mij alleen gevraagd om ze af te staan, voor een belachelijke prijs, om boeken van anderen te illustreren. Toen kwam het aanbod van Genesis. Ik heb meteen contact opgenomen met Anita Pallenberg. Ik wou geen 'toestemming' van The Stones, alleen hun steun en aanmoediging. En die heb ik ook gekregen. Haar antwoord was: 'Ik ken Keith. Als hij je foto's zal zien, begint hij zeker te huilen.' Bill Wyman heeft bij iedereen een goed woordje voor me gedaan en zo hebben alle actoren van toen aan het project bijgedragen."

De ambigue actrice Anita Pallenberg, openlijk biseksueel, speelt een cruciale rol in het leven van The Stones. Zij was de vriendin van gitarist Brian Jones, voor Keith Richards haar van hem afpakte. Een bepalende factor in de ondergang van de tragische Jones, die in 1969 dood in zijn zwembad wordt gevonden. Met Mick Jagger speelt ze in 1970 in de controversiële film Performance van Nicolas Roeg en Donald Cammell. Ze wordt weleens omschreven als een soort hogepriesteres, of liever nog een heks van de acid sixties.

"Ik kan heel goed met Anita opschieten, nu nog, zij is ma copine. Anita heeft een betere opvoeding dan de meesten onder ons én een superieure intelligentie, dat schrikt af - maakt de mensen ongemakkelijk. Ze heeft niet alleen Keith gemanipuleerd, ze heeft The Rolling Stones als geheel naar haar hand gezet. Anita was ook duidelijk de baas in Villa Nellcôte. In Engeland leefden de groepsleden hun eigen leven en zochten ze elkaar hoofdzakelijk op om te werken. In Frankrijk was dat anders. Doordat The Stones in ballingschap leefden en ze beslist hadden om in Nellcôte op te nemen waren de banden tussen de groepsleden veel hechter. Maar er liepen ook kinderen rond - onder wie Marlon, de tweejarige zoon van Keith en Anita - huisdieren, personeel en veel gasten. Anita moest voor al dat volk zorgen, er moest eten op tafel komen, soms voor wel vijftig man, iedereen moest genoeg aandacht krijgen, en er was ook het geruzie tussen de vrouwen. Daarom heb ik veel respect voor Anita, het was een zware tijd voor haar."

De gastenlijst van Nellcôte in de zomer van 1971 leest als een Who's Who van de rock van die dagen. Het begint allemaal op 12 mei met het huwelijk van Mick Jagger en de flamboyante Nicaraguaanse Bianca Pérez Morena De Macías. Jagger woont niet op Nellcôte. Hij huurt eerst een immens kasteel bij Grasse, later een appartement in Saint-Tropez. Hij leeft wat afgezonderd van de andere Stones, later op het jaar zal hij ook vaak heen en weer pendelen tussen het zuiden en Parijs, naar de zwangere Bianca. In oktober wordt hun dochter Jade geboren.

Het leven van de groep - op dat ogenblik met Bill Wyman, Charlie Watts, Mick Taylor, maar ook de blazers Bobby Keys en Jim Price en pianist Nicky Hopkins in de harde kern - draait rond Keith, hij heeft de leiding. In het door hemzelf gezongen 'Happy' neemt Richards trouwens afstand van Jagger en zijn voorliefde voor de jetset.

Na het huwelijk komen eregasten als Eric Clapton nog even doorfeesten bij Keith en Anita alvorens weer aan het werk te gaan. Alleen Gram Parsons, van The Byrds en The Flying Burrito Brothers, zal een paar maanden in het zog van Richards blijven hangen en met hem zijn liefde voor country delen - en voor hard drugs. Was het dan ook niet handig dat Marseille, toen de Europese hoofdstad van de heroïne, niet veraf lag?

"De wereld van The Stones was heel open. Ze omringden zich met mensen die helemaal niet op hen leken. Nicolas Roeg en Donald Cammell, journalisten zoals Robert Greenfield van Rolling Stone Magazine, maar er hingen ook diamantairs rond, vertegenwoordigers van Ferrari en allerlei parasieten. Volgens mij had hun entourage meer problemen met drugs dan zij. Drugs speelden wel een rol, natuurlijk, maar voor Keith was dat geen prioriteit. En, hoewel ze geen van beiden van hun gebruik een geheim maakten: de band tussen Keith en Gram waren niet de drugs, maar de muziek. The Stones waren ook keihard bezig met de nieuwe plaat. Het zijn ongelooflijk harde werkers, perfectionisten, met een enorme gedrevenheid. Met een écht drugprobleem kun je die energie niet opbrengen. Waarschijnlijk heeft Gram wel gefantaseerd over Keith, zoals zo velen dat hebben gedaan. Want mensen als The Stones fungeren als kapstokken voor de fantasmen van anderen. Over drugs, seks, succes, geld, macht. Het zijn hun eigen wanen die in feite niets te maken hebben met de realiteit van degenen aan wie ze dit allemaal toeschrijven.

'Ik ben altijd in de contramine, doe altijd het tegengestelde van anderen, of van wat van mij wordt verwacht. Mijn foto's van The Rolling Stones zijn geen groepsfoto's, maar portretten van hen apart, beelden van het alledaagse leven. Ik fotografeer alleen maar mensen van wie ik houd en of ik iets al dan niet op foto vastleg, beslis ik op het moment zelf. Er gebeuren zaken die je niet met anderen wenst te delen. Zulke momenten heb ik met Keith en Anita gehad, maar ik heb er geen foto's van gemaakt en ik kan ze dus ook niet tonen.

"John Lennon is op een middag langsgekomen. Hij is onmiddellijk naar de kamer van Keith gegaan en driekwartier later kwam hij naar beneden, zei 'Goodbye', gaf over op het tapijt en vertrok. Dan druk ik dus niet af. Omdat ik wil dat de mensen er goed uitzien op mijn foto's en omdat Nellcôte geluk was, geen verdriet of verval.

"Ik heb met Keith, Anita en de anderen de intimiteit van hun gezinsleven gedeeld. Ik voelde me goed bij hen. Ze stelden mij op mijn gemak, zorgden goed voor mij, waren bekommerd om wat er met mij gebeurde. Dat heb ik geapprecieerd. Ik maakte deel uit van de familie, van de groep en van het gezin. Zo heb ik, samen met anderen, de totstandkoming van Exile On Main Street beleefd en dat is in de eerste plaats muziek. Maar het is natuurlijk makkelijker om te schrijven over een lijntje coke dan over een baslijn.

"Dit zijn familiefoto's. Ik ben geen nieuwsfotograaf die het moet hebben van de commercie. Daarom heb ik ook zolang met publicatie gewacht. De mensen willen natuurlijk sensatie, liefst een beetje gore foto's. En The Stones hebben dat gebruikt, want wie zijn The Stones? Gewoon een rhythm and blues-groep met talent. Maar van talent alleen leef je als artiest geen veertig jaar lang. Dus moet je in de belangstelling komen en blijven. The Rolling Stones hebben geleerd hun imago van 'stoute jongens' te beheersen, maar als ze staan waar ze vandaag staan, komt dat ook door hun sterke gezinsleven. Zelfs Mick Jagger, die een losbandig seksueel leven heeft geleid, is daarnaast een verantwoordelijke huisvader. En Keith is in feite de man van één vrouw, zeer lang is dat Anita geweest."

Over Villa Nellcôte doen de wildste verhalen de ronde. Bijvoorbeeld van de hakenkruisen in het smeedwerk op de ventilatieroosters.

"Typisch, ja. Er waren wel zulke decoraties, maar zoals je het hakenkruismotief door de geschiedenis heen overal kunt terugvinden. Vaststaat wel dat de villa tijdens de Tweede Wereldoorlog het hoofdkwartier is geweest van de Gestapo. Zo werd dit weer een lekker verhaal. Maar ik heb veel krassere dingen meegemaakt. Nellcôte was op een steile rotswand gebouwd. In feite waren er drie kelderverdiepingen, tot beneden op het strand, met grote hekken. In een van de kelders hebben wij een houten kist gevonden, met kentekens van de Wehrmacht erop, gevuld met ampullen morfine van het Duitse leger. En neen, het was echt niet de voorraad van Keith. We vonden dat werkelijk te gevaarlijk, al die morfine voorbij de houdbaarheidsdatum. 's Nachts hebben een vriend en ik dan maar al die ampullen op de rotsen stuk gegooid."

In mei 1971 beginnen de eerste repetities voor wat oorspronkelijk Tropical Disease zou heten. Begin juli beginnen de opnamen echt, met de mobiele studio die uit Engeland is overgekomen. Zes maanden lang zullen de muzikanten zwoegen in de vochtige, naar zweet en schimmel ruikende kelders van Villa Nellcôte. Omdat men niets anders in de buurt had gevonden, én omdat de kans dan groter was dat Keith niet te vaak verstek zou laten gaan. Overdag laat hij graag een dobbelsteentje rollen in de nabije casino's. Dat levert inspiratie op voor 'Casino Boogie' en 'Tumbling Dice'. Er wordt meestal opgenomen van negen uur 's avonds tot vier uur in de ochtend. De elektriciteit valt geregeld uit. Door de hoge vochtigheidsgraad raken de instrumenten steeds weer ontstemd. Het is er benauwd, er is maar één klein raampje en het is behelpen met een ventilator die boven Charlie Watts' drumstel hangt. Daar krijg je dus de 'Ventilator Blues' van. Richards komt vaak pas rond middernacht naar beneden, en verdwijnt zelfs dan nog geregeld een paar uur, met de mededeling: "Ik ga nog even Marlon in bed stoppen."

Hoewel niet alles van Exile On Main Street in Villefranche is opgenomen en de definitieve zangpartijen in Los Angeles zullen worden ingezongen, wordt hier wel de basis van de plaat gelegd, een mijlpaal in de geschiedenis van de rock. Eén organisch, schijnbaar chaotisch geheel, met Jaggers stem vaak ver in de mix ondergedompeld - waarin The Stones teruggaan naar hun wortels: de rock en de blues.

Dominique Tarlé heeft het meegemaakt, de spontane generatie van nummers die zich uit lange jamsessions kristalliseerden.

"Fascinerend hoe die muzikanten samen iets maakten, vanuit het niets, zonder met elkaar te praten. Eentje speelt enkele noten, een riff, op gitaar of op piano. De anderen raken geïnteresseerd, nemen op hun beurt een instrument ter hand - en langzaam maar zeker wordt er improviserend gezocht, dat kon de hele nacht duren. Er groeit gaandeweg een consensus over waar het heen moet. Of precies het omgekeerde: na twee uur stapt iemand eruit - of de hele groep stopt ermee en het idee wordt niet verder uitgewerkt. Maar intussen wordt alles op band opgenomen. Elk nummer werd zo bijna een week lang 's nachts gespeeld, voor het uitgerijpt was. Ik heb zo diezelfde, naakte riff van 'Tumbling Dice' vijf nachten aan een stuk gehoord, ondraaglijk werd dat op den duur.

"Voor mij was het raar om de afgewerkte plaat te horen, ik had eigenlijk alleen de begeleiding gehoord, want niemand zong! Mick stond meestal de anderen van op een afstand te observeren. Af en toe kwam hij dan naar voor, om het nummer een richting te geven. Met een stukje harmonica, of met wat zang. Meestal debiteerde hij een reeks onomatopeeën die bij de structuur van het nummer pasten. Blijkbaar werden de tekst en de definitieve zanglijn pas achteraf toegevoegd."

De veeleisende, tegendraadse Tarlé is duidelijk zenuwachtig wanneer de vijfendertig foto's van zijn eerste échte tentoonstelling uitgepakt worden, 2,80 bij 1,80 meter, negen ervan in kleur. Wat doet het hem nu?

"Je moet dit zien als een puzzel. Geen enkele foto staat op zich, geen een vertelt het hele verhaal, wat een reclamefoto bijvoorbeeld wel moet doen. Dit zijn foto's tussen twee momenten in. Daarom heb ik ook niet echt een lievelingsfoto. Geen foto is belangrijker dan de andere, je moet ze samen kunnen zien. Dat is net zo bij een stripverhaal. Daarom vind ik het zo leuk dat dit hier kan hangen, want ik associeer Brussel met Kuifje. Alleen is de held van mijn verhaal een rockgitarist met een groot hart. Bovendien is er het schitterende kader van het Jubelparkmuseum. Toen ik dit museum zag, wist ik dat de foto's zich in deze majestueuze ruimte thuis zouden voelen. Hier kunnen ze ademen. Ik probeer de sfeer van Villa Nellcôte met al zijn bewoners van 1971 en de Côte d'Azur naar 2003 en Brussel over te brengen.

"Want voor mij zijn dit allang geen foto's meer van The Rolling Stones: dit is gewoon hoe ik het Aards Paradijs zie. Zo zou toch iedereen moeten kunnen leven? Zo vanzelfsprekend, in een groot huis, met muziek - geen platen, maar live muziek - mooie vrouwen, de zon, de zee met op vijftig meter van het strand ronddobberende boten en de beste rockgroep ter wereld in je kelder. Wat wil je meer?"

De tentoonstelling 'Rolling Stones: The Brussels Affair' opent met een muzikale happening vanavond om 22.30 uur (toegang: 15 euro) en loopt tot 31 augustus in het Jubelparkmuseum in Brussel. Elke dag van 9.30 tot 17 uur Maandag gesloten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234