Zaterdag 27/11/2021

'Dit is hard werk. Ik zou liever met vakantie gaan naar Zuid-Frankrijk'

Er zal later nog veel over gediscussieerd worden. Wie heeft de navigatiefout begaan waardoor onze karavaan in twee ongelijke delen uiteenviel? Het liep net zo lekker. De zon was al lang ondergegaan, we scheurden met 150 per uur over de onverlichte Autobahn van München naar Oostenrijk, terwijl echte laagvliegers ons links inhaalden en ter plaatse lieten alsof we er een sukkelgang op nahielden.

Bij het vertrek na het avondeten waren er afspraken gemaakt: om zich ervan te vergewissen dat we allemaal volgden, zou Rifan Karakaya geregeld zijn vier knipperlichten activeren. Het signaal zou dan van wagen naar wagen worden doorgegeven en door de hekkensluiter met een lichtstoot van de koplampen worden beantwoord. Aan ons lag het niet, want wij hadden ons comfortabel in de staart van het konvooi genesteld. Feit is dat we bij de grens in Passau niet alleen Rifans zwarte BMW maar ook de snelweg zijn kwijtgespeeld.

Ongevraagd en zichtbaar onvoorbereid kroop Recep Acar in de rol van gids. We fronsten al onze wenkbrauwen toen we in Oostenrijk kilometers lang over secundaire wegen reden, ons door nauwe steegjes van slaperige dorpen wurmden, om vervolgens de grootstad Linz kriskras te doorkruisen. Het regende pijpenstelen, straten glansden spookachtig in het neon van winkeletalages. Het leek alsof alle verkeerslichten van Linz samenspanden om onze missie te saboteren. In weinig meer dan dertig uur de 3.500 kilometer van België naar Emirdag overbruggen, was dat niet het objectief dat Rifan ons had gesteld? Onze twijfel bij de haalbaarheid van die deadline groeide met iedere kilometer die we achter Receps blauwe Seat Alhambra aanreden. Waarom negeerde hij al voor de derde keer een blauw bord richting autosnelweg? Koppig bleef hij ons meesleuren over een heilloze expresweg. Zijn hortende rijstijl bevestigde onze bange vermoedens: onze nieuwbakken gids was het noorden kwijt. Ten langen leste ging hij aan de kant en stapte uit, beide handen maakten een moedeloos gebaar. In de gietende regen kwam de waarheid aan het licht. Zijn gloednieuwe gps stond op 'autosnelwegen negeren' geprogrammeerd.

De opeenstapeling van navigatiefouten had verrassende gevolgen. Weg waren de Karakaya's, de familie uit Oudenaarde waarmee de hele odyssee was begonnen. Ondanks geregeld telefonisch contact voltrok zich diep in Oostenrijk het definitieve schisma. Rifan koos zoals gepland voor de route Slovenië-Kroatië, wij bleven tegen beter weten in, en ook wel bij gebrek aan landkaart, op de gps vertrouwen die ons via Hongarije richting Sofia en Turkse grens dirigeerde. Een tijdlang hielden sms'jes de hoop op een hereniging levend. 'Afspraak eerste tankstation voorbij Belgrado'. 'Wacht op jullie grens Bulgarije'. 'Zien elkaar grens Turkije'. Telkens weer bleken de kloof en de wachttijd onoverbrugbaar en werd de plek van het rendez-vous verder oostwaarts opgeschoven. We stuurden ten slotte zelf het verlossende bericht: 'Wacht niet op ons. Tot in Emirdag, grt'.

Waarom ook treuren om het verlies van een Turkse gastfamilie als je er twee voor in de plaats krijgt? We zullen de tweelingbroers Acar en hun respectieve gezinnen als genereuze reisgenoten leren waarderen. Niet dat we die eerste nacht veel tijd vinden om onze prille relatie te verdiepen. Afgezien van de gemankeerde start wordt de etappe Oostenrijk een snelle rit zonder geschiedenis, met een korte plaspauze in een tankstation als enig vermeldenswaardig koersfeit. Ondanks het onchristelijke uur is het een drukte van belang. Op de parking zien we een mikmak van Duitse, Belgische, Nederlandse en Franse nummerplaten, maar binnen horen we haast uitsluitend Turks.

Ramadan vermijden

De exodus richting Bosporus is dit jaar uitzonderlijk vroeg op gang gekomen. Reden: niemand wil nog in Turkije vertoeven wanneer op 1 augustus de ramadan begint. Het belooft voor de deelnemers een editie met olympische allures te worden. Vasten van halfzes 's morgens tot negen uur 's avonds is al geen lachertje, niet drinken in de loden hitte is helemaal bij de beesten af. "Het is bovendien vakantie", zegt Neviye Acar. "De mensen gaan naar Turkije om zich te amuseren. Lekker eten en drinken horen erbij, en daar kan tijdens de ramadan geen sprake van zijn."

Neviye, met haar 21 de oudste van Receps vier dochters, is uitgestapt om de benen te strekken. Of is het om een luchtje te scheppen? Gisteren, in Regensburg, had haar vader ons het geheime wapen getoond waarmee hij zijn actieradius naar eigen zeggen nagenoeg onbeperkt wist uit te breiden. Red Bull hield zijn geest alert en zijn oogleden open. Maar, zo weten Neviye en de andere vier medepassagiers, Recep Acar houdt er nog een tweede pepmiddel op na. "Papa rookt de ene sigaret na de andere als hij aan het stuur zit", zegt ze. "Hij is al aan zijn vierde pakje toe. Niet zo fijn voor de kinderen, maar papa kan niet zonder. Daarom doet hij ook nooit mee aan de ramadan, ook niet als die in de winter valt. Zonder tabak is hij ongenietbaar."

Het is halfvijf als ter hoogte van Wenen het ochtendgloren begint en de hemel in een lichtspel van grijstinten omtovert. Het schouwspel begint geen minuut te vroeg voor de eenzame automobilist die kilometers vreet terwijl zijn copiloot een dutje doet, in de hoop uitgeslapen te zijn voor zijn volgende shift aan het stuur. De dageraad is balsem voor de ogen, vermoeid van het staren naar de merktekens op het asfalt en het speuren naar achterlichten van voorgangers. Een dik uur later staan we aan de grens van Oostenrijk-Hongarije. Zo'n 1.300 kilometer gereden, nog altijd weinig meer dan één derde van het totale traject. We staan er liever niet bij stil, anders zou het verlangen naar horizontale rust wel eens onweerstaanbaar kunnen worden. In de plaats daarvan kopen we Hongaarse wegenvignetten en slaan een espresso achterover. Ooit was deze plek een symbool van Europese verdeeldheid, tegenwoordig wapperen er meer blauwe banieren met gele sterren dan op het Brusselse Schumanplein. Afrekenen gebeurt nog lekker ouderwets in Hongaarse florint. Wie graag met wisselkoersen speelt, moet met de auto naar Turkije reizen. Verderop staan ons nog transacties in Servische dinar, Bulgaarse leva en Turkse lira te wachten. Na een doorwaakte nacht staat ons hoofd niet naar rekensommen met cijfers achter de komma. We gooien de kredietkaart op de toonbank en zetten een krabbel op een reçu. Weg zijn we, op naar de volgende grens.

Smeergeld

Servië wordt een ramp. Het begint al bij de grens, waar zich een file van meerdere kilometers heeft gevormd. Turken, niks dan Belgische, Nederlandse, Franse, Duitse, Oostenrijkse, Zwitserse, ja zelfs Deense Turken. Ze rijden in zware limousines en potige SUV's, we vallen danig uit de toon met ons Polootje. Toegegeven: ook ons is de gedachte wel eens overvallen dat een BMW of Mercedes voor een gemiddelde Turk dezelfde betekenis heeft als de staart voor een mannetjespauw. Maar behalve een pronkstuk is een krachtige automobiel vooral een noodzaak om de jaarlijkse trek naar de heimat aan te vatten. Turken behoeven geen aansporing tot carpoolen, zelden zitten er minder dan vijf passagiers aan boord. Over beenruimte moeten we ons geen illusies maken, zonder imperiaal en dakkoffer krijgen velen hun bagage niet gestouwd.

Stapvoets vorderen we richting Servië. Letterlijk, want heel wat reizigers duwen met vereende krachten hun auto vooruit. Goed voor de benen en voor de luchtkwaliteit, bovendien spaart het brandstofkosten uit. We staan in dubio: hoe letterlijk moeten we het advies van Rifan nemen en een briefje van vijf euro in ons paspoort wegmoffelen? Volgens hem was preventief smeren de beste manier om zich van een vlotte grensovergang te verzekeren. Het laatste wat je op weg naar je Turkse vakantieadres wilt meemaken, is een humeurige douanier die je aan de kant zet en je hele auto laat leegmaken. We besluiten het toch maar niet te doen. De douanier werpt een vluchtige blik op onze paspoorten, er kan zelfs een flauwe glimlach af. We mogen Servië binnen, zonder baksjisj.

Het verdere verloop van de dag laat zich gemakkelijk samenvatten: files, files en nog meer files. Servië is een verplichte excursie voor wie de verkeersellende op de Antwerpse of Brusselse ring niet meer kan relativeren. Het hele autowegennet is op de schop, de werven volgen elkaar op. Belgrado is een nachtmerrie. We verliezen meer dan twee uur, ook al volgen we het voorbeeld van Recep, die de kunst verstaat om de pechstrook oneigenlijk te gebruiken en zich aan de kop van de file tussen het pak te wurmen.

Artisanale picknick

Het is zes uur 's avonds wanneer we de eerste lange stop van de dag inlassen. Eten met Turken is altijd een feest, en daar wordt zelfs in barre omstandigheden niet van afgeweken. Saban Acar kookt water voor thee en koffie, moeders en dochters richten een festijn aan met diverse soorten brood en gebak, gevulde druivenbladeren, schapenkaas, knapperige sla, komkommer en tomaten. Alleen de instantnoedels detoneren in dit artisanale geheel, maar ze smaken er niet minder lekker om. We nemen het ervan, de picknick duurt ruim een uur.

Wie ligt er nog wakker van onze deadline? Na dertig uur zitten we ergens halfweg tussen Belgrado en Nis, ruim 1.600 kilometer van onze eindbestemming. "Ik heb nooit geloofd dat we het in anderhalve dag zouden halen", zegt Saban. "We hebben ons laten meeslepen door Rifan. Turkije, daar trek ik normaal drie dagen voor uit. Ik ben taxichauffeur in Brussel. Ik kan rijden, maar racen op de autosnelweg is mijn ding niet." Recep valt hem in de rede. "Mijn broer is altijd een trage geweest", zegt hij schamper. "Het kan heus wel in 30 uur, maar dan moet je niet in konvooi maar alleen rijden. Het is de groep die je tijd doet verliezen."

Recep en Saban zijn identieke tweelingen, maar de verschillen springen meteen in het oog. De eerste rookt Marlboro, ook in de auto. De andere zweert bij Camel, maar onthoudt zich tijdens het rijden. Recep, onderhoudswerker van beroep, is ietwat koleriek, Saban behoort meer tot het bedachtzame type. Ze discussiëren veel, maar over één ding zijn ze het roerend eens. Vakantie in Turkije is meer plicht dan pret. Jaarlijkse traditie? Om de twee, drie jaar zal ook wel volstaan. Voor het weerzien met de familie moeten ze het trouwens niet doen. Ouders en schoonouders wonen in België, alleen in de zomer resideren ze in Turkije, waar ze hun Belgisch spaargeld in huizen en appartementen hebben belegd. "Het is geen vakantie maar hard werk", zegt Saban. "Een familiebezoek hier, een bruiloft daar, we rijden de hele tijd van hot naar her. Dit jaar hebben we er een weekje hotel aan de Turkse Rivièra afgepitst, daar kijken we wel naar uit." Recep kan het alleen maar beamen. "Eigenlijk", zegt hij, "zou ik liever met vakantie gaan naar het zuiden van Frankrijk. Maar ja, de vrouwen willen het anders. Familie is heilig, daar valt niks tegen in te brengen."

Morgen rit 3

Horrorverhalen op weg naar de Bulgaarse grens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234