Maandag 25/01/2021

'Dit is geen strip'

Wars van alles wat hij als Vlaams stripauteur ooit leerde, vertrouwde Marc Legendre ongrijpbare gruwel en ontreddering aan het papier toe met zijn rauwe en zelfs confronterende graphic novel Finisterre, waaraan letterlijk 's mans eigen bloed kleeft. Zijn geesteskind Biebel stond er onthutst bij en keer ernaar. 'Niet dat ik erop neerkijk, maar de tijd van plaatjes en tekstballonnetjes ligt voorgoed achter me.' Marc Legendre

Finisterre

Atlas, Amsterdam, 68 p., 16,50 euro.

Ze is totaal ontredderd en verward, sleept in een onbewaakt moment haar recente trauma's over de stippellijn van de bergweg en rijdt de afgrond in. De Vlaamse graphic novel Finisterre heeft een aanvang genomen. De bovenstaande scène voltrekt zich in zeven erg wazige foto's voor het netvlies van de lezer. Wat volgt, is het chaotische verhaal van een jonge vrouw die tijdens de Balkan-oorlog de gruwelijke waarheid ontdekt over haar ogenschijnlijk zachtaardige echtgenoot. Een echtgenoot die in de kelders van een schooltje de kindermoordenaar en folteraar in hem tot leven zag komen en voor wie vrouwenruggen asbakken werden. Als in een poging de verwardheid in het hoofd van de vrouw te vertalen, soupeert Legendre zijn verhaal slechts fragmentarisch op. Daarbij gebruikt hij alle mogelijke verhaaltechnieken, gaande van foto's, kopies en tekeningen tot gedichten, lyrics en stukjes literatuur (Jeroen Brouwers, Jacques Brel, Hugo Claus, Charles Bukowski,...). Wat rest, is een ongemakkelijke, moeilijk te verteren afdaling in het brein van een ter dood veroordeelde.

Marc Legendre (49) begon exact tien jaar geleden aan wat zijn meest persoonlijke beeldroman moest worden. De aanzet daartoe waren de verhalen van zijn broer en fotograaf Wim Vancapellen, beiden als journalist in de Balkan gestationeerd toen daar de hel losbrak.

"De verhalen die ze meebrachten getuigden van ongekende wreedheden", herinnert Legendre zich. "Mijn broer tikte de opgenomen interviews uit in het atelier waar ik met enkele vrienden aan Biebel werkte. Heel vreemd. Zat ik in de ene kamer grapjes te bedenken, dan hoorden we in de andere kamer plots een vrouw huilen omdat een idioot haar kind had opgeblazen in de kelder van een schooltje. Wat later zag ik op de tv een documentaire over ziekelijke zwijnen die een weekendje 'pleasureshooting' in ex-Joegoslavië boekten. Gekken die betaalden om een zaterdagmiddag sluipschuttertje te spelen en die zelfs vroegen of er niet ergens een markt was omdat daar meer volk passeerde. Ik kon niet geloven dat zoiets echt gebeurde. Tot ik de verhalen van mijn broer hoorde."

U hebt tien jaar over Finisterre gedaan. Hoe komt dat?

"Toen ik in 1995 de eerste versie van Finisterre schreef, had ik geen flauw benul wat ik daarmee aan moest. Het kon alle kanten op. Eerst zag ik het zelfs als een theatermonoloog. Daarna ben ik een aantal keren verhuisd. Ik ben vertrokken met een zeilboot, strandde in Gran Canaria, wisselde de boot voor een geitenstal. Ik moest telkens opnieuw beslissen wat ik zou meenemen en wat weg mocht. Finisterre reisde telkens mee. Telkens als ik de tekst in handen kreeg, voelde ik dat ik er iets mee moest doen. Het is nooit volledig naar de achtergrond verdwenen.

"Ondertussen was ik gestopt met striptekenen en gaf ik bij The House of Books jeugdboeken uit. Het was een bijna logische stap om dat manuscript op een dag uit de la te halen met het voornemen om er een roman van te maken. Maar het werkte niet als roman. Om de sfeer op te roepen van de woonkamer in het begin van het verhaal, een kamer die ook symbool staat voor het veilige leventje van de vrouw, had ik ongeveer vijf pagina's tekst nodig, terwijl ik diezelfde sfeer ook in één tekeningetje kon vatten. Het leek me dus beter om er een strip van te maken. Maar ook dat lukte niet. Mijn manuscript was allesbehalve een stripscenario.

"Toen ontstond het idee de tekst te behouden als ik het met beelden niet beter kon zeggen, en beelden te gebruiken als woorden te kort schoten. Dat werkte. Maar toen ik 44 pagina's klaar had, besefte ik dat ik van Finisterre een gewoon stripje gemaakt had. Met vakjes en gedachteballonnen. Het straalde niets uit. Ik bekeek het ding en voelde... niets. Ik smeet alles weg en begon opnieuw. Andere tekentechnieken, allerlei stijlen door mekaar. Maar na twintig pagina's bleek dat ik alweer een stripje aan het maken was. Het beeld had niets van de kracht van de tekst. Ik gaf het op. Ik slaagde er niet in uit te drukken wat ik voelde. Ik smeet opnieuw alles weg en schreef Cono, het boek over onze belevenissen op Gran Canaria."

Een gemene snijwond maakte niet veel later het verschil, vertelde u me eerder al.

"Maanden later was het grote schoonmaak rond het huisje. Ik had voor mijn probeersels voor Finisterre wat teksten op glas geschreven omdat ik dacht dat dat een ander effect zou geven dan op kalkeerpapier. Toen ik zo'n stuk glas wilde wegsmijten sneed ik me. Ik ging naar binnen, verzorgde m'n hand, kwam terug in de tuin en zag de scherf vol bloed en zand en gras op de grond liggen. Een beeld uit de Finisterre die ik droomde, maar die ik niet op papier kreeg. Ik ben meteen het huis ingerend om die scherf in te scannen en het resultaat te bekijken. Een aha-erlebnis, zeg maar. (grijnzend) Het moeilijkste bleek daarna Kati (zijn echtgenote, GDW) te overtuigen dat zand, slijk en gras op de glasplaat van een scanner wèl moest kunnen."

Bij mijn weten heeft geen enkele Vlaamse stripauteur ooit zo'n harde graphic novel afgeleverd.

"Dat is best wel jammer. Beeldtaal is een taal waarmee je alle thema's kunt aansnijden. Maar dat gebeurt niet vaak, terwijl hier mensen rondlopen die toch echt iets 'in your face' zouden kunnen maken."

Is 'graphic novel' wel de gepaste term voor Finisterre?

"Ik heb nooit gedacht dat ik weleens een 'graphic noveltje' zou maken. Toen het ding klaar was, kreeg het wel plots dat label. Het lijkt me een vlag die nogal wat ladingen dekt. Wat mij wel opvalt, is dat men hier in Vlaanderen vooral de nadruk legt op de beeldjes, terwijl men in de VS meer de nadruk legt op het tekstgedeelte. In Vlaanderen blijft de graphic novel op die manier eerder een stripje, wat hij eigenlijk niet is of niet noodzakelijk hoeft te zijn. Wat mij betreft mag dat woordje 'graphic' weggelaten worden."

Terwijl u aan Finisterre werkte, wist u het al: het zou moeilijk worden om voor dit album een uitgever te vinden. Toch bleef u halsstarrig verderwerken aan het boek. Was Finisterre dan een persoonlijk iets?

"Zeer zeker! Op een bepaald moment werd ik het kotsbeu dat manuscript van hot naar her mee te zeulen. Wegsmijten kon ik het niet, dus moest ik er maar eens iets mee gaan doen. Ik heb tijdens het tekenproces wel enkele keren overwogen om het iemand aan te bieden, maar dat leek me zinloos. De eerste vier pagina's lijken in niets op de laatste vier en nog minder op de vier middelste bladzijden. Hoe ga je zoiets uitleggen en hoe krijg je zoiets verkocht? (zuchtend) Ik heb het te vaak gezien: mensen die schitterende dingen in hun lade hebben liggen, maar er niet aan beginnen omdat ze geen uitgever vinden. Ik ben het beu op die manier te werken. Ook al omdat het er al lang niet meer toe doet een uitgever te overtuigen van je kunnen. Je moet tegenwoordig ook de hele holding, de dienst promotie, de vertegenwoordigers en de boekhandelaars overtuigen. Dat is knap lastig en,vooral, tijdrovend."

Finisterre is allesbehalve een makkelijk album. Lezers moeten het wellicht twee keer lezen. Anders dan voor Biebel zal u dit keer geen groot publiek bereiken. Of gokt u op de plotselinge volwassenwording van de Vlaamse lezer?

"Voor mezelf en Atlas zou een goede verkoop natuurlijk een opsteker zijn. Ik denk dat de Vlaamse lezer niet zozeer het probleem vormt. Boeken als Een deken van sneeuw of Persepolis verkopen niet onaardig, merk ik. Ze krijgen bovendien aandacht in de pers, dus dat moet ook geen probleem zijn. Wat wél een probleem is, is de beschikbaarheid van het boek. Je moet het zonder al te veel moeite vinden, ook in de Fnac. Probleem is dat ze ze wellicht in veilige aantallen van twee of drie zullen inkopen, terwijl ik hele stapels wil (grijnst)."

Op wat voor een publiek mikt u dan?

"De gewone lezer. Mensen die van literatuur houden. Ik hoop dat hetgeen nu verschijnt als graphic novel straks gewoon bij de literatuur ligt en als dusdanig beschouwd wordt. De term is bedacht door Will Eisner omdat hij anders vreesde dat hij 'een contract met God' niet aan een bepaalde uitgever kwijt zou kunnen. Het heeft geen enkele zin om een onderscheid te maken dat er niet is. Het zou jammer zijn dat daardoor mensen Finisterre laten liggen omdat ze niet geïnteresseerd zijn in strips. Finisterre is geen strip. Dat Maus de Pulitzer-prijs kon krijgen, is omdat sommige mensen dat al hebben ingezien."

U hebt het de lezer allesbehalve makkelijk gemaakt. U springt in de tijd, herhaalt zinnen en gevoeligheden, cultiveert de chaos. Ben ik juist als ik zeg dat dat was om de verwardheid en trauma's van het hoofdpersonage te onderstrepen?

"Klopt. Is alles aanvankelijk nog ordelijk en netjes, dan ontaardt het in een extreem kluwen. Hetzelfde gebeurt uiteraard in het hoofd van de vrouw. Maar de tekst, die eerst was, is de slagader. De beelden ondersteunen, vullen aan waar nodig, vormen een decor. Een soort achtergrondmuziek, als je wilt."

U laat geen enkel materiaal onbetuigd. U gebruikt uw bloed, werkt met foto's en fotokopies, verf,... Aan het gebruik van nieuwe materialen lijkt geen einde te komen.

"Toen ik besefte dat ik gewoon moest 'doen' wat ik dacht dat goed was voor bepaalde scènes, zonder me af te vragen of zoiets wel kon, was het alsof ik me uit een dwangbuis wurmde. (gedreven) Ik veronderstel dat ik op een bepaald ogenblik de waanzin van mijn hoofdpersonage zelf ook echt beleefde. Zij nam het volledig van me over. Zij sprak de woorden, schreef, tekende, overkraste de mooie foto's die ik maakte, bevuilde tekeningen, smeerde de goorste troep uit over pagina's. Zij vertelde haar verhaal op haar manier. En toen de stoppen doorsloegen in haar hoofd, ging ook bij mij het licht uit."

Het klinkt behoorlijk cliché als vraag, maar is dit nu de nieuwe Marc Legendre?

"Ik heb ondertussen een bijdrage geleverd voor een boek met Slauerhoff-gedichten en ik werk aan een nieuwe 'graphic novel'. Ik kijk er niet op neer, hoor, maar de tijd van plaatjes en ballonnetjes ligt voorgoed achter me. Nu ja, ik ga niet opnieuw het verhaal vertellen van iemand die gek wordt, dus tekstueel en grafisch moet het er anders uitzien."

Wat nu met Biebel? Ik kan me voorstellen dat sommige fans hoopvol wachten op de terugkeer van dat heerlijk bebekte ventje.

"Ik doe nog weleens wat met Biebel, maar ik moet de fans teleurstellen. Ik heb Biebel mooi kunnen afsluiten. Het ventje is altijd gebleven wat ik wilde dat het was. Weet je, financieel zou het me beter uitkomen hem opnieuw op te voeren, maar die afspraak had ik niet met het klootzakje. Stoppen als we voelen dat het genoeg geweest is, dát was de afspraak."

Geert de Weyer

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234