Woensdag 06/07/2022

'Dit is geen sport voor flauwe dezekes'

Er zijn niet zoveel mensen die denken dat ze een olympische plak kan winnen, maar toch: Elke Vanhoof (24) draait al jaren mee in de wereldtop van de BMX. Een dag in het bandenspoor van de enige Belgische BMX'er met een topsportcontact. Raf Liekens

8u30: 0,5 liter water. Kalkoenspek met 3 eieren (zonder brood). Thee citroen.

Tak-tak-tak-tak-tak! Haar voeten tikken als een ratelend machinegeweer wanneer ze de trap op sprint van de oude fabriekshal die nu dienstdoet als fitnessruimte. Ze doet het niet met reuzepassen, maar trede per trede. Daarna komt ze rustig naar beneden. Om een halve minuut later opnieuw die trap aan te vallen. Het zit in elke trainingsvorm die ze doet, die korte krachtsexplosie. Ontploffen. Rust. Ontploffen. Rust.

BMX is de meest explosieve vorm van de wielersport. Een sprint van 400 meter, over tientallen obstakels, schouder aan schouder met zeven concurrenten, aan topsnelheden van 50 km/u. En binnen de 35 seconden is het over.

"Vergelijk het met de 110 meter horden in de atletiek", zegt Elke Vanhoof. "Met één belangrijk verschil: de andere zeven proberen constant in jouw baan te lopen en je de pas af te snijden. Sommigen zoeken je bewust op en trachten je naar buiten te drijven. De Deense Simone Christensen, bijvoorbeeld. Die stond bij de start van het EK vorig jaar naast mij. Vanaf de eerste meters zocht ze me op, maar ik was haar een paar centimeter voor, waardoor ze me niets in de weg kon leggen.

"Net daarom is de start superbelangrijk. We staan met acht naast elkaar op die startramp, elleboog aan elleboog. Als het stuur van de meisjes naast me na vijf meter twee centimeter voor het mijne is, heb ik het al zitten. Wie op kop de eerste bocht uitkomt, heeft 80 tot 90 procent kans om te winnen. Dan kun je je eigen lijnen rijden, zonder te moeten knokken voor je plek of iemand te ontwijken die tegen de grond gaat."

En dus traint ze maniakaal op die start. Drie keer per week beult ze zich af in het krachthonk. Met zichtbaar resultaat. Ze heeft de schouders van een zeilster, de billen van een 100 meterloopster, en het valt niet geheel uit te sluiten dat ze met haar dijen de nek van een volwassen rund zou kunnen breken.

"Tegenover vorig jaar heb ik alleen al in mijn benen 300 gram spieren bij gewonnen", zegt ze fier.

9u30-11u: 750 ml sportdrank van sponsor Wcup.

Een 60 kilo zware stang met gewichten zwaait de lucht in. Het lijkt haar amper moeite te kosten. Op schouderhoogte laat ze de boel even snel weer op de grond vallen. Even later springt ze vanuit stand met beide voeten op een houten box van een meter hoog, waarop ook nog eens twee gewichten liggen. Als een kat met dynamiet in de achterpoten. "Zal ik er nog een extra schijf op leggen voor de foto?", grijnst ze. "Die sprong haal ik normaal ook." Bij BMX ligt het machagehalte nu eenmaal hoger dan bij het sierduiken.

Tussen elke sessie wisselt ze van schoenen, minstens twintig keer per work-out. Harde schoenen met teenbescherming bij het gewichtheffen, zachte loopsloffen voor de springoefeningen. Ze doet het allemaal geduldig en gedisciplineerd. Het lijkt mentaal een zware dobber, dat eenzame gezwoeg in de fitnesszaak. Ze wuift het weg. "Ik kom hier net graag in de voormiddag. Dan is het rustig en hoef ik niet te wachten op kletsende huisvrouwen die een kwartier lang een toestel bezet houden. Ik heb geen behoefte aan gezelschap. Ik doe wat ik moet doen en focus daar 100 procent op. Dat is het verschil tussen een topsporter en een recreant."

11u15: 400 ml proteïneshake en een doosje bosbessen.

Als kind was ze een wildebras. Om die overdosis energie te kanaliseren, stuurden Elkes ouders haar naar zo veel mogelijk sportclubs. Tennis en volleybal vond ze maar niks. Atletiek was meer haar ding. Maar ze amuseerde zich vooral in de bossen met de minibrommer die haar vader voor zijn dochter had gekocht.

Toen er in thuisbasis Dessel een BMX-club werd opgestart, wilde ze dat meteen gaan proberen. "Ik was 8 jaar en had de smaak snel te pakken", zegt ze. "De kick van de jumps en de snelheid heeft me nooit meer losgelaten. In het begin zag ik het niet zitten om wedstrijden te rijden. Maar omdat ik blijkbaar talent had, en geen schrik, stimuleerden ze me om dat toch maar te doen. Een jaar later pakte ik mijn eerste Belgische titel. Tegen de jongens."

Vijftien jaar later is Elke Vanhoof hét uithangbord van haar sport in België. Ze werd vierde op het WK tijdrijden in 2014, pakte de Europese titel in 2015 en verzamelde al vijftien Belgische kampioenstruien. Ze is de enige Belgische BMX'er met een topsportcontract. Eigenlijk bestiert ze een eenmanszaak. Ze heeft haar eigen initiatieschool voor jongeren, traint vaak alleen, regelt haar stages en vluchten, pent wedstrijdverslagen voor haar website, verzorgt de contacten met de pers én zoekt zelf sponsors. Het is de vloek van een kleine sport.

"Soms vraag ik me af hoe het zou zijn om zoals een normale mens overdag te gaan werken en

's avonds in de zetel te kunnen ploffen. Ik ben meestal nog laat bezig met allerlei dingen. Als je dan leest wat voetballers of tennissers verdienen, word je zot. En wat ze zich allemaal kunnen veroorloven: vijfsterrenresorts, sigaren roken, drinken, uitgaan... Daar moet ik niet aan denken. Maar ik klaag niet, hoor. Het uitgaansleven heb ik gehad, dat mis ik niet. Er zou wat meer erkenning voor BMX mogen zijn, dat wel. Maar ik ben heel blij dat ik dit mag doen."

Toen ze op haar 18de stopte met studeren, schoof Bloso haar een topsportcontract onder de neus. Maar op de dag dat dat contract inging, maakte ze een lelijke val op het WK van 2010 in Zuid-Afrika: "Het gebeurde in de reeksen. Het ging nog tussen mij en een Amerikaanse voor de laatste kwalificatieplaats."

"Bij twee dubbelsprongen van twaalf meter haakten we even in elkaar. Mijn fiets hing schuin en ik zette mijn voet om de klap op te vangen. Mijn knie verdraaide. Alles kapot: kruisband, meniscus."

De lange revalidatie remde haar ontwikkeling. Ze wist zich niet te kwalificeren voor de Olympische Spelen van Londen en werd door Bloso gedumpt. Gelukkig bood het Belgisch leger haar een vangnet. Ze volgde de basisopleiding van drie maanden, onderging de drills en mag zich sinds vorig jaar militair en topsporter van Defensie noemen.

Dat past wel bij haar stoere imago. Ze is zeker geen manwijf, maar heeft wel de gave om one of the boys te zijn. En de stiekeme drang om die boys af en toe op hun flikker te geven. "De helft van de mannelijke finalisten op het BK heeft een tragere start dan ik", zegt ze koeltjes. "Verbaast het je dan dat we geen mannelijke BMX'ers naar Rio mogen sturen? Het niveau in België is vrij laag."

12u: Nasi met kip. Plat water.

Of ze nog meer zware blessures opliep? Flauw lachje. "Heb je een paar minuten?" Ze rammelt het lijstje af: twee gebroken sleutelbenen, gekneusde pols, gekneusde enkel, gebroken middenhandsbeentje, gekneusde vingers, interne bloeding in de bil. Er zit een schroef in haar knie en een plaat in haar schouder. "BMX is precisiewerk op topsnelheid. Vallen hoort erbij. Een fractie van een seconde twijfelen is al te veel. Eigenlijk heb je niet eens tijd om na te denken. Je handelt haast puur op instinct."

Vorig jaar kwam ze in de Europese beker na een sprong slecht neer. Ze vloog voorover en landde met de kin op de grond. "Met de korst van die wond heb ik een maand rondgelopen. Dit is geen sport voor flauwe dezekes. Maar de tijd dat het allemaal lesbo's en manwijven waren, is ook voorbij. De meeste meisjes zijn nogal avontuurlijk ingesteld, maar willen er wel graag deftig uitzien. Caroline Buchanan is een knappe Australische met een heel marketingteam achter zich. Die schminkt zich tussen de reeksen door. Zelf ben ik daar minder mee bezig. Maar als ik mijn helm afzet, kam ik ook weleens door mijn haar. Zo'n zweetkop voor de camera is geen gezicht.

"Onlangs kreeg ik een aanbieding voor een gratis manicure. Ik weet nog niet wat ik daarmee aan moet. Tijdens de wedstrijd dragen we handschoenen, maar anderzijds is het wel cool, zo'n Belgische vlag of vijf olympische ringen op mijn nagels."

En zeggen dat het een half mirakel is dat ze naar de Spelen mag. 2016 was amper drie dagen ver of ze verdraaide haar knie op stage in de VS. Alweer. "Ik was in paniek. Twee nachten heb ik amper geslapen, omdat ik vreesde dat mijn kruisband weer was gescheurd. Dan kon ik een kruis maken over Rio. Ik kon niet naar de dokter, in Amerika kost dat een fortuin. Thuis bleek dat het mijn meniscus was. Een operatie kon niet meer, dan zou ik een halfjaar moeten revalideren. De artsen adviseerden me om zes weken te rusten en dan opnieuw te beginnen. Tijdens het fietsen heb ik er geen last meer van, maar als ik in mijn living rondstap, hoor je die meniscus kraken tot in de gang. Na Rio ga ik misschien wel onder het mes."

Veel sporters worden bloednerveus van zo'n verplichte inactiviteit. Vanhoof bleef kalm. "Ik ga regelmatig langs bij een mental coach. Je kunt jezelf helemaal gek piekeren, maar dat helpt geen moer. Je moet altijd focussen op de dingen waar je controle over hebt en geen negatieve energie verspillen aan dingen waar je niets aan kunt veranderen. Ik ben niet in de zetel gaan liggen. Ik heb veel met de racefiets gereden om mijn basisconditie te onderhouden. Ik deed spierversterkende oefeningen voor buik en rug en ging vaak naar de kine. Mijn focus was: zo snel mogelijk weer op die fiets zitten.

"Daarna moest ik me kwalificeren voor Rio. Alles stap voor stap. In het eerste Wereldbekertoernooi na mijn blessure haalde ik meteen de finale. Na de halve finale voelde ik me zo opgelucht dat mijn focus voor de finale weg was. Maar ik hoorde wel weer bij de wereldtop."

De startramp in Zolder is acht meter hoog. Een normaal mens doet het in zijn broek als hij hier op zo'n belachelijk klein fietsje naar beneden moet. De eerste vijf meter zijn al steil. Maar daarna duik je bijna loodrecht naar beneden. In de gapende diepte wacht de eerste berg, die een sprong van twaalf meter vraagt. Wie te traag van de startramp rijdt, crasht met zijn voorwiel op het tweede bergje, in plaats van netjes op de afzink te landen. Vanhoof zoeft hier met 50 km/u naar beneden, de toppers bij de mannen halen bijna 60 km/u.

Vandaag wil ze haar start verder perfectioneren. Keer op keer gaat ze met haar voorwiel tegen de startbar staan. Voeten op de pedalen, die op gelijke hoogte staan. Balancerend op de fiets. Armen bijna gestrekt, schouders boven het stuur, kont naar achteren. Een computerstem kondigt de random start aan. Ze weet dat het dan nog maximaal één seconde duurt. Haar spieren spannen zich op. Ze kromt haar rug. Het hek valt en... báf! Onmenselijke wattages op dat voorste pedaal. Haar voorwiel schiet vooruit, een eind de lucht in, over de vallende startbar heen. Als een paard dat losbreekt. Een indrukwekkende ontploffing van snelle spiervezels.

Een jaar geleden was die start haar zwakke punt geworden. Ze had van het WK in Zolder een hoofddoel gemaakt. Het werd een ontgoocheling. Mede door enkele povere starts miste ze nipt de finale. "Sindsdien heb ik mijn startpositie aangepast. Vroeger was ik te gretig en hing ik te ver naar voren. Daardoor trok ik mijn stuur bij het starten scheef, waardoor het achter dat van mijn concurrentes kwam te zitten. Nu probeer ik mijn lichaam meer te ontspannen, naar achteren te hangen en mijn stuur rechter te houden. Maar die oude start zat in me. Door mezelf te laten filmen en honderden keren die nieuwe startbeweging in te oefenen, heb ik dat kunnen veranderen."

Om haar beensnelheid te trainen, doet ze ook 'sprintjes aan de wagen'. Wanneer die 60 km/u rijdt, laat ze los en begint ze als een gek te trappen om die snelheid zo lang mogelijk aan te houden. "Het is moeilijk om raak te trappen op zo'n kleine fiets, als je zo hard gaat. Maar dat is net de bedoeling. Zo word je nog rapper. Door mijn sterke versnelling op het eerste stuk kan ik tegen Belgische concurrentes een slechte start nog goedmaken. Maar tegen die internationale toppers gaat dat niet."

Ze somt het kransje superstarters op, allemaal met hun achternaam. "Buchanan, Smulders, Pajón, Post: die vechten altijd voor de medailles." Laura Smulders is haar Nederlandse trainingsmaatje. Mariana Pajón uit Colombia is uittredend olympisch kampioene en wordt de koningin van de BMX genoemd. En de Amerikaanse Alise Post draagt niet voor niets de bijnaam The Beast. "Ik heb hen stuk voor stuk al verslagen, maar zij presteren veel regelmatiger. Smulders is altijd heel relaxed. Ik fok mezelf soms te veel op. Die start is naast een krachtsexplosie ook een heel psychologisch ding. Ik ben daar nog te wisselvallig in."

16u30: Proteïneshake en blauwe besjes.

Vier jaar zit ze al in een leven dat zich heeft vernauwd tot een tunnel die naar Rio leidt. Vier jaar van opofferingen en obsessief toeleven naar die drie dagen waarop het moet gebeuren. En straks beslist die ene reactieseconde bij de start over winst of verlies, over slagen of falen. "Als je zo denkt, kun je al beter niet starten", reageert ze. "Dan zit je te ver. Je mag je ook niet laten afleiden door de meisjes die naast je staan, ook al zijn het intrinsiek betere starters. Je moet louter focussen op je beweging en geloven dat je de beste bent."

De BMX'ers komen op 17, 18 en 19 augustus als laatsten aan de beurt. Eerst drie kwalificatiereeksen, daarna de finale. "Als België op dat moment nog geen medaille heeft gepakt, zal de hoop van de natie op mijn schouders liggen", weet ze. "Maar dat deert me niet. Op de European Games in Bakoe was het ook zo. Ik leg mezelf al genoeg druk op."

De finale is het doel, een medaille de ultieme droom. "In BMX kan alles. De topfavoriete wint vaak niet, omdat ze vergaat van de zenuwen. De kwalificatie afdwingen voor Rio, tegen 55 andere sterke rijders, was misschien wel moeilijker dan de finale halen. Nu zijn we met 16, voor 8 finaleplaatsen. Ik behoor niet tot de absolute topfavorieten, maar als het op een dag eens allemaal meezit, weet je maar nooit."

Na Rio wil ze minstens een halfjaar "mijn goesting doen". Andere sporten, zoals snowboarden, boardercross (BMX'en op een snowboard) en sprintnummers in de atletiek. "Maar ik voel ook dat ik in BMX nog veel progressie kan boeken. Ik zit nog niet aan mijn maximum."

Misschien is er na Rio wel eens tijd voor een lief? Ze haalt de schouders op. "Ik heb al een paar keer iemand ontmoet met wie het klikte. Dat bolt een paar weken goed en dan kom je op een punt waarop je moet kiezen. BMX is nu mijn leven, een relatie mag niet in de weg komen te staan van mijn sport. Dat is misschien egoïstisch, maar zo is topsport nu eenmaal. Ik ben nog geen man tegengekomen die daarmee kan omgaan."

18u: Kip met Chinese wokgroentjes.

20u: Kwark natuur, voor de trage eiwitten die tijdens de slaap rustig verteren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234