Zaterdag 10/04/2021

Dit is geen mosselpot

De mosselpot als erectie, Broodthaers als Belgische Warhol. Jan Hoet verkeert, voor wie eraan mocht twijfelen, nog steeds in topvorm. Vandaag gaat de reddingsactie voor de Grande casserole de laatste rechte lijn in. In het restauratieatelier van het SMAK liggen de reservemosselen al klaar. Is die stoute Amerikaanse kandidaat-koper nu ongelukkig? 'Absoluut niet.'

'Broodthaers is iemand die denkt in zwartwit. De mosselen, dat is zwart. De eieren, die ook schelpen zijn, zijn wit. Het wit: de geboorte, de puurheid. Het zwart: de dood, want uiteindelijk hebben we de mosselen gegeten, en ook de zwarte pot is de dood. Maar dan zie je daartegenover dat de mosselpot groter is wanneer je de mosselen hebt gegeten. Dus hij rijst, het is als het ware een erectie, als het ware een geboorte weer.'

(uit de video De smeekbede van Jan de Mosselman)

Je hebt het kunstwerk, datgene wat de kunstenaar naar het museum stuurt, en je hebt het overschot, datgene wat in het atelier van de kunstenaar achterblijft. In het SMAK vind je beide. Tegen de muur van het restauratieatelier staat een rek vol overschotjes, voor het geval een werk ooit moet worden gerepareerd. Je vindt er potjes verfresten, kwasten, bouten, een stukje plexi - noem het, ze hebben het. De meeste spullen zitten in dozen. Kabakov, Panamarenko, Beuys, lees ik. En 'lamp van trein', voor dat eindeloos rondrijdende speelgoedtreintje van David Hammons.

Restauratrice Frederica Huys, die het idee voor de overschotjes in Centre Pompidou haalde, opent de doos van Edward Lipski, de schepper van de grote zwarte vogel. "De mensen raken die vogel aan," zegt ze. "Het is het werk met de hoogste aaibaarheidsfactor in het SMAK." In de doos zitten drie enveloppes, drie maten zwarte vogelveren. "Ik heb die van Lipski zelf gekregen. Het zijn kunstveren die in een speciaal verfbad hebben gelegen, met een klein beetje purper, een klein beetje groen, een klein beetje zwart. Je kunt dat in principe niet exact namaken. De eerste keer heb ik de vogel gerestaureerd samen met Lipski. Dat is opgenomen op tape, dus voor een volgende herstelling heb ik een referentie hoe de kunstenaar het zelf zou doen."

Maar we zijn hier voor Broodthaers. Er wordt een papieren tas van een kledingboetiek voor me neergezet, met daarin enkele eierdozen. Elke doos bevat lege eierschelpen, de reservebank voor 289 coquilles d'oeufs, het grote schilderij waarop Broodthaers 289 lege eierschelpen heeft vastgelijmd. Het werk is zo kwetsbaar dat nog maar een derde van de eieren origineel is. En aangezien de kunstenaar nu bijna een kwarteeuw dood is en hij geen pakketje reserveonderdelen meeleverde, moet de restauratrice zelf voor de eieren zorgen. Ze hebben dezelfde kleur, zijn op dezelfde hoogte onthoofd - op ongeveer een derde van de top -, hebben dezelfde gekartelde rand. "De eieren worden dan - om u al mijn trucs te vertellen - een beetje verouderd door ze te patineren. Daarvoor gebruik ik een beetje eiwit, heel vroeger werd dat reeds als een vernis en een bindmiddel gebruikt in de schilderkunst, het is zeer reversibel, zeer oplosbaar. Ik breng er een dunne kleverige laag mee aan op de buitenkant van de eieren. Daarna bestuif ik ze met een beetje stof, zodat het een vuil patine krijgt."

Maar we zijn hier voor de mosselen, de Grande casserole de moules. "Mosselen heb ik nog niet moeten vervangen, maar ik heb mij wel al voorbereid. Op het mosselsouper in Oostende heb ik een zakje meegenomen, een twintigtal mosselen, geselecteerd op hun grootte. Ik ben ze thuis aan het behandelen. Ik heb er eerst het eiwit op aangebracht, en nadien het stof. Ze liggen nu op een plaats waar veel stof valt, want zodra een eerste laag patine het gave oppervlak gebroken heeft, mag er stof bijkomen, een oppervlakkige laag stof. Ook bij de mosselpot zelf is dat zo. Het stof dat daarop ligt, is niet in de mossel gekleefd, maar ligt er gewoon op. Daarom kies ik ervoor omdat allemaal oppervlakkig te doen en niets te fixeren."

Bij haar zoektocht naar de juiste mossel kan Huys terugvallen op tekeningen van Broodthaers. "Die kun je als leidraad gebruiken, maar je moet natuurlijk uitgaan van de realiteit en kijken wat mogelijk is. Je probeert het dan altijd te verbeteren. Ook met de eieren is dat zo. Op den duur ken je dat typische Broodthaers-ei. Als ik inkopen doe, dan koop ik geen eieren maar Broodthaers-eieren. Dan ben ik telkens blij als ik er betere vind. In een Turkse winkel waar ik regelmatig ga, vind ik nu de perfecte eieren, maar het heeft drie jaar geduurd voor ik echt helemaal tevreden was. Ik kan mij voorstellen dat andere mensen dat belachelijk vinden, Broodthaers nam gewoon eieren, maar dat is natuurlijk eigen aan mijn beroep."

Een keer heeft Huys de mosselpot al moeten oplappen. "Kort na de opening is er een mossel losgekomen en heb ik die weer gekleefd. Gelukkig hadden we ze nog. Als er een mossel loskomt of breekt, dan wordt heel nauwkeurig gezocht waar het gebeurd is, en dan wordt ze vervangen of dan wordt het origineel opnieuw bevestigd. En die wordt er dan niet zomaar op bevestigd. Het moet allemaal heel exact gebeuren, aan de hand van de gedetailleerde foto's die ik heb laten maken."

Ook al heeft Huys reservemosselen klaar, ze verwacht niet dat die ooit zullen moeten invallen. Het publiek kan geen souvenirs mee naar huis nemen, want in het museum staat tegenwoordig een plexiglazen stolp over de pot. "Hoe jammer dat ook is, maar de mensen hadden de neiging het werk aan te raken." En het transport, die andere grote risicofactor, gebeurt in een kist die vanbinnen bijna een juwelendoosje is. De mousse die de pot op zijn plaats houdt, is een stapeling van talloze ringen die minutieus zijn uitgesneden volgens de vorm die de pot op die hoogte heeft. "De pot kan daardoor geen millimeter verroeren. En bovenaan werd een apart compartiment gemaakt voor het deksel, zodat dat niet op de mosselen drukt."

'Ik wil de betrokkenheid van de mensen, ik wil het engagement voor dit museum, en op die manier voelt iedereen aan dat dit museum een stuk van hen is, een stuk van de gemeenschap. Tien miljoen, dat hebben we nodig. En het zal moeten gaan met jullie portemonnee, het zal moeten gaan vanuit jullie engagement. Jullie zijn er verantwoordelijk voor. Als jullie het niet doen, is hij weg, daar mag je absoluut zeker van zijn, want ik ben niet van plan zomaar subsidies voor een ding aan te vragen dat zo belangrijk is.'

(uit De smeekbede van Jan de Mosselman)

In het SMAK mogen ze zich dan wel uitsloven voor de mosselpot, het is hun mosselpot niet, ze hebben hem enkel in bruikleen van een Antwerpse privé-eigenaar die anoniem wil blijven. Om de pot te kunnen kopen is tien miljoen nodig tegen het eind van dit jaar. Minister van Cultuur Bert Anciaux kwam al vrij snel met de helft over de brug. De rest brengt het museum zelf bijeen. Eind mei lanceerde Jan Hoet, voor de gelegenheid herdoopt tot Jan de Mosselman, een geldinzamelactie, Red de Mosselpot, waarmee hij een beroep doet op de betrokkenheid van het publiek. Het lijkt wel of de museumdirecteur, die ooit bijna in de politiek zat, hier een vertrouwensstemming houdt voor zijn anderhalf jaar jonge museum.

Red de Mosselpot is op de eerste plaats een rekeningnummer en een grote spaarpot in de hal van het SMAK. Er hoort een video bij waarop Jan Hoet minutenlang op het publiek inpraat - zijn hoofd vult het hele scherm - in de hem eigen, almaar heftiger, almaar dreigender stijl, De smeekbede van Jan de Mosselman. Daarnaast wordt van alles verkocht, mini-mosselpotjes bijvoorbeeld, en een mosselpotwijn, geselecteerd door een panel van bekende Vlamingen. In Oostende betaalden zeshonderd mensen, waaronder premier Verhofstadt, duizend frank om mosselen à volonté te eten. Vandaag gaat de actie de laatste rechte lijn in. Een wijnveiling onder leiding van wijnjournalist Alain Bloeykens en veilingmeester Mon Bernaert moet de teller van de tussenstand naar het hoogste toerental brengen. Tegen de kerstdagen hoopt het SMAK de collectioneurs nog eens te laten watertanden met een portfolio dat werk van sympathiserende kunstenaars bevat.

De deadline nadert ondertussen snel. Hoe staat het nu met dat engagement van het publiek? "Weet ik nog niet," zegt Paul Corthouts, de pas aangetreden zakelijk leider van het SMAK. "Het is niet eenvoudig om er een bedrag op te plakken, omdat we ook de nodige investeringen hebben gedaan om het bedrag te halen. Voor de wijnveiling hebben we wijnen gekregen, maar we hebben er ook zelf aangekocht. We hebben de mosselpotwijn op de markt gebracht. We hebben mini-mosselpotjes laten maken. Dat zijn allemaal investeringen die later hopelijk hun veelvoud gaan opbrengen. Het bedrag dat we nu binnen hebben, geeft dus nog geen goed beeld. Maar het loopt goed. We hopen dat we de vijf miljoen gaan benaderen, ik schat dat het verschil minder dan een miljoen zal zijn."

En dan? "Ik denk dat er dan nog eens overleg zal moeten gebeuren met de diverse overheden, de stad, de provincie, en de Vlaamse Gemeenschap, al is die al flink over de brug gekomen. De actie is nu al zeker geslaagd, want naast de meer prozaïsche betrachting om het geld bijeen te brengen heeft Red de Mosselpot ook nog een communicatief aspect. Ik denk dat we kunnen zeggen dat het werk van Broodthaers nu in collectieve geheugen gegrift staat als een belangrijk werk van deze tijd."

'De vraagsom voor dat werk bedraagt tien miljoen. Nu zul je zeggen: dat is enorm. In feite is dat heel weinig. Da's 1 frank per inwoner in België. Want het is een symbool van België, de mossel. En tegelijkertijd is Broodthaers een van de centrale figuren in de ontwikkeling van de kunst, hij is iemand die ons land verrijkt en op de map van de wereld heeft geplaatst omdat hij in heel de wereld bekend is.'

(uit De smeekbede van Jan de Mosselman)

Hier en daar hoor je gemopper. Natuurlijk heb je de mensen die al jeuk krijgen als ze de naam Hoet nog maar horen, die geen boodschap hebben aan zijn grote gebaren en hem afdoen als een showman. Bovendien weet een deel van de kunstwereld duidelijk geen raad met Red de Mosselpot. Nooit eerder werd in België zo zwaar gemobiliseerd voor de aankoop van een kunstwerk; kunstminnend België mist de routine van de sociale sector, waar de ene Levenslijn-actie nog niet gedaan is of je loopt al tegen de volgende Kom op tegen Kanker aan. Maar ook wie daar allemaal geen graten in vindt, blijft met vragen zitten, vooral dan over dat bedrag, het is tenslotte de portemonnee van de man in de straat die wordt aangesproken. Akkoord, de Grande casserole is een belangrijk werk in het oeuvre van Marcel Broodthaers en in de collectie van het SMAK, maar moet dat dan tien miljoen gaan kosten? Wie bepaalt die prijs? Waarom geen vijf of geen vijftien miljoen? En zijn wij, personeel en publiek van een openbaar museum, hier niet de bankrekening van een fortuinlijke eigenaar aan het bijvullen?

De irritatie wordt vooral gevoed door een almaar groeiende verwarring over die 'dreigende verkoop'. Eerst luidde het dat er interesse was vanuit de Verenigde Staten, dat er zelfs al een bod was, dat het bod zo maar eventjes twintig miljoen zou bedragen, en dat het van het Guggenheim Museum zou komen. Dat klonk goed natuurlijk. Na het vertrek van De intrede van Christus in Brussel, Ensors meesterwerk dat nu in het Californische Getty Museum te bewonderen is, leek er weer een Belgisch topstuk naar het land van de dollars te verdwijnen.

In de wandelgangen hoorde je een ander verhaal. Een bod? Welk bod? Amerika? Wie zegt dat? Ja, wat is het nu eigenlijk, meneer Corthouts? "Daarvoor moet u bij Jan Hoet zijn." Meneer Hoet? "Nee, er is geen bod op gedaan," zegt die formeel. "Er is absoluut geen bod op gedaan." Waar komt die tien miljoen dan vandaan? "Ha, van de veilingen, en van de expositiezalen. Bijvoorbeeld de Marian Goodman Gallery (in New York, RP) verkoopt van die kleine mosselpotjes voor acht miljoen. In Basel vorig jaar werd ook zoveel betaald, ik geloof zeveneneenhalf miljoen. Broodthaers heeft verschillende van die kleintjes gemaakt, maar de grote mosselpot hier, de moeder aller mosselpotten, is een uniek stuk. Toen hebben wij gezegd: als er voor die kleintjes zeveneneenhalf miljoen, acht miljoen betaald wordt, dan is de onze zeker twaalf, veertien miljoen waard. Dat was een schatting. Ik heb toen ook aan kenners om een raming gevraagd. En dan heb ik gezegd: tien miljoen willen we proberen. En dan zijn we naar de eigenaar gegaan. Die heeft gezegd: het is goed, voor u is het tien miljoen, ik zoek dus niet naar iemand anders. Elders had hij er waarschijnlijk veel meer geld kunnen voor krijgen."

Hoet beseft maar al te goed dat hij moet meedraaien in een wereld waarin de prijs van een kunstwerk allang niets meer zegt over de echte waarde, een circus waarin verzamelaars moeiteloos anderhalf miljard op tafel leggen voor een Van Gogh en twee miljard voor een Picasso. "Kunst is geld, niets aan te doen. Het is een kwestie van vraag en bod, dat is het probleem. En er is te veel geld. Onlangs in Lissabon heb ik een man ontmoet die in vijf jaar de hele twintigste eeuw gekocht heeft, alle grote namen, in vijf jaar tijd. En hij wilde meteen twintig miljoen geven voor onze mosselpot."

Maar, voegt hij er even later aan toe. "Ik heb ook werken gekocht van Broodthaers die goedkoop waren. Het is niet het eerste werk dat ik koop van hem. Ik heb trouwens uit mijn erfenis werken aan het museum geschonken. Ik had die voor mezelf kunnen houden."

'De Mosselpot in Amerika heeft geen enkele zin. Amerika is Andy Warhol; België is Marcel Broodthaers.'

(uit De smeekbede van Jan de Mosselman)

Er is de irritatie over de prijs, de verwarring, de show, de dolgedraaide kunsthandel. Maar nog het vaakst hoor je mensen zich ergeren aan het werk zelf. Tien miljoen voor een pot met lege mosselschelpen? Voor iets wat ik evengoed zelf kan maken? Het is een vraag die zo oud is als de hedendaagse kunst zelf, een vraag die ontstond op het moment dat de kunstenaars alledaagse voorwerpen in het museum gingen zetten. Het begon al met Marcel Duchamp, die een doodgewoon urinoir tentoonstelde, en het kreeg op sublieme wijze navolging bij Andy Warhol, die doodgewone Brillo-dozen exposeerde. Kunst moest van haar elitaire imago af, zeiden ze. Kunst moest democratisch worden. En wat is democratischer dan een mossel? Broodthaers deed hetzelfde als Duchamp en Warhol, maar dan op zijn Belgisch. "Broodthaers was de eerste persoon ter wereld die een antwoord gaf op de popart als een internationaal verschijnsel," zegt Jan Hoet. "Hij zei: popart is niet internationaal, maar een nationaal, lokaal verschijnsel. Je hebt Amerikaanse popart, je hebt Engelse popart, het is een nationalisme. En hij heeft gezegd: voilà, ik ga dat bewijzen, en ik ga ook een nationalistische popart maken, le popart est l'art national. En daarom gebruikt hij al die Belgische symbolen, zoals de mossel. Dat was zijn statement."

Wordt een pisbak, een Brillo-doos, een mosselpot kunst door het simpelweg in een andere context, het museum, te plaatsen? Wie de banaliteit de kunst binnensmokkelt, doet dat niet ongestraft, hij ontmaskert de kunst en toont haar relativiteit aan. Het is kunst die zichzelf ondervraagt en ondergraaft. De kunstenaar bijt in zijn eigen staart. Ook Broodthaers. In 1968 prikte de Brusselaar het hele kunstgedoe door toen hij zijn eigen museum opende, het Musée d'Art Moderne. Hij nam er zelf alle functies waar, van suppoost tot directeur, en vulde de tentoonstelling met alles wat een museum hoort te hebben, alleen de kunstwerken ontbraken.

Ook dat is het verhaal van de mossel. Het is tegelijk la moule en le moule, een woordspelletje waar Broodthaers, ooit als dichter begonnen, enorm van hield. Het is tegelijk mossel en mal (gietvorm), inhoud en vorm, essentie en context. "De mossel heeft zich in haar eigen vorm gegoten," zei hij. Mossel en schelp maken elkaar zoals het kunstwerk en het museum elkaar maken. Ironisch genoeg is het voor deze kunstenaar, de man die de mechanismen van de kunstwereld heeft ondermijnd door ze zelf te gebruiken, dat het SMAK nu een mediatieke miljoenendans organiseert. Bewust, zegt Hoet. "Het was daarom dat ik dit werk genomen heb voor zo'n actie."

Broodthaers' strategie werkt ook in de andere richting. Wie de banaliteit de kunst binnensmokkelt, laat ons ook anders naar de banaliteit kijken. De mosselpot is ook een net niet overkokende, bijna klaarkomende berg van schelpen, met dan nog eens de mossel als symbool voor het vrouwelijk geslachtsdeel en casserole als Frans argot-woord voor prostituee - om maar een draadje los te trekken van Broodthaers' raadselachtige tapijt. 'Dit is geen kunstwerk,' schreef hij op de bordjes in zijn Musée d'Art Moderne - met dank aan Magritte. Inderdaad, dit is geen mosselpot.

De wijnveiling begint vanavond (21 oktober) om 20 uur in het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK), Citadelpark, 9000 Gent. Gratis toegang.

Wie de banaliteit de kunst binnensmokkelt,

doet dat niet ongestraft

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234