Donderdag 28/05/2020

'Dit is geen hippie-alternatief voor een druk leven'

Pas een jaar voor hij stierf, vertelde Jan Hoet aan zijn zoon waar hij het idee voor Chambres d'Amis kreeg. 'Hier in Puglia', zegt Jan Hoet junior (°1969). Dat hij nu zelf in Serranova woont, is toeval. Dat hij dertig jaar later de kunst en twee giraffen naar Puglia wil halen, is dat niet. 'Hier olijfolie maken, is me iets te koloniaal. Ik breng liever iets dat ze hier nog niet kennen.'

Het was een grijze dag toen de auto van Google Street View in Serranova binnenreed en niemand merkte hem op. Er liepen wat honden op straat, klikkend zie je dat het asfalt toen al slecht was en op het terras van Tonino zat niemand.

Je herkent de weg en dat is wel goed. "Adressen hebben we hier nog niet", had Jan Hoet junior ge-sms't. Aan het einde van het dorp speelde ooit FC Serranova, maar de echo van het laatste fluitsignaal is definitief weg. Weg in de tijd. Zoals het gras dat opschietend onkruid geworden is. Zelfs geen wind die het nog kamt. Wat is het heet in Puglia. "Vorige winter sneeuwde het voor het eerst in 38 jaar", zegt Jan. "Gasten van 25 jaar zagen voor het eerst in hun leven sneeuw." Als in een once in a lifetime experience rolden zelfs de oude mannen van het dorp sneeuwballen en gooiden die naar elkaars kop. Misschien meten ze hun levens af aan de sneeuw, want wie in Serranova geboren wordt, gaat niet zo makkelijk weg.

"Jongeren gaan al eens naar San Vito dei Normanni, maar dat is kleiner dan Deinze. Sommige mensen zagen nog nooit Brindisi."

26 kilometer verderop ligt Brindisi. Ooit een welvarende havenstad, "de poort naar Turkije en Griekenland", wie daar heen wilde, stapte hier op de boot. "Nu vliegt iedereen over Brindisi."

Van daarboven zouden ze kunnen zien wat je ziet als je via de weg naar Serranova rijdt. Links en rechts alleen maar olijfbomen. Verzorgde rijen, minder verzorgde rijen, veel rijen, alleen maar rijen.

"We kwamen hier voor het eerst door Thomas Siffer. Hij had een huisje, maar werkte toen zelf nog voor Story. Omdat hij liever iemand in zijn huis had als hij er niet was, mochten we vaak gaan. Voor Delphine en ik, die toen nog de galerie hadden, was dat ideaal. Er waren periodes waarin het financieel wat moeilijker was.

"Voor 100 euro hadden we een ticket van Ryanair en met 500 euro leef je hier een maand. (lacht) Naar Puglia komen, was een vorm van sparen. Iedereen wist dat ook. 'Ze zitten weer in Italië, het zal even minder goed gaan met de galerie.'"

Dat was zes jaar geleden, maar pas twee jaar geleden zei vader Jan Hoet: "Ik ken die streek supergoed". Dat was een jaar voor hij op 27 februari 2014 stierf. Hij vertelde zijn zoon dit verhaal. "In 1984 was hij in Bari uitgenodigd voor een groot congres over actuele kunst. Of er in Bari geen museum voor moderne kunst moest komen? Mijn vader was er met mensen als Harald Szeemann en Kasper König en hij zei: 'Is dat wel slim? Zouden we niet beter eerst iets proberen in de huizen van de mensen?' Ze verklaarden hem allemaal zot en hij zei: 'Oké, dan doe ik dat in Gent'. Zo is Chambres d'Amis ontstaan. Dat heeft hij me dus een jaar voor zijn dood pas verteld. (met een glimlachje) We waren niet zulke grote praters."

Vespa-camionette

We zitten 10 minuten op het terras van Tonino, een winkeltje dat door de komst van Belgen en andere toeristen een beetje café werd. Over die Belgen later meer. Maar na 10 minuten dus vertelt Jan - of Junior, zo neemt hij de telefoon soms ook op - zelf als eerste over zijn vader. Is een gesprek met de zoon niet mogelijk zonder over die vader te praten? Neen. Maar is dat erg? Neen.

"Mijn vader is nooit in Serranova geraakt. Hij wilde vorig jaar in de paasvakantie komen, dat is dus niet meer gelukt. Maar hij kende de streek, elk jaar vierde hij Nieuwjaar in Bari. Niet met het gezin, dat was te duur, maar met zijn vrienden. Mario Pieroni, zijn boezemvriend en een galerist in Rome, had er een buitenverblijf. Met veel van die oude vrienden houden wij nog contact. Jannis Kounellis, de grote artiest van de Arte Povere, belde me onlangs. Hij gaf een feest veertig kilometer verderop en nodigde me uit. Ook Ettore Spalletti was een van zijn beste vrienden. (lachend) En een paar van zijn lieven waren ook Italiaans. Eigenlijk wás hij een beetje een Italiaan van fysionomie en gebaren. Maar niet écht. Ooit liet hij voor de lol eens een DNA-test uitvoeren. Bleek hij voor 98 procent Chinees te zijn."

Hij betaalt de twee glazen witte wijn en stapt in zijn groene Vespa-camionette. Voor 500 euro gekocht. "Wijs karreke." We volgen de geur van de tweetakt. De bredere weg wordt een smaller straatje en dat dan weer een brokkelbaantje tussen olijfbomen. Tot aan het witte huis dat hij zelf tekende ("Jan mocht van zijn vader geen architect worden, maar in Italië mag je je eigen huis ontwerpen en dat deed hij", zegt Delphine) en waar zijn 4-jarig dochtertje Lucy wacht. 150 dagen per jaar willen ze hier wonen. De rest in Gent. Samen met Delphine dus. In Gent wonen ook Jozefien en Marthe, dochters van 22 en 20, nu zelfstandig. Marthe werkt op leercontract bij fotostudio Verne en Jozefien is visagiste. "Ze doen dat goed."

De rosé die hij schenkt, komt uit een winkel in San Vito. Voor een liter betaal je 1,10 euro. "Je kunt je hier niet arm drinken." En dan kijk je rond. Olijfbomen, jawel.

"Toen Thomas nog een vriend was, logeerden we vaak bij hem en zijn we beginnen uitkijken naar een eigen huis. Ik wilde een oude boerderij of zo. Maar we reden een hele dag rond en Lucy werd wat lastig en we kwamen op een bouwgrond. Op mijn iPhone zette ik dat uit met een speld en toen we 's avonds terug in het huis waren, zei ik aan Delphine: Ik denk dat ik me vergist heb. Die speld staat hier gewoon in de hof."

Nu staat het huis in die hof en gek genoeg wonen in Serranova, een dorp met 250 inwoners, nogal wat andere Belgen. Ze hebben minder bekende namen, maar op een of andere manier kwamen ze hier aangespoeld.

"Als je in isolement gaat leven, moet je zorgen dat je voldoende impulsen van buitenaf blijft houden", zegt Jan. "Wij zijn Columbus niet. Puglia bestond al. Je mag jezelf niet als het centrum van de wereld zien, want dan krijg je boel met iedereen. Zelf sta ik het liefst aan de zijlijn. Alleen af en toe ga ik eens in het midden staan. Mijn ouders hebben me dat bijgebracht: iederéén is superbelangrijk en het leven is een groepsspel. De poetsvrouw of de gast die hier het internet komt installeren, is voor mij even belangrijk. Stuur mij morgen met de poetsvrouw op reis en dat ga ik heel fijn vinden. Als zij dat ook fijn vindt."

Tekenen bij Beuys

We zitten op het terras van het lange witte huis dat hij tekende. Dat mag hier dus en zo werd een droom waar.

"Mijn vader had liever niet dat ik in de kunst ging. Omdat hij er de goeie kanten van kende, maar ook de slechte en dat was volgens hem toch 95 procent. Hij wilde mij en mijn zussen daarvan vrijwaren. Misschien wilde hij dat ik zoals Joseph Beuys eerst een gewone studie deed. Beuys was piloot en het verhaal is dat hij voor de Luftwaffe werkte en op een dag in de woestijn neerstortte. Tegen de koude zou hij zich met vilt en boter hebben moeten warm houden en die elementen zijn later in zijn werk teruggekeerd."

Hij, Jan Hoet junior, doorliep zeker zeven Gentse middelbare scholen. Soms maar voor een paar maanden. "Ik was niet baldadig. Maar ik broste omdat ik wilde tekenen. Dat doe ik vandaag nog altijd, de hele dag. Alles. Zelfs de kleren van Delphine. Niet dat ik ze ontwerp, maar ik teken kleren waarvan ik vind dat ze mooi voor haar zijn en we zoeken dat dan op het internet. Die kopen we. Maar toen dus al. Ik was me van geen kwaad bewust. Als ik broste, viel ik de leraars niet lastig."

Uiteindelijk studeerde hij fotografie in Brussel en dat is een diploma geworden.

"Ik heb een paar trouwreportages gedaan, maar dan duurde het veel te lang voor ik dat album afwerkte. Het is létterlijk gebeurd dat mensen al gescheiden waren voor mijn album af was. (lacht) Die wilden dan natuurlijk niet meer betalen."

Eén keer, na zo'n slecht rapport, strafte Jan Hoet zijn zoon. Junior was 11, vader zette zijn zoon alleen op de trein naar Düsseldorf, waar Joseph Beuys aan het station op hem wachtte. De kleine mocht een weekend gaan helpen bij de grote Duitse kunstenaar.

"Ik sprak geen Duits, we zijn samen pizza gaan eten en ik heb er veel getekend. Hij heeft al mijn tekeningen gesigneerd. Zijn studio was tegelijk proper en een vuile boel en die vrijheid vond ik superfascinerend.

"Ik heb geschilderd, maar toen ik Luc Tuymans als buitenwipper in de Fifty Five leerde kennen en twee dagen later zijn atelier bezocht, ben ik meteen gestopt. Ik wist dat ik dat nooit zou kunnen. Nadien heb ik wat foto's gemaakt en twee ervan hingen in een galerie in Parijs. Zonder naam. Mijn vader was daar en wilde ze kopen. Toen heeft de galerist gezegd wie de foto's maakte. Hij heeft ze niet gekocht, maar voor mij was het voldoende dát hij het wilde."

Besefte hij toen als kind eigenlijk hoe uniek zo'n ontmoeting met Joseph Beuys was? "Neen, en eigenlijk nog niet. Ook al was het natuurlijk wel echt uniek. Als ik vandaag maar één kunstwerk mocht overhouden, dan was het iets van Joseph Beuys. Om het dan toch weer aan iemand cadeau te doen. Mijn vader zag ik in zijn hele leven maar drie keer wenen. Eén keer toen Beuys overleed. Zelfs bij het naderen van zijn eigen dood heb ik hem nooit emotioneel gezien. Tenminste niet in ons bijzijn. Hij was toch een beetje een macho, hè. Ik zei het al eerder: een Italiaan."

Niet 'artiest', maar 'curator' is wat als functie achter Jan Hoet juniors naam staat. Niet: 'ex-Belgisch kampioen BMX', al had dat gekund.

"Ik deed dat even en werd derde op het Belgisch kampioenschap. Néén, mijn vader ging niet mee kijken. Hij zette me wel eens af, maar hij vertrok en was dan vergeten mijn fiets uit de auto te halen."

Ooit runde hij het SMAK-café. Nadien met Delphine de galerie Hoet-Bekaert. Nu leiden ze samen IETS, een creative-marketingbureau. Hij organiseerde in de Vlaamse Ardennen onlangs PASS en in de catalogus schreef hij: "PASS heb ik gemaakt door aan de juiste kunstenaar, op het juiste moment, een broodje met paté te geven."

"Eigenlijk was het een voortzetting van Sint-Jan, dat mijn vader met Kris Martin in de Sint-Baafs-kathedraal cureerde. L'art pour l'art. Natuurlijk is het geld voor cultuur op. Moet je daar kwaad om zijn? Als je gezinsgeld op is, eet je ook geen biefstuk. En een referendum organiseren over kunst mag je helemaal vergeten.

"Dus moet je het op een andere manier doen. In Amerika hebben ze nog nooit geld gestopt in kunst, maar ze hebben de schoonste musea van de wereld. Na PASS contacteerde Sven Gatz me en dat vond ik wel schoon. Op die route in die vier dorpen kwamen op 25 dagen 14.000 bezoekers.

"Interessanter dan subsidies vind ik het om mensen, die investeren in cultuur, een grotere aftrekpost op hun belastingen toe te staan. Dat bestaat al voor film. Je moet het geld halen waar het zit en niet, zoals John Crombez zegt, het halen bij de tien rijksten van het land. Ik ga niet met alles wat Marc Coucke doet akkoord, maar hoe kun je nu tegen zulke mensen zijn? En ik vind trouwens niks mis met populisme. We hadden na PASS 5.000 euro over en we hebben er voor de mensen van Huise een concert met Salim Seghers mee georganiseerd.

"Wie dat raar vindt, vindt zichzelf ook een beetje het centrum van de wereld. In de zeven blokken aan de Watersportbaan wonen evenveel mensen als in Sint-Martens-Latem en Deurle samen. Het verschil is: in die blokken kennen we niemand en in Latem misschien twintig mensen."

No School

"Avrai tu l'universo, resti l'Italia a me." Het is Delphine die de quote, weliswaar in het Engels, plots op tafel legt. "You may have the universe if I may have Italy."

Ze zegt het als ergens op deze dag vrienden van de familie op rondreis door Puglia binnenvallen en de gesprekken toch weer op Italië zelf komen. De quote wordt vaak aan Giuseppe Verdi toegeschreven, maar dat is een fout. Het was zijn librettist Temistocle Solera - wat een naam trouwens - die hem bedacht voor Verdi's opera Attila. Dat je het universum mag hebben, als zij maar Italië mag houden dus.

En hier, aan de lange tafel op het terras, vertellen ze over No School. Een idee voor Puglia. Een idee waarmee ze, dertig jaar na vaders Chambres d'Amis, de kunsten naar deze regio willen halen. "Iedereen is hier supergastvrij, de olijven zijn superlekker, maar de boeren kunnen van die olijfolie amper rondkomen. Van de 20 euro die een goeie fles in België kost, zien zij maar een fractie. Het idee om dan hier als Belg olijfolie te willen maken, is me iets te koloniaal. Alsof wij eens zouden zeggen hoe het moet en hen dat dan ook nog zouden afnemen."

Van kunst kennen ze wel iets. "School komt van het Griekse woord 'σχολή', wat letterlijk 'vrije tijd' betekent. Bij hen was een school echter iets waar alleen de rijken konden komen, maar in de tempels werd aan lange tafels samengezeten en gepraat. Niet demagogisch, wel om door gesprekken kennis te delen. Mijn droom is om terug te gaan naar tafels."

"Toen ik als kind mijn vader wilde zien, moest ik vaak naar de Hotsy-Totsy (een legendarisch Gents café, RVP) en dat was altijd geestig. Ook daar belandde je aan tafel. Ik vond dat fijn. Stel dat hij baas was van Belgacom, dan had ik hem nooit kunnen vinden.

"Kunst is helemaal niet zo elitair als altijd gezegd wordt. Ga eens naar een opening van een tentoonstelling: niémand zal je uitnodiging vragen aan de ingang. Je kunt zo binnen. Probeer dat maar eens te doen op het feestje voor honderd jaar Coca-Cola. Of in de fashion week in Parijs: dat lukt nooit. Terwijl je wereldwijd niks moet betalen om een galerie binnen te gaan.

"Ik wil alleen nog over kunst praten en niet meer over het geld. Hoeveel mensen ik niet ontmoet die zeggen dat ze 'een Borremans' willen. Maar 90 procent van die mensen zijn niét naar Bozar geweest. Terwijl dat maar 6 euro kost. Neen, ze willen een Borremans boven hun dressoir. Zie je het Lam Gods al in je living hangen? Daar word je toch onnozel van?"

Dat spreken moet dan aan zo'n tafel gebeuren. "Deze tafel van zes meter is mijn eigen ontwerp. Alle revoluties zijn aan tafels begonnen. Als je aan je kindertijd terugdenkt, denk je toch niet aan het salon? Wel altijd aan een tafel die al duizend jaar lang 73 centimeter hoog is. Zelfs Het laatste avondmaal is zo'n tafel. (lacht)Al zaten die wel allemaal aan dezelfde kant.

"Delphine en ik hebben in Brindisi een lang gebouw gevonden dat vroeger van een mosselkwekerij was. We willen dat verbouwen tot een plek waar we artists in residence kunnen ontvangen, heel multidisciplinair, zowel kunstenaars als schrijvers als fotografen... noem maar op. Via gesprekken aan tafel moeten daar kruisbestuivingen van komen, maar we willen er ook ruimtes maken om te werken, om te schrijven en zelfs hotelvoorzieningen. Je zou dat in Gent of Berlijn kunnen doen, maar het lijkt me makkelijker om mensen als Dirk Braeckman en Michael Borremans naar hier te krijgen."

Muren met oren

In hun hoofd is het af. Er is een investeerder. En er is dat gebouw. Maar er is nog iets. Iets dat je hier in Puglia niet mag noemen, maar dat net als in Sicilië wel bestaat. "Twee maanden geleden hadden we een afspraak, maar toen we drie weken geleden terugkwamen, zei de burgemeester: 'Het gebouw is verkocht. Maar het is nog altijd te koop.' Eigenlijk zei hij: 'Je hebt er met te veel mensen over gepraat'."

Wat Delphine nu vertelt over die gesprekken, is moeilijk weer te geven in dit verhaal. In 2015 verschijnen krantenartikels online. Met copy and paste duw je dit door Google Translate en dan leest ook Puglia De Morgen. Maar waar het op neerkomt, is dat er mensen zijn die er belang bij hebben de prijs van de oude mosselkwekerij op te drijven en dat zelfs in Serranova de muren oren hebben. "Dit project komt er. Daar of in een ander pand. We kijken rond. A la limite kan het zelfs aan deze tafel beginnen. Nog eens: je krijgt makkelijker tien vrienden hier bijeen dan in Gent."

Zelfs tien Belgische vrienden die in Serranova wonen, zou kunnen. Jawel, er zijn er nog. "Soms zeggen de mannen bij Tonino: 'Het is niet meer tof om met jullie te aperitieven, want er wordt meer Nederlands dan Italiaans gesproken'. Ook Engels trouwens: een architect die de H&M-winkels tekent, heeft een huis in dit dorp en ook de kunstenaar Kiko." Net als Enzo, een Italiaan die ingenieur was bij Boeing en vijftien jaar in Moskou woonde. Nu hier.

Maar waarom allemaal? Puglia is niet Toscane. Geen groene glooiende heuvels. San Vito dei Normanni is dus het Deinze van Puglia. Dat is toch Firenze niet.

"Tonino woonde ooit elf jaar in Berlijn, maar keerde dan terug naar Serranova. Ik heb hem al vaak eens gevraagd om naar Gent te komen. 'Waarom zou ik?', zegt hij dan. 'Jullie komen precies wel allemaal heel graag naar hier. Dat moet een reden hebben.' Onlangs raakte ik hier aan de praat met een antiquair uit Bologna. Bleek hij goed bevriend te zijn met Axel Vervoordt. Tonino's bar is hipper dan De Walvis in Brussel!"

Avrai tu l'universo, resti l'Italia a me? "De rauwheid is zeker iets. Ik vergelijk deze mensen vaak met kastanjes. Er staan stekels op, maar eens ze open zijn, zie je iets schoons. De idyllische landschappen vind je hier niet, al heb je wel de zee. Maar de Amalfikust en Capri zijn zeker schoner. Alleen: dat is daar allemaal al af. Er is geen werk meer aan. Hier wonen, is zéker geen vlucht. Het is misschien wel back to basics. Het huis verhuren we in de zomer aan wie wil, en zoals alles staat het altijd te koop. Wie de juiste prijs betaalt, heeft het.

"Maar we hebben een andere boerderij gekocht en die gaan we verbouwen. Het is dus écht wel de bedoeling om hier te blijven. Lucy gaat trouwens naar school en spreekt goed Italiaans. Ze verbetert het mijne zelfs. En weet je wat ik hier dan in mijn tuin wil? Twee giraffen. Echt waar. Ik ben erover aan het opzoeken en zoiets is enorm duur. Een giraf kost al gauw 25.000 euro. Maar het kan écht en hoe cool zou dat niet zijn?"

Er is vorig jaar iets gebeurd dat die goesting nog aanwakkerde en dat was natuurlijk de dood van Jan Hoet. "Niet dat je niet meer intellectueel wil bezig zijn", zegt Junior. "En ik wil niet dat dit fout gelezen wordt. Dit is geen hippie-alternatief voor een druk leven. Maar genieten, dat wel zeker. Twee vrienden van me hebben vorig jaar zelfmoord gepleegd. Eén die net tien dagen hier was geweest in Puglia. Hij zat diep, dat wisten we, we hebben hele dagen gepraat. Maar omdat we zelf zo graag leven, stonden we er niet bij stil dat iemand voor de dood zou kiezen. Ik was nadien heel kwaad. Het is mijn moeder die me zei: 'Jantje, ge moet niet kwaad zijn op die mijnheer, hij was wellicht nog zieker dan papa'."

Hoe het met haar gaat? "Goed", zegt hij. "Het is een bijzondere vrouw. (met een lachje) De enige die het met hem heeft volgehouden. Weet je dat ze op de begrafenis de eerste rij achter de familie reserveerde voor de muzes van mijn vader? Zelfs in het ziekenhuis belde ze hen: 'Ik ben weg, je kunt hem nu nog komen bezoeken'.

"Eigenlijk lijk ik qua karakter veel meer op mijn moeder dan op mijn vader. Hij leek nerveus, kon op het werk iedereen de huid volschelden, maar thuis was hij superrelaxed. Ik kom uitwendig heel rustig over, maar inwendig ben ik heel erg nerveus.

"We wisten allemaal dat het niet goed ging. Zijn laatste woorden waren: 'Het is te veel'. Dat had hij voordien nooit gezegd. Hij was al een paar keer heel slecht geweest, maar nu zag je het in zijn ogen. Zijn blik was weg. Zelfs als hij er fysiek was doorgeraakt, zou het niet gegaan zijn. Zijn been zou geamputeerd moeten worden. Ik denk dat hij doodgaan bewust heeft beleefd."

Delphine: "Als je Jan Hoet heet, krijg je geen bezoek in het ziekenhuis. Dat is wreed, maar het is zo. Hij ging de andere patiënten bezoeken op de kamers, maar bij hem kwam niemand. Omdat niemand dat durft. Het is Jan Hoet, we gaan die mens met rust laten. Eigenlijk is dat heel pijnlijk."

En dan Jan opnieuw: "Hij heeft gewacht met sterven tot hij al zijn kinderen en kleinkinderen nog eens gezien had en dan heeft hij zich laten gaan. Een kat heeft negen levens, maar Jan had er twaalf. Een paar keer dachten we dat het voorbij was, maar telkens leefde hij op. En ik dacht dat afscheid nemen beetje bij beetje makkelijker zou worden, maar dat is niet zo. Eerst leef je nog, zelfs in een coma. En dan ben je dood. Dat is echt iets anders.

"Hij was een dominante man, maar nooit met slechte bedoelingen. Zijn schoonste cadeau was de vrijheid die hij gaf: doe het nu zelf maar. Dat moet je met open armen ontvangen. Dat idee van No School zie ik als zo'n erfenis."

Hoe geliefd die man was, is bekend. Het afscheidsprentje met het portret van Marlene Dumas hangt in de keuken tegen de muur. Junior bewaart een servet waarop Royden Rabinowitch tekende. Het zijn kleine souvenirs van grote mensen uit liefde voor de familie Hoet.

"Maar veel belangrijker dan in mijn collectie een werk van Wim Delvoye te hebben, vind ik een avond met Wim Delvoye door te brengen. (lacht) Al is de combinatie van de twee natuurlijk nog fijner. Maar het is zoals met Beuys: nog liever dan iets te houden, geef ik het door. Want kijken, dát is belangrijk."

De Volvo van vader

Ondertussen zitten we niet meer in Serranova. Het licht is uitgegaan in Puglia ("In de praktijk zitten we hier eigenlijk twee tijdzones verder dan in België, het is echt vroeger donker") en we hebben de zee in Carovigno opgezocht. Wind? Vergeet het. Een warm deken is op de avond gaan liggen.

Delphine en Jan zijn voorgereden in de Volvo waar Jan mee reed. Zes jaar oud, 300.000 kilometer op de teller. "De garage gaf er nog 700 euro voor. Dat hebben we niet gedaan. Onder meer hierom."

Ze wijzen op een deuk. "Op een dag liep mijn vader door Wall Street en daar stond iemand sneeuwballen te verkopen. Dat moet een kunstenaar zijn, dacht hij. Het was David Hammons en hij heeft hem uitgenodigd. Enfin, een paar jaar geleden waren ze samen en bij het afscheid zette Hammons de hak van zijn cowboylaarzen in de Volvo. En hij krast ernaast zijn e-mailadres. Kijk."

Kijk, ja: 'hityourspot@....com' is heel duidelijk leesbaar. Dit is geen Volvo van 700 euro meer. Het is een kunstwerk. "Voor de begrafenis is David uit New York overgevlogen en heeft hij gesproken: 'Thank God for the gift', zei hij."

Het eeuwige leven heeft Jan Hoet. In zijn kinderen en kleinkinderen.

"Met Lucy had hij een sterke band. En zij met hem. De eerste keren dat we opnieuw in een vliegtuig zaten, was ze altijd naar de wolken aan het zwaaien. 'Naar opa', zei ze. Hij leeft verder in zijn nalatenschap, in boeken en realisaties. En ook in een foto van Stephan Vanfleteren. Bezoekers van FACES NOW in Bozar stonden aan het einde van de tentoonstelling voor het portret van de dode Jan Hoet.

"Stephan was thuis geweest voor een laatste portret. Dat gebeurde aan de keukentafel en het was een plezante middag. Plots zei mijn vader: 'Gij moogt mij trekken op mijn sterfbed'. Meer werd daar niet over gezegd, maar Stephan vergat dat niet en het is iemand die ik zelf heel graag heb. Dus toen mijn vader stierf, belde hij. Mijn moeder moest toestemming geven omdat die foto in het mortuarium moest gemaakt worden en dat deed ze. Een maand later belde hij me en zei dat er een kans was om die foto in Bozar te tonen. Mijn moeder was meteen enthousiast. Met mijn vader is er niet over een tentoonstelling gepraat, maar we wisten: hij zou dit oké gevonden hebben."

Die foto kan je niet níet raken. Hij is niet luguber, vindt Junior. "Wel raar. Maar te schoon om in een kast te steken. Ik ben uiteindelijk samen met Stephan in Bozar gaan kijken. Het is een beeld dat de realiteit bijna overstijgt en daarover gaat kunst. Je ziet mijn vader niet. Of je ziet hem wel, maar door de ogen van de kunstenaar. Het is zoals met dat schilderij van Marlene Dumas. Het gaat over iets anders.

"Als ik verdriet heb, dan doe ik altijd hetzelfde: ik kijk door het raam. In Gent of hier. Het maakt niet uit wat ik zie. Kijken door het raam troost. En als ik dat hier doe, zie ik dit landschap. Je zou kunnen zeggen dat er niks mooiers is dan dat landschap. Wel, ik vind dat wel. De interpretatie van de kunstenaar en het landschap door zijn of haar ogen kunnen zien, is nog mooier."


Volgende zaterdag: dirigent Philippe Herreweghe in Chiusure (Toscane) Vrijdagavond al te lezen op DM+, de digitale vip-omgeving voor abonnees

Lees de vorige afleveringen op demorgen.be/derondevanitalie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234