Maandag 24/06/2019

'Dit is een humanitairecatastrofe, dit is oorlog'

Gigantische bosbranden doen Portugese premier DurãoBarroso nationale ramptoestand afkondigen

In Portugal heeft eerste minister Durão Barroso de staat van nationale ramp afgekondigd. Bij nooit geziene bosbranden zijn de jongste dagen negen mensen om het leven gekomen. In het centrum van het land, tot in de buurt van Lissabon, zijn tienduizenden hectaren bos al in de vlammen opgegaan. 'Deze taferelen zijn gewoon dantesk, hels.'

Brussel / Castelo Branco

Eigen berichtgeving

Lode Delputte

Sinds zaterdag zijn in Portugal al negen mensen om het leven gekomen, slachtoffers van de bosbranden die al dagenlang in bijna het hele land woeden. De meeste slachtoffers zijn bejaarden die in hun auto of tractor aan de vuurzee probeerden te ontkomen.

Meer dan drieduizend brandweermannen, honderden soldaten ook, zijn met man en macht in de weer om de branden te blussen. Ze kregen luchtversterking uit Marokko, Italië, Duitsland en buurland Spanje, dat ook zwaar getroffen is. Vooral in de buurt van de steden Castelo Branco, Santarém, Portalegre en Guarda is de toestand rampzalig. Slechts drie van de achttien districten waaruit Portugal is samengesteld, bleven van het vuur gespaard. In totaal zijn al meer dan dertigduizend hectaren bos reddeloos verloren.

"Het is bloedheet maar sinds vrijdag hebben we hier geen straaltje zon meer gezien", zegt een emotionele João Guedes Silva vanuit de Centraal-Portugese stad Castelo Branco aan De Morgen. Student Guedes Silva zette zondag het eigen vege lijf op het spel om zijn bejaarde grootouders uit het vuur te redden, "arme mensen die anders nooit waren ontkomen. We hadden gewoon te weinig middelen om het vuur te lijf te gaan".

"Alles is donker en grijs in de stad", zegt de student, "de straten en huizen en auto's liggen vol asse, alles ruikt verschroeid. Deze taferelen zijn gewoon dantesk, hels. Dit is niet alleen een natuurlijke, maar ook een humanitaire catastrofe, dit is oorlog. De boeren in de streek, van wie velen hun enkele koeien in de brand moesten achterlaten, zijn de wanhoop nabij."

Volgens de aan de Portugese milieuvereniging Quercus verbonden bosbouwingenieur Samuel Infante "zegt men wel dat het de ergste branden zijn sinds twintig jaar, maar persoonlijk denk ik sinds vijftig jaar. Vroeger duurde de brandcyclus van een bos trouwens veel langer dan de jongste jaren, nu Portugal elk jaar opnieuw met het fenomeen geconfronteerd wordt. Ons troosten met de gedachte dat het zo lang geleden al allemaal een keer gebeurd is, en dat het dus eigenlijk wel meevalt, is onze kop in het zand steken."

Dat de bossen tegen zo'n snelheid zo massaal konden gaan branden, heeft volgens specialisten veel te maken met de economische en sociale metamorfose die het Portugese binnenland de jongste halfeeuw heeft ondergaan. Er is op gigantische schaal naar de kust en naar Noord-Europa geëmigreerd, en dat bleef niet zonder gevolgen voor de bosbouw in de regio. "Vroeger", licht Infante toe, "had je een gediversifieerd woud met talloze brandbestendige boomsoorten. Nadat de eigenaars hun lapjes bosgrond in de steek gelaten hadden omdat zelfs de overlevingslandbouw geen kansen meer bood, werden de oude bossen gekapt en door snelgroeiend naaldwoud vervangen. In naam van de houtexport is voor een roekeloze en kortzichtige homogenisering van het boombestand gekozen. In de Alentejo, in het zuiden van Portugal, zijn de bosbranden grotendeels uitgebleven precies omdat we daar kurkeiken hebben. Die zijn veel resistenter en ecologisch meer verantwoord."

Ook de overheid is erg tekortgeschoten in het gevoerde bosbeleid. Traditioneel bestond de reactie van Lissabon erin te zeggen dat de bosgronden privé waren en dat de eigenaren logischerwijs maar voor het onderhoud moesten instaan. Dat heeft tot gevolg dat er grote fouten zijn gemaakt. Infante: "Er waren bijvoorbeeld nergens brandgangen voorzien opdat het vuur op natuurlijke wijze kon worden gestopt en de kap van kreupelhout is jarenlang flink verwaarloosd. Nu, dat alles doet niets af aan het feit dat 90 procent van de branden aangestoken is en dat die brandstichtingen voor een groot deel met economische belangen en speculatie te maken hebben."

De eerste maatregel die de regering-Barroso bijgevolg moet nemen, vindt Infante, is juridisch: de straffen moeten gewoon stukken en stukken strenger. "Nu komt een brandstichter na korte tijd op vrije voeten omdat de wetgeving vaag is, vooral wat het het afbranden van bossen en landerijen betreft. Of omdat de brand een ongeluk was, ontstaan op de talloze dorpsfeesten in de regio. Vaak steken de bewoners er zonder complexen gevaarlijk vuurwerk af. Een andere broodnodige maatregel gaat over de organisatie op lokaal niveau: de eigenaren van bosgronden zouden zich in beheerscoöperatieven moeten verenigen in plaats van ieder op eigen houtje en naar eigen goeddunken te werken."

João Guedes Silva moet het allemaal zien voor hij het wil geloven: "Ik was gechoqueerd toen ik premier Barroso zondag op tv zag. Hij weigerde de ramptoestand uit te roepen, terwijl er al negen mensen en honderden dieren dood waren, terwijl huizen en fabrieken in de vlammen zijn opgegaan, er arbeidsplaatsen teloorgegaan zijn. Het is schandalig." Zondagavond pas drong de omvang van de catastrofe tot de centrumrechtse regering door en werd de ramptoestand afgekondigd.

Negen doden en felle kritiek op regering

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden