Donderdag 20/01/2022

'Dit is echt muziek, baby'

The Beatles over de opnamen van 'Abbey Road', hun laatste plaat

George: "Een van de namen die we voor de grap voor onszelf gebruikten wat The Flying Trelinis. The Masked Alberts was een van Johns favoriete namen; een suffe naam. Je kon je honderden Alberts voor de geest halen."

George: "De plaat Get Back (of Let It Be, zoals het uiteindelijk werd) kwam pas in mei 1970 uit en is waarschijnlijk de meest illegaal uitgebrachte plaat aller tijden. Hij lag op de plank en daarom besloten we: 'Laten we weer eens een goede plaat maken.' Het leek ons een goed idee om George Martin te vragen. We gingen weer naar Abbey Road en maakten de plaat."

George: "Het was een lekker gevoel om met George Martin terug te zijn op Abbey Road. We voelden ons thuis. We kenden George en George kende ons. We kenden de plek: 'Daar zijn we weer, jongens!'"

Paul: "Toen we in de studio zaten, rookte onze technicus altijd Everest-sigaretten, dus de plaat zou Everest gaan heten. We vonden het niet echt sterk, we konden geen andere naam bedenken. Op een dag zei ik: 'Ik heb 't!' - ik weet niet hoe ik erop kwam - 'Abbey Road! Zo heet de studio waar we zitten, die beroemd is, en het klinkt een beetje als een klooster.'"

Ringo: "Een paar weken lang zeiden we voortdurend dingen als 'Waarom noemen we het niet Billy's Left Boot?' En toen zei Paul opeens: 'Waarom noemen we het niet Abbey Road?'"

George Martin: "Let It Be was zo'n ongelukkig project (hoewel er een paar schitterende nummers op staan) dat ik echt dacht dat het het einde van The Beatles was, en ik nam aan dat het het einde van onze samenwerking was. Ik dacht: 'Wat jammer dat het zo moet eindigen.' Ik was dus ook tamelijk verbaasd toen Paul mij belde en zei: 'We gaan weer een plaat maken - wil je hem produceren?'

"Mijn eerste reactie was: 'Alleen maar als jullie me hem laten produceren zoals we dat altijd deden.' Hij zei: 'Dat doen we, zo willen we het ook.' - 'Ook John?' - 'Ja, echt waar.' Dus zei ik, 'Nou, als jullie het echt willen, laten we het dan doen. Laten we weer bij elkaar komen.' Het was een hele fijne plaat om te maken. Ik denk omdat iedereen dacht dat het de laatste zou zijn."

John: "Muziek is muziek. Al die lui die zeuren over ons en Dylan dat we niet vooruitstrevend genoeg zijn, maar wij hebben ze bij al die andere dingen gebracht - dat mogen ze van ons aannemen. Dit is echt muziek, baby. Als we iets anders willen, prima. Het is hetzelfde met het volgende album waar we mee bezig zijn. Dat zal de critici waarschijnlijk beter bevallen, want we hadden er genoeg van om maar een beetje door te jengelen. We gingen weer echt iets maken.

"We schrijven eigenlijk niet meer echt samen. We hebben al twee jaar niet meer samen geschreven - alleen maar incidenteel wat dingen. Ik doe wat ik leuk vind, Paul doet wat hij leuk vindt en George doet wat hij leuk vindt - en Ringo ook. We verdelen de plaat gewoon onderling. Wat ons betreft, is deze plaat meer Beatles-achtig dan de dubbelaar."

Neil Aspinall: "Ik denk niet dat ik ooit bij opnamen voor Abbey Road ben geweest. Ze hadden er niet veel tijd voor nodig - een paar maanden. John was toen ook betrokken bij een auto-ongeluk, dus hij was een tijdje weg."

Ringo: "Na de nachtmerrie van Let It Be ging Abbey Road prima. De tweede kant is geweldig. Na de puinhopen van al die waanzin, was dat laatste stuk voor mij een van de beste dingen die we hebben gemaakt.

"John en Paul hadden allerlei stukken, en dus namen we die op en zetten het bij elkaar. Het laat zien dat het daarom draait, dat laatste stuk. Geen van de nummers was af. Er ging heel veel werk in zitten, maar ze schreven niet samen. John en Paul waren eigenlijk meer voor zichzelf bezig."

Paul: "Ik denk dat het mijn idee was om alles wat was blijven liggen, samen te voegen, maar ik weet het niet helemaal zeker. Hoe dan ook, uiteindelijk kwamen we op het idee om van alles een soort medley te maken en de tweede kant iets van werk in uitvoering te maken - wat goed uitpakte want tien of twaalf niet voltooide nummers werden zo op een goede manier gebruikt."

John: "We hebben altijd een enorme hoeveelheid stukjes en onderdelen liggen. Ik heb materiaal dat ik in de tijd van Pepper schreef, want als je het een paar jaar hebt liggen, begin je de interesse ervoor te verliezen. Het was een goede manier om van een paar nummers af te komen. George en Ringo schreven wat dingen, net als wij, letterlijk - tussendoorstukjes en opvulling. Paul zei: 'We hebben hier twaalf stippellijntjes - vul maar in.' En vulden het ter plekke in."

Paul: "Er was een stuk van John getiteld 'Polythene Pam' dat geïnspireerd was op een meisje dat hij lang geleden had ontmoet via de dichter Royston Ellis, een vriend van ons uit Liverpool. We zagen hem weer ergens in het zuiden tijdens een tournee, zoiets als Shrewsbury - hij kwam gewoon naar het concert. John was met hem gaan eten en daarna naar zijn flat gegaan, en daar was een meisje dat polytheen om haar heen leek te hebben. Hij kwam terug met allerlei verhalen over dat in polytheen gehulde meisje: 'Shit! Er was daar een meisje dat gehuld was in polytheen en het was geweldig...' en wij dachten, 'O, wauw!' Vervolgens schreef hij dat nummer."

John: "'Polythene Pam' was een herinnering van mij aan een ontmoeting met een meisje in Jersey, en een man die het Engelse equivalent was van Allen Ginsberg. Ze droeg geen kaplaarzen en plooirokken, ontdekte ik. Perverse seks in een polythene-zak. Ik zocht een onderwerp."

Paul: "Ik had een paar stukken en flarden die niet af waren. Het ging om nummers die nog een middelste strofe, een tweede strofe of een einde nodig hadden.

"Ik speelde een keer piano in het huis van mijn vader, en het pianoboek van zijn stiefzusje Ruth lag op de standaard. Ik bladerde er doorheen en kwam bij 'Golden Slumber.' Ik kan geen muziek lezen en ik kon de oorspronkelijke melodie niet meer herinneren, dus maakte ik mijn eigen melodie erbij. Ik vond de tekst aardig dus die hield ik, en het paste bij een ander stuk dat ik had gemaakt. Ik had ook nog 'You Never Give Me Your Money'..."

George: "Funny paper - dat krijgen we. We krijgen stukjes papier waarop staat hoeveel geld er is binnengekomen en wat dit is en dat, maar we krijgen het nooit in ponden, shillings en penny's. We hebben allemaal een groot huis en een auto en een kantoor, maar om gewoon het geld te krijgen dat we hebben verdiend, is blijkbaar onmogelijk."

Paul: "We vragen vaak: 'Ben ik al miljonair?' en dan zeiden zij cryptische dingen als: 'Op papier wel.' En dan zeiden wij: 'Wat betekent dat nou? Ben ik het wel of niet? Heb ik al meer dan een miljoen van dat soort groene dingen op de bank?' En dan zeiden zij weer: 'Nou, het is niet echt op de bank. We denken dat je...' Het was erg moeilijk om iets uit deze mensen te krijgen en de accountants gaven je nooit het gevoel dat je succesvol was."

John: "Mijn bijdrage is 'Polythene Pam,' 'Sun King' en 'Mean Mr Mustard.' We goochelden er wat mee tot het wat leek. In 'Mean Mr Mustard' zei ik 'his sister Pam' - oorspronkelijk was het 'his sister Shirley' in de tekst. Ik veranderde het in 'Pam' om de indruk te wekken dat het iets met mijzelf te maken had. Het zijn alleen maar stukjes afgeronde zooi die ik in India schreef.

"Op 'Sun King', toen we het inzongen, om het anders te laten klinken, begon we grappen uit te halen, door te zeggen 'cuando para mucho'. We verzonnen het gewoon. Paul kende nog wat woordjes Spaans van school, dus regen we wat Spaanse woorden aan elkaar tot het ergens op leek. En natuurlijk nog 'chicka ferdi' - een Liverpoolse zegswijze; het betekent helemaal niets, zoiets als 'ha ha ha.' Eentje ontbrak: "we hadden 'para noia' er nog in kunnen stoppen, maar we vergaten het helemaal. We noemden ons vroeger altijd Los Para Noias."

Paul: "Op 'The End' staan drie gitaarsolo's waar John, George en ik elk een lijn speelden, wat we nog nooit eerder hadden gedaan. En we haalden Ringo ten slotte over om een drumsolo te spelen, want hij nooit had gewild. Het mondde uit in 'And in the end, the love you take is equal to the love you make...'"

John: "Een hele kosmisch, filosofische regel."

Ringo: "Solo's hebben me nooit geïnteresseerd. Die drumsolo is nog steeds de enige die ik ooit heb gedaan. Je hebt dat gitaarstuk waar ze met z'n drieën de solo voor hun rekening nemen, en toen dachten ze: 'We kunnen ook wel een drumsolo erbij doen.' Ik was tegen: 'Ik wil geen verdomde drumsolo doen!' George Martin haalde me over. Terwijl ik aan het spelen was, rekende hij, want we hadden een bepaalde tijd nodig. Het was krankzinnig. Ik deed 'Dum, dum - een, twee, drie, vier...' en ik moest heel raar uitkomen want het waren dertien maten. Hoe dan ook, ik kreeg het voor elkaar, en het is gebeurd. Achteraf ben ik blij dat we het gedaan hebben.

(Een terzijde bij Abbey Road, iets persoonlijks van mij: "het geluid van de drum was het resultaat van nieuwe kalfsleren vellen. Er staat een heleboel tom-tom op die plaat. Ik had nieuwe vellen op de drum zitten en natuurlijk gebruikte ik die veel - ze waren geweldig. De magie van echte platen is dat ze lieten zien dat tom-toms zo goed waren. Ik geloof niet dat die magie nog bestaat, want er is zoveel manipulatie.")

George: "Tijdens de opnamen van de plaat werd de sfeer wat beter en, hoewel ik een paar overdubs had, speelden we de hele medley. We zetten ze in de goede volgorde, speelden de backing en namen het allemaal in één keer op, van één arrangement naar het volgende. We speelden eigenlijk weer als echte muzikanten.

"Hetzelfde met de zang: we moesten veel samenzang repeteren en alle achtergrondzang instuderen. Sommige nummers zijn goed met maar één stem en de samenzang die op verschillende moment invalt en soms driestemmig. Het was eigenlijk alleen maar versiering, en ik denk dat we vonden dat ze op bepaalde momenten pasten, omdat we in die tijd allemaal zanger wilden zijn."

George Martin: "Ik probeerde samen met Paul terug te keren naar de oude Pepper-methode om iets te maken dat echt de moeite waard was, en we stelden de lange zijde samen. John had heel veel bezwaren tegen wat we met de achterkant van Abbey Road deden, waar het vooral Paul en ik waren die samenwerkten, met bijdragen van anderen. John was altijd een nozem. Hij was een rock-'n-roller, en hij wilde een paar nummers van zichzelf. Dus sloten we een compromis. Maar zelfs op kant 2 hielp John. Dan kwam hij en droeg een steentje bij, en opperde een idee om een stukje muziek in het geheel te verweven. Iedereen deed heel goed werk, en daarom ben ik er dol op."

John: "We hebben geen vooropgezette ideeën. Voor mij is een album een stel platen die je niet kunt maken - zelf houd ik van singles. Ik denk dat Paul bepaalde ideeën over albums heeft, zoals die medley. Mij interesseren albumconcepten niet. Ik ben alleen geïnteresseerd in het geluid. Dat moet hoe dan ook goed zijn. Voor mij hoeft een album geen spektakel te worden. Wat mij betreft hadden er gewoon veertien rocknummers op gekund."

Ringo: "Ik denk dat je op de plaat kunt horen wanneer we enthousiast waren: "het nummer is goed en alles valt op z'n plaats. Het maakt niet uit wat er allemaal gebeurt op het gebied van het dagelijkse gedoe; als het over muziek gaat, merk je dat het echt te gek is, en we legden er allemaal meer dan duizend procent in."

George: "'Here Comes the Sun' werd geschreven in de tijd dat Apple net op school begon te lijken, waar we heen moesten en zakenmensen zijn: 'Teken dit' en 'teken dat'. Hoe dan ook, het lijkt wel of de winter in Engeland eeuwig duurt; wanneer de lente aanbreekt, ben je er echt aan toe. Op een dag besloot ik dat Apple kon barsten en ik ging naar Eric Clapton. De opluchting dat ik niet hoefde te gaan en al die sukkelige accountants te zien was heerlijk, en we liepen in de tuin met een van Erics akoestische gitaren en maakten 'Here Comes the Sun'."

John: "'Come Together' ben ík, vaag in de weer met iets ouds van Chuck Berry. Ik behield de regel: "Here comes old flat-top" (hier komt plathoedje). Het lijkt niet meer op het ouwe Chuck Berry-nummer, maar ik kreeg een aanklacht omdat ik jaren geleden eens de invloed heb toegegeven. Ik had het kunnen veranderen in: "Here comes old iron-face" (hier komt ijzerkopje), maar het nummer staat los van Chuck Berry of wat dan ook."

Paul: "John kwam aanzetten met een snel nummer dat precies klonk als 'You Can't Watch Me' van Chuck Berry, tot op die flat-top-tekst. Ik zei: 'Laten we het wat langzamer maken met een zompige bas-en-drumsound. Ik bedacht een basloopje en vanaf toen liep het allemaal. Prachtige plaat."

John: "Het kwam in de studio tot stand. Het is ambtelijk jargon. 'Come Together' was een uitdrukking die Tim Leary had bedacht voor zijn verkiezingscampagne of zoiets, en hij vroeg mij om daarvoor een nummer te maken. Ik probeerde en probeerde het, maar het lukte niet. Maar ik maakte 'Come Together,' waar hij niets aan had - je kunt zo'n nummer niet gebruiken voor een verkiezingscampagne.

"Leary beschuldigde me een paar later dat ik hem belazerd had. Dat was niet zo. Het werd gewoon 'Come Together'. Wat moet ik dan doen, het aan hem geven? Het was een funky nummer - het is een van mijn favoriete Beatle-opnamen (of een van mijn favoriete Lennon-nummers, laat ik het zo zeggen). Het is funky, het is bluesy, en mijn zang is behoorlijk goed. Ik houd van de sound van die plaat.

"'Come Together' veranderde tijdens een opnamesessie. We zeiden: 'Laten we het langzamer maken. Laten we er dit mee doen, laten we er dat mee doen, en we zien wel wat er van komt.' Ik zei alleen maar: 'Kijk, ik heb geen arrangementen, maar jullie weten hoe ik het wil.' Ik denk dat het voor een deel komt doordat we al zo lang samenspeelden. Ik zei: 'Doe maar wat funky,' en gaf misschien een ritme aan, en ze deden allemaal mee."

Paul: "Sommige van mijn nummers zijn gebaseerd op persoonlijke ervaringen, maar ik verhul dat. Een heleboel zijn er verzonnen, zoals 'Maxwell's Silver Hammer,' wat het soort nummer is dat ik graag schrijf. Het is gewoon een raar verhaaltje over onbekende mensen. Het is net als het schrijven van een toneelstuk: je hoeft de personen niet te kennen, je verzint ze gewoon.

"Ik herinner me dat George een keer tegen me zei: 'Zulke nummers zou ik niet kunnen schrijven.' Hij schrijft meer vanuit persoonlijke ervaringen. John toonde de naakte waarheid. Als ik een schilder was geweest, zou ik de dingen waarschijnlijk een beetje meer verbloemen dan anderen.

"Het nummer gaat over de tegenslagen in het leven. Uitgerekend als 't allemaal gesmeerd loopt - Paf! Paf - is daar Maxwell's Silver Hammer die alles kapot maakt."

George Martin: "'Something' was de eerste single van George en kwam in oktober uit. Het was een geweldig nummer, en ik was eerlijk gezegd verbaasd dat George dat in zich had. Supernummer."

John: "Ik denk dat het zo'n beetje het beste nummer op het album is."

George: "Ik had 'Something' op de piano gemaakt tijdens de opnamen van The 'White' Album. Er was een periode tijdens het maken ervan dat we allemaal in verschillende studio's bezig waren verschillende dingen af te ronden, en af en toe nam ik een pauze. Ik ging een lege studio in en maakte 'Something.'

"Het heeft waarschijnlijk een bereik van vijf noten, wat het beste bij de meeste zangers past. Toen ik het schreef, hoorde ik de stem van Ray Charles erbij, en een paar jaar later zong hij het ook. In die tijd was ik niet bepaald gecharmeerd dat Frank Sinatra 'Something' zong. Ik ben daar nu blijer mee dan toen. Ik was niet echt dol op Frank - hij behoorde tot de vorige generatie. Ik was meer opgetogen toen Smokey Robinson en James Brown het zongen. Maar ik ben nu blij met alle vertolkingen. Ik besef nu dat het een kenmerk van een goed nummer is wanneer er veel covers van zijn gemaakt.

("Ik ontmoette Michael Jackson ergens bij de BBC. De journalist die ons interviewde, maakte een opmerking over 'Something,' en Michael zei: 'O, heb jij dat geschreven? Ik dacht dat het een Lennon/McCartney was.'")

Paul: "'Something' van George was een regelrechte homerun. Het ging over Pattie en het sprak me aan vanwege de prachtige melodie en de goede structuur. Ik vond het geweldig. Ik geloof dat George mijn baspartij een beetje prominent vond. Ik op mijn beurt probeerde het zo goed mogelijk te doen, maar misschien was het gewoon zijn beurt om mij te zeggen dat ik te prominent was. Maar het was vermakelijk; het ging allemaal goed.

"Ik vond het het beste nummer van George - samen met 'Here Comes the Sun' en 'While My Guitar Gently Weeps'. Dat waren waarschijnlijk zijn beste drie nummers. Tot dan had hij maar een of twee nummers per plaat gemaakt. Ik geloof niet dat hij zichzelf als een songwriter beschouwde, en John en ik voerden natuurlijk de boventoon - niet omdat we dat zo graag wilden, maar we waren 'Lennon en McCartney'. Dus wanneer er een album moet komen, gaan Lennon en McCartney zitten schrijven - en misschien kon hij daar moeilijk bij aansluiten. Maar uiteindelijk kwam hij met 'Something' en een paar andere schitterende nummers, en ik denk dat iedereen daar heel erg blij mee was. Er was geen jaloezie. Ik geloof zelfs dat Frank Sinatra 'Something' altijd zijn favoriete Lennon-McCartney-nummer noemde. Typisch Frank."

John: "Paul en ik verdeelden het rijk onderling, omdat wij de zang deden. George had zelfs nog nooit gezongen toen wij hem bij de groep haalden. Hij was gitarist. En de eerste twee jaar zong hij niet bij optredens. Misschien lieten we hem één nummer doen, net zoals met Ringo: 'En hier is hij dan...' Paul en ik schreven en zongen alles. George begon pas veel later nummers te maken.

"We konden George niet uitsluiten. Er was een pijnlijke periode dat zijn nummers niet zo sterk waren en niemand er iets van wilde zeggen, maar we werkten ermee - net als met die van Ringo. Ik bedoel, die nummers kostten ons meer tijd dan de andere. Dus hij zat een tijdlang gewoon niet in dezelfde categorie - dat is geen sneer, hij had eenvoudigweg niet dezelfde ervaring als songwriter als wij."

Ringo: "Het was prachtig. George kwam tot bloei als songwriter. Met 'Something' en 'While My Guitar Gently Weeps' - ben je gek? Twee van de mooiste liefdesliedjes aller tijden, en ze zijn echt even goed als wat John en Paul of wie dan ook in die tijd schreef. Het zijn prachtige nummers. Het was boeiend dat George op de voorgrond begon te treden en wij ons begonnen terug te trekken."

George Martin: "Ik denk dat het probleem met George was dat hij nooit als volwaardige songwriter werd beschouwd, door niemand - door John, door Paul of door mij. In dat opzicht ben ik net zo schuldig. Ik was het die zei: 'Als hij een nummer heeft gemaakt, dan mag het op de plaat' - heel toegeeflijk. Hij moet zich daar lullig over hebben gevoeld. Maar hij volhardde, en langzamerhand werden zijn nummers beter - tot ze uiteindelijk geweldig werden. 'Something' is een schitterend nummer - maar hij kreeg er van ons niet de volle waardering voor, en eigenlijk dachten wij nooit: 'Hij wordt een geweldige songwriter.'

"Het andere probleem was dat hij het niet met iemand samen deed. John had Paul altijd om ideeën op los te laten. Ook al schreef hij het nummer niet daadwerkelijk samen met Paul, dan was die nog steeds wel een klankbord. George was een einzelgänger en ik ben bang dat het bij ons drieën alleen maar erger werd. Nu spijt me dat."

Paul: "We hielden het allemaal bij elkaar. De muziek was goed en we waren genoeg bevriend om, ook al was er sprake van wat onderstromen, zelfs op de ergste momenten veel respect voor elkaar te hebben. Het werd nogal verraderlijk allemaal - maar vreemd genoeg was dat niet de ergste tijd. We maakten een behoorlijk goede plaat, en de enige onenigheden gingen over dingen als dat ik te lang met een nummer bezig was: ik had drie dagen nodig voor 'Maxwell's Silver Hammer'. Ik herinner me dat George zei: 'Je bent drie dagen bezig geweest, het is maar een liedje.' - 'Ja, maar ik wil het echt goed hebben. Ik heb hier uitgesproken ideeën over.' (...)

George Martin: "George raakte uitgekeken op hoe de platen geproduceerd werden. Hij stond niet meer achter wat ik had gedaan of deed. Hij hield niet van 'gerotzooi' zoals hij het noemde, en hij hield niet van de pretenties, zo gezegd. Ik begreep zijn bezwaar. Hij wilde goed, ouderwetse, simpele rock: 'Wat maakt het uit - we gaan lekker tekeer!' Of, als het een ballad was: 'Laten we het gewoon doen zoals het komt.' Hij wilde authenticiteit."

John: "Persoonlijk interesseert me al dat gedoe over wie het voor het zeggen heeft geen bal. Ik heb geen zin om dat spelletje te spelen met andere muzikanten - maar Paul houdt zich daarmee bezig; dat is zijn pakkie an. Het was zijn beslissing wat we met de violen zouden doen en hoe, en ik denk dat hij een strakke backing [op 'Golden Slumbers'] wilde - geen tierelantijnen. Dat probeerde hij erin te krijgen op de achterzijde van Abbey Road. Ik had het nooit zo op dat pop-operaspul. Ik houd van nummers van drie minuten, zoals reclameberichten."

Paul: "We kwamen nooit verder dan acht sporen. Al het werk van The Beatles is twee, vier of acht sporen. Sgt. Pepper was vier sporen. Bij Abbey Road waren we toe aan acht sporen, en we dachten dat het te veel was! We dachten dat het te veel van het goede was."

Een student uit Bloomington (Verenigde Staten) verzoekt om informatie over de vermeende dood van Paul McCartney.

Paul: "Het zebrapad was voor de deur, en we zeiden: 'Laten we gewoon naar buiten gaan, een fotograaf halen en het zebrapad oversteken. Het kost een half uur.' Het was al aan de late kant en je moet je hoes altijd eerder hebben dan de muziek. Dus we lieten de fotograaf Iain Macmillan komen, gaven hem een half uur en liepen over het zebrapad.

"Het was een hele warme dag in augustus, en ik kwam aan met een pak en sandalen. Het was zo warm dat ik mijn sandalen uitschopte en een paar keer op blote voeten overstak, en in de opname die hij gebruikte, had ik geen schoenen aan, zoals Sandie Shaw. Heel wat mensen hebben al blootsvoets gelopen, dus het leek me helemaal niet zo opzienbarend.

"Op een dag werd ik echter gebeld door een van de jongens op kantoor, die zei: 'Hé, een dj in Amerika heeft het bericht de wereld in geholpen dat jij dood bent.' Ik zei: 'Je meent het niet - vertel hem maar dat dat niet zo is.' Hij zei: 'Nee, dat helpt niet. Je hebt geen schoenen aan op de hoes, en dat is blijkbaar een maffiasymbool voor dood. En achter je staat een auto met op het nummerbord 28 IF. Nou, dat betekent dat je achtentwintig zou zijn geworden - als je had geleefd!' En ik antwoordde: 'Wacht even - hij maakt het wel erg bont, niet?' Hij zei: 'Dat is nog niet alles. Ringo is in het zwart: 'Dat betekent dat hij doodgraver is...' en zo ging het door. Er waren allemaal van dat soort aanwijzingen."

John: "Paul stak blootsvoets over, want zijn opvatting van alternatief is er heel gewoon uitzien, maar met een blauw geverfd oor - een detail. Dus besloot Paul om die dag blootsvoets de straat over te steken. Als je een eerste blik op de plaat werpt, lijkt het alsof The Beatles normaal gekleed oversteken. Dat is zijn kleine grapje. Het was mij niet eens opgevallen tot ik het album kreeg. Op de dag zelf zag ik niet dat hij geen schoenen aan had. We wilden alleen maar dat de fotograaf opschoot. Er waren te veel mensen op afgekomen. 'Dat bederft de hele foto. Laten we 'm smeren. We moeten een plaat maken, niet poseren voor een Beatle-foto' - dat dachten we. En ik mompelde: 'Kom nou, schiet op, in de pas blijven.'"

Ringo: "Een dj verzon al die tekens. Paul zonder schoenen (dat is simpel) en de Volkswagen Kever. Dan had je nog Magical Mystery Tour, waar wij drieën rode neuzen hadden en hij een zwarte. Het was allemaal gekheid, maar als je alles in beschouwing nam, kon je tot die conclusie komen. We konden op geen enkele wijze aantonen dat hij nog leefde. We zeiden: 'Hoe kunnen we nu laten zien dat dit gerucht niet waar is? Laten we een foto nemen!' Maar dan zouden zij natuurlijk zeggen: 'Dat is gewoon een stand-in op de foto.'

"Het was echt vreemd, maar we maakten ons niet druk. Het hoorde erbij. Het droeg bij aan alle hysterie: we hadden weer een plaat uitgebracht, en het stond in iedere krant en was op tv. Het was groot nieuws."

Paul: "Het was een beetje raar om kort daarna mensen te ontmoeten, want ze waren niet zeker van hun zaak geweest, ze keken een beetje door me heen. En het was raar om te moeten laten zien: 'Ik ben het echt.'"

John: "Het zou onmogelijk zijn dat Paul was gestorven zonder dat de wereld het wist. Net zoals hij niet kon trouwen zonder dat de wereld het wist. Het is gewoon te gek - maar fantastische publiciteit voor Abbey Road."

Derek Taylor: "Ik handelde die kwestie als een routineklus af - het was de soort flauwekul waar we mee te maken kregen. Er kwamen duizenden telefoontjes binnen. (Het gerucht doet nog de ronde. Er zijn boeken over, en er is iemand die kan rondkomen van het geven van lezingen erover.) Ten slotte gaf ik toe dat het waar kon zijn. Zo ga ik meestal met dat soort geruchten om. 'Misschien is hij dood - ik weet het toch ook niet?'

("Dat gebeurde bij het Monterey Pop Festival. Het gerucht deed daar de ronde dat alle Beatles aanwezig waren. Ik zei gewoon: 'Goed, ik denk dat drie van hen hier zijn, maar ze zijn vermomd - en we weten niet welke drie.' De logica was: als er drie aanwezig zijn, maar je weet het niet zeker, en ze zijn vermomd - hoe kun je het dan weten? 'Ah, dat is een ander verhaal. Als je dat nou eerder had gevraagd...' Rode rook hangt in de lucht en de geest wordt troebel. Nu is het van: 'Zijn ze hier?' - 'Nee, niet echt.' Het was een grapje. Als je eenmaal de handdoek in de ring hebt gegooid, is het goed.)

"Dus jij zegt dat hij dood is. Dan zegt de twijfelaar: 'Hij lijkt er wel op, zelfde mond, zelfde ogen!' Dan leeft hij opeens weer. Mensen zijn pervers. Waarmee we naar het volgende onderwerp kunnen."

Paul: "Ten slotte zei ik: 'We kunnen het spelletje beter meespelen. Het is publiciteit, nietwaar. Deze vent is wild van ons nieuwe album en roept maar wat, dus zeg tegen hem, zoals Mark Twain al zei: 'Geruchten over mijn dood zijn behoorlijk overdreven.' Meer kan ik niet doen.

"Maar dat was Abbey Road. We hadden de hoes, we hadden een titel, we hadden alle muziek, en hij verscheen voor Let It Be, die door onze vriend tot plaat geprutst werd. Let It Be was de laatste plaat, maar Abbey Road was de laatste plaatopname.

"Ik denk dat het als plaat goed was. Ik denk dat John uiteindelijk dacht dat hij wat gladjes was - maar ik denk niet dat hij daarom slecht was. Dat is alleen maar structuur. Ik geloof niet dat hij gladjes klinkt."

John: "Ik zeg het eerlijk: 'ik weet het niet meer, want - zoals altijd met alle platen - ik houd van sommige nummers op Abbey Road en van andere niet. Dat was altijd zo: en ik ben nooit helemaal uit mijn dak gegaan door een hele plaat van The Beatles. Sommige dingen die we doen, vind ik goed en sommige niet. Abbey Road was een goed gemaakte plaat. En ik denk niet dat het meer of minder dan dat was."

George Martin: "Niemand wist zeker dat het het laatste album zou zijn - maar iedereen voelde het. The Beatles hadden al zoveel meegemaakt in zoveel tijd. Ze hadden met z'n vieren bijna tien jaar vastgezeten, en ik was verbaasd dat ze het zo lang hadden uitgehouden. Ik was verre van verbaasd toen ze uit elkaar gingen want ze wilden allemaal hun eigen leven leiden - net als ik. Voor mij betekende het ook een bevrijding."

George: "Ik wist op dat moment niet dat het de laatste Beatle-plaat was die we zouden maken, maar het leek alsof we aan het einde van een traject waren.

"Eerlijk gezegd weet ik niet meer wat ik voelde toen de plaat klaar was. Ik herinner me dat ik de plaat goed vond en ervan genoot, maar er staat me niet bij dat dat zo was omdat er de hele tijd zo veel gebeurde. Als je alle 'Beatle-dagen' en 'Beatle-gebeurtenissen' en platen op een rijtje zet, zitten daar een heleboel gaten tussen. Als we een dag vrij hadden van The Beatles, dan waren we met iets anders bezig - en als we een jaar vrij hadden, of (zoals nu) tweeëntwintig jaar vrij. We hadden genoeg te doen om de tussenliggende periodes op te vullen. Ik miste het spelen in de groep niet."

The Beatles Anthology ligt vanaf 5 oktober in de boekenwinkels.

Paul: "Het zebrapad was voor de deur, en we zeiden: 'Laten we gewoon naar buiten gaan, een fotograaf halen en het zebrapad oversteken. Het kost een half uur.' Het was al aan de late kant en je moet je hoes altijd eerder hebben dan de muziek. Dus we lieten de fotograaf Iain Macmillan komen, gaven hem een half uur en liepen over het zebrapad."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234