Maandag 30/03/2020

analyse

Dit is de nieuwe held van jong, blank en mannelijk rechts

'Durf gevaarlijk te zijn’, schrijft Jordan Peterson in zijn zelfhulpboek. Lees: durf een man te zijn.Beeld BELGAIMAGE

De 55-jarige Canadese psycholoog Jordan Peterson is geweldig populair bij jonge blanke mannen, vooral aan de rechterzijde. Zijn zelfhulpboek 12 regels voor het leven is een internationale bestseller. Wat is het geheim van zijn succes?

Sommigen vinden hem een echte held, een goeroe, de nieuwe heiland. Anderen vinden hem een provocerende, reactionaire vrouwenhater. Wie goed luistert naar wat hij zegt en grondig leest wat hij schrijft, komt – zoals gewoonlijk – tot een heel andere conclusie. Jordan Peterson is een slimme, belangrijke en nuttige stem in het maatschappelijk debat. En een kruising van Phil Bosmans, Theodore Dalrymple en Dirk De Wachter – dat ook.

Jordan Peterson is een Canadese psycholoog wiens bestaan tot een jaar of twee geleden vrijwel geruisloos was gepasseerd. Ondertussen heeft hij een YouTube-kanaal met meer dan een miljoen abonnees, trekt hij wereldwijd volle zalen met zijn lezingen en schreef hij met zelfhulpboek 12 regels voor het leven een bestseller vanjewelste. Vooral bij jonge blanke mannen aan de rechterzijde van het politieke spectrum is hij razend populair. Hij heeft, zoveel is duidelijk, ergens een gevoelige snaar geraakt. Als men hem vraagt welke snaar dat is, zegt hij: “Ik wijs op het belang van verantwoordelijkheid.”

Klinkt niet meteen opwindend, en toch combineert hij de status van een rockster met die van een priester. Een beetje zoals Dirk De Wachter bij ons dus, maar dan op iets grotere schaal. Het moet zijn dat de moderne, zoekende mens ­psychiaters en psychologen ervan verdenkt over diepe wijsheid te beschikken – bij ons ging behalve Borderline Times van De Wachter ook Identiteit van psychoanalyticus Paul Verhaeghe erg vaak over de toonbank. Zelfs al is hun boodschap in duisternis gehuld en spreken ze zichzelf weleens tegen, dan nog vindt de lezer dat blijkbaar niet erg. Dat de pastoor vroeger Latijn sprak waar ze niets van begrepen, vonden de meeste kerkgangers ook geen bezwaar.

Zo is dat ook een beetje met Peterson. Zijn zelfhulpboek wisselt belachelijk eenvoudige tips af met complexe Bijbelexegese en mythische analyses die te gek zijn om los te lopen. Het mensbeeld dat hij ontvouwt in 12 regels voor het leven is gebaseerd op zijn eigen herinneringen, op zijn ervaring als psychotherapeut, op inzichten uit de biologie en de psychologie, en op de waarden die we – volgens hem althans – kunnen destilleren uit de grote religieuze verhalen. Een rare cocktail, zeker, maar er is blijkbaar een enorme markt voor. Dat zal mede te danken zijn aan het feit dat hij zijn adviezen voor een beter leven heeft ingekookt tot 12 simpele leefregeltjes.

U bent ondertussen benieuwd, dus hier zijn ze alvast.

(1) Sta rechtop, met je schouders naar achteren.

(2) Behandel jezelf als iemand voor wiens zorg je verantwoordelijk bent.

(3) Sluit vriendschap met mensen die het beste met je voorhebben.

(4) Vergelijk jezelf met wie je gisteren was, niet met wie iemand anders vandaag is.

(5) Laat je kinderen nooit iets doen waardoor je de pest aan ze krijgt.

(6) Zorg dat je huis op orde is voor je kritiek spuit op de wereld.

(7) Streef na wat betekenisvol is, niet wat opportuun is.

(8) Vertel de waarheid, of lieg in elk geval niet.

(9) Ga ervan uit dat degene naar wie je luistert iets weet wat jij niet weet.

(10) Wees precies in wat je zegt.

(11) Laat kinderen die skateboarden hun gang gaan.

(12) Aai een kat wanneer je er eentje tegenkomt op straat.

Op de rechtse radar

Jordan Peterson zou vandaag nog altijd een ­relatief anonieme hoogleraar psychologie aan de universiteit van Toronto zijn geweest, als hij zich twee jaar geleden niet zo fel had verzet tegen de invoering van de zogenoemde Bill C-16 in Canada, die de wetgeving over discriminatie en hate speech uitbreidde naar transgenders. Eén van de elementen die Bill C-16 stipuleert, is dat overheidsinstanties, waaronder het onderwijs, gevraagd wordt om transpersonen aan te spreken met het persoonlijk voornaamwoord van hun keuze – ‘ze’ of ‘hir’, bijvoorbeeld, in plaats van gewoon ‘he’ en ‘she’ en ‘his’ en ‘her’.

Peterson vond dat gevaarlijke flauwekul. Niemand kon hem verplichten om wie dan ook op welke manier dan ook aan te spreken, vond hij. Ook niet als transpersonen zich door die weigering gekwetst zouden voelen. Het recht op free speech, legde hij uit in een tv-debat, is belangrijker dan het recht om niet gekwetst te worden. In één klap stond hij, we schreven begin 2016, op de radar van de radicale rechterzijde, als de man die het in deze politiek correcte tijden tenminste nog eens durft te zeggen – zijn zelfhulpboek was toen nog niet verschenen.

Vroeger was hij zelf behoorlijk links. Toen de kennismaking met de evolutietheorie van Charles Darwin hem had bevrijd van het geloof in de christelijke God, werd hij socialist – tot de lectuur van onder meer Aleksandr Solzjenitsyn en George Orwell hem ook van dat geloof verloste. Van Orwell leerde Peterson dat intellectuelen geen bevlogen socialisten worden omdat ze de armen willen helpen, maar omdat ze jaloers zijn op de rijken. Van Solzjenitsyn leerde hij dat het marxisme noodzakelijkerwijze tot horror leidt. Het begint bij de verplichting om mensen met bepaalde voornaamwoorden aan te spreken, zei hij ten tijde van het debat over Bill C-16, en het ­eindigt met totale onderdrukking.

Jawel. U moet de filmpjes op YouTube maar eens bekijken: Peterson legt die link met een uitgestreken gezicht. En ergens heeft hij in principe wel een punt – als de overheid gaat bepalen hoe wij elkaar moeten aanspreken, dan begint dat op z’n minst te ruiken naar een autoritair bewind. En als het recht om niet gekwetst te worden belangrijker wordt dan het recht op vrije meningsuiting, dan is het einde ook snel zoek.

En als u dan toch op YouTube zit, moet u zeker ook het interview eens bekijken dat Cathy Newman van Channel 4 begin dit jaar, na het ­verschijnen van zijn boek, met Peterson had – vul hun beider namen in en u bent er meteen. Het filmpje werd ondertussen al tien miljoen keer bekeken en is om duimen en vingers van af te likken: Peterson die uitlegt waarom biologische en psychologische verschillen tussen mannen en vrouwen mee de loonkloof verklaren, en Newman die met een spervuur van vragen op zijn stelling blijft inhakken.

Eén van die verschillen, aldus Peterson, is het feit dat vrouwen over het algemeen aangenamer in de omgang zijn dan mannen, en dus minder genadeloos op weg naar de top. Kijk naar uzelf, zegt Peterson op een bepaald moment tegen Newman, uit dit interview blijkt dat u zelf niet altijd even aangenaam bent in de omgang, en dat is goed voor u, want het heeft u geen windeieren gelegd. Waarna Newman even stilvalt en Peterson lacht: “Gotcha!”

Orde in de chaos

Peterson past perfect bij de nieuwe breuklijn die zich al enkele jaren aftekent: tussen het nieuwe links dat uit principe de kaart van de achtergestelden trekt, en het nieuwe rechts dat zich verzet tegen het idee dat verschillen per definitie wijzen op onderdrukking. Het is belachelijk, vindt Peterson, om overal onderdrukking te zien. In het Westen is volgens hem van vrouwenonderdrukking door het patriarchaat bijvoorbeeld geen sprake meer – de verschillen die nog bestaan, hebben een andere verklaring. Zelfs de Scandinavische landen, waar mannen en ­vrouwen meer dan elders gelijke kansen krijgen, tellen vooral vrouwelijke verpleegkundigen en vooral mannelijke ingenieurs.

Jordan Peterson on tour: "Een zwakke man liegt, is niet te vertrouwen, heeft geen discipline en zit vol wrok."Beeld BELGAIMAGE

Eén van de centrale boodschappen in zijn boek is dat de mannelijkheid dringend in ere moet worden hersteld. We leven in chaotische tijden, vindt hij, en hebben daarom wat meer orde nodig. Of, beter gezegd: we moeten leren navigeren op het smalle pad tussen orde en chaos, want het is daar, op dat grensgebied, dat creativiteit en inzicht ontstaan. Op de grens tussen orde en chaos, yin en yang, mannelijkheid en vrouwelijkheid – want orde is mannelijk, en chaos is vrouwelijk. Vindt Peterson althans, op basis van wat oude mythes en religieuze verhalen (Eva en de appel!) ons hebben geleerd.

Dat is de conservatieve flank van Peterson: hij vindt dat er veel wijsheid ligt opgeslagen in de oeroude verhalen die ons door de eeuwen heen zijn overgeleverd. Hij heeft het, met een verwijzing naar psychoanalyticus Carl Gustav Jung, leerling van Sigmund Freud, over archetypische patronen die verankerd zijn in ons collectieve onderbewustzijn. Het zijn beweringen die zijn boek weliswaar een zekere zwaarwichtigheid verlenen, maar de geloofwaardigheid ervan natuurlijk niet ten goede komen.

Behalve mythische excursies bevat 12 regels voor het leven ook heel wat passages van buitengewoon praktische aard. Dat we de mannelijkheid in ere moeten herstellen, blijkt volgens Peterson bijvoorbeeld in onze opvoedingspatronen. We zijn te soft geworden, en te bang voor het minste gevaar. Vandaar regel 11: als je kinderen ziet skateboarden, laat ze dan hun gang gaan, en probeer niet elke mogelijke valpartij te voorkomen.

Ook regel 5 past daarbij: als je wilt voorkomen dat andere mensen je kinderen later de nodige discipline moeten bijbrengen omdat ze totaal onuitstaanbaar zijn, kun je dat beter tijdig zélf doen. In een tamelijk hilarische passage beschrijft Peterson hoe hij de lastige baby van een bevriend koppel ooit in slaap kreeg, door het kind streng aan te kijken en het telkens ferm maar geduldig opnieuw onder te stoppen. In een andere scène vertelt hij hoe hij als jonge vader zijn eigen recalcitrante baby leerde om zijn mondje open te doen om te eten: door het kind herhaaldelijk met zijn wijsvinger in de ribben te prikken – tot het zijn mondje opendeed om te brullen, en dan hop: de lepel erin. Het hoeft geen betoog dat Peterson voorstander is van de ­welbekende en omstreden ‘pedagogische tik’.

Mannen mogen hun plicht niet verzaken. Ze moeten hun kinderen discipline bijbrengen. Maar ze moeten ook en vooral zichzélf bij de les houden, vindt Peterson. “Als u denkt dat sterke mannen gevaarlijk zijn, bedenk dan eens hoe gevaarlijk zwakke mannen zijn”, zei hij eerder dit jaar in een interview met Humo. “Zwakke mannen zijn niet productief en niet zinvol bezig met de wereld. Achterbakse wraak is hun enige wapen. Ze slaan toe, slinks en gluiperig. Zwakke mannen zijn nergens goed voor. Een zwakke man liegt, is niet te vertrouwen, heeft geen discipline en zit vol wrok.”

Een betere wereld

Sterke mannen hebben we dus nodig, vindt Peterson. Vrouwen ook, maar toch vooral: mannen. De adviezen die hij in dat verband verstrekt, liggen – we schreven het al – op het kruispunt van Phil Bosmans, Theodore Dalrymple en Dirk De Wachter.

Eerst Dirk De Wachter. Peterson vindt, net zoals zijn sympathieke Vlaamse collega, dat we moeten leren om af en toe een beetje ongelukkig te zijn. Altijd gelukkig willen zijn is geen realistische ambitie. Het leven is ten diepste tragisch, niemand blijft gespaard van onheil en tegenslag. Dat moeten we leren begrijpen en dragen. Zoals Frank Vander linden dezer dagen zingt over liefdesverdriet: “Draag het als een man.”

Dan wijlen Phil Bosmans, de stichter van Bond zonder Naam, die decennialang elke week een stichtende spreuk bedacht – van ‘Begin nooit een dag met de scherven van gisteren’ tot ‘Het is een verloren dag, de dag waarop je niet gelachen hebt’. Een aantal adviezen van Peterson zijn nogal melig van inslag, al zijn ze daarom niet minder waardevol. Hij lijkt aldoor te zeggen: verbeter de wereld, begin met jezelf. In regel 6 zelfs expliciet: zorg dat je huis op orde is voor je kritiek spuit op de wereld.

Met Theodore Dalrymple, pseudoniem van de Britse psychiater Anthony Daniels, ten slotte, heeft Peterson de zware klemtoon op individuele verantwoordelijkheid gemeen. Hij verwerpt elke vorm van slachtofferdenken en moedigt de lezer aan om met geheven kin en vastberaden blik altijd moedig voorwaarts te schrijden.

De Gentse psychiater Paul Verhaeghe, auteur van Identiteit, past niet in het rijtje waar Peterson thuishoort. Ofschoon ze allebei sterk beïnvloed werden door de psychoanalyse van Sigmund Freud, hebben ze een fundamenteel andere kijk op de wereld. Verhaeghe gelooft dat het bergaf gaat met de wereld, en dat het de maatschappij is die het individu ziek maakt. Peterson gelooft dat het almaar beter gaat met de wereld – net zoals zijn Amerikaanse collega Steven Pinker is hij veeleer een vooruitgangsoptimist – en dat je als individu in hoge mate verantwoordelijk bent voor je eigen lot.

Verhaeghe begint Identiteit met een anekdote over pesten op het werk, en noemt dat een gevolg van de neoliberale organisatie van de maatschappij. Peterson schrijft ook over pesten, maar hij weet dat die neiging in de menselijke natuur zit. En hij moedigt wie gepest wordt aan om niet ­langer met zich te laten sollen. “Je hoeft geen loser te zijn.”

“Durf gevaarlijk zijn”, schrijft Peterson. Lees: durf een man te zijn. Die “karaktersterkte”, weet hij, is niet zonder risico, want ze impliceert de mogelijkheid tot “vernieling”. En hij besluit: “Dat is een van de moeilijkste lessen van het leven.”

In dat verband beweert hij ook dat de vrouw er onbewust naar hunkert om door de man overmeesterd te worden – een ietwat primitieve gedachte die volgens sommigen ronduit seksistisch is en volgens anderen in elk geval een overdosis psychoanalyse verraadt.

Surfen of verdrinken

Voor de goede orde: Peterson is geen tafelspringer of geweldenaar. Integendeel, hij blijft altijd uitzonderlijk beheerst en rustig. Dat lijkt zijn natuur te zijn, maar hij is er zich ook van bewust dat één verkeerd woord hem de das kan omdoen. “Vergelijk het met surfen”, zei hij daar onlangs over in een interview. “Ik sta op een hoge golf, en dat is een hele belevenis, maar je kunt ook verdrinken.”

De regelmaat waarmee men hem probeert te pakken, bewijst dat. Zo zei hij onlangs in The New York Times dat ‘enforced monogamy’ – ‘afgedwongen monogamie’ – een goede zaak is om te vermijden dat alle vrouwen dezelfde succesvolle mannen kiezen, zodat de minder succesvolle mannen niet meer van straat geraken. “Daarmee bedoelde ik niet dat vrouwen met geweld moeten worden verdeeld onder de mannen”, lichtte hij later toe, nadat hij een ferme golf van kritiek over zich heen had gekregen. “Datgene waardoor monogamie wordt afgedwongen, zijn sociale normen. Als een pas getrouwde jongeman thuiskomt en tegen zijn vader zegt dat hij er verschillende minnaressen op na houdt, zal die vader dat waarschijnlijk afkeuren. Dát bedoel ik.”

De framing gaat zelfs nog verder. Toen een assistente aan de Canadese Wilfrid Laurier University onlangs een video van Peterson ­vertoonde, werd ze op de vingers getikt met de waarschuwing dat ze toch ook geen speech van Adolf Hitler zou vertonen zonder de nodige context – een totaal van de pot gerukte vergelijking waarvoor de universiteit zich ondertussen heeft verontschuldigd.

Wat Peterson in de ogen van sommigen ­verdacht maakt, is uiteraard de associatie met blanke, rechtse mannen. In de VS is hij erg populair ter hoogte van alt-right, en ook bij ons inspireert hij al enige tijd de rechterzijde – van Dries Van Langenhove, stichter van Schild & Vrienden, tot oud-Vlaams Blokker Jurgen Ceder, die in weekblad ’t Pallieterke al verschillende enthousiaste stukken over Peterson schreef.

Dat die associatie wordt gebruikt om hem ­verdacht te maken, is intellectueel oneerlijk. Dat schreef ook filosofe Tinneke Beeckman onlangs in haar column in De Standaard: “Eigenlijk is Peterson helemaal niet zo radicaal. Wel heeft er een radicale verandering plaatsgevonden over welke ideeën het best ongehinderd worden verspreid.”

Zelf is Peterson maar matig enthousiast over het gedweep ter rechterzijde. Hij neemt afstand van alt-right, en noemt zichzelf een “liberaal” in de klassieke, Britse, filosofische betekenis van het woord. “Natuurlijk maak ik me soms zorgen over dingen die mijn fans zeggen”, vertelde hij onlangs in Time. “Maar ik heb onmiskenbare bewijzen van het feit dat ik duizenden jongemannen net heb weggetrokken van hun fascinatie voor alt-right.

“Een deel van mijn kernboodschap is dat identiteitspolitiek een ziek spelletje is. Je speelt geen spelletjes met raciale, etnische of gender­identiteit. Links speelt zulke spelletjes ten behoeve van de onderdrukten, zeg maar, en rechts heeft de neiging om die spelletjes te spelen ten behoeve van nationalisme en etnische trots. Ik denk dat die twee strekkingen even gevaarlijk zijn. Het correcte spel is om de focus te leggen op je eigen individuele leven, en probeert om verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven.”

Leefregel 13 voor boze, blanke, rechtse ­mannen lijkt te zijn: als je dat boek van Peterson hebt gelezen, lees het dan voor alle zekerheid nóg maar eens een keertje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234