Zondag 27/11/2022

NieuwsWoonbeleid

Dit fonds moet vermijden dat huurders op straat terechtkomen, maar het wordt nauwelijks gebruikt

Vlaams Parlementslid Maxim Veys (Vooruit): 'Er zijn slechts enkele honderden begeleidingsovereenkomsten per jaar, terwijl er duizenden uithuiszettingen gebeuren.' Beeld Vooruit
Vlaams Parlementslid Maxim Veys (Vooruit): 'Er zijn slechts enkele honderden begeleidingsovereenkomsten per jaar, terwijl er duizenden uithuiszettingen gebeuren.'Beeld Vooruit

Een fonds dat moet vermijden dat mensen op straat worden gezet omdat ze hun huishuur niet kunnen betalen, wordt nauwelijks gebruikt. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Maxim Veys (Vooruit) opvroeg.

Yannick Verberckmoes

Per jaar zouden vierduizend Vlamingen op straat belanden, omdat ze hun huur niet meer kunnen betalen. In Vlaanderen bestaat er een fonds dat moet vermijden dat huurders op straat terechtkomen. Dat Fonds ter Bestrijding van de Uithuiszettingen (FBU) krijgt jaarlijks een budget om zesduizend begeleidingsovereenkomsten te sluiten tussen het OCMW, de huurder en de verhuurder.

Als een huurder huurachterstal oploopt, kan het OCMW met de hulp van het fonds de helft van de achterstal voorschieten en een afbetalingsplan voorzien voor de andere helft. Het OCMW, de huurder en de verhuurder sluiten daartoe samen een begeleidingsovereenkomst af, met daarin een afbetalingsplan.

Hoewel het fonds dus budget heeft om jaarlijks zesduizend begeleidingsovereenkomsten aan te gaan, heeft het vorig jaar maar 213 aanvragen behandeld. Het fonds, dat twee jaar geleden het levenslicht zag, haalt dus maar een fractie van wat er oorspronkelijk qua aantal aanvragen werd voorzien. Voor de eerste vijf maanden van dit jaar zit het fonds aan 101 aanvragen.

“De intentie bij de oprichting was goed, maar het fonds draait vierkant”, zegt Maxim Veys. “De inschatting is dat er jaarlijks vierduizend effectieve uithuiszettingen plaatsvinden en twaalfduizend procedures worden opgestart. Dit fonds is nu twee jaar in werking, maar komt niet verder dan enkele honderden begeleidingsovereenkomsten per jaar.”

Evaluatie

Ook een evaluatiestudie van het fonds door het Steunpunt Wonen toonde aan dat slechts een beperkt aantal OCMW’s er effectief gebruik van maken. De studie geeft ook aan dat het fonds nu pas tussenkomt wanneer de huurachterstal minstens twee maanden bedraagt. Op dat moment is het volgens Veys vaak al te laat en is de relatie tussen huurder en verhuurder al behoorlijk verzuurd. Veys stelt dan ook voor om de werking van het fonds aan te passen.

“Het fonds moet vroeger kunnen ingrijpen”, zegt het parlementslid. “Laat het meteen tussenkomen wanneer er sprake is van enige huurachterstal om zo grotere problemen in de kiem te smoren. Daarnaast is de aanvraagprocedure voor veel OCMW’s te gecompliceerd en te weinig flexibel, waardoor meer dan 75 procent van de OCMW’s er niet eens aan begint.”

In de evaluatie van het Steunpunt Wonen wordt ook een tegenargument genoemd voor het terugbrengen van de termijn van twee maanden. Als die termijn zou worden ingekort naar één maand, bestaat de vrees dat het fonds meteen heel veel dossiers te verwerken zou krijgen.

Communicatie

In een reactie wijst minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) naar de pluspunten die in de studie worden aangehaald. “Uit de evaluatie blijkt dat de autonome opvolging via maatwerk van de OCMW’s werkt”, zegt Diependaele. “Er wordt een integrale begeleiding voorzien en er kan worden gezocht naar oplossingen op termijn.”

In de studie wordt nog een groot pijnpunt aangehaald. Vaak is een OCMW zelf pas op de hoogte van een huurachterstand als de griffie van een rechtbank het meldt. Dan is de procedure voor een uithuiszetting al bezig en kan het fonds niet veel meer doen. Onder huurders, verhuurders en OCMW is het fonds ook nog weinig gekend.

Dat is volgens de studie zelfs een belangrijk reden waarom er zo weinig beroep op wordt gedaan. “Daarom gaan we inzetten op een ruimere communicatie”, zegt Diependaele. “Daarnaast gaan we in overleg met de OCMW’s om te bekijken welke elementen uit de evaluatie kunnen leiden tot een bijsturing van het fonds.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234