Woensdag 08/12/2021

'Dit afscheid maakt me erg triestig'

Ze hebben hem uitgebreid gevierd, en terecht. Want een monument verlaat de theaterwereld. Dirk Pauwels was de man van Radeis en Parisiana, en werd later artistiek leider van Victoria, dat nu Campo heet. Hij ontdekte bergen nieuw talent, legde de basis voor spraakmakende projecten en tekende mee het huidige theaterlandschap uit. Een gesprek over vroeger en nu.

En wij maar denken dat u nooit ofte nimmer met pensioen zou gaan. Waarom gaat u weg?

Dirk Pauwels: "Een huis met een goede personeelsploeg moet je de kans geven om andere richtingen uit te gaan. Ik heb nog mee de inhoudelijke lijnen uitgezet voor het subsidiedossier voor de komende vier jaar. Blij dat ik die kans nog heb gekregen. En er is me ook gevraagd om nu en dan nog dingen te doen voor Campo. Prospectie, feedback in laatste fases van repetitieprocessen, en wie weet wat nog. Ik ga er in ieder geval voor zorgen dat ik niet de schoonmoeder word. Niets vervelender dan zoiets in je nek."

Vertrekt u om plaats te maken voor de nieuwe generatie, als een soort nobele geste?

"Ik ben niet zo nobel, denk ik (lacht). De raad van bestuur heeft me gevraagd of het geen tijd werd om het roer over te laten aan iemand anders. En wie ben ik om me dan krampachtig vast te klampen aan mijn stoel? Ik heb zelf het gevoel dat ik nu pas, met al die jaren ervaring, in staat ben om de dingen deftig te doen. Maar ik denk dat net zulke gedachten een symptoom zijn van ouder worden.

"Vele mensen zitten te wachten op hun pensioen. Voor mij voelt het alsof iets wordt weggesneden. Dit afscheid maakt me verschrikkelijk triestig, eigenlijk. Mensen zeggen me allemaal: jij, een man met jouw ervaring en kennis, die gaan ze overal vragen voor van alles. Maar dat geloof ik niet. Als je niet meer actief in een bepaald milieu zit, dan word je vergeten."

Bent u daar bang voor?

"Zeer. Bang voor wat komen gaat, bang voor het afscheid. Mijn hele sociale netwerk valt weg. Ik ben altijd in de weer geweest met jonge mensen, dat vond ik ook heel bijzonder, en dat valt nu weg. Misschien kom je elkaar nog wel eens tegen op café, maar dat is toch anders dan wanneer je professioneel met elkaar verbonden bent.

"Ik ben trouwens minder sociaal dan mensen denken. Ik voel altijd een soort angst om ergens binnen te komen waar veel volk is. Op premières blijf ik liever weg, tenzij ik niet anders kan. En in zulke contexten kruip ik bij iemand bij wie ik me veilig voel om een stevig gesprek te voeren.

"Ik weet hoegenaamd niet of ik nog wel veel naar het theater zal gaan. Misschien word ik wel actief op een heel ander terrein. Ik wil eerst alles laten stilvallen, en dan mezelf in handen nemen om te kijken: wat nu?"

Het podiumlandschap waar u in begon, was totaal anders dan dat van vandaag.

"Ik heb mijn eerste stappen in het theater gezet rond mijn zeventiende. Frederik Van Melle lanceerde een project dat een aanval wilde zijn op de klassieke mime, en hij vroeg mij om mee te doen. Een tegenbeweging, dat vond ik spannend. Later kwam ik Eric De Volder tegen, en hij heeft me meegenomen op zijn parcours, met Parisiana. En ik richtte met Josse De Pauw en Pat Van Hemelrijck Radeis op. Dat waren gezelschappen die voortkwamen uit zeer diepe vriendschappen. Eén ketting. Dat vind je nu niet meer. Mensen zijn vervangbaar, zoals ik nu zelf bewijs.

"Wij provoceerden, boden een tegenkleur voor het grijze theaterwereldje van de jaren zeventig en begin de jaren tachtig. Dat soort anarchie heb ik later nooit meer teruggevonden."

Wat was het mooiste en het lastigste aan die legendarisch geworden Radeis-tijd?

"Ik ben er trots op dat we op wereldvlak een soort theatertaal gecreëerd hebben die nog niet bestond. Zonder woorden, met veel verbeelding. Het lastigst was dat je in een huwelijk zat met mannen die samen in één camionette de wereld rond reden, van 's ochtends tot 's avonds op elkaars lip. Ik had in die tijd al kinderen die ik moest achterlaten, soms een week of vier aan een stuk. Waar ze ons wilden hebben, gingen we spelen.

"Wij wilden niet gesubsidieerd worden, wij deden ons eigen ding. We hadden samen met Jan Lauwers (later Needcompany, GODB) en Anne Teresa De Keersmaeker Schaamte opgericht, aangevoerd door Hugo De Greef. In het begin werkten we allemaal met vrijstelling van stempelcontrole. Na onze internationale doorbraak kwam de overheid ons zelf vragen: wordt het geen tijd dat jullie overheidsgeld krijgen? Op den duur kwam er in die collectieve pot net genoeg geld binnen om onszelf een klein loon uit te keren."

Het contrast met hoe jonge mensen vandaag starten is groot.

"Wij hebben eerst ons ding gedaan, en pas toen dat waarde bleek te hebben, zijn de mogelijkheden gekomen. Ik vraag me vaak af of we jonge artiesten niet te veel verwennen. Tachtig procent van de jonge kunstenaars doet vandaag al het mogelijke om in een kunstencentrum of werkplaats de kans te krijgen om een project te realiseren.

"Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik leed. We hadden geen geld, maar dan kochten we twee grote lappen plastic, we schilderden er een eiland op, dat was de zee. En hop, we maakten een voorstelling."

Dat is een gewaagde uitspraak op een moment dat iedereen met een bang hart het verdict over de verdeling van de slinkende subsidies afwacht.

"We moeten erover durven na te denken of we jonge artiesten wel helpen. Ik vind dat velen van hen zeer saai werk maken. Kijk bijvoorbeeld naar het jongwerkluik van Theater Aan Zee. In dat aanbod zit elk jaar opnieuw maar een heel klein percentage échte artiesten. De rest mag ook zijn ding doen, en wordt zo evengoed gestimuleerd om door te gaan in het theater. Dat is toch zeer spijtig? Het is de kunst om de toppers eruit te halen. En misschien komen die duidelijker bovendrijven als ze eerst moeten tonen dat ze écht willen en kunnen.

"Nu springen alle huizen als gekken op elke naam waar een beetje buzz rond ontstaat, niet altijd terecht overigens. Gevolg is dat vele mensen overal een beetje geld krijgen, om met dat bijeengesprokkelde bedrag dan een voorstelling te maken die ze ocharme vijf keer kunnen spelen. Ik vind dat huizen de verantwoordelijkheid hebben om scherpe keuzes te maken voor mensen die blijk geven van groot talent, om zich dan ook ten volle te engageren voor hen."

Was het vroeger beter?

"Nee. Ik vind dit ook een fantastische tijd, omdat er van alles staat te gebeuren. Het beleid moet dringend wieden in het veld: belonen wie goed bezig is, de rest schrappen. En twee: de sector zou zich dringend moeten bezinnen over de dag - en ik vrees dat die zeker gaat komen - dat een N-VA'er minister van Cultuur wordt. Nationalisme en kunst, dat staat haaks op elkaar. Kunst is per definitie internationaal gericht. We zouden dus beter beginnen te ijveren voor een gecoöpteerd minister, eentje die een beetje verstand van zaken heeft voor de verandering."

Wat waren voor uzelf de hoogtepunten op uw parcours?

"Toen ik nog speelde: Echafaudages van Radeis. Tijdens die tournee heb ik bovendien voor mezelf beslist wat ik met de rest van mijn leven zou doen. Mensen met mijn spel mateloos begoochelen, zoals Josse De Pauw dat kan, dat zit niet in mij. Maar ik heb tijdens al dat rondreizen goed bestudeerd hoe organisatoren met artiesten omgaan. Waar is het prettig, en waar onprettig om te komen, en waarom? En toen heb ik beslist: ik wil de schaduw in, het werk van andere mensen tonen, en niet meer dat van mezelf.

"Ik denk ook met een warm hart terug aan Moeder en kind, het eerste deel van de trilogie die Alain Platel en Arne Sierens samen hebben gemaakt (later volgden 'Bernadetje' en 'Allemaal indiaan', GODB). Die mannen hebben iets bijzonders gerealiseerd, en ik was degene die hen heeft samengebracht. Ik ben ook trots op übung, van Josse De Pauw, de eerste van een reeks schone producties met kinderen voor volwassenen die de wereld hebben rondgereisd.

"En het is misschien wat misplaatst, maar ik ben ook trots op de rare dingen die Lies, mijn dochter, bij Victoria en Campo gemaakt heeft. Als freelancer in het huidige klimaat maakt ze het zichzelf niet gemakkelijk, maar ze blijft toch maar bewijzen hoeveel ze in haar mars heeft. Een groot cadeau voor een vader. Zoals mijn andere dochter dat natuurlijk ook is.

"Ik ken mijn beperkingen - dat zijn er niet weinig overigens - en mijn mogelijkheden. Ik heb de kans gekregen om de dingen die ik echt goed kan naar voor te schuiven, en mijn tekortkomingen zijn gecompenseerd door schitterende medewerkers."

Wat is uw grootste talent?

"Een ploeg met de neus in dezelfde richting krijgen. Bij Campo zit nu een geoliede ploeg van geëngageerde mensen die er heel graag werken. Dat vind ik op zichzelf een verwezenlijking. En verder ben ik nog altijd in staat om dingen te verzinnen waar anderen blijkbaar niet op komen. Ik kan zelf niet goed uitleggen waar hem dat in zit. Je moet als artistiek ondernemer het onverwachte verwacht proberen te maken. Artiesten in een korset steken waarbinnen ze kunnen vervetten, maar binnen een duidelijke begrenzing. Door de contouren te bepalen veroorzaak je bij een artiest verandering, en je dwingt hem of haar tot uitgesproken keuzes, wat vaak leidt tot diepere verhalen.

"Ik ben een autodidact. Dat tekent een mens. Zolang ik dingen wou bewijzen, lukte er niks. Vanaf het moment dat ik mij echt begon te amuseren met wat ik deed, ben ik bijna altijd geslaagd. Ik heb natuurlijk fouten gemaakt, maar als ik zie hoeveel honderden artiesten bij mij gepasseerd zijn sinds begin de jaren tachtig... Bij elke nieuwe première leg je weer examen af. Dat went nooit. Laten we dat dan in de naam van de positiviteit een troost noemen, daar ben ik nu alvast vanaf (lacht)."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234