Dinsdag 01/12/2020

Discussies met de spin in de kamerhoek

Ooit werden ze geacht in contact te staan met de goden: mensen die hallucineren en zaken zien, horen, ruiken of horen die er helemaal niet zijn. De bekende neuroloog Oliver Sacks, mits een paar medicijnkastjes drugs niet echt onbeslagen op het terrein, schreef er een boeiend boek over.

Christina K. was net naar bed gegaan, had een comfortabele houding gezocht en lag op haar buik met haar gezicht omlaag toen ze merkte hoe haar lichaam steeds gevoellozer werd. Ze probeerde zich ertegen te verzetten, maar de verlamming nam toe, en toen deze compleet leek voelde ze opeens een gewicht op haar rug, alsof er iemand boven op haar was gaan zitten en haar dieper de matras in duwde. Het gewicht werd zwaarder en zwaarder tot het verdween en ze hoorde hoe het ding van haar af schoof en zwaar ademend naast haar terechtkwam. Aanvankelijk hield ze zich muisstil, maar na verloop van tijd durfde ze toch te kijken en zag ze tot haar schrik een lange, in een zwart pak geklede man naast haar liggen. Zijn gezicht zag er groenig bleek uit en vertoonde een geschokte uitdrukking. Christina probeerde te gillen, maar er kwam geen geluid uit haar keel, en dat terwijl de man haar met uitpuilende ogen bleef aanstaren. Toen begon hij plots hard te schreeuwen, getallen in een willekeurige volgorde: "Vijf, elf, acht, een, drie, twee, vier, een, negen, twintig", waarna hij in een hysterisch lachen uitbarstte.

Nee, dit is geen scène uit een nieuwe horrorfilm die u beslist moet gaan bekijken, maar - vooral voor Christina K. dan - bittere realiteit. De vrouw lijdt aan slaapparalyse, een stoornis waarbij het lichaam tijdens de slaap en de periodes ervoor en erna verlamd raakt en die nogal eens gepaard gaat met het optreden van hallucinaties. Volstrekt onvoorspelbaar doet de stoornis haar intrede en net zo plots kan ze ook weer verdwijnen. Op het moment dat Christina de grootste angsten te verduren kreeg, voelde ze bijvoorbeeld hoe ze weer iets kon bewegen, en naarmate haar gevoel toenam, vervaagde de man in het zwarte pak, tot hij uiteindelijk helemaal in lucht was opgegaan.

De casus Christina K. is een van de vele die aan bod komen in Hallucinaties, het nieuwste boek van Oliver Sacks, de Brits-Amerikaanse neuroloog die wereldfaam verwierf met titels als De man die zijn vrouw voor een hoed hield en Een been om op te staan, en dat een uitputtend overzicht wil geven van de verschillende gedaantes die dit fenomeen kan aannemen. Hallucineren, dingen waarnemen die er niet zijn dus, blijkt immers veel vaker voor te komen dan we denken. Wie heeft bijvoorbeeld nog nooit meegemaakt dat hij iemand zijn naam hoorde roepen terwijl er helemaal niemand was, of als enige in een groep een verdachte brandlucht geroken? Het zijn alledaagse gebeurtenissen waar we gauw overheen gaan en die we daardoor ook snel weer vergeten, maar ze wijzen er wel op dat ons brein soms met ons aan de haal gaat.

Typisch voor hallucinaties is dat ze optreden terwijl we wakker zijn, volstrekt onstuurbaar zijn en meestal slechts één zintuig beïnvloeden. Sommige mensen zien dingen, anderen horen, ruiken of smaken iets ongewoons en ieder fenomeen relateert aan zijn eigen specifieke hersengebiedje waar iets fout loopt met de stimulatie van de neuronen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat iemand die onlangs blind is geworden plots mensen, dieren of landschappen ziet (zie kader), of dat iemand die een hersenbeschadiging heeft opgelopen de letters in een boek ziet veranderen in noten op een notenbalk. Hallucinaties zijn dus achtergrond- en cultuurbepaald en iemand die nog nooit van een benzeenring gehoord heeft zal er ook geen hallucineren, maar een diepgaande betekenis voor de persoon die erdoor getroffen wordt hebben ze niet.

Maar zoals overal zijn er ook hier uitzonderingen die de regel bevestigen, zoals uit het geval Gertie C. mag blijken. Deze vrouw heeft haar hallucinaties wel degelijk onder controle gekregen. Meer zelfs, haar familie en vrienden weten dat je 's avonds na acht uur niet bij Gertie langs moet gaan. Dan doet ze de deur gewoon niet meer open, want dan heeft ze bezoek, van haar hallucinatoire vrijer.

Een psycholoog als Sacks is op zijn best wanneer hij bij de concrete realiteit kan blijven. Wanneer hij het bijvoorbeeld heeft over de hallucinaties waar zowat een op de drie parkinsonpatiënten mee te maken krijgt, vermeldt hij wel waardoor deze ontstaan, maar hij geeft ook heel wat sappige voorbeelden die de theorie illustreren en voor een leek begrijpelijk maken. Parkinsonpatiënten krijgen over het algemeen L-dopa of dopamineagonisten toegediend om het dopamineniveau in de hersenen op te krikken, lezen we, en daarmee is de grote boosdoener gestrikt, want die producten leiden tot hallucineren.

Maar dat is niet alles. Mensen met parkinson slapen ook slechter en sommigen worden getroffen door chronische slaapdeprivatie, wat eveneens tot hallucineren leidt. Neem daar nog bij dat parkinson de hersenstam beschadigt en dat dit op zijn beurt hallucinaties kan induceren, en je gaat er automatisch van uit dat alle parkinsonpatiënten spoken ziende sukkelaars moeten zijn. Tot Sacks relativerend opmerkt dat zij best nog een volwaardig leven kunnen leiden. Zo werd de Britse filosoof Thomas Hobbes rond zijn vijftigste door de aandoening getroffen, net toen hij bezig was aan zijn hoofdwerk, Leviathan, en bleef hij daarna nog veertig jaar intellectueel actief.

Paddo's en mescaline

Helemaal op zijn best is Sacks wanneer hij over zijn eigen ervaringen schrijft, en dan vooral over zijn gebruik van hallucinaties opwekkende drugs. Want ook al zijn er veel mensen die hallucinaties liever kwijt dan rijk zijn, anderen zien er een manier in om het geniale in zichzelf te ontdekken. Aldous Huxley, bekend van de roman Brave New World en een reeks zedenkomedies die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw de charts aanvoerden, was bijvoorbeeld gek op paddo's en schreef er in 1954 het nog steeds iconische The Doors of Perception over. Echt nieuw was hij met deze fascinatie voor hallucinaties trouwens niet. Thomas De Quincey, Samuel Taylor Coleridge en Charles Baudelaire gingen hem daarin voor.

Uit zijn lectuur had de jonge Sacks geleerd dat drugs als cannabis, mescaline en lsd tot eenzelfde soort perceptuele vervormingen leiden: kleuren worden onaards fel, de omgeving raakt gedeformeerd, wat tot desoriëntatie leidt, men ziet dwergen en elfen, of hele grote monsters, diepte en perspectief worden aangetast, tweedimensionale afbeeldingen krijgen er een derde bij, de tijd wordt langer of korter en opeens blijken kleuren ook een bepaalde geur af te geven.

Sacks had het allemaal gelezen, maar toen hij in 1962 assistent-neuroloog werd, besefte hij dat hij pas echt zou weten wat dit betekende wanneer hij zelf ging gebruiken. Hij rookte cannabis, slikte lsd en nam alle pillen die hij maar te pakken kreeg. Hij begon eten te koken voor vrienden die er niet waren maar die hij wel had gehoord, ging een interessante discussie aan met een spin in de hoek van zijn kamer over de vraag of Bertrand Russell een dikke streep had gezet onder de paradox van Frege en zag na het gebruiken van een zelf ontworpen 'drietrapsraket' die vooral op amfetamines vloog het perfecte indigo.

Toen hij drie jaar later een paar maanden bij zijn ouders in Londen woonde en zich daar steendood verveelde, begon hij morfine te spuiten, waardoor hij de slag bij Azincourt uit 1415 nog een keer uitgevochten zag worden door piepkleine mannetjes die over de mouw van zijn zijden kamerjas optrokken. Dat zo'n man nog steeds leeft en bij zijn volle verstand is, bedenk je verwonderd wanneer je dat allemaal leest, maar dan komt de anticlimax. Na een delirium tremens van vier dagen, veroorzaakt door het bruusk stopzetten van zijn permanent gebruik van chloraalhydraat, kwam Sacks tot inkeer. Hij begon te schrijven, en daar beleefde hij minstens zoveel lol aan als aan al die door drugs veroorzaakte hallucinaties.

Wie vandaag de dag stemmen hoort, wordt bijna automatisch als schizofreen afgedaan, soms ten onrechte. De stemmen die een schizofreen hoort zijn persoonlijk betrokken en hebben een dreigende of beschuldigende toon. Lijken ze echter over koetjes en kalfjes te gaan, dan zijn het wellicht gewoon hallucinaties, en die kunnen door allerhande associaties getriggerd worden. Befaamd is bijvoorbeeld de vrouw die geen bakkerij kon passeren zonder het liedje 'Alouette, gentille alouette' te horen.

En ook onze attitude tegenover degenen die stemmen horen is veranderd. Vroeger waren dat speciale figuren, zieners die contact hadden met de goden en daarom gerespecteerd dienden te worden. Zij zagen geesten en als hun hallucinaties gepaard gingen met epileptische aanvallen - door Hippocrates niet toevallig "de heilige ziekte" genoemd - werden zij geleidelijk aan ook werkelijk gevoeliger voor mystiek. Fjodor Dostojevski wees daarop in zijn boeken en als epilepticus ondervond hij het ook aan den lijve. Zijn latere werk wordt gekenmerkt door een hevige hang naar het mystieke, wat volgens neurologen het gevolg zou kunnen zijn van zijn epilepsie, net zoals sommigen ervan uitgaan dat ook Jeanne d'Arc temporale kwab-epilepsie met extatische aura's had, waardoor ze zo fanatiek kon geloven in de God die haar opdroeg Frankrijk te ontdoen van zijn Engelse bezetters.

Fantoomvuist

Een heel bijzonder soort hallucinaties is die welke ontstaan na de amputatie van een ledemaat. Terwijl ongeveer tien tot twintig procent van hen die blind of doof worden nadien hallucinaties krijgen, benadert dat bij amputaties de volle honderd procent. Bovendien zijn die gehallucineerde ledematen ook te sturen. Het slachtoffer gedraagt zich alsof de arm of het been er nog was en dat maakt het psychisch ook makkelijker om een prothese te nemen. Deze wordt automatisch als een deel van het eigen lichaam ervaren. Ook al is er al sprake van amputaties in geschriften uit de oudheid, toch duurde het tot de jaren zeventig van de negentiende eeuw voor er een woord op de gehallucineerde ledematen werd geplakt: fantomen.

De manier waarop het brein met dergelijke fantomen omgaat is trouwens om nog meer redenen fascinerend. Zo merkte de Amerikaanse psycholoog William James in de negentiende eeuw al dat fantoomledematen na verloop van tijd korter worden. Omdat het gebruik van een hand heel diep in onze hersenen ingebed ligt, verdwijnt dit niet, maar de arm die de hand met de schouder verbindt doet dit geleidelijk aan wel. Het slachtoffer krijgt dan het gevoel dat zijn hand aan zijn schouder staat.

Omdat een fantoomledemaat bewogen kan worden, kan hij ook pijn doen. Notoir was de fantoomhand van admiraal Nelson, die een verkrampte vuist maakte waardoor zijn fantoomnagels in zijn fantoomhandpalm sneden, wat een constante pijn veroorzaakte. Pas een jaar of twintig geleden heeft men een oplossing gevonden voor dit soort pijnlijke vervormingen van fantoomledematen. Had Nelson vandaag geleefd, dat had men zijn fantoomarm in een spiegelbak gestoken, en zijn goede arm daarnaast gelegd zodat het leek alsof hij twee volwaardige armen had. De opdracht zou geweest zijn om de beide vuisten open en dicht te doen, en de fantoomvuist zou zich, mits enige oefening, ontspannen hebben. Het beste middel tegen fantoompijn blijkt dus fantoomkinesitherapie te zijn.

Oliver Sacks, Hallucinaties, De Bezige Bij, 346 p, 19,90 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234