Dinsdag 26/01/2021

Discipline en andere ouderwetse deugden

'Sampel', tijdschrift 'tussen pulp en kritiek', neemt jonge theatermakers op de korrel

Onder de titel 'Disziplin muss sein!' verscheen onlangs het nieuwe nummer van Sampel, een driemaandelijks cultureel magazine dat zichzelf tussen pulp en kritiek situeert. Het nummer is grotendeels gewijd aan het aanstormend theatertalent, met als vragen vooraf: "Is er iets aan de hand met de jonge jannen van het hedendaags theater? Koesteren ze ambities die verder reiken dan het maken van een voorstelling voor en door vrienden? Kan pretentieloos theater verwerpelijk zijn?... Is vakmanschap passé?"

Afgaand op een aantal recente theaterprojecten van jongeren luidt het antwoord op die laatste twee vragen veeleer 'ja' dan 'neen', merkt Claire Swyzen op. De Sampel-redactrice ging kijken naar voorstellingen van het MartHA!Tentatief, BRAAKLAND/Zhe Bilding en Bronstig Veulen. Wat ze zag, beviel haar zelden. Over Win for life, een regieoefening van Don Verboven: "Een verkleuterde exponent van de inheemse beweging." Over Tittle tattle lost the battle, een afstudeerproject van Jan Geers: "De keuze voor een banaal onderwerp moet ook hier een kleinsteedse mentaliteit en een gebrek aan inspiratie en kunde verbergen." Met andere woorden: de jonge generatie theatermakers maakt erg weinig statements en levert "te veel anekdotiek om de anekdotiek".

Swyzen vindt dat onder meer verontrustend omdat, terwijl een aanzienlijk deel van de theaterwereld zich inzet om culturele strategieën tegen extreem-rechts te ontwikkelen, ze een "beklemmend regionalisme" ontwaart in het theater van de jonge mensen. Hun voorstellingen lijken haar "verdacht reactionair". Swyzen: "Het gezellige heimat-theater gaat vrijuit. Meer nog: het wordt bejubeld en bekroond." Met dat laatste verwijst ze naar Ge moet niet per sé ananas gegeten hebben om te weten DAT DAT ongelooflijk lekker is, een productie van Johan Petit en Bart Van Nuffelen die vorig jaar werd geselecteerd voor het Theaterfestival.

Het betoog van Swyzen bevat ongetwijfeld een kern van waarheid: er bestaat een trend om theater-over-alles-en-(dus-over)-niets te maken, toneel dat vrolijk het taaltje uit de achterkeuken citeert en daar voorts niet veel meer mee doet. Inderdaad kon je je als toeschouwer ook vragen stellen bij de selectie van Ge moet niet per sé... voor het Theaterfestival '98, want hoewel bijwijlen verfrissend was de voorstelling als geheel onrijp en onsamenhangend. Me dunkt echter dat Swyzen het kind met het badwater weggooit wanneer ze de nieuwe generatie theatermakers - 'jonge snaken' noemt ze hen, een term die nog paternalistischer is dan 'jonge jannen' - afschildert als een stelletje Heimat-vierders die, in een poging de 'kleine dingskes' van alledag te reconstrueren, een gebrek aan artistieke visie proberen te verdoezelen. Wie de recente editie van het Theater aan Zee-festival in Oostende meemaakte, zag er uitsluitend voorstellingen van jongeren die vakmanschap au sérieux nemen. Alleen, vakmanschap moet je verwerven en dat vraagt tijd, tenzij bij een zeldzaam natuurtalent.

Het klopt ook dat nogal wat jonge theatermakers - heus niet allemaal - niet veel verder kijken dan hun neus lang is. Ze maken toneel geïnspireerd door hun directe omgeving, en op zich is daar niks verkeerd aan. Op voorwaarde natuurlijk dat ze erin slagen hun publiek iets wezenlijks te vertellen over die omgeving. Het resultaat kan nog altijd perfect harmoniëren met de tijdgeest en is het predikaat 'Heimat-theater' absoluut onwaardig. Een kleinsteedse mentaliteit, een pretentieloze anekdote: het zijn geen synoniemen voor beklemmend reactionair theater.

Vermoedelijk maakt een aantal van de jonge tekstschrijvers en theaterregisseurs de redenering: eerst leren stappen, dan leren lopen. Dat kun je, zoals Wim Van Gansbeke in een interview in Sampel stelt, "een gebrek aan artistieke ambitie" noemen: "Men heeft niet echt de neiging zich te profileren, maar eerder om zich te laten kennen als een degelijk regisseur, niet als iemand die schokken teweegbrengt." Klopt, op een 'schokkend' regiedebuut is het al lang wachten, maar bestaat de mogelijkheid dan niet om zich te profileren als een degelijk regisseur? Een profiel van degelijkheid lijkt me niet echt een contradictie.

Een tweede bedenking: de invloed van gevierde theatermakers als Arne Sierens en Alain Platel op de nieuwe generatie is vermoedelijk groot. Hun schijnbaar eenvoudige theater, met kleurrijke, volkse personages en dito dialogen, werkt aanstekelijk en lijkt misschien makkelijk te imiteren. Het zou niet de eerste keer zijn dat een nieuwe generatie de algemeen aanvaarde kwaliteit eerst omarmt, alvorens er afstand van te nemen. Ook in dat geval is het een kwestie van tijd eer er nieuwe impulsen en daaruit voortvloeiende stromingen ontstaan. In afwachting daarvan biedt het theaternummer van Sampel ronduit prikkelende lectuur.

(SH)

Het theaternummer van Sampel, met o.a. teksten van Wim van Gotha, Bruno Mistiaen, Stefan Perceval en Paul Pourveur, en interviews met Wim Van Gansbeke, Geert Opsomer (RITS) en Stany Crets, wordt uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar/Dedalus, Schuttershofstraat 9, 2000 Antwerpen. Een exemplaar kost 200 frank (4,9 euro) en is verkrijgbaar in de betere boekhandel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234