Dinsdag 26/01/2021

Dirk Van Esbroeck, zanger van poëzie

Dirk Van Esbroeck reiziger is een gedetailleerde biografie waarin auteur Dree Peremans al vanaf de eerste bladzijde duidelijk maakt dat hij Dirk Van Esbroeck jarenlang gekend heeft en bevriend met hem was. Je merkt met wat voor een liefde voor de artiest en de mens Van Esbroeck dit boek geschreven is. En het was voor Peremans een gelegenheid om Van Esbroecks roots beter te leren kennen. Zo vernemen we dat Dirk Van Esbroeck kort na de Tweede Wereldoorlog met zijn ouders van Gent naar Argentinië vertrok, niet omdat zijn vader nare naoorlogse ervaringen had opgelopen, zoals Dirk Van Esbroeck het ooit in een interview voorstelde. Uit de memoires van Van Esbroecks vader blijkt dat het eerder om een beslissing van zijn moeder ging, ingegeven doordat haar zus haar geluk daar al gaan beproeven was. Het gezin blijft er tot 1964. De jaren in Argentinië drukken een blijvende stempel op de toekomstige muzikant. Argentinië is het land van het vlees en de tango. Vanaf 1968 begint Van Esbroeck zijn muzikale weg te vinden. Hij treedt op met Eddie Vaes en John Peeters. Ze brengen niet alleen Vlaamse volksliedjes, maar ook middeleeuwse balladen, Engelse en uiteraard Zuid-Amerikaanse volksliederen. Het zijn de jaren waarin Walter De Buck de Gentse Feesten nieuw leven inblaast en in het dialect begint te zingen, geïnspireerd door zijn Antwerpse vriend Wannes Van de Velde. En het is de tijd van de folkrevival. Van Esbroeck maakt op dat moment het mooie weer met De Doolaards. Maar hij vindt pas echt zijn plaats als hij aansluit bij RUM van Paul Rans, Wiet Van de Leest en Dirk Lambrechts. In korte tijd wordt RUM in het begin van de jaren zeventig dé folkgroep van het moment. Guido Cassiman van de toenmalige BRT-Omroep Brabant steunt hen voluit en helpt hen om naam te maken bij het grote publiek. Maar eind 1975 moet de groep het tijdelijk voor bekeken houden: de lokroep van Dirk Van Esbroecks roots in Argentinië wordt te groot voor hem. Hij wil ook ontsnappen aan de te grote drukte, samen met zijn geliefde Dotje, de vrouw van zijn leven. Als hij naar België terugkeert, moet hij met lede ogen zien hoe de groep RUM verscheurd wordt door onderlinge onenigheid over de koers die men wil varen, maar overleeft, tot in de jaren tachtig de fans steeds meer afhaken. ‘Ouderwetse’ folk slaat niet meer aan. Van Esbroeck maakt ondertussen een plaat met de Argentijn Juan Masondo en legt zich op de tango toe. Uit de samenwerking van het duo met de bandoneonist Alfredo Marcucci wordt Tango al Sur geboren. Nog in de jaren tachtig werkt Van Esbroeck mee aan de memorabele ‘Islandsuite’, over de IJslandvaarders, en aan ‘Het zwarte goud’, een hommage aan de mijnwerkers. Vanaf het begin van de jaren negentig wijdt hij zich samen met Christel Borghlevens en Guido De Simpelaere aan wat ik als het meest unieke uit zijn oeuvre beschouw: het zingen van poëzie. Vooral de manier waarop Van Esbroeck met zijn stem en compositorisch talent gedichten van Richard Minne en Jan van Nijlen in muziek heeft omgetoverd, maakt zijn werk onvergetelijk. De mooie cd bij het boek getuigt er nog eens van. Hij was de Slauerhoff, de altijd naar elders verlangende zanger van de Vlaamse muziek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234