Zondag 15/12/2019

Interview

Dirk Van Duppen: ‘Voor farmabedrijven is een levensjaar 50.000 euro waard’

Iemand zeggen dat hij een echt door en door goed mens is, is dat nog wel een compliment in dit tijdsgewricht, waarin winnen het hoogste goed is? Maar als we oog in oog zitten met arts en PVDA-politicus Dirk Van Duppen (63), kunnen we niet anders dan denken: hij is er één.

Dirk Van Duppen bond de strijd aan tegen het fijnstof in Antwerpen en voorkwam bijna eigenhandig mee de bouw van de Lange Wapper. Hij heeft de invoering van het kiwimodel afgedwongen, waardoor geneesmiddelen betaalbaarder werden. Hij en Geneeskunde voor het Volk beschuldigden de Orde ervan de centengeneeskunde in stand te houden. De Orde geeft dat nu toe – “Geneeskunde voor het Volk was zijn tijd vooruit”, zei de topman – en volgt voor de nieuwe regelgeving het advies van Van Duppen op de letter. “Dat is mijn laatste wapenfeit”, zegt hij, als we aan zijn eenvoudige tafel gaan zitten in de serre van zijn sober ingerichte huis. Hij slikt tranen weg. Een maand geleden viel het keiharde verdict: pancreaskanker.

Dirk van Duppen: “In juni heb ik bij mezelf diabetes vastgesteld. Het gevolg van overgewicht, dachten Lieve (Seuntjens, zijn vrouw en ook huisarts bij Geneeskunde voor het Volk, red.) en ik. Ik heb toen tien weken lang een streng dieet gevolgd en veel bewogen, en ik ben 10 kilo vermagerd. Maar mijn bloedsuikergehalte daalde niet. Toen wisten we dat er iets ernstig mis was. We lieten een scan maken en ja…”

Lieve Seuntjens: “Wij zijn geen mensen die stilstaan bij kleine tegenslagen. We denken altijd: ‘Komaan, doorgaan.’ Misschien hebben we het daarom ook niet zien aankomen.”

De woonkamer staat vol kaarten en planten. En op Facebook heeft hij zeshonderd reacties gekregen, zegt Dirk Van Duppen ontroerd. Op de tafel liggen alle boeken klaar die hij heeft geschreven. Hij wil samen terugblikken. Eerst was er het dagboek dat hij in 1986 samen met Seuntjens heeft geschreven, over het jaar dat ze levens hebben gered in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in Libanon. In De supersamenwerker, zijn laatste boek, legt hij uit hoe wetenschappelijk onderzoek onomstotelijk heeft bewezen dat de mens van nature solidair en goed is, en dus helemaal geen wolf voor zijn medemens, zoals we allemaal zijn gaan geloven. Dat is precies wat de Nederlandse historicus Rutger Bregman nu betoogt in zijn nieuwe boek De meeste mensen deugen. Daartussen was er De cholesteroloorlog. Waarom geneesmiddelen zo duur zijn, waarmee Van Duppen een aardverschuiving veroorzaakte in België. Die leidde tot de invoering van het kiwimodel, het terugbetalingssysteem dat, onder andere via openbare aanbestedingen, de prijs van medicijnen, die door de grote farmabedrijven kunstmatig hoog wordt gehouden, in sommige gevallen tot 90 procent deed dalen. De strijd tegen peperdure medicijnen is na de actie voor baby Pia weer pijnlijk actueel, en heeft Van Duppen ondanks alles weer op zijn paard gekregen. “In gevallen zoals dat van Pia zou de overheid een dwanglicentie moeten toepassen”, zegt hij gedreven.

Van Duppen: “Bij de Wereldhandelsorganisatie is er een clausule die de overheid toelaat een dwanglicentie in te roepen als de betaalbaarheid van de gezondheidszorg in gevaar is. De producent is dan verplicht zijn licentie tegen een billijke vergoeding vrij te geven, zodat een generische producent het middel goedkoop kan aanmaken. Dat is wat Nelson Mandela heeft gedaan om iedereen in Zuid-Afrika tegen hiv te kunnen vaccineren. Meer dan tweehonderd miljoen Afrikanen konden blijven leven dankzij dwanglicenties. In de rijke westerse landen ligt dat moeilijker. In het geval van Pia had minister De Block (Open Vld) dat soort clausules wel kunnen toepassen, maar ze heeft het niet gedaan. ‘De farmaceutische industrie is onze partner, niet onze tegenstander’, zei ze. Dan weet je welke belangen ze verdedigt. Voorlopig zijn we nog niet verlost van die neoliberale gang van zaken.”

Maar u hebt wel hoop, zei u vorige maand in een dubbelgesprek met psycholoog Paul Verhaeghe op ManiFiesta, het feest van de solidariteit in Bredene.

Van Duppen: “Omdat de samenleving langzaam vastloopt, zoals Paul Verhaeghe ook zegt. De Orde der Artsen maakt nu zo’n enorme switch en herschrijft haar codex omdat Michel Bafort, toenmalig voorzitter van de Orde in Oost-Vlaanderen, had gemeld dat de prestatiegeneeskunde steeds meer artsen drankverslaafd maakte en zelfs tot zelfmoord dreef. De ziekenhuizen dwingen hen voor zo veel mogelijk omzet te zorgen. Ze kunnen de druk niet aan, en het feit dat ze steeds minder tijd hebben voor hun patiënten, gaat tegen hun aard in. Zij willen voor mensen zorgen: dat is wat hen motiveert. Die motivatie van binnenuit is veel sterker en gezonder dan de beloning of eis van een baas of een bedrijf.”

The survival of the fittest betekent the survival of the friendliest, niet the survival of the strongest, zei u op ManiFiesta.

Van Duppen: “Ja. Herbert Spencer, een tijdgenoot van Charles Darwin, heeft een draai gegeven aan de evolutietheorie. Hij paste de principes toe op de samenleving en stelde dat de rijken hun positie te danken hebben aan hun erfelijke voortreffelijkheid, en dat de armen arm zijn door erfelijke minderwaardigheid. Met zijn sociaal darwinisme rechtvaardigde het kapitalisme de sociale ongelijkheid die het teweegbracht, en dat legde dan weer het fundament voor het denken in termen van winnaars en verliezers dat de neoliberale ideologie nog altijd overeind houdt. Maar als er iets is wat wetenschappelijk is bewezen, is het wel dat de mensheid het niet had overleefd als we niet voor elkaar hadden gezorgd. Een baby overleeft niet zonder zorg. Darwin bedoelde dat diegene overleeft die zich het best kan aanpassen. Daarom is de mens solidair geworden: in ons eentje redden we het niet.”

Daarvan is de redding van Pia een mooi voorbeeld, maar de belangengroep voor de spierziekte SMA voelde zich gepasseerd: de ouders van Pia zijn alleen voor hun kind opgekomen. Is dat geen vorm van ieder voor zich?

Van Duppen: “Dat was niet de basishouding van de ouders, vind ik. Ze hebben van het begin af de politiek bekritiseerd en ook nu proberen ze de discussie open te trekken. De farmaceutische industrie zou niet zulke absurd hoge prijzen mogen vragen. De oplossing moet je dáár zoeken. Weet je van welke redenering de industrie uitgaat bij haar berekeningen? Dat jij bereid bent je huis te verkopen om van kanker te genezen. Een levensjaar schatten ze nu in op 50.000 euro, dus reken maar uit wat een baby redden in hun ogen mag kosten.

“Je moet de gevoelens van solidariteit bij mensen koesteren, maar je moet hen tegelijkertijd wel bewustmaken van de mechanismen in de samenleving. Toen we voor de invoering van het kiwimodel pleitten, zijn we met acht bussen vol patiënten medicijnen gaan kopen bij apotheken in Nederland, waar het kiwimodel al van kracht was. Toen iedereen met eigen ogen zag dat je daar maar 3 euro betaalt voor een doosje maagzuurremmers en bij ons 42 euro, viel hun frank: hier zit banditisme achter. Als er iets belangrijk is in een strijd, dan wel dat je je argumenten goed moet onderbouwen.”

Seuntjens: “Toen ik Dirk leerde kennen, zat ik in de universiteitskantine uren met hem te discussiëren. Ik probeerde steeds iets in zijn argumentatie te vinden wat niet klopte, maar het is me nooit gelukt.”

Hoe koos u uw gevechten?

Van Duppen: “Die begonnen altijd bij de problemen van mijn patiënten. Mijn cholesteroloorlog begon toen één van mijn patiënten een hartinfarct kreeg en daarna 184 euro moest betalen voor een doosje Zocor, de cholesterolverlager die hij nodig had. Omdat het medicijn zo duur was, hanteerde het RIZIV strenge criteria voor de terugbetaling: je cholesterolgehalte moest boven de 250 mg per dl liggen. Maar 60 procent van de mensen die een hartinfarct krijgen, haalt die waarde niet. Dat maakte me kwaad. Toen mijn patiënt een tweede infarct kreeg, werd ik echt woest. En toen heb ik uitgezocht hoe die belachelijk hoge prijzen voor medicijnen tot stand kwamen.”

En uw kruistocht tegen fijnstof?

Van Duppen: “Daar ben ik mee begonnen toen ik merkte dat wij 60 procent van de kinderen jonger dan zes jaar in Deurne puffers moesten voorschrijven voor hun ademhalingsproblemen. We hebben de cijfers vergeleken met die in het groene Baarle-Hertog: daar bleek maar 10 procent van de kinderen een puffer nodig te hebben. Op dat moment verscheen er in The Lancet toevallig een artikel over een studie in Californië waaruit bleek dat kinderen die op een afstand van 1.500 meter of minder van een snelweg opgroeien, op hun achttiende minder longcapaciteit hebben voor de rest van hun leven. Toen viel mijn frank: de ring ligt hier minder dan 500 meter vandaan, en wat verder heb je de E313. En toen ze de Lange Wapper wilden bouwen, wat nog méér verkeer betekende, ben ik actie beginnen te voeren. Ik ontmoette Wim van Hees, die hetzelfde deed met zijn actiegroep Ademloos, en we hebben onze krachten gebundeld. Het DVC Sint Jozef, een school voor kinderen met ernstige beperkingen in de Luchtbal, raakte gealarmeerd door onze acties. Vooral over hun duchennepatiëntjes, die zuurstofapparaten nodig hebben om te kunnen ademen, maakten ze zich grote zorgen. De Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM), die de Lange Wapper zou bouwen, had hen uitgenodigd om de fameuze maquette te komen bekijken. Wat bleek: de BAM was vergeten de school in te plannen! Eén van de pijlers van de brug stond náást de speelplaats. Dat leidde tot onze bekende actie met de duchennepatiëntjes. De bom barstte toen Patrick Janssens (ex-burgemeester van Antwerpen, red.) daarna die vreselijke uitspraak ‘Walk and don’t look back’ deed. Wij hebben toen opgeroepen tot een volksraadpleging. Iedereen verklaarde ons voor gek, want het contract met de BAM was al getekend. Maar we hebben ontelbare informatieavonden in de buurt georganiseerd en het referendum heeft de bouw van de Lange Wapper tegengehouden.”

Hij wil terug in de tijd gaan en vertellen hoe het allemaal begon.

Van Duppen: “Heb je gelezen dat het voor Rutger Bregman begonnen is met een leerkracht die over de essentie van het communisme vertelde? Die zei: ‘Dat is een samenleving waar iedereen kan hebben naargelang zijn behoefte en iedereen kan bijdragen naargelang zijn capaciteiten.’ Dertig jaar eerder heeft mijn leraar exact dezelfde uitspraak gedaan en ook bij mij is die altijd blijven hangen. Ik was veertien toen die leraar vroeg: ‘Wat is de beste ontwikkelingshulp: de mensen vis geven of hen leren vissen?’ Waarop ik zei: ‘Volgens mij is de kwestie: wie bezit de vissersboten?’”

Huh? En u was toen veertien?

Van Duppen: “Ja, maar ik was sterk beïnvloed door mijn oudere broer Jan, naar wie ik enorm opkeek. Hij was een rebel. Mijn vader, die onderwijzer was en zijn hele leven gefrustreerd is geweest omdat hij geen universitair onderwijs had kunnen volgen, had hem naar de jezuïeten gestuurd, maar dat is helemaal fout gelopen. Aan de normaalschool waar hij Jan vervolgens naartoe had gestuurd, waaiden de mei ’68-ideeën sterker dan waar ook en hij nam die elk weekend mee naar huis. Ik luisterde en wilde Das Kapital lezen. Mijn broer is het voor mij in de bibliotheek gaan halen, want ik kreeg het niet mee: dat was geen boek voor kinderen. Voor de eerste hoofdstukken had ik een woordenboek nodig om te begrijpen wat er stond, maar ik was geboeid en op mijn achttiende had ik de belangrijkste werken van Marx en Engels gelezen. Het was de tijd van de Vietnamoorlog en ik zag met mijn broer films in het alternatieve circuit die de gruwelijkheden toonden, terwijl de toen nog zeer katholieke Gazet van Antwerpen, die bij ons thuis op tafel lag, die toedekte. Die hypocrisie legde ik bloot en dat is uitgemond in een hevige strijd met mijn vader. Die sloeg erop los.”

Seuntjens: “Het was de tijd waarin de roede niet werd gespaard.”

Van Duppen: “Maar wat hij deed, was op het randje van kindermishandeling. Dat maakte de broederband en ons verzet tegen onderdrukking in het algemeen sterker. Dat wij op jonge leeftijd door de emancipatiebeweging zijn beïnvloed, heeft ons gered van een posttraumatisch stresssyndroom.”

Van Duppen: ‘‘De farma­ceutische industrie is onze partner, niet onze tegenstander’, zei minister De Block. Dan weet je welke belangen ze verdedigt.’

De supersamenwerker hebt u opgedragen aan uw moeder.

Van Duppen: “Bij haar thuis waren ze enorm antifascistisch. Haar vader was diamantslijper en heeft tijdens de oorlog Joodse gezinnen helpen onderduiken. Zij heeft dat als kind meegemaakt en had een enorme weerzin tegen elke vorm van repressie. Ze was ook tegen de kerk omdat ze op het randje van misbruikt is geweest door de pastoor. Als iemand mij tot de strijd voor solidariteit heeft geïnspireerd, is zij het. Mijn broer en ik hebben ons echt vrijgevochten. Toen ik vijftien was, heb ik mijn vader een keer tegen de grond gelegd. Sindsdien durfde hij ons niet meer aan te raken en kreeg hij zelfs respect voor ons.”

U bent niet gaan studeren, zoals uw vader had gehoopt, maar in de fabriek gaan werken.

Van Duppen: “Ja, net zoals mijn broer. Hij was gestopt met zijn studie psychologie en was in de mijnen gaan werken. Die periode in de fabriek heeft een stempel gedrukt.”

Zei u net niet dat een mens volgens het communistische principe moet ‘bijdragen naargelang je capaciteit’?

Van Duppen: “Ja. Mijn bedoeling was ook om op het terrein de sociale strijd mee te organiseren en de arbeiders bewust te maken. Maar ik wilde die wereld leren kennen, want als je voor mensen wilt opkomen, is het belangrijk dat je hen echt kent, dat je je met hen verbindt en leeft zoals zij leven. Dat is iets waar ik rotsvast in geloof. Je kunt wel commentaar geven vanaf de zijlijn als socioloog of journalist of wat dan ook, maar als je niet leeft zoals je denkt, ga je snel denken zoals je leeft.

“Ik werkte toen in een leerlooierij. Het was vies werk, met veel toxische stoffen en weinig bescherming. We zijn er op een gegeven moment gaan staken voor 7 frank loonsverhoging. Ik was stakingsleider – ik was pas negentien, maar ik was mijn broer gevolgd naar de AMADA-beweging (Alle Macht Aan De Arbeiders, voorloper van de PVDA, red.) en daar waren ze gespecialiseerd in stakingen. Ik bestudeerde de boekhouding en de jaarverslagen, en toen de bazen zeiden dat ze geen loonsverhoging konden geven, kon ik aantonen dat er genoeg reserves waren.”

Seuntjens: “Dirk is heel goed in wiskunde. (glimlacht)

Van Duppen: “We hebben de staking twaalf weken volgehouden. Ondertussen lag er voor 30 miljoen frank (zo’n 750.000 euro, red.) aan koeienhuiden te rotten. Dat was ons wapen. De eigenaar, Omer Vanaudenhove, die ook minister van Staat was, heeft toen via koppelbazen allochtone arbeiders aangeworven die ’s nachts met wagens van de rijkswacht werden binnengeloodst. Als je dat meemaakt als negentienjarige jongen, weet je voor altijd aan welke kant de macht staat. Maar uiteindelijk heeft Vanaudenhove wel toegegeven.”

Daarna ging u in het leger en werd u paracommando. Werkte de hiërarchie daar niet op uw zenuwen?

Van Duppen: “Ik ben wel een keer in hongerstaking gegaan, geloof ik, maar eigenlijk heb ik me er vooral geamuseerd.”

Seuntjens: “Ik moest altijd zo lachen om je verhalen.”

Van Duppen: “Ik herinner me dat ik tijdens een oefening uit een vliegtuig moest springen. Op de grond stond ik van de natuur te genieten, tot mijn officieren in de verte begonnen te zwaaien en riepen: ‘Van Duppen, het is oorlog, hè! De vijand zit hier!’ Ik kon het allemaal moeilijk serieus nemen.”

Waarom bent u na het leger niet teruggekeerd naar de fabriek?

Van Duppen: “Het was volop crisis en mijn broer en ik lagen niet goed bij de ondernemingen in de Kempen. Het was moeilijk voor ons om aan werk te raken. We zijn toen, geïnspireerd door Kris Merckx, die Geneeskunde voor het Volk had opgericht, geneeskunde gaan studeren. En aan de universiteit heb ik Lieve leren kennen.”

Waar viel u voor, Lieve?

Seuntjens: “Voor de filosofische discussies waar ik het net al over had. Echt. Ik kom uit een beschermd katholiek milieu en zijn analyses waren zo anders dan degene die ik kende. Hij brak de wereld voor mij open.”

Van Duppen: “Tijdens mijn studie werkte ik ook in de koperfabriek in Olen.”

Seuntjens: “Dirk kwam bijna nooit naar de les.”

Van Duppen: “Lieve maakte de notities.”

Seuntjens: “Ik was op de kostschool getraind in het maken van letterlijke notities en daar maakte Dirk gestructureerde notities van.”

Van Duppen: “Een win-winsituatie. (lacht) Na onze studie wilde ik een groepspraktijk van Geneeskunde voor het Volk starten in de Kempen, maar Lieve wilde naar een ontwikkelingsland.”

Seuntjens: “Ik had geneeskunde gestudeerd om naar de derde wereld te gaan. Er volgde toen een zware discussie...”

Van Duppen: “...die zij heeft gewonnen. De Palestijnse hulpvereniging Rode Halve Maan riep westerse artsen op hen te helpen in de vluchtelingenkampen omdat hun eigen artsen werden gekidnapt als ze zich wilden verplaatsen, en toen zijn we naar Beiroet gegaan. Daar is het zaadje voor het boek De supersamenwerker geplant. Hier dacht iedereen toen: ‘De mens is een wolf voor zijn medemens, en tijdens de oorlog wordt dat alleen maar erger.’ Maar wat wij in de kampen zagen, was het bewijs van het tegenovergestelde. Mensen zorgden ondanks de moeilijke omstandigheden zo goed voor elkaar. De scholen bleven open, de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO had de gezondheidszorg goed uitgebouwd, en ze hadden in de kampen zelfs goede kindercrèches. In De supersamenwerker tonen we aan dat de mens twee aangeboren neigingen heeft: de neiging om te zorgen voor eigen genot en eigen voordeel, en een hang naar samenwerken en zorgen voor anderen. Die twee neigingen hebben we in Libanon ervaren.”

Welke van de twee neigingen de bovenhand krijgt, hangt af van de ideeën die de omgeving ons inprent, zei u op ManiFiesta. Als je in films, boeken of in je werkomgeving krijgt ingelepeld dat de één zijn dood de ander zijn brood is, wakkert dat niet je neiging aan om samen te werken, maar die om voor je eigen gewin te gaan.

Van Duppen: “Precies. De mens kan door anderen of door omstandigheden worden gemanipuleerd. Dat hebben we ook ervaren in de kampen. Diezelfde mensen die zo goed samenwerkten en voor elkaar zorgden, wilden dat wij onmiddellijk ons fototoestel gingen halen toen er een neergeschoten kind werd binnengebracht: ‘Maak een foto en laat in het Westen zien wat zij ons aandoen.’ Maar dat was precies wat de schutters voor ogen hadden: die wilden het wij-zij-denken aanwakkeren. Dat is de manier waarop alle machthebbers in de geschiedenis hun machtspositie hebben bestendigd. Om hun positie te kunnen handhaven en de uitbuiting te kunnen verantwoorden, hadden koningen het beeld nodig dat de mens een wolf is voor zijn medemens. Ook het neoliberale systeem wakkert daarom het wij-zij-denken aan. Door iedereen met elkaar te laten concurreren kunnen zij hun winst optimaliseren. Rutger Bregman legt dat heel goed uit in De meeste mensen deugen.”

Op ManiFiesta noemde u zijn boek De supersamenwerker bis. Steekt zijn succes?

Van Duppen: “(lacht) Niet alle concurrentie is fout. Sociale competitie is goed. Dat heeft de evolutionair bioloog David Sloan Wilson wetenschappelijk aangetoond. Sociale competitie is een spel waarin je van elkaar leert en die kennis iedereen ten goede komt. Dat is iets anders dan de zero-sum-concurrentie die uit de handel is voortgevloeid, waarbij de andere altijd verliest als de ene wint. De Nederlandse historicus Bas van Bavel heeft uitgebreid beschreven hoe die concurrentie onvermijdelijk tot monopolievorming leidt en aan het algemeen belang voorbijgaat.”

Van Duppen (met zijn vrouw Lieve Seuntjens): ‘Bij Geneeskunde voor het Volk hebben we een ander beeld van allochtone nieuwkomers dan het beeld dat de media en de politiek ophangen. Maar ik geloof dat dingen zullen veranderen.’

‘Wat kan ik, behalve uw boek lezen, eigenlijk dóén om het neoliberale systeem te veranderen?’, vroeg een man op ManiFiesta machteloos.

Van Duppen: “Om te beginnen moet je het mensbeeld bij jezelf corrigeren. Het idee dat de ander een wolf is, zit dieper in je dan je denkt.”

‘Begin met aardig te zijn voor uw buurman’, antwoordde u. Werkt dat?

Van Duppen: “Ja, want dan krijg je een cascade-effect. Als je goeddoet voor een ander, komt er oxytocine vrij, het hormoon dat een grote rol speelt bij de moeder-kindbinding. Dat geeft een prettig gevoel en zet aan tot nog méér goeddoen. Ook bij de persoon die wordt geholpen, komt oxytocine vrij, met hetzelfde effect.”

Bregman noemt oxytocine het ‘eigen volk eerst’-hormoon.

Van Duppen: “Ja. In een experiment is aangetoond dat als je een groep oxytocine toedient via een neusspray, mensen empathischer worden binnen de groep, maar dat die stof ook de afkeer van mensen buiten de groep versterkt. Ik vind het jammer dat Bregman wel dat experiment aanhaalt en niet het werk vernoemt van Martin Nowak, de hoogleraar biologie en wiskunde die heeft uitgezocht wat de beste strategie is om tot een duurzame samenwerking te komen. Het komt erop aan genereus te zijn: je moet zelf de hand uitsteken en geloven dat je buurman positief zal reageren. En je moet vergevingsgezind zijn: als je buurman een slechte dag heeft en niet fijn reageert, mag je niet meteen afhaken. Bij een tweede poging zal hij zich extra gerespecteerd voelen. Maar je moet ook een grens trekken: de buurman moet wel weten hoever hij kan gaan.

“Elinor Ostrom, de Amerikaanse wetenschapster die in 2009 de Nobelprijs voor de Economie heeft gewonnen, zei ongeveer hetzelfde. Zij geloofde niet in het uitgangspunt van economen dat als je de gemeenschap natuurlijke bronnen zoals weiden of visgronden laat gebruiken, dat altijd tot uitputting zal leiden. Dat idee gaat uit van het negatieve egoïstische mensbeeld: er zal altijd wel een herder zijn die meer schapen laat grazen dan afgesproken; dat zou de anderen dwingen hetzelfde te doen, waardoor er op den duur geen weiden meer zijn. Dat was het argument om het beheer over die natuurlijke hulpbronnen te privatiseren. Ostrom heeft de moed gehad om de gemeenschappelijk beheerde natuurlijke bronnen die wel nog bestaan, te analyseren. Daaruit heeft ze de gedragsregels afgeleid die ervoor zorgen dat het nooit tot een uitputting van de bronnen komt. Die regels komen in grote lijnen overeen met die van Martin Nowak. Het zit in de mens om samen te werken en voor elkaar te zorgen, maar die capaciteit moet wel ontwikkeld worden.

“In haar speech bij de overhandiging van de Nobelprijs in Zweden formuleerde Ostrom het heel goed. Ze zei: ‘De essentie van de politiek zou erin moeten bestaan om een politiek en instituten te ontwikkelen die het beste in de mens naar boven doen komen.’ Een politiek en instanties dus die het wij-zij-denken en het ‘eigen schuld’-denken afvoeren.”

Daar zijn we nog lang niet als we naar de voorbije verkiezingen en de nieuwe Vlaamse regering kijken.

Van Duppen: “Nee. En de belangrijkste reden daarvoor is dat mensen elkaar niet ontmoeten en leren kennen. Wij hebben bij Geneeskunde voor het Volk 4.500 patiënten, van wie ongeveer de helft van allochtone oorsprong is. Van hen zijn er amper twee geradicaliseerd. We kennen de families van de geradicaliseerden en weten hoe ze zijn kunnen ontsporen. Wij hebben een ander beeld van allochtone nieuwkomers dan het beeld dat de media en de politiek ophangen. Maar ik geloof dat dingen zullen veranderen, al zal ik het niet meer meemaken. Weet je, de laatste avond dat Lieve en ik in Beiroet waren, hebben we Ali Abu Toq geïnterviewd, de PLO-leider die het vluchtelingenkamp waar we waren, bestierde en er de mensen motiveerde. Hij was een intelligente man, een ex-studentenleider, niet het type dat koos voor een diplomatieke loopbaan, al was dat de snelste en veiligste manier om bij de PLO carrière te maken. Ik vroeg hem wat jij mij nu steeds vraagt: ‘Hoe hou je het vol?’ Hij zei: ‘Als je revolutionair wilt zijn, moet je er niet van uitgaan dat je zelf de overwinning zult zien. Maar je hebt wel behoefte aan kleine, concrete overwinningen van tijd tot tijd.’ Dat gesprek is me altijd bijgebleven. Dat is de kracht van hoop.”

Hij haalt een map boven en toont me grafieken van de prijzen van medicijnen.

Van Duppen: “Kijk, dit is 2004, het jaar waarin De cholesteroloorlog is verschenen. Opeens stijgen de prijzen niet meer zo hard als in de voorgaande jaren. Ze noemen het de ‘kiwiknik’. Uit angst voor het kiwimodel hebben alle farmabedrijven toen de prijzen voor medicijnen zwaar laten zakken. Ze hebben alles gedaan om de invoering van het kiwimodel te voorkomen. Het is ook nooit volledig ingevoerd, maar voor het vaccin tegen baarmoederhalskanker is wel een aanbesteding uitgeschreven waardoor alle meisjes nu gratis worden ingeënt op school. En kijk (wijst op de grafiek): de cardioaspirine die chronische hartpatiënten moeten nemen, kost in plaats van 14 euro nog maar 1,47 euro. En hier (toont me een krantenartikel): het Federaal Planbureau heeft voor de verkiezingen de kosten van alle voorstellen in de partijprogramma’s uitgerekend. De PVDA wil het kiwimodel toepassen op honderd geneesmiddelen, en het Planbureau zegt dat onze berekeningen vollediger zijn dan die van elke andere partij. Onze maatregel zou een besparing van 500 miljoen euro opleveren.

(zakt achterover) Weet je dat Elinor Ostrom ook aan alvleesklierkanker is gestorven? Vlak nadat ze de Nobelprijs had gekregen.”

We nemen afscheid. Hij zou me graag knuffelen, zegt hij, om de oxytocine te laten waaien, maar hij moet uitkijken voor infecties. Dan maar een hand. Bedankt, Dirk.

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234