Dinsdag 21/01/2020

Dikste Dikke is laatste op papier

De achteromkijkertjes sneuvelden en de filerat staat erin: het is 2015 in de Dikke Van Dale. Morgen verschijnt de nieuwe editie, zeer waarschijnlijk de laatste op papier. 'Eigenlijk is dit een geschiedenisboek.'

"Mijn dochter lachte me uit", zegt Peggy Timmerman, marketingverantwoordelijke van Van Dale België. "Ik had een reclame gezien en zei: 'Zou dat niets voor jou zijn, zo'n 'oneezie'? Van een 'onesie' had ik toen nog nooit gehoord."

We bladeren naar de juiste pagina en lezen: 'onesie/wɑnzi - ruimzittend, uit één deel bestaand huis- of pyjamapak dat alleen hoofd, handen en voeten vrijlaat, gewoonlijk met een ritssluiting aan de voorkant, soms met een capuchon. 2012. Eng.'

Zo snel gaat de taal dus. In 2005 was de veertiende editie van het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse Taal 4.464 pagina's dik, de opvolger telt er 4.775 en daarin staan 18.175 nieuwe woorden. Wat ook moet betekenen dat er duizenden woorden verdwenen zijn, en dat is vreemd. Eens een woord bestaat, kán het toch niet verdwijnen? Hooguit wordt het niet meer gebruikt. Maar wég? "Dat klopt", zegt Ruud Hendrickx, taaladviseur van de VRT en samen met de Nederlander Ton den Boon hoofdredacteur van de vijftiende editie. "Maar we hebben eerst bijna 9.000 zogenaamde 'aanhangsels' geschrapt met woorden uit de Bijbel of de klassieke oudheid. En dan zijn er woorden die zo'n kleine lokale benaming van bijvoorbeeld planten, dieren of bloemen zijn dat ze algemeen verdwenen zijn."

'Achteromkijkertjes' is daar een voorbeeld van. Prachtig woord, in de vorige editie nog verklaard als gewestelijk voor 'driekleurig viooltje' of 'anemoon'. Maar ze namen er afscheid van omdat er plaats moest worden gemaakt voor het cyberpesten, de frietchinees, de onesie dus en de woonbonus. "De Dikke is een oude mens die je kritisch moet bekijken. Het is altijd een boek geweest met een bepaald tijdsvenster, en gemiddeld bestrijkt hij de laatste 125 jaar. Het was nooit de bedoeling om alle Nederlandse woorden vanaf de zeventiende eeuw in één boek te bewaren. Neem je dan met pijn in het hart afscheid van woorden? Soms. Maar je hebt opnamecriteria en het moet serieus blijven. Mensen moeten het ook willen blijven opzoeken."

Tekeningen

18.175 nieuwe woorden dus, het cijfer is indrukwekkend, en dat zijn ook de andere. In drie delen van de nieuwe Dikke Van Dale staan 241.558 trefwoorden, 340.665 betekenissen, alles samen goed voor 222.630 kilogram papier. En een oplage van 25.000 exemplaren. Dat laatste is plots een ferme daling. Tien jaar geleden begonnen ze nog met 60.000 in de eerste druk.

"En we hébben getwijfeld", zegt Vé Bobelyn, directeur van Veen Bosch & Keuning België, de uitgever van Van Dale. "Natuurlijk hebben we getwijfeld. De vraag was: wil de consument nog wel een boek? Natuurlijk heeft dat met het internet te maken. Iedereen, en zeker alle jongeren, zoeken vandaag alles op via het internet. Alles is Google."

Ook (of misschien zéker) voor wie met woordenboeken bezig is, heeft het digitale tijdperk alles veranderd. Vorige week stond het nog in de krant: de verkoop van e-books daalt, niemand leest Jonathan Franzen graag op een scherm. Maar even opzoeken wat 'lethargisch' betekent? "Vroeger deed je je goesting als uitgever", zegt Bobelyn. "De klant volgde wel. Nu moesten we ons afvragen: hoe denken de consumenten? Willen ze nog wel een Van Dale in print?" Dat hij er ligt, maakte van die vraag een retorische. Het antwoord moet 'ja' geweest zijn. Ook de boekhandels reageerden enthousiast. "Niet dat ze ze nog met tientallen inslaan", vertelt Bobelyn. "Maar iedere boekhandel liet weten dat ze er zeker een aantal willen. Omdat ze klanten hebben die hem d'office willen. En dus drukten we hem. Voorzichtiger wel, met een beginoplage van 25.000. Met daarbij een jaar lang gratis toegang tot de online-editie. Maar zo goed als zeker wordt dit de allerlaatste in print."

Het is vrijdag en warm in het kantoor van de uitgever op Linkeroever in Antwerpen. Daar staat hij: in mooi ontworpen cassette, driedelig wit, de letters zelfs een beetje geprofileerd gedrukt. Een collector's item, noemt Vé Bobelyn deze nieuwe: "Je moet het gevoel hebben: dit wil ik hebben."

In 2005 bestond de Dikke Van Dale ook al uit drie boeken, toen werd er een cd-rom bijgeleverd. 1992? Zelfs toen al drie boeken. Maar in mijn tas zit de eerste die ooit thuis binnenkwam. Het was 1975, een broer deed zijn plechtige communie en de '13de oplage, 1973' was een cadeau voor die jongen die een jaar later naar het middelbaar zou gaan. Het was de zevende editie, hij bestond uit één deel dat 1.097 bladzijden telde en het woord 'zymotisch' (bn., gistend; fermenten betreffend of daartoe behorend) sloot het af. De papieren cover is gescheurd, hij is gebruikt.

Dan de nieuwe. Beginnend met @, ook dat is een sign of the times, het laatste lemma van de eerste bladzijde is '33 toerenplaat'. En drie delen en 4.475 bladzijden doorgebladerd eindigt deze editie met zzz (tussenw., klanknabootsing van een zoemend geluid, bv. van bijen). Het laatste echte woord is 'zytholoog': bierkenner. Onderweg is opgevallen dat bij woorden met een heel lange uitleg (arm, bijvoorbeeld) al voor de uitleg een korte inhoud staat en dat bij zowat vijfhonderd woorden een tekening verschijnt Dat is nooit eerder gebeurd. "Er zijn immers woorden die heel moeilijk uit te leggen vallen", zegt Ruud Hendrickx. "Dan is een tekening handig. Vaak gaat het om termen uit de bouwsector. 'Potdekselen', bijvoorbeeld. Of leg maar eens uit wat een 'parallellepipedum' is. Ook het verschil tussen Ionische en Dorische zuilen is makkelijker te tonen dan het met woorden te proberen."

Gallicisme

Eigenlijk begint een nieuwe Van Dale de dag nadat de vorige editie is verschenen. De voorbije tien jaar zorgde de redactie voortdurend voor digitale updates. Daar zit een structuur achter. "We krijgen bijvoorbeeld het taalmateriaal binnen van de Vlaamse kranten en tijdschriften", zegt Hendrickx. "Per kwartaal lijsten we dat op. Maar het gebeurt ook dat ik nieuwe woorden opmerk en in mijn telefoon opsla. Zo kom je tot nieuwe lijsten. Al betekent het niét dat alle woorden die opduiken automatisch in de Van Dale terechtkomen.

Een goed voorbeeld? We bladeren en zoeken 'pladijsfile' op. Google dat en je vindt dat in maart 2014 het halve land in een verkeerschaos terechtkwam toen een vrachtwagen op de Brusselse Ring zijn lading van 21 ton vis verloor. De ring werd opgekuist en in de nieuwe Van Dale is er geen spoor van. 'Terecht", vindt Hendrickx. "Als er een nieuw woord opduikt, dan zetten we dat even opzij. Dan gaan we kijken hoe lang en hoe frequent het nadien terugkomt. In het geval van de pladijsfile bleek dat dus echt de waan van de dag te zijn. Het was zo ad hoc en het was zo weer weg." Een plaats in Van Dale moet je, met andere woorden, verdienen. Zelfs de 'kamikazecoalitie' haalde het niet. Misschien dat 'kibbelkabinet' het ooit beter doet, want ad hoc kun je de voortdurende ruzies in de regering Michel niet meer noemen.

Met kranten moet je natuurlijk opletten. Zaterdag kwam thuis een mailtje binnen: "De 'kost' van iets, kan echt niet. Is Frans." Gebruikt in het eigen interview met Maggie De Block, een fout dus en nu weer bijgeleerd. Een week eerder op een rommelmarkt nochtans de Nederlandsche Taalgids. Woordenboek van Belgicismen (uitgave De Sikkel, 1930) gekocht en daar stond het op pagina 262: gall. Van gallicisme. Niet gecheckt bij het schrijven. Nu is 'kost' geen nieuw woord (kamikazecoalitie was dat bijvoorbeeld wél), maar in deze gaat het om het juiste gebruik van een woord. En dan zit je misschien soms dichter bij de waarheid in de literatuur.

Vooraan de Dikke een lijst van auteurs. Beginnend bij Bertus Aafjes (NL, auteur, 1914-1993) en eindigend bij Joost Zwagerman (NL auteur, 1963). Het onverwachte overlijden van die laatste verraste zelfs de drukkers van dit dikke boek. Maar de auteurs staan erin omdat ergens een citaat van hen opduikt in de Van Dale. In de lijst passeren zelfs de Nederlandse koningin Beatrix (nergens een Belgische vorst te zien) en Johan Cruijff (jawel: 'Elk nadeel heb zijn voordeel'), maar verder dus dode schrijvers als Hugo Claus, Herman De Coninck, Dante zelfs, oudere schrijvers als Remco Campert en Cees Nooteboom, en jongeren als Christophe Vekeman. Van hen wordt een citaat gebruikt dat een woord in de context plaatst.

Drie voorbeelden.

Van Stefan Brijs deze zin: "Dan hoop ik voor hem dat hij intussen een groeischeut heeft gehad, anders wordt hij meteen afgekeurd."

Dimitri Verhulst: "De enige vorm van fysiek contact die ik met mijn moeder had, was een pandoering op tijd en stond."

En Joost Zwagerman tenslotte: "Alleen zodra de schrijver schrijft, stopt hij schrijver te zijn."

"We willen het voor de lezer aangenaam maken om in dit boek te bladeren", zegt Hendrickx. "Soms kun je, op zoek naar een woord, een willekeurige bladzijde openslaan en dan valt je oog op een woord of een zin. Wat staat er nog meer? Dit citaten van auteurs zijn fijne momenten in zo'n boek."

Kun je eigenlijk een woordenboek lézen? Beter gezegd: is, bijvoorbeeld, Ruud Hendrickx zelf iemand die de Dikke Van Dale op het nachtkastje liggen heeft en 'nog even voor het slapengaan' een paar bladzijden tot zich neemt? "Dat niet", zegt hij. "Maar het overkomt je wel dat je, bladerend, op iets botst waarbij je je dan verbaast dat we zelfs daar een woord voor hebben. Dat is dan weer de charme van het papier. Dat krijg je nooit als je een woord online intikt."

Nog even terug naar die @. We noemden dat eerder een sign of the times, en dat is het natuurlijk wel. "De techniek gaat snel en dat zie je ook in Van Dale", legt Hendrickx uit. "Een goed voorbeeld is de digitale fotografie. Voor de gemiddelde fotografieliefhebber van vandaag is zelfs het filmrolletje iets dat ze niet meer kennen. Het woord staat er wel nog altijd in, en dat zal nog wel een tijd zo blijven. Maar het geeft aan hoe iets evolueert. Het viel bijvoorbeeld op dat er nog veel samenstellingen bestonden met paard en kar. Maar wie rijdt daar nu nog mee? Die erfenis is de charme van een woordenboek, maar je moet daar wel naar kijken. Zoek in de vorige editie, van amper tien jaar geleden, het woord 'aanlegsteiger' maar eens op."

Dan doen we, en op bladzijde 17 lezen we: 'aanlegsteiger (de (m)) 1 landingsbrug, m.n. voor stoomboten.' "Hoeveel stoomboten varen er nog rond? We hebben het woord natuurlijk behouden, maar in deze editie mogen alle schepen er nu toch aanleggen. Eigenlijk is Van Dale een geschiedenisboek. Een woordenboek kun je dus nooit weggooien."

Mascotte

Iedereen heeft favorieten. Voor sommigen is het eenvoudige 'vlok' het allermooiste woord in het Nederlands (spreek het uit en je hoort ze vallen: vlok), voor anderen 'tjilpen' en voor Vé Bobelyn is het 'kynofobie'. "Ik ben ook bang voor honden", zegt ze. Ruud Hendrickx kiest voor 'kernspinresonantie'. "Het vloeit eruit als niks, al weet ik niet eens wat het is. En zie ik de combinatie van kern, spin en resonantie niet. Maar het klinkt wel heel mooi." Peggy Timmerman aarzelt, maar misschien zal dat toch de 'onesie' zijn?

Het woord staat in ieder geval uitgelicht op de levensgrote bordkartonnen mascotte van de nieuwe Van Dale. "Dat is Hendrik", zegt Timmerman. "Hij is genoemd naar Johan Hendrik van Dale, de grondlegger van het woordenboek. Hij zal opduiken in de boekenwinkels, op raamstickers en hij stond op drinkzakken die we uitgedeeld hebben. Allemaal om het nieuwe boek in de markt te zetten." Marketing was al langer een lemma in het boek, maar (opnieuw) is het 2015 en moét dit wel. Nog nieuw is Van Dale Wiki: gebruikers zullen (net als bij Wikipedia) zelf nieuwe woorden met foto's en filmpjes kunnen suggereren aan de onlineversie.

Dit kan dus de laatste zijn. Eentje zonder leeslint ('dat heb je in een woordenboek eigenlijk niet nodig, je moet nooit weten waar je zat, het alfabet kennen volstaat') en dus de laatste in lijn nadat in 1864 de allereerste verscheen. "Als kind zal ik er wel een gekregen hebben", zegt Ruud Hendrickx. "Maar toen ik in 1981 aan de universiteit Germaanse filologie ging studeren, kocht ik hem voor het eerst zelf. Hij was bordeaux van kleur en verscheen in twee delen. Nu probeer ik via antiquariaten de edities bij te kopen die ik nog niet had. Maar vaak is het zeer duur. Te duur. Voor de allereerste Van Dale betaal je nu makkelijk 900 euro."

Vanaf dinsdag 6 oktober in de winkel, lanceringsprijs 149 euro. Vanaf 18 oktober kost hij 179 euro. Net zoveel als in 2005.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234