Vrijdag 13/12/2019

'Die tongzoen aan hun profeet, dat is er ver over'

Ben ik Charlie, of ben ik het net niet? Dat was afgelopen week ook de vraag bij de leerlingen van Pius X, een grote, veelkleurige school in de Antwerpse wijk het Kiel. We mochten er spreken met een klas vol tweedejaars, gelovigen zowel als niet-gelovigen. Verslag van een soms intense interculturele dialoog.

We hebben de vraag aan meer dan één school gesteld. Of deze krant er de temperatuur mocht komen meten na de aanslagen op Charlie Hebdo? Veel scholen aarzelden, maar hielden de boot uiteindelijk af. Te delicaat.

Eén school zette de deur wel open. Die school was het H. Pius X-instituut in Antwerpen, sociaal en etnisch ongeveer even divers als de stad Antwerpen zelf.

"Kom maar af", zei directeur Ludo de Caluwé. "De kwestie leeft hier zeer sterk. Ik denk dat het gezond en nuttig is dat het gesprek open en zonder taboes wordt gevoerd."

Een dag later, op woensdagochtend, had de school een klas vol dertien- en veertienjarigen samengebracht. Meisjes en jongens, in een leeftijdsfase waarop alles plots groeit als de populieren. De ledematen, maar ook het zelfbewustzijn.

Wie ben ik? Wie zijn de anderen? Het zijn prangende kwesties voor elke 13-jarige, maar door de aanslagen in Parijs kregen ze plots een heel specifieke vertaling.

Ben ik Charlie, of ben ik het net niet?

De aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo stonden in deze school onder meer ter discussie tijdens de lessen godsdienst en Nederlands. "Onze leerlingen begonnen er spontaan over te praten", vertellen Vera Dejonghe, lerares Nederlands, en Shana Vandeputte, lerares godsdienst. "We hebben de geplande lessen geschrapt, en ze laten praten. Ze hielden niet op met erover te discussiëren. Op de speelplaats ging het gewoon verder."

Beledigingen

Dezelfde intensiteit is ook te voelen woensdagochtend. Noa, duidelijk een van de mondigste leerlingen, opent de debatten met de stelling dat de cartoons van Charlie Hebdo wat hem betreft geen meningen zijn.

"Het zijn beledigingen", zegt hij. Noa is geen moslim. Hij noemt zichzelf een katholiek. Toch vindt hij dat Charlie Hebdo een paar keer serieus over de schreef is gegaan.

"Natuurlijk moet je die cartoonisten daarom nog niet vermoorden. Wie moordt, kan geen goede moslim zijn. Maar ik begrijp wel dat moslims zich beledigd voelden. Het blad heeft ooit een tekening gepubliceerd waarop een cartoonist een tongzoen geeft aan hun profeet. Dat is er echt over."

Noa's standpunt krijgt nogal wat bijval. Opvallend daarbij: zijn mening wordt niet alleen door de vier moslims in deze groep gedeeld.

"Mensen uitlachen is geen vrije meningsuiting", vindt Liese. "Sommige van die cartoons zijn gewoon respectloos." Hetzelfde standpunt bij Sanae, wel moslim. "Charlie Hebdo heeft de profeet bewust, jaren aan een stuk, beledigd. Vanuit mijn geloof kan ik dat niet goedkeuren. Maar vanuit mijn geloof kan ik ook die aanslagen onmogelijk goedkeuren.

"Eigenlijk hebben die aanslagen helemaal niks met de islam te maken. De aanslagen zijn gepleegd door extremisten, niet door moslims. Onze profeet veroordeelt geweld. De profeet zegt dat je haat met liefde moet bestrijden."

Maggie

Er zijn nog andere manieren waarop een beledigde moslim op de cartoons kan reageren. Inas heeft een suggestie. Doe zoals Maggie, en negeer ze. "Ik las onlangs dat het tv-programma Tegen de sterren op een karikatuur heeft gemaakt van Maggie De Block, en dat ze daar niet mee kan lachen.

Maggie De Block zei dat ze niet naar het programma zou kijken. Misschien moeten de moslims hetzelfde doen. Niemand heeft ons ooit verplicht om naar die cartoons te kijken."

Inas krijgt voor haar tussenkomt een kort applaus. Er volgt een spitse bedenking van Esra. "Wat de terroristen gedaan hebben, is niet alleen wreed, maar ook heel dom. Vóór hun aanslagen had ongeveer niemand die cartoons gezien. Maar na de aanslagen gingen ze de hele wereld rond. Eigenlijk hebben ze er zo voor gezorgd dat nog veel meer moslims beledigd werden."

In deze klas zitten ook verdedigers van Charlie Hebdo. Of beter gezegd: jongens en meisjes die de waarden van het blad willen verdedigen. Zo stelt Myrthe zich de vraag waarom enkel de moslims zich zo sterk door dat blad geviseerd voelen. "Charlie Hebdo lacht met iedereen", zegt ze. "Met moslims, maar ook met christenen en racisten." Of de cartoons al dan niet grappig of kwetsend zijn, is eigenlijk naast de kwestie, vindt Jeanne. "Ik kan er niet mee lachen. Maar dat is eigenlijk niet belangrijk. Misschien vinden sommige mensen het wel grappig. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening."

Haar klasgenoot Tasfaye verwijst naar de woorden van mevrouw Vandeputte, de godsdienstlerares. "Mevrouw Vandeputte heeft dat heel goed verwoord", zegt hij. "Ze vertelde ons dat het gaat over een recht waar in het Westen eeuwen voor is gestreden."

Homoseksueel

Van de algemene en universele geldigheid van dit recht is in deze klas duidelijk niet iedereen overtuigd. Zoals er ook niet altijd evenveel begrip is voor de heftigheid waarmee de westerse wereld dat recht op vrije meningsuiting vandaag verdedigt. Sanae gooit een thema in de groep dat er op het eerste gezicht weinig mee te maken heeft. Op het eerste gezicht.

Ze vraagt zich af waarom er vandaag niet minstens zo massaal wordt opgekomen voor de rechten van het Palestijnse volk. "In Palestina zijn vorige zomer duizenden doden gevallen. Allemaal onschuldige slachtoffers. Ik vind het raar dat die aanslagen in Parijs zoveel meer aandacht krijgen dan de constante aanvallen op het Palestijnse volk."

Noa begrijpt het punt dat Sanae wil maken. "Ik zag dat Angela Merkel vooraan liep tijdens de mars in Parijs, samen met al die andere wereldleiders. Misschien zouden ze dat ook eens kunnen doen in Palestina, in de Gazastrook bijvoorbeeld."

Nog een andere kritische bedenking komt van Esra. Hij vraagt zich af of het Westen wel zo hoog van de toren mag blazen, als het gaat over waarden als vrijheid en gelijkheid. "Mijn ouders zijn homoseksueel", vertelt hij. "In Frankrijk mochten homokoppels twee jaar geleden nog niet trouwen. In Parijs zijn ook honderdduizenden mensen op straat gekomen om tegen het homohuwelijk te protesteren. Ik weet nog hoe hard mijn ouders daarvan schrokken."

Antwerpen ligt niet ver van Parijs, het probleem van radicalisering bestaat hier niet minder dan ginds. Maar of het thema ook speelt in deze school?

Volgens godsdienstlerares Shana Vandeputte werden de aanslagen door een van haar in totaal minstens honderd leerlingen omschreven als "gerechtvaardigde wraak". In hoeverre zulke uitspraken serieus te nemen zijn, vindt ze moeilijk in te schatten.

Tasfaye is er in elk geval gerust in. "Ik denk niet dat er één jongen van onze school naar Syrië zal vertrekken. Hier zitten allemaal goed opgevoede kinderen."

Is radicalisering dan vooral een gevolg van een gebrekkige opvoeding? "Ik denk dat die Syriëstrijders vaak arme jongens zijn, die thuis geen aandacht krijgen", zegt Zoë. "Hier zijn ze niemand. In Syrië hopen ze een held te worden."

De klas wordt even stil als Inas het verhaal vertelt van haar neef. "Hij is vorig jaar naar Syrië vertrokken. Hij zal nooit terugkomen, want hij is er gedood. Mijn neef was gewoon, zoals wij. Hij studeerde goed, en ging regelmatig voetballen op het pleintje in zijn buurt. Daar is hij in contact gekomen met zo'n ronselaar, die hem vertelde dat hij zich meer moest verdiepen in zijn geloof.

"Binnen de korste keren was mijn neef compleet gebrainwasht. Ik denk dat mijn neef op den duur echt geloofde dat hij voor Allah aan het vechten was. Uiteindelijk was er voor hem geen weg terug. Hij heeft nog naar zijn mama gebeld. Hij geraakte er niet meer weg. Als hij terug naar België zou komen, zouden ze hem vermoorden."

Racisme

In deze klas is er niet één leerling die geweld in naam van het geloof verdedigt.

"Ik denk dat die terroristen in hun hoofd niet bezig waren met islam, maar met zichzelf", zegt Fien. "Tijdens de lessen godsdienst mochten we vorig jaar elk een eigen religie voorstellen. Enkele moslims van onze klas hebben toen over de islam verteld. Ik vond het een prachtige godsdienst."

Moslim zijn is na de aanslagen op Charlie Hebdo niet bepaald moeilijker geworden, zegt Sanae. "Ik heb niet het gevoel dat ik nu plots anders word bekeken", zegt ze. " Ik denk dat de meeste leerlingen in onze school de link met die aanslagen niet leggen. Ze begrijpen dat het niet over de islam, maar over extremisme gaat."

Over de aanslagen was hier niet zo fel gediscussieerd als er geen grote meningsverschillen over bestonden. Maar of die discussies sporen hebben nagelaten? De leerlingen zeggen van niet. Volgens Hazel bestaat daar een goede reden voor. "Ik denk dat wij het gewoon zijn om met andere meningen om te gaan. Ik kom uit de steinerschool. Dat was een leuke school, maar er zaten niet veel moslims of zwarten. Toen ik naar Pius X kwam, vond ik het heel spannend om kinderen uit andere culturen en landen te leren kennen. Maar na een jaar denk je daar niet meer over na. Het is een beetje zoals het verschil tussen jongens en meisjes. Soms merk je dat ze anders zijn, maar uiteindelijk maakt het niet veel uit."

Misschien, tot slot, nog een kleine bijgedachte. Een gedachte die onze zenuwen vandaag misschien wat kan ontspannen. Ze vertrekt van een opmerking van Tasfaye. Hij vertelde dat zijn klas, 2E, "de multicultureelste" is van alle tweede klassen. Hij vertelde het met trots. Een klasgenoot van hem opperde nog dat racisme "iets van oude mensen" is.

"Ik denk dat het soms nog bestaat op de tram", zei ze. "Of op scholen waar er geen zwarten of moslims zijn. Ik heb er hier in elk geval nog geen last van gehad. Het zou ook wel raar zijn. In onze school zijn er evenveel blanken als niet-blanken, en ongeveer evenveel gelovigen als niet-gelovigen. Op zo'n school kun je moeilijk racist zijn."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234